FarmaKaj Logo
Bacteriële huidinfecties

Furunkel en karbunkel

Diagnostiek en behandeling van furunkel en karbunkel volgens NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties (M68): beleid bij abces, indicaties voor antibiotica, verwijzing en recidiverende furunculose.
Deze pagina is een samenvatting van de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties (M68, versie 2.1, juni 2024).
Voor anamnese, risico-inschatting en verwijscriteria, zie Diagnostiek & algemeen beleid.

Kernpunten

  • Een furunkel (steenpuist) is een diepe folliculitis met een diepe necrotiserende ontsteking van een haarfollikel; een karbunkel (negenoog) is een conglomeraat van follikels.
  • Verwekker is doorgaans Staphylococcus aureus.
  • In de basis van de follikel ontstaat een abces dat doorgaans binnen 1 week spontaan doorbreekt; het restinfiltraat wordt binnen enkele weken geresorbeerd.
  • Een karbunkel zit vaak dieper, waardoor specialistische chirurgische behandeling geïndiceerd is: verwijs naar de chirurg.
  • Therapeutisch doel:
    • genezing en drainage van het abces, met voorkómen van complicaties.
    • bij recidiverende furunculose: voorkómen van recidieven.

Klinisch beeld

  • Rood, warm infiltraat met centraal een purulente blaar of necrotische prop.
  • Complicaties:
    • bij personen met verminderde afweer: bacteriëmie en sepsis
    • bij furunkels in het gelaat, vooral de neus: trombose van de sinus cavernosus (zeldzame, maar ernstige complicatie)
  • Furunculose: aanwezigheid van grotere aantallen furunkels tegelijkertijd, of frequente recidieven (> 4 per jaar).

Differentiaaldiagnose: hidradenitis suppurativa.

Behandeling

Voorlichting en niet-medicamenteus

  • Geef uitleg over de oorzaak van een furunkel en het natuurlijke beloop.
  • Adviseer strak zittende en schurende kleding te vermijden.

Beleid bij abces en antibiotica

  1. Volg het Beleid bij abces (incisie en drainage bij fluctuatie).
    Geef tevens antibiotica (stap 2) bij:
    • een furunkel boven de onderste kaaklijn
    • algemene ziekteverschijnselen
    • patiënten uit een risicogroep
  2. Bij een niet-genezende furunkel: flucloxacilline gedurende 7 dagen.
    Bij penicilline-overgevoeligheid: claritromycine of clindamycine gedurende 7 dagen.

Voor doseringen, zie Antibioticadoseringen.

Verwijzing

  • Verwijs bij onvoldoende genezing na incisie en drainage voor excisie van de necrotische prop naar de chirurg.
  • Verwijs bij een karbunkel naar de chirurg.

Recidiverende furunculose

Adviseer:

  • goede hygiëne
  • preventief 2-3× per week wassen met zeep of een shampoo met chloorhexidine

Overweeg bij onvoldoende effect, ≥ 3 recidieven/jaar en een aangetoond dragerschap voor stafylokokken preventieve behandeling met mupirocinecrème 20 mg/g 3 dd gedurende 1 week, aan te brengen in het vestibulum nasi. Evalueer het effect na 3 maanden.

  • Voor behandeling van MRSA-dragerschap, zie de SWAB-richtlijn Behandeling MRSA-dragers.
  • Overweeg kinderen met deze klachten te verwijzen naar de kinderarts voor onderzoek naar een onderliggende aandoening.
Copyright © 2026 Kaj Kowalski