Delier
Kernpunten
- Een delier wordt uitgelokt door één of meer somatische stoornissen;
het is multifactorieel bepaald. Onderzoek naar en behandeling van de oorzaken staan centraal. - Denk aan delier bij een bewustzijnsverandering met aandachtsstoornis, incoherent denken of desoriëntatie die in uren tot dagen ontstaat en over het etmaal fluctueert.
- Kwetsbare ouderen en patiënten met dementie hebben een sterk verhoogd risico; bij dementie kan plotseling toenemende verwardheid óók zonder duidelijke fluctuaties op een delier duiden.
- Een goede heteroanamnese is essentieel: de anamnese van de patiënt zelf is door de wisselende toestand onbetrouwbaar.
- Drie verschijningsvormen: hyperactief (onrustig), hypoactief (stil, vaak gemist) en gemengd; bij ouderen is de gemengde vorm het meest frequent.
- Beïnvloedbare uitlokkers: medicatie, ondervoeding, dehydratie, slaapdeprivatie, immobiliteit, pijn, urineretentie/obstipatie, infectie, visus- en gehoorbeperking.
- Niet-medicamenteus beleid (veilige omgeving, oriëntatie, continuïteit van zorg) is de basis; medicamenteus alleen op indicatie.
- Indien medicamenteuze symptoombestrijding nodig is, is haloperidol het middel van eerste keus, behalve bij de ziekte van Parkinson en 'Lewy body'-dementie.
- Therapeutisch doel:
- opheffen van het delier door de onderliggende somatische oorzaak op te sporen en te behandelen.
- veiligheid van patiënt en omgeving waarborgen; complicaties (vallen, dehydratie, decubitus) voorkomen.
- lijden door angst, achterdocht, hallucinaties en motorische onrust tot een acceptabel niveau verlichten.
- mantelzorger ondersteunen en een recidief zo veel mogelijk voorkomen.
Klinisch beeld
Een delier is een neuropsychiatrisch toestandsbeeld dat zich kenmerkt door:
- aandachtsstoornis (verminderd vermogen de aandacht te richten, vast te houden of te wisselen)
- bewustzijnsstoornis (gedaald bewustzijn of gedaald besef van de omgeving)
- acuut begin (uren tot dagen) en een over het etmaal fluctuerend beloop, doorgaans 's avonds en 's nachts nadrukkelijker
- verandering in cognitie (geheugen, oriëntatie, taal) of waarnemingsstoornissen (hallucinaties), niet beter verklaard door een pre-existente dementie
- mogelijk (paranoïde) wanen
Verschijningsvormen
| Vorm | Kenmerken |
|---|---|
| Hyperactief | motorische onrust, agitatie, plukken, roepen, hyperalertheid; verzorging wordt als moeilijk ervaren |
| Hypoactief | bewegingsarmoede, weinig interactie, traag en weinig spreken, apathie; vaak gemist of verward met depressie of dementie ('stil delier') |
| Gemengd | afwisselend hyper- en hypoactief; komt bij ouderen het meest voor |
Diagnostiek
Een delier duidt altijd op onderliggende somatiek en is multifactorieel. Een uitgebreide (hetero)anamnese en lichamelijk onderzoek zijn nodig om zowel de diagnose te stellen als de onderliggende pathologie op te sporen.
Signalering
Belangrijke signalen, vaak door naasten gemeld, zijn dat de patiënt zich plotseling 'niet zichzelf voelt' of in korte tijd veranderd is:
- niet kunnen volgen van een gesprek, vaak herhalen, staren, summier oogcontact
- niet helder denken, vreemde associaties, van de hak op de tak springen
- veranderd slaap-waakritme: slaperig overdag, onrustig 's nachts, levendige dromen, verward bij ontwaken
- angstig, rusteloos, emotioneel labiel of snel geïrriteerd
- desoriëntatie en waarnemingsstoornissen
Is dit een delier? (CAM)
Zoek en behandel de onderliggende oorzaak; zorg voor een veilige omgeving; behandel symptomen alleen op indicatie.
Delier niet bevestigd, maar ook niet uitgesloten: het beeld fluctueert. Herbeoordeel later en overweeg dementie, psychose of depressie. Bij twijfel: heteroanamnese herhalen.
Let op: de CAM is gevalideerd in de tweede lijn, niet in de huisartsenpraktijk. Hij ondersteunt het klinisch oordeel, maar vervangt het niet.
Anamnese en heteroanamnese
- Bij verminderd bewustzijn is een betrouwbare anamnese van de patiënt vaak niet mogelijk; verzamel aanvullende gegevens via naasten/verzorgers die de patiënt goed kennen.
- Benader de patiënt rustig en stel korte, liefst gesloten vragen.
- Omdat het beeld op 'goede momenten' gemist kan worden, kan herhaald beoordelen nodig zijn.
DOS-screening
Verpleegkundigen in de tweede lijn gebruiken vaak de DOS-schaal als screeningsinstrument. De huisarts moet een gerapporteerde score kunnen interpreteren.
Vink aan welk gedrag de patiënt vertoont (een hele dienst geobserveerd). Elk aangevinkt item telt 1 punt.
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
Geen aanwijzing voor een delier op grond van deze observatie. Blijf bij risicopatiënten alert; het beeld kan over de dag fluctueren.
Aanwijzing voor aanwezigheid van een delier. Vul aan met informatie over het begin (acuut?) en beloop (fluctuerend?) en bevestig de diagnose klinisch.
De DOS screent, hij stelt de diagnose niet. In de officiële schaal worden de items 3, 8 en 9 positief verwoord en omgekeerd gescoord; hier staan ze in de afwijkende richting zodat elk vinkje 1 punt is.
Lichamelijk en aanvullend onderzoek
Voer gericht lichamelijk onderzoek uit om de oorzaak op te sporen. Meet en beoordeel onder andere:
- algemene indruk, tekenen van hypoxie, hydratietoestand
- temperatuur, bloeddruk en polsfrequentie
- auscultatie hart en longen
- buikonderzoek met aandacht voor een overvulde blaas (eventueel katheteriseren)
- neurologische uitvalsverschijnselen; tekenen van letsel, fractuur of pijn
Onderzoek 'aan het bed': glucosespiegel, nitriettest en zuurstofsaturatie (bij dyspneu).
Breid uit met laboratoriumonderzoek als het bedside-onderzoek onvoldoende
verklaring biedt: BSE/CRP, Hb/Ht, leukocyten, TSH, creatinine (voor
eGFR), natrium, kalium, calcium (vooral bij bedlegerigheid of vermoeden van
botmetastasen) en ALAT. Gericht uitbreiden (ECG, X-thorax, vitamine B1/
B12, foliumzuur, geneesmiddelspiegels) op indicatie.
Uitlokkende factoren nalopen
| Categorie | Voorbeelden |
|---|---|
| Infectie | urineweginfectie, pneumonie |
| Metabool | hyponatriëmie, hyper-/hypoglykemie, hypercalciëmie, dehydratie, ondervoeding |
| Medicatie | anticholinergica, opioïden, benzodiazepinen, start/staken/wijziging, polyfarmacie |
| Onttrekking | alcohol, nicotine, cannabis |
| Cerebraal | CVA, intracraniële bloeding, tumor/metastase, meningitis |
| Overig | pijn, urineretentie, obstipatie, trauma/fractuur, immobiliteit, katheter, slaaptekort |
Differentiaaldiagnose
Het onderscheid met dementie en depressie is lastig door overlappende symptomen; de beelden kunnen ook samengaan.
| Kenmerk | Delier | Dementie | Depressie |
|---|---|---|---|
| Begin | acuut (uren tot dagen) | sluipend (maanden tot jaren) | geleidelijk (meestal enkele weken) |
| Beloop | fluctueert over het etmaal | stabiel over het etmaal | dagschommelingen ('s morgens erger) |
| Bewustzijn | (wisselend) gedaald of hyperalert | ongestoord | ongestoord |
| Aandacht | gestoord | in beginstadium ongestoord | kan gestoord zijn door interesseverlies |
| Oriëntatie | fluctuerend | gestoord (afhankelijk van ernst) | ongestoord |
| Denken | ongeorganiseerd | verarmd | ongestoord |
| Geheugen | kortetermijngeheugen gestoord | korte- en langetermijngeheugen gestoord | intact, soms schijnbaar gestoord |
| Hallucinaties/wanen | doorgaans aanwezig (vluchtig, visueel) | doorgaans afwezig (behalve laat) | doorgaans afwezig |
Behandeling
Het beleid steunt op drie pijlers: behandeling van de oorzakelijke factoren, een veilige omgeving creëren, en zo nodig medicamenteuze symptoombestrijding.
Behandeling van de oorzaken
- Beperk medicatie tot het noodzakelijke minimum; in overleg met de voorschrijvend specialist dosis verlagen, staken/afbouwen of vervangen door een minder delierinducerend alternatief.
- Vermijd combinaties van middelen uit dezelfde geneesmiddelgroep.
- Behandel andere somatische oorzaken volgens de betreffende NHG-Standaarden.
Veilige omgeving en communicatie
Vertrouwdheid creëren
- Bied oriëntatie- en herkenningspunten (klok, kalender, foto's).
- Benoem regelmatig persoon, plaats, dag en tijdstip.
- Laat bril en hoortoestel gebruiken; zorg 's nachts voor gedempt licht.
Rust creëren
- Beperk bezoek en het aantal prikkels tot het noodzakelijke minimum.
- Verstoor de slaap zo min mogelijk en activeer overdag (normaal dag-nachtritme).
Omgaan met hallucinaties, wanen en angst
- Laat de patiënt zo min mogelijk alleen; stimuleer de aanwezigheid van vertrouwde personen.
- Ga niet mee in waanideeën, maar spreek de patiënt ook niet tegen; blijf empathisch. Fluister niet met derden in aanwezigheid van de patiënt.
Verzorging
- Zorg voor voldoende vochtinname, adequate voeding en goede medicatie-inname.
- Pas in principe géén vrijheidsbeperkende maatregelen of fixatie toe; die zijn zelf een risicofactor en kunnen het delier verergeren.
Medicamenteuze symptoombestrijding
Haloperidol (eerste keus)
- Geef bij voorkeur haloperidol
0,5-1,5 mg 2 ddoraal, gedurende maximaal 1 week. - Start laag en bouw zo nodig geleidelijk op; effect verschilt sterk per persoon en is niet voorspelbaar uit leeftijd, gewicht of ernst.
- Toedieningsvormen: tabletten
1 mgen5 mg; druppelvloeistof2 mg/ml(1 druppel =0,1 mg, buccaal toe te dienen). Intramusculair is pijnlijk; intraveneus kan deQTc-tijd verlengen. - Contra-indicaties: ziekte van Parkinson, 'Lewy body'-dementie, en delier door alcohol- of benzodiazepineonttrekking.
- Bouw na maximaal 1 week af: start de afbouw zodra de patiënt
2 maal achtereen een goede nachtrust had; halveer de dosis elke
2 dagen en stop 2 dagen nadat een dosis van
1 mg/dagis bereikt.
Crisissituatie of blijvende onrust
- Overweeg in een crisissituatie kortdurend een hogere dosis haloperidol,
tot maximaal
10 mg/24 uur; evalueer (telefonisch) elk uur de onrust/angst. - Blijft de patiënt ondanks de maximale dosis erg onrustig, voeg dan
kortdurend een benzodiazepine toe: bij voorkeur lorazepam
0,5-2 mgoraal of parenteraal per 2 uur. Bouw de benzodiazepine weer als eerste af zodra de patiënt tot rust is gekomen.
Onttrekkingsdelier
0,5-2 mg oraal of parenteraal per 2 uur),
zo nodig aangevuld met haloperidol bij persisteren. Start bij een
alcohol(onttrekkings)delier daarnaast op korte termijn met vitamine B1-
suppletie.Controles
Verricht in de eerste dagen dagelijkse controles:
- beoordeel de deliersymptomen; observaties van verzorgers/familie zijn door de fluctuaties van groot belang
- vervolg het beloop van de onderliggende ziekte
- wees alert op complicaties: ondervoeding, dehydratie, immobiliteit, vallen, urineretentie, incontinentie, decubitus, contracturen
- wees alert op pijn en pijnbeleving als (mede)oorzaak
- evalueer de belasting van de mantelzorger en de noodzaak van aanvullende zorg
Pas de medicamenteuze behandeling aan of verricht nadere diagnostiek als het delier niet opklaart. Zorg voor een goede overdracht naar de huisartsenpost voor de avond-, nacht- en weekenddiensten.
Verwijscriteria en consultatie
Indicaties voor consultatie of verwijzing (specialist ouderengeneeskunde, klinisch geriater, internist of ouderenpsychiater) zijn:
- onvoldoende onderzoeks-, behandel- of verzorgingsmogelijkheden of onvoldoende veiligheid in de thuissituatie
- onvoldoende effect van de ingestelde behandeling
- noodzaak om medicamenteuze symptoombestrijding > 1 week te continueren
- patiënten met de ziekte van Parkinson of 'Lewy body'-dementie (overleg met de behandelend specialist)
Nazorg
Het doormaken van een delier is voor patiënt én naasten stressvol; een delier is geassocieerd met een verhoogd risico op depressie en angst.
- Bespreek na het opklaren de gebeurtenissen, herinneringen en emoties met patiënt en mantelzorger(s); dit helpt verwerken en bevordert vroege herkenning van een volgende episode.
- Adviseer bij opnieuw optreden van vergelijkbare symptomen direct contact op te nemen.
- Verricht bij restverschijnselen gericht aanvullend onderzoek (zoals
MMSE). - Vermeld een doorgemaakt delier duidelijk in het dossier en bij een eventuele nieuwe ziekenhuisopname.
Preventie van recidief
Wees bij patiënten die eerder een delier doormaakten alert op een recidief bij een volgende stress- of ziekte-episode. Richt de zorg op het beperken van risicofactoren:
- optimaliseer oriëntatie en vertrouwdheid: bekende verzorgers, klok/kalender, goede verlichting, werkende bril en hoortoestel
- optimaliseer de behandeling: beperk anticholinerge medicatie, behandel pijn, voorkom iatrogene infecties (vermijd onnodige katheters)
- optimaliseer de lichamelijke conditie: vochtinname, obstipatie tegengaan, adequate voeding en mondhygiëne, slaap en regelmaat, mobilisatie
Behandeling in de palliatieve fase
Het beleid komt grotendeels overeen met dat in andere levensfasen, met enkele aandachtspunten:
- wees extra alert op prodromale delierverschijnselen om een crisissituatie te voorkomen
- haloperidol blijft middel van eerste keus, hier met een maximum van
20 mg/24 uuren zonder beperking in de duur - voeg bij persisterende onrust kortdurend een benzodiazepine toe; bij
patiënten die niet kunnen slikken lorazepam
1-2 mg, zo nodig elke 6 uur - overweeg consultatie van een consulent palliatieve zorg; bij persisteren ondanks maximale behandeling kan in samenspraak palliatieve sedatie aan de orde zijn
- er is onvoldoende bewijs om bij een hypoactief delier methylfenidaat aan te bevelen
Casustoets
Verwante leerstof
- E-learning: Farmacotherapie van het delirium — tweedelijn / hospital perspectief, met CBO-behandelalgoritme, haloperidol-doseringen en casuïstiek
Bron
- NHG-Standaard Delier (M77) — versie 2.1, mei 2020; huisartsgeneeskundig beleid
- NVKG-richtlijn Delier volwassenen en ouderen — actuele multidisciplinaire richtlijn
- FK — haloperidol — preparaattekst Farmacotherapeutisch Kompas
- NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik — voor het onttrekkingsdelier en vitamine
B1-suppletie - Thuisarts — delier — patiëntinformatie, gebaseerd op deze NHG-Standaard
Depressie
Samenvatting van de NHG-Standaard Depressie (M44): diagnostiek, voorlichting, kortdurende psychologische behandeling, SSRI-keuze, afbouwen en suïcidaliteit.
Polyfarmacie
Samenvatting van de Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie bij ouderen: definitie, indicatie voor medicatiebeoordeling, de STRIP-methode, START/STOPP en aandachtspunten bij voorschrijven aan kwetsbare ouderen.