Wondinfectie
Kernpunten
- Een traumatische wondinfectie wordt meestal veroorzaakt door
Staphylococcus aureus; een bijtwondinfectie door de mondflora van mens of dier (vaak meng-infectie). - Bij een traumatische wondinfectie bij een
immuuncompetentepatiënt zonder cellulitis of algemene ziekteverschijnselen volstaat een zorgvuldig wondtoilet; antibiotica zijn dan niet nodig. Lymfangitis(rode streep) zonder koorts of algemeen ziek-zijn is op zichzelf geen indicatie voor orale antibiotica.- Een bijtwondinfectie behandel je altijd met een zorgvuldig wondtoilet én orale antibiotica.
- Verwijs of overleg laagdrempelig bij algemene ziekteverschijnselen, verminderde afweer of een ingeschat verhoogd risico op een gecompliceerd beloop.
- Therapeutisch doel:
- klinisch herstel van de infectie binnen enkele dagen, zonder uitbreiding naar cellulitis, pees, gewricht, bot of systemische ziekte (sepsis).
- behoud van functie en een acceptabel cosmetisch resultaat van het aangedane lichaamsdeel.
- gericht antibioticagebruik: wél bij een bijtwondinfectie en bij een gecompliceerde traumatische wondinfectie, níet bij een ongecompliceerde traumatische wondinfectie.
Klinisch beeld
Een wondinfectie herkennen
Een traumatische wondinfectie is herkenbaar aan een enkele centimeters brede, pijnlijke en
warm aanvoelende roodheid (erytheem) rond de wond.
Andere kenmerken zijn:
- purulent exsudaat
lymfangitis(rode streep richting lymfeklieren)- lymfadenopathie
cellulitis(zich uitbreidende, onscherp begrensde roodheid met algemene ziekteverschijnselen)
Een oppervlakkige wondinfectie verstoort de wondgenezing, maar geneest doorgaans zonder complicaties.
Verwekkers
| Wond | Meest voorkomende verwekkers |
|---|---|
| Traumatische wond | Staphylococcus aureus |
| Honden-/kattenbeet | Pasteurella (vaker bij kat), stafylokokken, streptokokken, anaeroben (Bacteroides, Fusobacterium) |
| Mensenbeet | Staphylococcus aureus, Streptococcus pyogenes, Haemophilus influenzae, Eikenella corrodens |
| Elke dierenbeet (aanvullend) | risico op Clostridium tetani; bij buitenland/vleermuis ook rabiës |
Risicofactoren voor infectie
Het infectierisico van een traumatische wond is verhoogd (> 5%) bij:
diabetes mellitus, vooral slecht ingesteld- wond aan de onderste extremiteit
- vervuilde wond
- wondlengte
> 5 cm - leeftijd
> 75 jaar
Het infectierisico van een bijtwond hangt af van:
- type wond:
prikbijtwond(typisch kat) enkneusbijtwond(typisch paard) geven hoger risico - bron:
mensenkatgeven hoger risico dan hond - betrokkenheid van pees, bot of gewricht
- afweerstatus van de patiënt (zie Huidwond → Risicogroepen)
Achtergrondcijfer: het infectierisico is ongeveer 2-5% bij traumatische wonden en 3-18% bij bijtwonden.
Diagnostiek
ABCDE een indruk van de klinische stabiliteit. Verwijs met spoed bij
een arteriële bloeding, een bedreigd lichaamsdeel, sepsis of ernstig ziek-zijn. Bij
blootstelling aan een toxine (zoals een slangenbeet): overleg direct met het
Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.Anamnese
Vraag bij verdenking op een (bijt)wondinfectie naar:
- koorts, algemeen ziek-zijn en de mate van pijn
- lokalisatie en tijdstip van de verwonding
- beroep, in verband met besmettingsrisico van anderen
- veroorzaker van de beet (soort dier, mens) en mogelijke blootstelling aan een toxine
- infectiestatus van de bron: hepatitis B en C, hiv,
rabiës - plaats van de verwonding (binnen of buiten Nederland, met het oog op rabiës)
- vaccinatiestatus patiënt (tetanus, hepatitis B) en bron (rabiës)
Lichamelijk onderzoek
Beoordeel de ernst van de wondinfectie:
- algemene toestand en mate van ziek-zijn; op indicatie pols en bloeddruk
- begrenzing, mate van zwelling, kleur en warmte
- fluctuatie, purulent exsudaat, korstvorming of necrose
- aanwijzingen voor letsel aan
zenuw,pees,gewrichtofbot
Stroomdiagram

Figuur 1: Stroomdiagram Traumatische wond of bijtwond. Bron: NHG-Behandelrichtlijn.
Behandeling
Het eerste beslismoment is of een (bijt)wondinfectie naast een wondtoilet ook orale antibiotica nodig heeft. De beslishulp hieronder volgt de richtlijn.
Zorgvuldig spoelen en débris verwijderen; géén orale antibiotica. Instrueer wanneer de patiënt terug moet komen en controleer na 2 dagen.
Bij een bijtwondinfectie altijd; bij een traumatische wondinfectie alleen bij cellulitis, algemeen ziek-zijn of een risicogroep.
Bij een ingeschat verhoogd risico op een gecompliceerd beloop (verminderde afweer, risicogroep) of bij twijfel: overleg met of verwijs naar de behandelend specialist.
Wondtoilet bij een geïnfecteerde wond
Verricht altijd eerst een wondtoilet, ook als je antibiotica geeft:
- week korsten los, spoel de wond met
lauwwarm kraanwateren verwijder débris; gebruik geen ontsmettingsmiddelen in de wond - verwijder eventuele hechtingen als deze door de infectie en zwelling onder spanning staan; verwijs hiervoor zo nodig naar de chirurg
- dek de wond af met een zalfgaas; ontraad jodium- of honinggazen
- gebruik absorberende wondbedekkers bij veel exsudaat of lekkage
- adviseer de wond na elke verbandwissel te reinigen met water
Traumatische wondinfectie
- Bij een
immuuncompetentepatiënt zonder cellulitis of algemene ziekteverschijnselen volstaat een zorgvuldig wondtoilet. - Geef antibiotica bij cellulitis, algemene ziekteverschijnselen of een patiënt uit een risicogroep.
- De keuze is gericht op
Staphylococcus aureus, vergelijkbaar met de behandeling van een cellulitis.
| Middel | Volwassene | Kind | Duur |
|---|---|---|---|
| Flucloxacilline | 4 dd 500 mg | 40 mg/kg/dag in 3 giften, max 1500 mg/dag | 10 dagen |
| Claritromycine (penicilline-overgevoeligheid) | 2 dd 500 mg | 15 mg/kg/dag in 2 giften, max 1000 mg/dag | 10 dagen |
| Clindamycine (penicilline-overgevoeligheid) | 3 dd 600 mg | 20 mg/kg/dag in 3 giften, max 1800 mg/dag | 10 dagen |
claritromycine
de voorkeur boven clindamycine.Bijtwondinfectie
Behandel een bijtwondinfectie altijd met een zorgvuldig wondtoilet én orale antibiotica.
Verwijs bij een ingeschat verhoogd risico op een gecompliceerd beloop of bij twijfel.
| Middel | Volwassene | Kind | Duur |
|---|---|---|---|
| Amoxicilline/clavulaanzuur | 3 dd 500/125 mg | 40/10 mg/kg/dag in 3 giften, max 1500/375 mg/dag | 7 dagen |
Doxycycline (penicilline-allergie, >= 8 jaar) | 1 dd 100 mg (1e dag 200 mg) | < 50 kg: 1 dd 2 mg/kg/dag (1e dag 4 mg/kg) | 7 dagen |
Clindamycine (penicilline-allergie, < 8 jaar) | n.v.t. | 20 mg/kg/dag in 3 giften, max 1800 mg/dag | 7 dagen |
Controles
- Traumatische wondinfectie: controle afhankelijk van de mate van infectie.
- Bijtwondinfectie of cellulitis: controle na 2 dagen én na 10 dagen.
- Instrueer de patiënt contact op te nemen bij uitbreiding van de infectie, algemene ziekteverschijnselen of onvoldoende verbetering na 2 dagen.
Verwijzen of consulteren
Verwijs naar de chirurg bij:
- vermoeden van letsel aan
pees,gewricht,zenuwofbot - een (bijt)wondinfectie met algemene ziekteverschijnselen of verminderde afweer
- onvoldoende verbetering of een gecompliceerd beloop
Overleg met:
- de
GGD(arts infectieziektebestrijding) bij rabiësrisico of mogelijke overdracht van hepatitis B, hepatitis C of hiv; zie ook de Landelijke richtlijn Prikaccidenten - de
NVWAbij bijtwonden door wilde of exotische dieren - het
Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrumbij blootstelling aan een toxine, zoals een slangenbeet
Verwant
- Huidwond: beoordeling en behandeling van de verse wond
- Cellulitis en erysipelas
- Aantekeningen huidinfecties
Huidwond
Samenvatting van de NHG-Behandelrichtlijn voor beoordeling en behandeling van traumatische wonden en bijtwonden.
Urineweginfectie
Samenvatting van de NHG-Standaard Urineweginfecties (M05, v5.3): indeling, diagnostiek met urinestick en stroomschema, behandeling van cystitis en urineweginfectie met tekenen van weefselinvasie, profylaxe en verwijscriteria.