Depressie
3.3, januari 2024). Gebruik lokaal protocol en klinisch oordeel bij spoed, afwijkend beloop of diagnostische twijfel.Kernpunten
- Onderscheid depressieve klachten (sombere stemming, geen DSM-5-criteria) van een depressie (
≥ 5DSM-symptomen, waaronder≥ 1kernsymptoom, gedurende≥ 2weken). - Twee kernsymptomen: sombere stemming en/of anhedonie (interesseverlies/plezierverlies) — bijna dagelijks, grootste deel van de dag.
- Diagnostiek vraagt vaak meerdere consulten; gebruik SCEGS als gestructureerde klachtexploratie (
SGSCEbij niet-westerse migranten). - Initiële behandeling depressieve klachten: voorlichting; bij persisteren ook dagstructurering, activiteitenplanning en kortdurende psychologische behandeling.
- Bij depressie zonder ernstig disfunctioneren: voorlichting + dagstructurering + kortdurende psychologische behandeling; bij onvoldoende effect psychotherapie of antidepressivum (gelijkwaardig op korte termijn, psychotherapie effectiever lange termijn).
- Bij depressie met ernstig sociaal disfunctioneren, grote lijdensdruk of ernstige psychische comorbiditeit: direct psychotherapie of antidepressivum.
- Eerste keus medicatie volwassenen (
18-70 jaar): SSRI — citalopram, escitalopram, fluoxetine of sertraline. - Eerste keus medicatie ouderen (
> 70 jaar): citalopram of sertraline. TCA niet meer eerste keus. - Beoordeling effect antidepressivum na
4-6 weken. Bij goede respons doorgaan≥ 6 maandenna remissie, bij recidief≥ 1 jaar. - Afbouwen stapsgewijs (FINISH-symptomen: flu-like, insomnia, nausea, imbalance, sensory disturbances, hyperarousal); zie afbouwschema.
- Bespreek suïcidaliteit actief — vragen verhoogt het risico niet en werkt beschermend. Geen non-suïcidecontract; wel veiligheidsplan.
- Bij
> 3depressieve episodes of ernstige episode: overweeg langdurige behandeling als terugvalpreventie. - Therapeutisch doel:
- symptoomremissie en herstel van dagelijks functioneren (werk, sociale rollen, zelfzorg);
bij medicamenteuze behandeling respons beoordelen na 4-6 weken, continueren≥ 6 maandenna remissie,
bij recidief≥ 1 jaar. - suïcide voorkomen — actief uitvragen van suïcidaliteit, veiligheidsplan bij risico,
laagdrempelig verwijzen naar crisisdienst bij ambivalente of ernstige suïcidaliteit. - terugval voorkomen — bij
> 3ernstige/persisterende episodes langdurige onderhoudsbehandeling
(antidepressivum en/of mindfulness-based CGT) overwegen.
- symptoomremissie en herstel van dagelijks functioneren (werk, sociale rollen, zelfzorg);
Belangrijkste wijzigingen 2024
- Medicamenteuze behandeling geactualiseerd.
- Eerste keus volwassenen: 4 SSRI's; ouderen (
> 70 jaar): 2 SSRI's. - TCA's niet langer aanbevolen als antidepressivum van eerste keus.
- Doseringen jongvolwassenen (
18-25 jaar) en volwassenen gelijkgetrokken — geen wetenschappelijke onderbouwing voor lagere startdosering bij jongvolwassenen. - Module suïcidaliteit uitgebreid.
Klinisch beeld
Begrippen
| Begrip | Definitie |
|---|---|
| Depressieve klachten | Sombere stemming met hinder, niet voldoend aan DSM-criteria. |
| Depressie | ≥ 5 DSM-symptomen waaronder ≥ 1 kernsymptoom, ≥ 2 aaneengesloten weken. |
| Postpartumdepressie | Depressie ontstaan na bevalling. |
| Winterdepressie | Symptomen herfst → voorjaar, ≥ 2 winters achtereen. |
| Persisterende depressieve stoornis | Depressieve klachten ≥ 2 jaar, grootste deel van de dag, meer dagen wel dan niet (voorheen 'dysthymie'). |
DSM-5-criteria depressie
| Criterium | |
|---|---|
| A | ≥ 5 symptomen, waaronder ≥ 1 kernsymptoom, gedurende ≥ 2 aaneengesloten weken |
| Kernsymptomen — sombere stemming grootste deel van de dag; duidelijke vermindering interesse/plezier in (vrijwel) alle activiteiten | |
| Overige symptomen — gewichtsverandering; slapeloosheid/hypersomnie; psychomotore agitatie/remming; moeheid/energieverlies; gevoelens van waardeloosheid of onterechte schuld; concentratie-/besluiteloosheid; terugkerende gedachten aan dood, suïcidegedachten, -poging of -plan | |
| B | Voldoet niet aan criteria gemengde episode (geen tot weinig manische kenmerken) |
| C | Klinisch significant lijden of belemmering in functioneren |
| D | Niet door middelengebruik of somatische aandoening (bv. hypothyreoïdie) |
| E | Niet beter verklaard door rouw (rouw > 2 mnd, gekenmerkt door belemmering, suïcidegedachten, psychose, psychomotorische retardatie) |
Epidemiologie en beloop
- Incidentie 'down/depressief gevoel' (P03,
2019): mannen8/1000/jr, vrouwen14/1000/jr. Prevalentie9resp.16 per 1000. - Incidentie 'depressie' (P76,
2019): mannen9/1000/jr, vrouwen15/1000/jr. Prevalentie22resp.40 per 1000. - Hogere prevalentie bij ouderen
> 65 jaaren bij Turkse/Marokkaanse migranten. - Rond zwangerschap/bevalling: depressieve klachten of depressie bij
~15%van de zwangeren. - Bij
~50%voorbij na een halfjaar; bij ouderen vaker ernstiger beloop. - Recidiefpercentage
35-65%.
Diagnostiek
Signalen
Denk aan depressieve klachten of een depressie bij:
- somberheid, lusteloosheid, minder plezier in bezigheden
- weinig oogcontact, monotone spraak, trage motoriek
- frequent spreekuurbezoek met aanhoudende moeheid of wisselende klachten zonder lichamelijke oorzaak
- nervositeit, angst, slaapklachten, verzoek om slaap-/kalmerende middelen
- vermagering bij ouderen
- na bevalling: moeheid, klachten over veel huilend kind, veel zorgen over verzorging
Eerste oriëntatie
Vraag naar:
- sombere stemming, depressieve gevoelens
- interesseverlies, minder plezier in eerder leuke activiteiten
Beide vragen ontkennend → depressie uitgesloten. Bij ≥ 1 bevestigend → vraag: "Is dit iets waar u hulp voor zou willen hebben?" Bij ja: verder verkennen.
Klachtexploratie — SCEGS
Gestructureerd langs Somatisch, Cognitief, Emotioneel, Gedragsmatig, Sociaal. Bij niet-westerse migranten: SGSCE (begin minst bedreigend, somatisch eerst; emoties laatst).
| Dimensie | Vraag naar |
|---|---|
| Somatisch | comorbiditeit, pijn, medicatie, functionele beperkingen, depressogene medicatie (zoals corticosteroïden, bètablokkers), alcohol/drugs, sint-janskruid, hypothyreoïdie, dementie, Parkinson |
| Cognitief | ideeën patiënt over aanleiding |
| Emotioneel | verdriet, boosheid, schuld, schaamte, machteloosheid |
| Gedragsmatig | passief of actief omgaan met situatie |
| Sociaal | steun vanuit omgeving |
Een vragenlijst (zoals 4DKL) kan helpen bij uitvragen, maar is niet geschikt om de diagnose te stellen.
Lichamelijk en aanvullend onderzoek
- Alleen op indicatie (aanwijzing voor bijkomende of onderliggende aandoening).
- Bij ouderen: onderzoek naar cognitief functioneren.
Evaluatie
- Maak onderscheid depressieve klachten ↔ depressie. Bepaal ernst en eventuele subvorm (winter, postpartum, persisterend).
- Beoordeel: bipolaire stoornis, psychotische kenmerken, recidief.
- Bij suïcidaliteit: onderscheid licht / ambivalent / ernstig / zeer ernstig (zie Suïcidaliteit).
- Formuleer samen met de patiënt de (voorlopige) probleemdefinitie.
Behandeling per diagnose
| Diagnose | Initieel beleid | Vervolgbeleid |
|---|---|---|
| Depressieve klachten | Voorlichting + dagstructurering + activiteitenplanning | Kortdurende psychologische behandeling |
| Depressie zonder ernstig disfunctioneren / grote lijdensdruk / ernstige comorbiditeit; persisterende depressie | Voorlichting + dagstructurering + activiteitenplanning + kortdurende psychologische behandeling | Psychotherapie of antidepressivum |
| Depressie met ernstig disfunctioneren / grote lijdensdruk / ernstige psychische comorbiditeit | Overweeg verwijzing + start voorlichting + dagstructurering. Overweeg antidepressivum of psychotherapie | Verwijzing; combinatie psychotherapie + antidepressivum; ander antidepressivum |
| Postpartumdepressie | Overweeg verwijzing + start voorlichting + dagstructurering + kortdurende behandeling. Spoedverwijzing bij psychose of zorgen om kind | Psychotherapie of verwijzing |
| Winterdepressie | Voorlichting + dagstructurering + kortdurende behandeling | Psychotherapie, antidepressivum of verwijzing voor lichttherapie |
| Suïcidaliteit | Zie Suïcidaliteit |
Voorlichting
- Depressieve klachten komen vaak voor en zijn meestal voorbijgaand.
- Bij depressie:
~50%hersteld na een halfjaar; actieve leefwijze bevordert herstel; meerdere factoren spelen rol bij ontstaan/recidief. - Ontraad alcohol/drugs — onthouding bevordert herstel. Bij behoefte verwijs naar NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik.
- Bij slaapproblemen: NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen.
- Verwijs naar thuisarts.nl, Depressie Vereniging en MIND Platform.
Dagstructurering en activiteitenplanning
- Regelmaat en structuur bevorderen herstel: vaste tijden opstaan, naar bed, maaltijden, activiteiten (incl. werk).
- Doorwerken vaak beter dan thuisblijven, tenzij werk een belangrijke oorzaak is. Bij verzuim: contact bedrijfsarts.
- Definieer concreet doel: minimaal 1 plezierige activiteit per dag of week. Eventueel dagboek.
- Adviseer dagelijks naar buiten gaan, gezond eten, sociale contacten onderhouden, fysieke activiteit (afgestemd op belastbaarheid).
- Betrek waar mogelijk partner/naasten.
Niet-medicamenteuze behandeling
Kortdurende psychologische behandeling
Door huisarts of POH-ggz, bij aanhoudende depressieve klachten (arbitrair > 3 maanden) of depressie.
- Begeleide zelfhulp — meestal op CGT-basis (online, telefonisch, groepscursus); effectiefst met persoonlijke begeleiding.
- Problem Solving Treatment (PST) — vermindert klachten door zelfmanagement/copingstrategieën; vooral bij veel actuele psychosociale problematiek.
Psychotherapie
Intensievere, geprotocolleerde gesprekstherapie (BGGZ/SGGZ). Eerste keus vormen bij depressie:
- CGT — bij negatieve gedachten op de voorgrond en/of angst.
- Gedragstherapie.
- Interpersoonlijke psychotherapie (IPT) — bij problemen in relaties op de voorgrond.
Geïndiceerd bij:
- onvoldoende effect van voorgaande interventies
- ernstig sociaal disfunctioneren, grote lijdensdruk of ernstige psychische comorbiditeit
- patiënt opteert niet voor zelfhulp
Medicamenteuze behandeling
Indicatie
- Depressie zonder ernstig disfunctioneren met onvoldoende effect initieel beleid én voorkeur voor antidepressivum boven psychotherapie.
- Depressie met ernstig disfunctioneren / grote lijdensdruk / ernstige psychische comorbiditeit — eventueel ter overbrugging wachttijd verwijzing.
Keuze SSRI
- Volwassenen (
18-70 jaar): citalopram, escitalopram, fluoxetine of sertraline. - Ouderen (
> 70 jaar): citalopram of sertraline. - Bij kinderwens nabije toekomst: sertraline (compatibel met zwangerschap én lactatie); citalopram bij borstvoeding.
- Sint-janskruid afraden als zelfzorgmiddel (wisselende samenstelling; interacties met o.a. orale anticonceptiva, anticoagulantia, digoxine, alprazolam, simvastatine).
- TCA niet meer eerste keus — geen reden tot omzetten bij tevreden TCA-gebruiker.
Doseringen — eerste keus antidepressiva (≥ 18 jaar)
| Middel | Volwassenen (18-70 jr) | Ouderen (> 70 jr) | Aandachtspunten |
|---|---|---|---|
| Citalopram | start 1 dd 20 mg; ophogen na 1-2 wk z.n., max 1 dd 40 mg | start 1 dd 10 mg; ophogen na 1-2 wk, max 1 dd 20 mg | QT-verlenging bij ritmestoornissen, hartfalen, recent MI; controleer Na bij ouderen + diureticum |
| Escitalopram | start 1 dd 10 mg; ophogen na 1-2 wk, max 1 dd 20 mg | geen eerste keus | idem citalopram |
| Fluoxetine | start 1 dd 20 mg; ophogen na 3-4 wk, max 1 dd 60 mg | geen eerste keus | lange halfwaardetijd → afbouwen vaak niet nodig |
| Sertraline | start 1 dd 50 mg; ophogen ≥ 1 wk met 50 mg, max 1 dd 200 mg | start 1 dd 25 mg; ophogen ≥ 1 wk met 25 mg, max 1 dd 100 mg | gunstig in zwangerschap + lactatie |
Toelichting bij start
- Verhoog dosering op geleide effect/bijwerkingen tot best verdragen maximum.
- Effect beoordelen na
4-6 weken. - Bijwerkingen: misselijkheid, droge mond, seksuele klachten, slaapproblemen, moeheid, nervositeit, angst, tremor. Meeste verdwijnen binnen dagen tot weken. Bij sufheid: avondinname.
- Bij toename angstklachten in eerste
2 weken: kortdurend benzodiazepine als ondersteuning (bv.diazepam 1 dd 5 mgofoxazepam 3 dd 10 mg). Zie NHG-Standaard Angst. - Spreek
1-2 wekelijksecontroles af na start. - Waarschuw voor interacties met OTC-middelen (NSAID's) en zelfzorg (passiflora, valeriaan, sint-janskruid).
Voorschriftvoorbeeld — start SSRI volwassene
/**
* Vrouw 34 jr, depressie zonder ernstig disfunctioneren,
* onvoldoende effect van kortdurende psychologische behandeling.
* Geen contra-indicaties, geen kinderwens.
*/
R/ sertraline tablet 50 mg
Da/ 30 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet 's ochtends, evt na 1 week ophogen op geleide effect
#! controle na 1-2 wk: bijwerkingen, suïcidaliteit, therapietrouw
# beoordeel effect na 4-6 weken; bij respons continueren ≥ 6 mnd na remissie
Voorschriftvoorbeeld — start SSRI oudere
/**
* Man 78 jr, depressie. Geen recent MI of hartfalen.
* Gebruikt hydrochloorthiazide — natriumcontrole noodzakelijk.
*/
R/ sertraline tablet 25 mg
Da/ 30 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet 's ochtends; na ≥ 1 wk ophogen met 25 mg z.n. tot max 1 dd 100 mg
#! Na+ bepalen 5-9 dagen na start, herhalen bij dosisverhoging
#! controle wekelijks 1e maand; alertheid bijwerkingen + therapietrouw
Aandachtspunten bij start jongvolwassenen (18-25 jaar)
- Risico op suïcidaliteit licht verhoogd bij start.
- Schat suïciderisico vóóraf in.
- Wekelijkse controles eerste maand na start.
Aandachtspunten bij start ouderen (> 70 jaar)
- Bij diureticumgebruik: bepaal natrium
5-9 dagenna start (en bij dosisverhoging). Herhaal bij intercurrente ziekte met risico op elektrolytstoornissen (diarree/braken).
Onvoldoende verbetering na 4-6 weken
- Ga in stand houdende factoren na (comorbiditeit, sociale omstandigheden, motivatie, therapietrouw).
- Overweeg bij gedeeltelijke respons: verlengen tot maximaal
10 weken. - Verhoog dosering tot maximale dosering indien verdragen.
- Wissel bij onvoldoende verbetering na
4-6 wekennaar ander SSRI uit tabel. Wissel citalopram ↔ escitalopram is niet zinvol. - Overstap kan dag op dag (raadpleeg apotheker/psychiater bij onzekerheid).
- Bij wederom geen respons na
4-6 wekenof onacceptabele bijwerkingen: heroverweeg diagnose, bouw af, bied psychotherapie aan of overleg met psychiater.
Behandelduur
- Goede respons → continueren
≥ 6 maandenna remissie bij eerste depressie. - Bij recidief:
≥ 1 jaarna remissie. - Bij
> 3ernstige/persisterende episodes: overweeg langdurige voortzetting als terugvalpreventie.
Afbouwen van SSRI's
20 mg/dag.FINISH — onttrekkingsverschijnselen
| Letter | Verschijnsel |
|---|---|
| F | Flu-like symptoms |
| I | Insomnia |
| N | Nausea |
| I | Imbalance |
| S | Sensory disturbances |
| H | Hyperarousal |
Treden meestal op binnen enkele dagen na stoppen of (minder vaak) verlagen. Risico verhoogd bij:
- hogere doseringen tijdens behandeling
- eerdere onttrekking bij gemiste dosis / therapie-ontrouw
- eerdere mislukte stoppogingen
Tempo
- Bij geen risicofactoren: halveer dosis, staak vervolgens na
2-4 weken. - Bij risicofactoren of ernstige onttrekking: meer geleidelijk schema (zie tabel).
- Standaardtempo:
1 week per stap. - Doseer niet om de dag (grote plasmaschommelingen).
- Bij ernstige onttrekking: terug naar laatste dosis zonder klachten, schema met kleinere stappen.
Voorbeeld afbouwschema bij risicofactor of ernstige onttrekking
| Stap | Citalopram (mg/dag) | Sertraline (mg/dag) | Escitalopram (mg/dag) |
|---|---|---|---|
| 1 | 20 | 50 | 10 |
| 2 | 10 | 25 | 5 |
| 3 | 6 | 15 | 3 |
| 4 | 4 | 10 | 2 |
| 5 | 3 | 7,5 | 1,5 |
| 6 | 2 | 5 | 1 |
| 7 | 1 | 2,5 | 0,5 |
| 8 | 0,5 | 1,25 | 0,25 |
| 9 | 0 | 0 | 0 |
Controles
Frequentie
| Situatie | Frequentie |
|---|---|
| Depressieve klachten | elke 3-4 weken |
| Depressie volwassenen | elke 1-2 weken |
Depressie jongvolwassenen (18-25 jr) na start SSRI | wekelijks eerste 1 maand, dan langer |
| Bij gunstig beloop | controleperiode geleidelijk verlengen |
Vraag bij controle naar
- beloop van klachten
- resterende depressieve symptomen (interesse, somberheid, slaap, vermoeidheid, concentratie, suïcidaliteit)
- andere psychische klachten (piekeren, angst)
- alcohol- en drugsgebruik
- (sociaal) functioneren — werk, taken, afspraken, daginvulling
- ondernomen activiteiten
Overweeg PHQ-9 om ernst te volgen, vooral bij start medicatie of betrokkenheid meerdere echelons.
Specifieke aandachtspunten
- Bijwerkingen (ook seksueel) + therapietrouw actief uitvragen.
- Bij
> 1 jaarantidepressivumgebruik: jaarlijks voor- en nadelen bespreken. - Postpartumdepressie: intensiever controleren; alert op welzijn kind en op (post)psychose moeder. Bij eerdere postpartumdepressie: extra controles in volgende zwangerschap (recidiefrisico
~50%).
Terugvalpreventie
- Na herstel: bespreek terugvalpreventie.
- Instructie: vroegtijdig contact opnemen bij recidiefklachten.
- Bij
> 3ernstige episodes: langdurige antidepressiva en/of psychotherapie (bv. mindfulness-based cognitieve therapie) zinvol. - Bij chronische depressie ondanks SGGZ: aanvullende ondersteuning in huisartsenpraktijk gericht op sociaal functioneren en welzijn.
Suïcidaliteit
Wanneer uitvragen
Bij elke patiënt met depressieve klachten — niet alleen bij somberheid, ook bij interesseverlies, waardeloosheid, piekeren, slaapproblemen.
Anamnese — huidige situatie
Voorbeeldvragen:
- Hoe gaat het met u?
- Hoe ziet u de toekomst op dit moment?
- Heeft u wel eens het idee dat het leven niet meer de moeite waard is?
- Veel mensen denken aan zelfdoding als ze het erg moeilijk hebben. Hoe denkt u daarover?
- Wanneer heeft u voor het laatst aan zelfdoding gedacht? Wat zijn dat voor gedachten?
Bij suïcidale gedachten — verder exploreren
- frequentie, plan, concreetheid, voorbereidingen, haast
- wat hoopt patiënt dat dood verandert?
- gevolgen voor naasten? voelt patiënt zich als last?
- voorgeschiedenis suïcidaliteit (laatste
4-8 wekenen eerder) - toekomstplannen, wat zou moeten veranderen?
Achterliggende factoren
| Stress-/kwetsbaarheidsfactoren | Beschermende factoren |
|---|---|
| Oudere leeftijd, man | Goede sociale steun |
| Eerdere suïcidepoging, beschikbaarheid middel, suïcide in familie | Verantwoordelijkheid voor anderen/kinderen |
| Stemmings-/angst-/psychotische/persoonlijkheidsstoornis, intoxicatie, verslaving | Actief betrokken (religieuze) gemeenschap |
| Wanhoop | Goede behandelrelatie |
| Verlies, ingrijpende gebeurtenissen, lichamelijke ziekte, pijn, werkloosheid |
Gradaties
| Gradatie | Beeld |
|---|---|
| Geen suïcidaliteit | Gedachten over dood, geen suïcidegedachten — normaal. |
| Licht | Vluchtige gedachten over suïcide, geen plan, controle, liever leven dan sterven. |
| Ambivalent | Impulsieve gedachten, plannen niet uitgewerkt, wil suïcide plegen én leven. |
| Ernstig | Structureel aanwezig, wanhoop, bang voor eigen impulsiviteit, uitgebreid plan, liever sterven dan leven. |
| Zeer ernstig | Kan niet langer wachten / al poging gedaan, blikvernauwing, onrust, grote wanhoop, geen oog voor consequenties achterblijvers. |
Beleid
| Gradatie | Beleid |
|---|---|
| Licht | Behandeling in huisartsenpraktijk mits voldoende ervaring, goede behandelrelatie, continuïteit. Betrek naasten. |
| Ambivalent / Ernstig / Zeer ernstig | Verwijs crisisdienst voor directe beoordeling. |
| Twijfel over ernst | Verwijs crisisdienst. |
| Direct levensgevaar | Bel 112 en/of crisisdienst. |
Behandeling lichte suïcidaliteit in huisartsenpraktijk bestaat uit:
- Psycho-educatie — over suïcidaliteit, wanhoop, schuld, waardeloosheid.
- Verwijs naar thuisarts.nl en 113 Zelfmoordpreventie (
113). - Behandel onderliggende problemen — depressie, angst, slaap.
- Veiligheidsplan:
6 itemsmet signalen, afleiding, contactpersonen, naasten en professionals (voorbeeld op 113.nl). - Bespreek beschikbaarheid van geneesmiddelen (antidepressiva, andere middelen) bij concrete plannen.
- Terugvalpreventie incl. veiligheidsplan voor toekomstig suïcidaal gedrag.
Controles bij suïcidaliteit
- Spreek frequente controles af (afhankelijk van situatie); leg vast in veiligheidsplan bij welke alarmsignalen extra contact.
- Vraag bij elke controle naar suïcidaliteit en ernst — kan sterk fluctueren.
- Wees alert bij kritische momenten: levensgebeurtenissen, plotselinge verbetering, overdracht behandelaar.
- POH-ggz overlegt bij toename altijd met huisarts — huisarts blijft eindverantwoordelijk.
Consultatie en verwijzing
Generalistische basis-ggz
- Depressie of persisterende depressie met onvoldoende effect initieel beleid — kortdurende psychologische begeleiding en/of antidepressivum.
- Behandeling winterdepressie met lichttherapie.
Specialistische ggz — directe consultatie of verwijzing
- Verhoogd suïciderisico
- Ernstige bipolaire stoornis of psychotische kenmerken
- Postpartumdepressie met psychotische kenmerken of inadequate verzorging kind
- Depressie tijdens zwangerschap, kraambed of lactatie (gespecialiseerde GGZ / POP-poli); ook bij antidepressiva-gebruik vóór zwangerschap
- Recidief depressie met ernstig disfunctioneren / grote lijdensdruk / ernstige psychische comorbiditeit
- Onvoldoende herstel op psychotherapie en/of antidepressiva
- Niet kunnen afbouwen antidepressiva
- Contra-indicaties voor eerste keus antidepressiva (vaak volstaat consultatie)
Farmacogenetisch onderzoek
Bij herhaaldelijke ineffectiviteit of ernstige bijwerkingen van (es)citalopram/sertraline: CYP2C19-bepaling overwegen (doorgaans aangevraagd door psychiater).
Overige verwijzingen
- Bedrijfsarts — bij werkverzuim of werkgerelateerde problemen.
- Maatschappelijk werk / bedrijfsmaatschappelijk werk / wijkteam — bij sociaal-materiële problemen, dagbesteding, eenzaamheid, opvoeding.
- Apotheker — consultatie bij afbouwen antidepressiva (magistrale bereiding tussenliggende doseringen).
Buiten de scope
- Depressie
< 18 jaar→ NVvP-richtlijn Depressie bij jeugd. - Depressie in palliatieve fase → IKNL-richtlijn Depressie in de palliatieve fase.
- SSRI in zwangerschap → Multidisciplinaire richtlijn SSRI en zwangerschap.
Bron
- NHG-Standaard Depressie (M44), versie
3.3,januari 2024. NHG-werkgroep: Claassen N, Groeneweg BF, Heineman H, Kool M, Kurver MJ, Magnee T, Oud M, Ruhe HG, Van der Does AMB, Zelst-Wind LA. - Afgestemd op: Multidisciplinaire richtlijn Depressie; Multidisciplinair document Afbouwen SSRI's & SNRI's; Generieke Module Psychische klachten in de huisartsenpraktijk; Generieke Module Suïcidaal gedrag; IKNL-richtlijn Depressie in de palliatieve fase; NHG-Standaarden Angst, SOLK, Overspanning en burn-out.
Nazorg & secundaire preventie
De rol van de huisarts na ontslag: overdracht, aandachtspunten, medicamenteuze secundaire preventie, leefstijl, rijgeschiktheid, controles en CVA-ketenzorg na een TIA, herseninfarct of intracerebrale bloeding.
Delier
Samenvatting van de NHG-Standaard Delier (M77): herkenning, oorzaken, diagnostiek met CAM en DOS, niet-medicamenteus en medicamenteus beleid met haloperidol, palliatieve fase, nazorg en preventie van recidief.