Conjunctivitis
Kernpunten
- Conjunctivitis = ontsteking van het bindvlies. Oorzaak: infectieus (viraal, bacterieel), allergisch (IgE) of mechanisch.
- Onderscheid bacterieel vs. viraal lukt op anamnese en LO niet betrouwbaar — en beïnvloedt het beleid niet (NHG v2.2/v2.3).
- Bij gezonde patiënt: afwachten, geen antibioticum. Na
1 weekis circa60%van de volwassenen klachtenvrij ook zonder behandeling (NHG M57:59%placebo vs62%fusidinezuur, niet-significant; bij kinderen circa79%). - Lokaal antibioticum (chlooramfenicol) alleen bij risicogroepen voor complicaties, bij klachten > 2 weken of bij specifieke verwekker.
- Alarmsymptomen (pijn, visusverandering, fotofobie, misselijkheid/braken) → denk aan keratitis, uveïtis, scleritis, acuut glaucoom → verwijs.
- Spoedverwijzing dezelfde dag: pasgeborene
< 10 dagen, (vermoeden) gonokok, herpes zoster ophthalmicus, alarmsymptomen niet verklaard door conjunctivitis. - Bij allergische rinoconjunctivitis: eerst corticosteroïdneusspray — oogklachten nemen daardoor vaak al af.
- Contactlenzen uit bij elke vorm van conjunctivitis; verhoogd risico op
Pseudomonas-keratitis. - Therapeutisch doel:
- klachtenvrij binnen
1–2 wekenbij banale conjunctivitis,
voorkomen visusbedreigende complicaties (keratitis, corneaperforatie, uveïtis),
vermijden onnodig lokaal antibioticum en daarmee resistentie en oogirritatie. - bij specifieke verwekker (chlamydia, gonokok, HSV, VZV):
eradicatie van de verwekker, voorkomen cornea-aantasting en blijvend visusverlies,
bij soa tevens onderbreken transmissieketen. - bij allergische conjunctivitis: jeuk en irritatie reduceren tot acceptabel niveau,
behoud van dagelijks functioneren, voorkomen chronisch corticosteroïdgebruik in het oog.
- klachtenvrij binnen
Klinisch beeld

Anatomische plaatsbepaling
- Conjunctivale roodheid = oppervlakkig, diffuus, verschuifbaar over de sclera (met wattenstaafje testen). Past bij conjunctivitis.
- Sclerale/ciliaire roodheid = diep, niet-verschuifbaar, vaak ringvormig rond de cornea. Wijst op keratitis, uveïtis, scleritis.
Subvormen
| Vorm | Klassiek beeld | Beleid in 1 lijn |
|---|---|---|
| Banale infectie | mucopurulente afscheiding, dichtgeplakte oogleden 's ochtends, geringe jeuk | afwachten, geen AB |
| Chlamydia | sleepend mucopurulent beloop, follikels op tarsale conjunctiva | systemisch AB conform soa |
| Gonokok | hyperacuut, heftige pus en roodheid, snel oedeem | spoed naar oogarts |
| HSV | blefaroconjunctivitis met vesikels op ooglidrand, geen fluo-aankleuring cornea | aciclovir oogzalf |
| VZV | conjunctivitis bij gordelroos in N. ophthalmicus-gebied | systemisch antiviraal + dezelfde dag oogarts |
| Allergisch (IgE) | jeuk, branderigheid, chemose, bilateraal, vaak met rinitis | antihistaminicum-druppels / nasaal steroïd |
| Contactallergie (type IV) | peri-orbitaal eczeem, jeuk, recent nieuw cosmeticum/oogdruppel | allergeen vermijden |
| Mechanisch | aanwijsbare prikkel (stof, wind, wrijven), lenzen | prikkel weghalen |

Verwekkers
- Banaal: in de eerste lijn
± 2/3viraal (vele virussen),± 1/3bacterieel. Belangrijkste bacteriën:S. pneumoniae,S. aureus,H. influenzae(bij kinderen ookM. catarrhalis). - Specifiek bacterieel:
Chlamydia trachomatis,Neisseria gonorrhoeae— denk hieraan bij soa-anamnese of bij pasgeborene< 10 dagenna partus. - Specifiek viraal: HSV (type 1 vaakst), VZV (in kader van gordelroos),
molluscum contagiosumop het ooglid. - Incidentie: ca.
17/1000 patiëntjareninfectieuze conjunctivitis; bij kinderen≤ 11 jaarca.1/4daarvan.
Diagnostiek
Anamnese
- duur, beloop (acuut/sleepend), uni- of bilateraal
- aard van de afscheiding (waterig, mucopurulent, purulent)
- jeuk vs. branderigheid (jeuk → allergie)
- recent contact met rood oog, recente BLWI
- soarisico (anogenitale klachten, partner met soa)
- contactlensgebruik en lensonderhoud (cave
Pseudomonas) - geneesmiddelen, oogdruppels, cosmetica (contactallergie)
- atopie, hooikoorts, eczeem, astma
- eerdere episodes, herpes zoster in gelaat
- oogheelkundige voorgeschiedenis, recente oogoperatie of laserbehandeling
- immuuncompromis (ziekte of medicatie)
Alarmsymptomen — altijd uitvragen
Onderscheid pijn van jeuk (allergie) en het zandkorrelgevoel/corpus-alienumgevoel (cornea-aandoening, corpus alienum).
Lichamelijk onderzoek

- oogleden: roodheid, zwelling, papels, vesikels (HSV/VZV), entropion/ectropion/trichiase
- conjunctiva (oppervlakkig): lokalisatie roodheid (diffuus/segmentaal), afscheiding, evt. follikels op tarsus (chlamydia, adenovirus)
- (epi)sclera (diep): ciliaire roodheid → keratitis/uveïtis
- cornea: glanzend of dof? troebelingen? lichtreflex vervormd? → fluoresceïnekleuring bij twijfel of bij alarmsymptomen
- pupillen: vorm, grootte, links-rechtsverschil, directe en consensuele lichtreactie (toename pijn/fotofobie bij indirecte reactie = uveïtis)
- gelaatshuid: vesikels passend bij gordelroos
- bij corpus-alienumgevoel of rood oog z.o.o.: bovenste ooglid omklappen — corpus alienum zit vaak hieronder

Aanvullend onderzoek
- Soa-diagnostiek bij vermoeden Chlamydia/gonorroe: NAAT/PCR + kweek met resistentiebepaling uit conjunctivaalzak; materiaal binnen
6 uurnaar laboratorium. - Banale kweek: in principe niet zinvol (spontaan beloop).
- Allergiediagnostiek: zelden zinvol — alleen als één specifiek allergeen vermoed wordt én eliminatie/desensibilisatie wordt overwogen.
- Schirmertest, break-up time, oogdruk, fundoscopie: geen plaats bij conjunctivitis in de eerste lijn.
Behandeling
Algemene voorlichting (alle vormen)
- Leg uit dat een gewone conjunctivitis bij gezonde mensen
< 1–2 wekenvanzelf geneest. - Afscheiding regelmatig verwijderen met wattenstaafje en (gekookt of leiding-) water of
NaCl 0,9%. - Hygiëne om verspreiding te voorkomen: frequent handen wassen, niet in ogen wrijven, eigen handdoek, geen oogmake-up, contactlenzen uit.
- Zonnebril bij veel licht (vermindert oogknijpen).
- Bij alarmsymptomen of toename klachten direct contact opnemen.
Infectieuze conjunctivitis — banale verwekker
Bij gezonde patiënt (géén risicogroep)
Stap 1 — afwachten
- Geen lokaal antibioticum: geneest doorgaans spontaan binnen
1–2 weken. - Evt. kunsttranen of indifferente ooggel ter verlichting (druppels/gel boven zalf — zalf geeft wazig zicht).
- Instructie: terugkomen bij alarmsymptomen of als klachten na
1 weekniet duidelijk afnemen.
Stap 2 — controle bij persisteren
- Na
1 weekzonder verbetering: controleer cornea (fluoresceïne) om keratitis/ulcus, HSV of allergie uit te sluiten. - Na
2 wekenzonder verbetering bij typisch beeld: in overleg met patiënt kiezen tussen:- verder afwachten,
- empirisch starten met chlooramfenicol,
- soa-test (afhankelijk van anamnese),
- overleg oogarts.
Bij risicogroep voor complicaties
Risicogroep = recente oogoperatie, chronisch infectieuze oogziekte, immuungecompromitteerd.
- Chlooramfenicol oogdruppels
0,5%,1–2 druppels elke 2–3 uur, óf - Chlooramfenicol oogzalf
1%,2–4 dd 1 cmzalfstreng in onderste oogtraan. - Doorgaan tot
2 dagen na verdwijnenvan de symptomen; maximaal14 dagen. - Bij contra-indicatie chlooramfenicol (stoornis in hematopoëse of familiaire beenmergdepressie) of allergie benzalkoniumchloride: fusidinezuur-ooggel
1%,1 druppel elke 4 uur, ook tot2 dagen nasymptomen.
H. influenzae) en minder snel resistentie geeft. Fusidinezuur wordt in NL nog te vaak voorgeschreven (± 1/3 van de scripts).< 2 jaar: oogdruppels bevatten boorzuur (mogelijk effect op vruchtbaarheid) — wees terughoudend, kies oogzalf (geen boorzuur).Controle: terug bij alarmsymptomen, bij geen verbetering na 72 uur of bij niet-verdwijnen na 1 week.
# Banale conjunctivitis bij risicogroep (volwassene)
R/ chlooramfenicol oogdruppels 5 mg/ml (FNA), flacon 10 ml
Da/ 1 flacon, bewaar in koelkast
S/ 1-2 druppels in aangedaan oog elke 2-3 uur, tot 2 dagen na klachtenvrij. Max 14 dagen.
#! contactlenzen uit; hygiëne; controle bij geen verbetering 72 uur
Verwijzen naar oogarts
- bij alarmsymptomen die niet verklaard worden door conjunctivitis;
- bij conjunctivitis zonder AB > 3 weken persisterend;
- bij conjunctivitis met AB na 1 week niet (vrijwel) genezen.
Infectieuze conjunctivitis — Chlamydia trachomatis
- Vrijwel altijd in combinatie met genitale infectie → systemisch behandelen.
- Behandeling conform NHG-Standaard Het soa-consult: bv. azitromycine
1 geenmalig oraal, of doxycycline2 dd 100 mg,7 dagen. - Geen lokaal antibioticum nodig naast systemische behandeling.
- Ooglidranden schoonmaken met lauw water en een beetje babyshampoo.
- Aandacht voor partnerwaarschuwing en testbeleid andere soa's.
- Controlekweek alleen als symptomen na de kuur niet verdwenen zijn.
- Verwijs naar oogarts bij cornea-aantasting.
Infectieuze conjunctivitis — gonokok (vermoeden)
N. gonorrhoeae kan het intacte corneaepitheel penetreren — perforatie binnen uren mogelijk.- Bij sterk klinisch vermoeden (zeer heftige pus, hyperacuut beloop, soa-anamnese): na materiaalafname direct starten met ceftriaxon
500 mgi.m. eenmalig (conform soa-consult). - Ooglidhygiëne ieder uur.
- Aanvullende lokale therapie alleen in overleg met oogarts + arts-microbioloog/infectioloog.
Infectieuze conjunctivitis — HSV
- Beeld: blefaroconjunctivitis met vesikels op ooglidrand, geen fluo-aankleuring van de cornea (cornea-aankleuring = keratitis dendritica → andere behandeling).
- Aciclovir oogzalf
3%,5 dd 1 cmin onderste conjunctivaalzak; ook in vesikels op ooglidrand inmasseren. - Doorgaan tot
3 dagen naverdwijnen afwijkingen, maximaal2 weken(toxisch voor cornea-epitheel). - Controle om de
3 dagen: alarmsymptomen + cornea na fluo-kleuring. - Verwijs bij ontstaan keratitis ondanks therapie.
# HSV-blefaroconjunctivitis (eerste manifestatie of recidief)
R/ aciclovir oogzalf 3%
Da/ 1 tube 4,5 g
S/ 5 dd 1 cm in onderste conjunctivaalzak, tot 3 dagen na verdwijnen klachten (max 14 dagen)
#! ook inmasseren in vesikels op ooglidrand
# controle om de 3 dagen met fluoresceïne
Infectieuze conjunctivitis — VZV (herpes zoster ophthalmicus)
50–70% kans op een oogontsteking. Verwijs dezelfde dag naar de oogarts.- Direct starten met oraal nucleoside-analogon (aciclovir / valaciclovir / famciclovir) — zie NHG-Behandelrichtlijn Gordelroos.
- Oogontsteking kan optreden of recidiveren tot
> 1 jaarná staken antivirale therapie.
Conjunctivitis door molluscum contagiosum
- Verwijder de wrat op het ooglid (curettage).
- Bij molluscae elders: hygiënische maatregelen tegen handcontact-transmissie.
Allergische conjunctivitis (IgE-gemedieerd)

Niet-medicamenteus
- Identificeer en vermijd het allergeen (huisstofmijt, dier, pollen).
- Niet in de ogen wrijven; koud, schoon washandje verlicht.
- Contactlenzen uit zolang ogen geïrriteerd.
- Pollenseizoen: hooikoortsweerbericht, (zonne)bril, ramen dicht, wasgoed binnen.
Bij rinoconjunctivitis: nasaal corticosteroïd eerst
- Begin met een corticosteroïdneusspray (bv. fluticason of mometason) — zie Allergische rinitis.
- Oogklachten nemen hierdoor vaak al voldoende af.
Bij alleen oogklachten
Stap 1 — antihistaminicum-oogdruppels
Effectief en veilig; geen voorkeursmiddel binnen de klasse, kies op prijs en gebruiksgemak (2 dd versus zo nodig 4 dd).
- azelastine
0,5 mg/ml,2–4 dd 1 druppel - emedastine
2 dd 1 druppel - ketotifen
0,25 mg/ml,2 dd 1 druppel - levocabastine
2–4 dd 1 druppel - olopatadine
1 mg/ml,2 dd 1 druppel
Bij overgevoeligheid voor conserveermiddel (benzalkonium): kies conserveermiddelvrije verpakking (unit dose).
Stap 2 — ander antihistaminicum of cromoon
Bij onvoldoende effect: probeer ander antihistaminicum óf cromoglicinezuur 20 mg/ml, 2–6 dd 1 druppel (werkt pas na 1–3 weken — preventief gebruik).
Stap 3 — prednisolon-oogdruppels kortdurend
Bij hevige klachten: prednisolon-oogdruppels 0,5%, 3–4 dd 1 druppel, maximaal 3 dagen.
- Schrijf
3 verpakkingen voor eenmalig gebruik(Minim) voor — voorkomt langduriger gebruik. - Controleer fluoresceïnekleuring vóór én na — risico op maskeren HSV-keratitis.
- Bij geen effect na
3 dagen: verwijs (chronische vormen uitsluiten).
Stap 4 — onderhoud bij frequente recidieven
- antihistaminicum-oogdruppel als onderhoud,
- en/of niet-sederend oraal antihistaminicum: cetirizine, loratadine, desloratadine, fexofenadine, levocetirizine.
Bij hevige ooglidzwelling/jeuk/eczeem
- Hydrocortisoncrème
1%,2 dd, dun aanbrengen, maximaal3 dagen(offlabel — risico op corticosteroïd-glaucoom en huidatrofie bij langer gebruik).
/**
* Allergische conjunctivitis met hevige oogklachten en lichte ooglidzwelling.
* Patiënt al op nasaal corticosteroïd voor rinitis.
*/
R/ olopatadine oogdruppels 1 mg/ml
Da/ 1 flacon 5 ml
S/ 2 dd 1 druppel in beide ogen
#! bij forse zwelling oogleden, kortdurend:
R/ hydrocortisoncrème 1%
Da/ tube 15 g
S/ 2 dd dun op ooglid, max 3 dagen
Conjunctivitis door contactallergie (type IV)
- Vermijd het allergeen (cosmetica, oogdruppels, lensvloeistof, metalen, parfum). Behandeling werkt alleen als het contact stopt.
- Lokale antihistaminica/cromonen zijn niet effectief bij type-IV-reactie.
- Bij hevige klachten: prednisolon-oogdruppels
0,5%,3–4 dd 1 druppel, maximaal3 dagen(zelfde voorzorg fluoresceïnekleuring). - Bij forse ooglidzwelling/eczeem: hydrocortisoncrème
1%2 dd, max3 dagen. - Geen decongestiva (sympathicomimetica) — rebound, systemische bijwerkingen, maskeren contactallergie.
- Bij onduidelijk allergeen: verwijs naar huidarts voor plakproeven.
Conjunctivitis door mechanische irritatie
- Verwijder de prikkel (stof, lens, wind).
- Lenzen laten controleren op krassen/aanslag door contactlensspecialist.
- Bij zachte lenzen: vaker vervangen (poreuze structuur = infectiehaard).
Verwijscriteria
Spoed (direct of dezelfde dag)
| Situatie | Naar | Waarom |
|---|---|---|
Pasgeborene < 10 dgn met conjunctivitis | oogarts, dezelfde dag | gonokok/chlamydia, snel keratitis |
| Vermoeden gonokokkenconjunctivitis | oogarts, dezelfde dag | corneaperforatie binnen uren |
| Herpes zoster in gelaat (HZO) | oogarts, dezelfde dag | 50–70% oogontsteking |
| Alarmsymptomen niet verklaard door conjunctivitis | oogarts, direct | keratitis, uveïtis, scleritis, acuut glaucoom |
| Etsing door zuur/loog/kalk/chloor | oogarts, direct na ≥ 10 min spoelen | blijvende cornea-schade |
Reguliere verwijzing
- conjunctivitis zonder AB > 3 weken persisterend
- conjunctivitis met AB na
1 weekniet (vrijwel) genezen - hardnekkige allergische conjunctivitis ondanks step-up (uitsluiten atopische keratoconjunctivitis, vernalis, giant papillary)
- (vermoeden van) overgevoeligheid voor contactlensvloeistof

Praktische valkuilen
- Op klinisch beeld is bacterieel vs. viraal niet te onderscheiden.
- Genezing wordt nauwelijks bespoedigd (na
1 weekis± 75%klachtenvrij zonder AB). - Onnodig gebruik geeft resistentie, oogirritatie en soms (ernstige) allergische reacties.
- Maakt patiënt en huisarts beiden afhankelijk van een ritueel zonder klinisch voordeel.
> 40 dagen gebruik). Verder is chlooramfenicol klinisch breder.Lokaal anesthetiseren niet nodig. Met een vochtig wattenstaafje de conjunctiva voorzichtig over de sclera schuiven:
- verschuifbare roodheid → conjunctivaal → conjunctivitis, subconjunctivale bloeding
- niet-verschuifbare roodheid → (epi)scleraal → episcleritis, scleritis, of ciliaire roodheid bij keratitis/uveïtis
Pseudomonas aeruginosa) duidelijk verhoogd. Lenzen direct uit, fluoresceïnekleuring, laagdrempelig contact en bij cornea-aantasting verwijzen.- HSV-blefaroconjunctivitis: vesikels op ooglidrand, conjunctivale roodheid, irritatie — cornea kleurt NIET aan met fluoresceïne. Huisarts behandelt met aciclovir oogzalf.
- Keratitis dendritica: typisch boom-/varenpatroon op cornea bij fluoresceïnekleuring. Huisarts mag dit sinds NHG v2.2 zelf behandelen, maar bij stromale aantasting (
± 20%) verwijzen.
Bron
- NHG-Standaard Rood oog en oogtrauma (M57), versie 2.3, februari 2026. Bolsius EJM, De Jongh E, Larsen-Bakker IM, Rietveld RP, Tellegen E, Van der Weele GM, Wouda PJ. Via richtlijnen.nhg.org.
- Farmacotherapeutisch Kompas — Conjunctivitis. Indicatietekst en behandelplan. Via farmacotherapeutischkompas.nl.
- NHG-Standaard Het soa-consult, 2013 (aanpassing januari 2025). Via richtlijnen.nhg.org.
- NVDV/NVMM Multidisciplinaire richtlijn Seksueel overdraagbare aandoeningen, 2024. Via richtlijnendatabase.nl.
- NHG-Behandelrichtlijn Gordelroos, 2019 (aanpassing december 2020). Via richtlijnen.nhg.org.
- Klinische afbeeldingen: Oogcentra Stichting Topklinische Ziekenhuizen (STZ) / oogartsen.nl — Conjunctivitis (ontsteking/infectie bindvlies). Gebruikt met bronvermelding.
Migraine
Samenvatting van de NHG-Standaard Hoofdpijn (M19): diagnostiek, aanvalsbehandeling met stappenplan, preventieve behandeling en differentiaaldiagnose met spanningshoofdpijn, MOH en clusterhoofdpijn.
Beroerte — acute fase
Herkenning en acuut beleid bij een vermoeden van een beroerte (TIA, herseninfarct, intracerebrale bloeding): FAST-test, ABCDE en het bepalen van de verwijsurgentie (U1/U2/U3) volgens NHG-Standaard Beroerte (M103).