FarmaKaj Logo
Farmaco

Conjunctivitis

Diagnostiek, medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling van conjunctivitis (NHG M57 v2.3, feb 2026 + Farmacotherapeutisch Kompas).
Samenvatting van NHG-Standaard Rood oog en oogtrauma (M57, v2.3, februari 2026) en het Farmacotherapeutisch Kompas. Gebruik lokaal protocol en klinisch oordeel bij alarmsymptomen, atypisch beloop of diagnostische twijfel.

Kernpunten

  • Conjunctivitis = ontsteking van het bindvlies. Oorzaak: infectieus (viraal, bacterieel), allergisch (IgE) of mechanisch.
  • Onderscheid bacterieel vs. viraal lukt op anamnese en LO niet betrouwbaar — en beïnvloedt het beleid niet (NHG v2.2/v2.3).
  • Bij gezonde patiënt: afwachten, geen antibioticum. Na 1 week is circa 60% van de volwassenen klachtenvrij ook zonder behandeling (NHG M57: 59% placebo vs 62% fusidinezuur, niet-significant; bij kinderen circa 79%).
  • Lokaal antibioticum (chlooramfenicol) alleen bij risicogroepen voor complicaties, bij klachten > 2 weken of bij specifieke verwekker.
  • Alarmsymptomen (pijn, visusverandering, fotofobie, misselijkheid/braken) → denk aan keratitis, uveïtis, scleritis, acuut glaucoom → verwijs.
  • Spoedverwijzing dezelfde dag: pasgeborene < 10 dagen, (vermoeden) gonokok, herpes zoster ophthalmicus, alarmsymptomen niet verklaard door conjunctivitis.
  • Bij allergische rinoconjunctivitis: eerst corticosteroïdneusspray — oogklachten nemen daardoor vaak al af.
  • Contactlenzen uit bij elke vorm van conjunctivitis; verhoogd risico op Pseudomonas-keratitis.
  • Therapeutisch doel:
    • klachtenvrij binnen 1–2 weken bij banale conjunctivitis,
      voorkomen visusbedreigende complicaties (keratitis, corneaperforatie, uveïtis),
      vermijden onnodig lokaal antibioticum en daarmee resistentie en oogirritatie.
    • bij specifieke verwekker (chlamydia, gonokok, HSV, VZV):
      eradicatie van de verwekker, voorkomen cornea-aantasting en blijvend visusverlies,
      bij soa tevens onderbreken transmissieketen.
    • bij allergische conjunctivitis: jeuk en irritatie reduceren tot acceptabel niveau,
      behoud van dagelijks functioneren, voorkomen chronisch corticosteroïdgebruik in het oog.

Klinisch beeld

Anatomische plaatsbepaling

  • Conjunctivale roodheid = oppervlakkig, diffuus, verschuifbaar over de sclera (met wattenstaafje testen). Past bij conjunctivitis.
  • Sclerale/ciliaire roodheid = diep, niet-verschuifbaar, vaak ringvormig rond de cornea. Wijst op keratitis, uveïtis, scleritis.

Subvormen

VormKlassiek beeldBeleid in 1 lijn
Banale infectiemucopurulente afscheiding, dichtgeplakte oogleden 's ochtends, geringe jeukafwachten, geen AB
Chlamydiasleepend mucopurulent beloop, follikels op tarsale conjunctivasystemisch AB conform soa
Gonokokhyperacuut, heftige pus en roodheid, snel oedeemspoed naar oogarts
HSVblefaroconjunctivitis met vesikels op ooglidrand, geen fluo-aankleuring corneaaciclovir oogzalf
VZVconjunctivitis bij gordelroos in N. ophthalmicus-gebiedsystemisch antiviraal + dezelfde dag oogarts
Allergisch (IgE)jeuk, branderigheid, chemose, bilateraal, vaak met rinitisantihistaminicum-druppels / nasaal steroïd
Contactallergie (type IV)peri-orbitaal eczeem, jeuk, recent nieuw cosmeticum/oogdruppelallergeen vermijden
Mechanischaanwijsbare prikkel (stof, wind, wrijven), lenzenprikkel weghalen

Verwekkers

  • Banaal: in de eerste lijn ± 2/3 viraal (vele virussen), ± 1/3 bacterieel. Belangrijkste bacteriën: S. pneumoniae, S. aureus, H. influenzae (bij kinderen ook M. catarrhalis).
  • Specifiek bacterieel: Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae — denk hieraan bij soa-anamnese of bij pasgeborene < 10 dagen na partus.
  • Specifiek viraal: HSV (type 1 vaakst), VZV (in kader van gordelroos), molluscum contagiosum op het ooglid.
  • Incidentie: ca. 17/1000 patiëntjaren infectieuze conjunctivitis; bij kinderen ≤ 11 jaar ca. 1/4 daarvan.

Diagnostiek

Anamnese

  • duur, beloop (acuut/sleepend), uni- of bilateraal
  • aard van de afscheiding (waterig, mucopurulent, purulent)
  • jeuk vs. branderigheid (jeuk → allergie)
  • recent contact met rood oog, recente BLWI
  • soarisico (anogenitale klachten, partner met soa)
  • contactlensgebruik en lensonderhoud (cave Pseudomonas)
  • geneesmiddelen, oogdruppels, cosmetica (contactallergie)
  • atopie, hooikoorts, eczeem, astma
  • eerdere episodes, herpes zoster in gelaat
  • oogheelkundige voorgeschiedenis, recente oogoperatie of laserbehandeling
  • immuuncompromis (ziekte of medicatie)

Alarmsymptomen — altijd uitvragen

Pijn, visusverandering, fotofobie, misselijkheid/braken wijzen op visusbedreigende aandoeningen (keratitis, uveïtis, scleritis, acuut glaucoom). Verwijs dezelfde dag als deze niet verklaard kunnen worden door de conjunctivitis.

Onderscheid pijn van jeuk (allergie) en het zandkorrelgevoel/corpus-alienumgevoel (cornea-aandoening, corpus alienum).

Lichamelijk onderzoek

  • oogleden: roodheid, zwelling, papels, vesikels (HSV/VZV), entropion/ectropion/trichiase
  • conjunctiva (oppervlakkig): lokalisatie roodheid (diffuus/segmentaal), afscheiding, evt. follikels op tarsus (chlamydia, adenovirus)
  • (epi)sclera (diep): ciliaire roodheid → keratitis/uveïtis
  • cornea: glanzend of dof? troebelingen? lichtreflex vervormd? → fluoresceïnekleuring bij twijfel of bij alarmsymptomen
  • pupillen: vorm, grootte, links-rechtsverschil, directe en consensuele lichtreactie (toename pijn/fotofobie bij indirecte reactie = uveïtis)
  • gelaatshuid: vesikels passend bij gordelroos
  • bij corpus-alienumgevoel of rood oog z.o.o.: bovenste ooglid omklappen — corpus alienum zit vaak hieronder

Aanvullend onderzoek

  • Soa-diagnostiek bij vermoeden Chlamydia/gonorroe: NAAT/PCR + kweek met resistentiebepaling uit conjunctivaalzak; materiaal binnen 6 uur naar laboratorium.
  • Banale kweek: in principe niet zinvol (spontaan beloop).
  • Allergiediagnostiek: zelden zinvol — alleen als één specifiek allergeen vermoed wordt én eliminatie/desensibilisatie wordt overwogen.
  • Schirmertest, break-up time, oogdruk, fundoscopie: geen plaats bij conjunctivitis in de eerste lijn.

Behandeling

Algemene voorlichting (alle vormen)

Niet-medicamenteus altijd combineren met evt. medicamenteus beleid.
  • Leg uit dat een gewone conjunctivitis bij gezonde mensen < 1–2 weken vanzelf geneest.
  • Afscheiding regelmatig verwijderen met wattenstaafje en (gekookt of leiding-) water of NaCl 0,9%.
  • Hygiëne om verspreiding te voorkomen: frequent handen wassen, niet in ogen wrijven, eigen handdoek, geen oogmake-up, contactlenzen uit.
  • Zonnebril bij veel licht (vermindert oogknijpen).
  • Bij alarmsymptomen of toename klachten direct contact opnemen.

Infectieuze conjunctivitis — banale verwekker

Bij gezonde patiënt (géén risicogroep)

Stap 1 — afwachten

  • Geen lokaal antibioticum: geneest doorgaans spontaan binnen 1–2 weken.
  • Evt. kunsttranen of indifferente ooggel ter verlichting (druppels/gel boven zalf — zalf geeft wazig zicht).
  • Instructie: terugkomen bij alarmsymptomen of als klachten na 1 week niet duidelijk afnemen.

Stap 2 — controle bij persisteren

  • Na 1 week zonder verbetering: controleer cornea (fluoresceïne) om keratitis/ulcus, HSV of allergie uit te sluiten.
  • Na 2 weken zonder verbetering bij typisch beeld: in overleg met patiënt kiezen tussen:
    • verder afwachten,
    • empirisch starten met chlooramfenicol,
    • soa-test (afhankelijk van anamnese),
    • overleg oogarts.

Bij risicogroep voor complicaties

Risicogroep = recente oogoperatie, chronisch infectieuze oogziekte, immuungecompromitteerd.

  • Chlooramfenicol oogdruppels 0,5%, 1–2 druppels elke 2–3 uur, óf
  • Chlooramfenicol oogzalf 1%, 2–4 dd 1 cm zalfstreng in onderste oogtraan.
  • Doorgaan tot 2 dagen na verdwijnen van de symptomen; maximaal 14 dagen.
  • Bij contra-indicatie chlooramfenicol (stoornis in hematopoëse of familiaire beenmergdepressie) of allergie benzalkonium­chloride: fusidinezuur-ooggel 1%, 1 druppel elke 4 uur, ook tot 2 dagen na symptomen.
Chlooramfenicol > fusidinezuur omdat chlooramfenicol een breder spectrum heeft (incl. H. influenzae) en minder snel resistentie geeft. Fusidinezuur wordt in NL nog te vaak voorgeschreven (± 1/3 van de scripts).
Chlooramfenicol bij kinderen < 2 jaar: oogdruppels bevatten boorzuur (mogelijk effect op vruchtbaarheid) — wees terughoudend, kies oogzalf (geen boorzuur).

Controle: terug bij alarmsymptomen, bij geen verbetering na 72 uur of bij niet-verdwijnen na 1 week.

# Banale conjunctivitis bij risicogroep (volwassene)
R/ chlooramfenicol oogdruppels 5 mg/ml (FNA), flacon 10 ml
Da/ 1 flacon, bewaar in koelkast
S/ 1-2 druppels in aangedaan oog elke 2-3 uur, tot 2 dagen na klachtenvrij. Max 14 dagen.

#! contactlenzen uit; hygiëne; controle bij geen verbetering 72 uur

Verwijzen naar oogarts

  • bij alarmsymptomen die niet verklaard worden door conjunctivitis;
  • bij conjunctivitis zonder AB > 3 weken persisterend;
  • bij conjunctivitis met AB na 1 week niet (vrijwel) genezen.

Infectieuze conjunctivitis — Chlamydia trachomatis

  • Vrijwel altijd in combinatie met genitale infectie → systemisch behandelen.
  • Behandeling conform NHG-Standaard Het soa-consult: bv. azitromycine 1 g eenmalig oraal, of doxycycline 2 dd 100 mg, 7 dagen.
  • Geen lokaal antibioticum nodig naast systemische behandeling.
  • Ooglidranden schoonmaken met lauw water en een beetje babyshampoo.
  • Aandacht voor partnerwaarschuwing en testbeleid andere soa's.
  • Controlekweek alleen als symptomen na de kuur niet verdwenen zijn.
  • Verwijs naar oogarts bij cornea-aantasting.

Infectieuze conjunctivitis — gonokok (vermoeden)

Verwijs met spoed (dezelfde dag) naar de oogarts voor diagnostiek, behandeling en uitsluiten van gonokokken-keratitis. N. gonorrhoeae kan het intacte corneaepitheel penetreren — perforatie binnen uren mogelijk.
  • Bij sterk klinisch vermoeden (zeer heftige pus, hyperacuut beloop, soa-anamnese): na materiaalafname direct starten met ceftriaxon 500 mg i.m. eenmalig (conform soa-consult).
  • Ooglidhygiëne ieder uur.
  • Aanvullende lokale therapie alleen in overleg met oogarts + arts-microbioloog/infectioloog.

Infectieuze conjunctivitis — HSV

  • Beeld: blefaroconjunctivitis met vesikels op ooglidrand, geen fluo-aankleuring van de cornea (cornea-aankleuring = keratitis dendritica → andere behandeling).
  • Aciclovir oogzalf 3%, 5 dd 1 cm in onderste conjunctivaalzak; ook in vesikels op ooglidrand inmasseren.
  • Doorgaan tot 3 dagen na verdwijnen afwijkingen, maximaal 2 weken (toxisch voor cornea-epitheel).
  • Controle om de 3 dagen: alarmsymptomen + cornea na fluo-kleuring.
  • Verwijs bij ontstaan keratitis ondanks therapie.
# HSV-blefaroconjunctivitis (eerste manifestatie of recidief)
R/ aciclovir oogzalf 3%
Da/ 1 tube 4,5 g
S/ 5 dd 1 cm in onderste conjunctivaalzak, tot 3 dagen na verdwijnen klachten (max 14 dagen)

#! ook inmasseren in vesikels op ooglidrand
# controle om de 3 dagen met fluoresceïne

Infectieuze conjunctivitis — VZV (herpes zoster ophthalmicus)

Bij gordelroos in N. ophthalmicus-gebied (voorhoofd, rond oog) is er 50–70% kans op een oogontsteking. Verwijs dezelfde dag naar de oogarts.
  • Direct starten met oraal nucleoside-analogon (aciclovir / valaciclovir / famciclovir) — zie NHG-Behandelrichtlijn Gordelroos.
  • Oogontsteking kan optreden of recidiveren tot > 1 jaar ná staken antivirale therapie.

Conjunctivitis door molluscum contagiosum

  • Verwijder de wrat op het ooglid (curettage).
  • Bij molluscae elders: hygiënische maatregelen tegen handcontact-transmissie.

Allergische conjunctivitis (IgE-gemedieerd)

Niet-medicamenteus

  • Identificeer en vermijd het allergeen (huisstofmijt, dier, pollen).
  • Niet in de ogen wrijven; koud, schoon washandje verlicht.
  • Contactlenzen uit zolang ogen geïrriteerd.
  • Pollenseizoen: hooikoortsweerbericht, (zonne)bril, ramen dicht, wasgoed binnen.

Bij rinoconjunctivitis: nasaal corticosteroïd eerst

  • Begin met een corticosteroïdneusspray (bv. fluticason of mometason) — zie Allergische rinitis.
  • Oogklachten nemen hierdoor vaak al voldoende af.

Bij alleen oogklachten

Stap 1 — antihistaminicum-oogdruppels

Effectief en veilig; geen voorkeursmiddel binnen de klasse, kies op prijs en gebruiksgemak (2 dd versus zo nodig 4 dd).

  • azelastine 0,5 mg/ml, 2–4 dd 1 druppel
  • emedastine 2 dd 1 druppel
  • ketotifen 0,25 mg/ml, 2 dd 1 druppel
  • levocabastine 2–4 dd 1 druppel
  • olopatadine 1 mg/ml, 2 dd 1 druppel

Bij overgevoeligheid voor conserveermiddel (benzalkonium): kies conserveermiddelvrije verpakking (unit dose).

Stap 2 — ander antihistaminicum of cromoon

Bij onvoldoende effect: probeer ander antihistaminicum óf cromoglicinezuur 20 mg/ml, 2–6 dd 1 druppel (werkt pas na 1–3 weken — preventief gebruik).

Stap 3 — prednisolon-oogdruppels kortdurend

Bij hevige klachten: prednisolon-oogdruppels 0,5%, 3–4 dd 1 druppel, maximaal 3 dagen.

  • Schrijf 3 verpakkingen voor eenmalig gebruik (Minim) voor — voorkomt langduriger gebruik.
  • Controleer fluoresceïne­kleuring vóór én na — risico op maskeren HSV-keratitis.
  • Bij geen effect na 3 dagen: verwijs (chronische vormen uitsluiten).

Stap 4 — onderhoud bij frequente recidieven

  • antihistaminicum-oogdruppel als onderhoud,
  • en/of niet-sederend oraal antihistaminicum: cetirizine, loratadine, desloratadine, fexofenadine, levocetirizine.

Bij hevige ooglidzwelling/jeuk/eczeem

  • Hydrocortisoncrème 1%, 2 dd, dun aanbrengen, maximaal 3 dagen (offlabel — risico op corticosteroïd-glaucoom en huidatrofie bij langer gebruik).
/**
 * Allergische conjunctivitis met hevige oogklachten en lichte ooglidzwelling.
 * Patiënt al op nasaal corticosteroïd voor rinitis.
 */
R/ olopatadine oogdruppels 1 mg/ml
Da/ 1 flacon 5 ml
S/ 2 dd 1 druppel in beide ogen

#! bij forse zwelling oogleden, kortdurend:
R/ hydrocortisoncrème 1%
Da/ tube 15 g
S/ 2 dd dun op ooglid, max 3 dagen

Conjunctivitis door contactallergie (type IV)

  • Vermijd het allergeen (cosmetica, oogdruppels, lensvloeistof, metalen, parfum). Behandeling werkt alleen als het contact stopt.
  • Lokale antihistaminica/cromonen zijn niet effectief bij type-IV-reactie.
  • Bij hevige klachten: prednisolon-oogdruppels 0,5%, 3–4 dd 1 druppel, maximaal 3 dagen (zelfde voorzorg fluoresceïne­kleuring).
  • Bij forse ooglidzwelling/eczeem: hydrocortison­crème 1% 2 dd, max 3 dagen.
  • Geen decongestiva (sympathicomimetica) — rebound, systemische bijwerkingen, maskeren contactallergie.
  • Bij onduidelijk allergeen: verwijs naar huidarts voor plakproeven.

Conjunctivitis door mechanische irritatie

  • Verwijder de prikkel (stof, lens, wind).
  • Lenzen laten controleren op krassen/aanslag door contactlensspecialist.
  • Bij zachte lenzen: vaker vervangen (poreuze structuur = infectiehaard).

Verwijscriteria

Spoed (direct of dezelfde dag)

SituatieNaarWaarom
Pasgeborene < 10 dgn met conjunctivitisoogarts, dezelfde daggonokok/chlamydia, snel keratitis
Vermoeden gonokokkenconjunctivitisoogarts, dezelfde dagcorneaperforatie binnen uren
Herpes zoster in gelaat (HZO)oogarts, dezelfde dag50–70% oogontsteking
Alarmsymptomen niet verklaard door conjunctivitisoogarts, directkeratitis, uveïtis, scleritis, acuut glaucoom
Etsing door zuur/loog/kalk/chlooroogarts, direct na ≥ 10 min spoelenblijvende cornea-schade

Reguliere verwijzing

  • conjunctivitis zonder AB > 3 weken persisterend
  • conjunctivitis met AB na 1 week niet (vrijwel) genezen
  • hardnekkige allergische conjunctivitis ondanks step-up (uitsluiten atopische keratoconjunctivitis, vernalis, giant papillary)
  • (vermoeden van) overgevoeligheid voor contactlensvloeistof

Praktische valkuilen

Copyright © 2026 Kaj Kowalski