FarmaKaj Logo
Farmaco

Hypothyreoïdie

Samenvatting van de NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (M31): diagnostiek, behandeling met levothyroxine, subklinische hypothyreoïdie, zwangerschap en verwijscriteria.
Deze pagina is een medische samenvatting van de NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (M31, versie 3.0, maart 2025).
Gebruik lokaal protocol en klinisch oordeel bij spoed, afwijkend beloop of diagnostische twijfel.

Kernpunten

  • Diagnose hypothyreoïdie: TSH ↑ + fT4 ↓. Voor diagnose volstaat bepaling van TSH en fT4.
  • Gebruik altijd de (leeftijdsspecifieke) referentie-intervallen van het lokale laboratorium — er is geen absolute afkapwaarde.
  • Behandel subklinische hypothyreoïdie niet met (proef)behandeling levothyroxine.
    Herhaal TSH/fT4 alleen bij klachten passend bij hypothyreoïdie.
  • Ziekte van Hashimoto is oorzaak bij > 90% van de patiënten met manifeste hypothyreoïdie.
  • Startdosering levothyroxine:
    • 1,6 microg/kg/dag (max 150 microg start) zonder cardiale comorbiditeit;
    • 25 microg 1 dd bij cardiale comorbiditeit.
  • Evalueer instelling elke 6 weken met TSH + fT4 tot doel bereikt.
  • Bij zwangerschap(swens) en (subklinische) hypothyreoïdie: overleg internist-endocrinoloog — mogelijk wel behandelindicatie.
  • Spoedverwijzing bij vermoeden hypothyreotische crisis (verminderd bewustzijn, hypothermie, bradycardie, hypotensie).
  • Therapeutisch doel van substitutie met levothyroxine is dat de patiënt klachtenvrij is, danwel zo min mogelijk klachten ervaart, en dat het TSH genormaliseerd is.
    • Therapietrouw moet benadrukt worden; effect is pas na weken merkbaar en instelfase kan maanden duren.
    • Behoefte kan tot 75% van de aanvangsdosering afnemen met de leeftijd.

Klinisch beeld

Hypothyreoïdie ontstaat meestal geleidelijk. Klachten zijn aspecifiek — herkenning lastig.

Symptomen

  • moeheid, traagheid, kouwelijkheid
  • gewichtstoename ondanks normale eetlust
  • obstipatie
  • droge huid, droog haar, soms haaruitval
  • myxoedeem in gezicht (waterbindende glycosaminoglycanen — niet wegdrukbaar)
  • bij ernstige hypo: gegeneraliseerd myxoedeem

Oorzaken primaire hypothyreoïdie

  • Ziekte van Hashimoto (auto-immuun thyreoïditis): > 90%, vooral vrouwen, levenslange substitutie.
  • Stille/pijnloze lymfocytaire thyreoïditis: zelden; herstelt spontaan in 1-4 maanden.
  • Postpartumthyreoïditis: < 1 jaar na bevalling; herstelt vrijwel altijd binnen 6 maanden;
    bij 25-50% ontstaat alsnog permanente hypo.
  • Iatrogeen: (hemi)thyreoïdectomie, radioactief jodium, halsbestraling, amiodaron, lithium, jodiumhoudende contrastmiddelen, immuuntherapie, jodiumhoudende zelfzorg (zeewier, kelp, visolie, multivitamines met jodium).
Bij amiodaron kan de schildklier 6-9 maanden na staken nog beïnvloed worden (lange halfwaardetijd).
Lithium en andere jodiumhoudende medicatie: meestal 12 weken na staken hersteld.

Factoren die kans op functiestoornis vergroten

  • familieanamnese schildklierziekten
  • andere auto-immuunziekten (DM1, RA, pernicieuze anemie)
  • jodiumhoudende medicatie/supplementen
  • recente partus (< 1 jaar), postpartumthyreoïditis in voorgeschiedenis
  • behandeling hyperthyreoïdie (RAI/thyreoïdectomie)
  • radiotherapie hoofd-halsgebied
  • syndroom van Down

Hypothyreotische crisis

Levensbedreigend. Langdurige onbehandelde hypothyreoïdie + uitlokkende factor (infectie, beroerte, MI, GI-bloeding).

Symptomen: verminderd bewustzijn, hypothermie, hypoventilatie, hyponatriëmie, hypoglykemie, bradycardie, hypotensie, hartfalen.
Voorheen: myxoedeem coma.
Direct verwijzen.

Diagnostiek

Anamnese

Vraag bij vermoeden schildklierfunctiestoornis naar:

  • gewichtstoename of gewichtsverlies ondanks normale eetlust
  • kouwelijkheid versus warmte-intolerantie
  • obstipatie versus diarree
  • myxoedeem in gezicht
  • traagheid, vermoeidheid versus nervositeit, hartkloppingen, tremor
  • oftalmopathie

Plus de factoren die kans op functiestoornis vergroten.

Bij struma extra:

  • sinds wanneer zwelling, verandering grootte
  • heesheid, globusgevoel
  • familieanamnese en voorgeschiedenis schildklier

Lichamelijk onderzoek

Palpeer schildklier en cervicale lymfeklieren bij:

  • vermoeden schildklieraandoening
  • zichtbare/voelbare zwelling, knobbel of pijn in halsregio

Bij vermoeden hyperthyreoïdie: onderzoek hartritme (pols, auscultatie).

Aanvullend onderzoek

Laboratorium

Geen absolute afkapwaarde.
Volg referentie-interval van het laboratorium; dat verschilt per lab en is leeftijdsspecifiek.
  • TSH bepalen bij:
    • vermoeden schildklierfunctiestoornis
    • nieuwe diagnose hartfalen, atriumfibrilleren, houdings-/bewegingstremor
  • fT4 bepalen bij afwijkend TSH (vaak doet het lab dit al reflex).
  • Twijfel over persisterende afwijking: herhaal TSH na enkele weken.

Op indicatie:

  • CRP + leukocyten — bij vermoeden subacute thyreoïditis
  • TSH-R-antistoffen3 maanden na diagnose subklinische hyperthyreoïdie (bij controle)
  • Geen fT3 (geen toegevoegde waarde in eerste lijn)
  • Geen TPO-antistoffen standaard (uitslag beïnvloedt beleid niet)

Echografie

  • Echo schildklier bij palpabele afwijking zonder functiestoornis, of bij twijfel of palpabele afwijking inderdaad in de schildklier ligt.
  • Geen echografie bij hyperthyreoïdie.
  • Geen echografie met punctie in de eerste lijn.

Schildklierscintigrafie

Niet in de eerste lijn.

Evaluatie

Vermoeden functiestoornis → start bij TSH

Bepaal TSH. Bij afwijking → fT4.

Interpreteer combinatie volgens stroomdiagram

TSHfT4Diagnose
Hypothyreoïdie
normaalSubklinische hypothyreoïdie
TSH-producerend adenoom hypofyse (zelden)
normaalEuthyreoïdie (sluit functiestoornis nagenoeg uit)
normaalSubklinische hyperthyreoïdie
Hyperthyreoïdie
laag/normaalCentrale (secundaire) hypothyreoïdie — verwijzen

Bij hypothyreoïdie: differentieer oorzaak

  • recent bevallen (< 1 jaar) → postpartumthyreoïditis
  • schildklieroperatie, halsbestraling, medicatie → iatrogeen
  • overig → ziekte van Hashimoto of stille lymfocytaire thyreoïditis

Trend beoordelen

Bij meerdere bepalingen: let op de trend, ook als waarden nog binnen het referentie-interval liggen.

Verwacht laboratoriumuitslag niet bij klinisch beeld?
Denk aan meetfout (bv. supplementgebruik, biotine) en overleg met klinisch chemicus.

Behandeling

Voorlichting

  • Schildklier werkt te langzaam; behandeling = suppletie met schildklierhormoon.
  • Verwijs naar thuisarts.nl en SchildklierNL.
  • Adviseer vrouwen met (subklinische) hypothyreoïdie om direct na positieve zwangerschapstest contact op te nemen.
  • Adviseer geen zwangerschap na te streven tot patiënt goed is ingesteld.
  • Effect medicatie pas na enkele weken merkbaar; instelfase kan maanden duren.
  • Sommige patiënten houden restklachten ook bij goede instelling.
  • Overbehandeling = nadelig (vergelijkbaar met subklinische hyperthyreoïdie).

Medicamenteus — levothyroxine

Doel: klachtenvrij of zo min mogelijk klachten énTSH binnen referentie-interval. Dosering aanpassen op geleide van TSH + fT4.

Indicatie

  • Ziekte van Hashimoto → levenslang.
  • Overige iatrogene oorzaken → meestal levenslang.
  • Medicamenteuze oorzaak → overleg met voorschrijver over staken/omzetten;
    controleer TSH/fT4 elke 6 weken;
    start levothyroxine als medicatie niet aanpasbaar is of waarden niet normaliseren.
  • Stille/pijnloze lymfocytaire thyreoïditis en subacute thyreoïditis De Quervain → meestal geen behandeling nodig.

Startdosering en opbouw

Tabel h1 — startdosering en opbouw levothyroxine:

PatiëntStartdoseringVerhoging per 6 weken
Zonder cardiale comorbiditeit1,6 microg/kg/dag, max 150 microg start12,5-25 microg op geleide van klachten en TSH
Met cardiale comorbiditeit (anamnese)25 microg 1 dd12,5 microg op geleide van klachten en TSH
Zwangere stabiel ingestelddirect 25-30% verhogen zodra zwangerschap is aangetoondaanpassen op geleide TSH; einddosis 25-50% hoger dan vóór zwangerschap
Gemiddelde substitutiedosis: 1,6 microg/kg/dag.
Doorsnee onderhoudsdosis 100-125 microg 1 dd, soms tot 300 microg.
Bij oudere patiënt kan behoefte dalen tot 75% van aanvangsdosering.
Overweeg langzamer opbouwschema bij cardiale comorbiditeit.
voordeel: minder kans op cardiale klachten;
nadeel: langer voor doel bereikt.Bespreek met patiënt.

Receptvoorbeeld — start zonder cardiale comorbiditeit

/**
 * Ziekte van Hashimoto, manifest, geen cardiale comorbiditeit.
 * Gewicht 70 kg → startdosis ~112 microg, afgerond 100 microg.
 */
R/ levothyroxine tablet 100 microg
Da/ 90 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet, 's ochtends nuchter, 30 min vóór ontbijt

#! controle TSH + fT4 na 6 weken; verhogen met 12,5-25 microg op geleide
# inname scheiden (>= 2-4 uur) van calcium, ijzer, magnesium, antacida, sucralfaat, galzuurbinders
# bij start of staken: trombosedienst informeren (interactie VKA, niet DOAC's)

Receptvoorbeeld — cardiale comorbiditeit

/**
 * Hypothyreoïdie, voorgeschiedenis angina pectoris.
 * Vertraagd opbouwschema; verhogen met 12,5 microg per 6 weken.
 */
R/ levothyroxine tablet 25 microg
Da/ 60 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet, 's ochtends nuchter, 30 min vóór ontbijt

# besteed extra aandacht aan cardiale klachten bij elke evaluatie

Instructies aan de patiënt

  • Innemen op lege maag met water, dagelijks op dezelfde wijze:
    's ochtends 30 min vóór ontbijt óf 's avonds minstens 2 uur ná avondeten.
  • Scheid inname (2-4 uur) van antacida, calcium, magnesium, ijzer, sucralfaat en galzuurbindende harsen.
  • Bij gelijktijdig gebruik enzyminductoren (anti-epileptica): dosering mogelijk aanpassen.
  • Bepaalde zelfzorg (zeewier, kelp, visolie, multivitamines met jodium) kan werking beïnvloeden.
  • Trombosedienst informeren bij starten/staken/dosisaanpassing (interactie met VKA; geen interactie met DOAC's).
  • Vermijd onnodig wisselen van merken levothyroxine; bij verplichte wissel: TSH na 6 weken controleren.
  • Contact opnemen bij klachten passend bij overdosering:
    nervositeit, hoofdpijn, zweten, pijn op de borst, palpitaties, tachycardie, diarree, gewichtsverlies, psychische verandering.

Controles

Evalueer 6 weken na start

Bepaal TSH + fT4 vooraf. Bij cardiale comorbiditeit: extra aandacht voor cardiale klachten.

Vervolgevaluaties

Elke 6 weken TSH + fT4 tot patiënt (zo goed als) klachtenvrij is en TSH genormaliseerd.

Eerste jaar klachtenvrij + TSH in interval

Controleer TSH + fT4 elke 3 maanden.

Na het eerste jaar bij stabiele waarden

Controleer jaarlijks. Eerder bij klachten.

  • Adviseer bloedafname op vast tijdstip en bij hetzelfde lab, bij voorkeur vóór inname medicatie.
  • TSH buiten referentie-interval → verhoogd risico op complicaties zoals atriumfibrilleren.
    Serumwaarden verbeteren sneller dan klachten.

Persisterende klachten ondanks goede instelling

  • Kan voorkomen, vooral neurocognitieve klachten en welbevinden.
  • Denk aan bijkomende auto-immuunziekten (Hashimoto associeert met DM1, RA, pernicieuze anemie).
  • Overweeg preventieve afspraak met bedrijfsarts bij langer bestaande klachten — werkaanpassing inventariseren.

Subklinische hypothyreoïdie

Bevinding bij laboratoriumonderzoek: TSH ↑ met fT4 binnen referentie-interval.

Geen (proef)behandeling met levothyroxine, ongeacht leeftijd of comorbiditeit.
Uitzondering: zwangerschap(swens). Zie Hypothyreoïdie en zwangerschap.

Uitleg aan patiënt

  • Bloedwaarde wijkt af, maar schildklier produceert nog normale hoeveelheid hormoon.
  • Subklinische hypothyreoïdie is zelden de verklaring voor lichamelijke klachten.
  • TSH normaliseert meestal spontaan; kans op spontaan herstel daalt naarmate TSH hoger is.

Vervolgcontroles

  • Ga eerst na of een andere verklaring voor de klachten bestaat.
  • Volg leeftijdsspecifieke referentie-intervallen van het lab.
  • Herhaal TSH + fT4 alleen bij klachten die wijzen op hypothyreoïdie.
    Routinecontroles bij asymptomatische patiënten zijn niet zinvol.

Hypothyreoïdie en zwangerschap

Tijdens zwangerschap stijgt de behoefte aan schildklierhormoon. Onderbehandelde hypothyreoïdie verhoogt risico op miskraam, hypertensie, pre-eclampsie, placentaloslating, anemie, postpartum bloedverlies en verminderde cognitieve ontwikkeling van de foetus.

Diagnostiek bij zwangerschap

  • Bij bekend met functiestoornis: bepaal TSH aan begin zwangerschap; geef zwangerschap door aan lab.
  • Bij afwijkend TSH: fT4 bepalen (vaak doet lab dit reflex).
  • Volg referentie-interval van het lab.
  • Geen TSH-R-antistoffen of TPO-antistoffen bepalen.
  • Hypo- of hyperthyreoïdie < 1 jaar na bevalling → meest waarschijnlijk postpartumthyreoïditis.

Beleid manifeste hypothyreoïdie

Ontstaan tijdens zwangerschap

Overleg met internist-endocrinoloog over behandeling.

Bekend, goed ingesteld vóór zwangerschap (in huisartsenpraktijk)

Verhoog dosis levothyroxine met 25-30% direct nadat zwangerschap is aangetoond (of: 2× per week dubbele dosering).

Controle tijdens zwangerschap

TSH elke 4 weken tot eerste helft zwangerschap, daarna elke 6 weken.
Vaker controleren is niet zinvol ( halfwaardetijd = 6 weken voor steady state).

Doseren op TSH

Probeer een verhoogd fT4 te vermijden.
Verwijs naar internist-endocrinoloog + gynaecoloog als ondanks dosisaanpassingen geen streefgebied bereikt wordt.

Direct na bevalling

Verlaag dosering direct terug naar dosis vóór zwangerschap — anders risico op overdosering.
Controleer TSH + fT4 na 6 weken. Levothyroxine is veilig tijdens lactatie.

Beleid subklinische hypothyreoïdie

  • Bekend vóór zwangerschap: bij aanvang TSH + fT4 opnieuw bepalen als uitgangswaarde.
    • Binnen interval → eenmalige controle na 3 maanden.
    • Buiten interval → overleg internist-endocrinoloog + verwijzing gynaecoloog overwegen.
  • Niet bekend, tijdens zwangerschap ontdekt
    → overleg internist-endocrinoloog over behandeling
    → én overleg met verloskundige over verwijzing gynaecoloog.

Postpartumthyreoïditis

  • Spontaan genezende ontsteking < 1 jaar na bevalling.
  • Uitingen: voorbijgaande hyperthyreoïdie gevolgd door hypothyreoïdie, óf alleen hyper, óf alleen hypo.
  • Herstelt vrijwel altijd binnen 6 maanden.
  • Bij 25-50% ontstaat in de jaren erna alsnog permanente hypothyreoïdie.
  • Controleer TSH elke 6 weken;
    staak controles als waarden achter elkaar binnen interval vallen.
  • Suppletie meestal niet nodig.
  • Bij persisterende hypo/hyper > 6 maanden: andere oorzaak dan postpartumthyreoïditis.

Verwijscriteria

Verwijs naar internist(-endocrinoloog) bij:

  • vermoeden centrale oorzaak (laag of normaal TSH in combinatie met laag fT4)
  • ernstige cardiale problemen (hartfalen NYHA III-IV; angina pectoris bij geringe inspanning)
  • ernstige persisterende klachten ondanks adequate behandeling > 6 maanden met TSH binnen referentie-interval
  • zwangerschap(swens) + (subklinische) hypothyreoïdie waarvoor mogelijk behandelindicatie

Spoedverwijzing bij:

  • Vermoeden hypothyreotische crisis
    (verminderd bewustzijn, hypothermie, bradycardie, hypotensie, hartfalen)
  • Diagnose hyperthyreoïdie voor het eerst gesteld tijdens zwangerschap
  • Vermoeden thyreotoxische crisis
    (koorts > 39 °C, hartfrequentie > 140/min, dyspneu, icterus, verwardheid)

Buiten de scope van deze pagina

  • Hyperthyreoïdie en subklinische hyperthyreoïdie — behandeling door internist; verwijs altijd
  • Struma en schildkliernodi — palpabele afwijkingen zonder functiestoornis:
    bij solitaire nodus of multinodulair struma met dominante nodus → internist;
    bij mechanisch/cosmetisch → chirurg
  • Hyperthyreoïdie tijdens zwangerschap → altijd verwijzen (internist + gynaecoloog)
  • Oftalmopathie bij ziekte van Graves → internist met ervaring in Graves' oftalmopathie
Copyright © 2026 Kaj Kowalski