Hypothyreoïdie
3.0, maart 2025).Gebruik lokaal protocol en klinisch oordeel bij spoed, afwijkend beloop of diagnostische twijfel.
Kernpunten
- Diagnose hypothyreoïdie:
TSH ↑+fT4 ↓. Voor diagnose volstaat bepaling vanTSHenfT4. - Gebruik altijd de (leeftijdsspecifieke) referentie-intervallen van het lokale laboratorium — er is geen absolute afkapwaarde.
- Behandel subklinische hypothyreoïdie niet met (proef)behandeling levothyroxine.
HerhaalTSH/fT4alleen bij klachten passend bij hypothyreoïdie. - Ziekte van Hashimoto is oorzaak bij
> 90%van de patiënten met manifeste hypothyreoïdie. - Startdosering levothyroxine:
1,6 microg/kg/dag(max150 microgstart) zonder cardiale comorbiditeit;25 microg 1 ddbij cardiale comorbiditeit.
- Evalueer instelling elke
6 wekenmetTSH+fT4tot doel bereikt. - Bij zwangerschap(swens) en (subklinische) hypothyreoïdie: overleg internist-endocrinoloog — mogelijk wel behandelindicatie.
- Spoedverwijzing bij vermoeden hypothyreotische crisis (verminderd bewustzijn, hypothermie, bradycardie, hypotensie).
- Therapeutisch doel van substitutie met levothyroxine is dat de patiënt klachtenvrij is, danwel zo min mogelijk klachten ervaart,
en dat het TSH genormaliseerd is.
- Therapietrouw moet benadrukt worden; effect is pas na weken merkbaar en instelfase kan maanden duren.
- Behoefte kan tot 75% van de aanvangsdosering afnemen met de leeftijd.
Klinisch beeld
Hypothyreoïdie ontstaat meestal geleidelijk. Klachten zijn aspecifiek — herkenning lastig.
Symptomen
- moeheid, traagheid, kouwelijkheid
- gewichtstoename ondanks normale eetlust
- obstipatie
- droge huid, droog haar, soms haaruitval
- myxoedeem in gezicht (waterbindende glycosaminoglycanen — niet wegdrukbaar)
- bij ernstige hypo: gegeneraliseerd myxoedeem
Oorzaken primaire hypothyreoïdie
- Ziekte van Hashimoto (auto-immuun thyreoïditis):
> 90%, vooral vrouwen, levenslange substitutie. - Stille/pijnloze lymfocytaire thyreoïditis: zelden; herstelt spontaan in
1-4 maanden. - Postpartumthyreoïditis:
< 1 jaarna bevalling; herstelt vrijwel altijd binnen6 maanden;
bij25-50%ontstaat alsnog permanente hypo. - Iatrogeen: (hemi)thyreoïdectomie, radioactief jodium, halsbestraling, amiodaron, lithium, jodiumhoudende contrastmiddelen, immuuntherapie, jodiumhoudende zelfzorg (zeewier, kelp, visolie, multivitamines met jodium).
Lithium en andere jodiumhoudende medicatie: meestal 12 weken na staken hersteld.
Factoren die kans op functiestoornis vergroten
- familieanamnese schildklierziekten
- andere auto-immuunziekten (DM1, RA, pernicieuze anemie)
- jodiumhoudende medicatie/supplementen
- recente partus (
< 1 jaar), postpartumthyreoïditis in voorgeschiedenis - behandeling hyperthyreoïdie (RAI/thyreoïdectomie)
- radiotherapie hoofd-halsgebied
- syndroom van Down
Hypothyreotische crisis
Levensbedreigend. Langdurige onbehandelde hypothyreoïdie + uitlokkende factor (infectie, beroerte, MI, GI-bloeding).
Voorheen: myxoedeem coma.
Direct verwijzen.
Diagnostiek
Anamnese
Vraag bij vermoeden schildklierfunctiestoornis naar:
- gewichtstoename of gewichtsverlies ondanks normale eetlust
- kouwelijkheid versus warmte-intolerantie
- obstipatie versus diarree
- myxoedeem in gezicht
- traagheid, vermoeidheid versus nervositeit, hartkloppingen, tremor
- oftalmopathie
Plus de factoren die kans op functiestoornis vergroten.
Bij struma extra:
- sinds wanneer zwelling, verandering grootte
- heesheid, globusgevoel
- familieanamnese en voorgeschiedenis schildklier
Lichamelijk onderzoek
Palpeer schildklier en cervicale lymfeklieren bij:
- vermoeden schildklieraandoening
- zichtbare/voelbare zwelling, knobbel of pijn in halsregio
Bij vermoeden hyperthyreoïdie: onderzoek hartritme (pols, auscultatie).
Aanvullend onderzoek
Laboratorium
Volg referentie-interval van het laboratorium; dat verschilt per lab en is leeftijdsspecifiek.
TSHbepalen bij:- vermoeden schildklierfunctiestoornis
- nieuwe diagnose hartfalen, atriumfibrilleren, houdings-/bewegingstremor
fT4bepalen bij afwijkendTSH(vaak doet het lab dit al reflex).- Twijfel over persisterende afwijking: herhaal
TSHna enkele weken.
Op indicatie:
CRP+ leukocyten — bij vermoeden subacute thyreoïditisTSH-R-antistoffen—3 maandenna diagnose subklinische hyperthyreoïdie (bij controle)- Geen
fT3(geen toegevoegde waarde in eerste lijn) - Geen
TPO-antistoffenstandaard (uitslag beïnvloedt beleid niet)
Echografie
- Echo schildklier bij palpabele afwijking zonder functiestoornis, of bij twijfel of palpabele afwijking inderdaad in de schildklier ligt.
- Geen echografie bij hyperthyreoïdie.
- Geen echografie met punctie in de eerste lijn.
Schildklierscintigrafie
Niet in de eerste lijn.
Evaluatie
Vermoeden functiestoornis → start bij TSH
Bepaal TSH. Bij afwijking → fT4.
Interpreteer combinatie volgens stroomdiagram
TSH | fT4 | Diagnose |
|---|---|---|
| ↑ | ↓ | Hypothyreoïdie |
| ↑ | normaal | Subklinische hypothyreoïdie |
| ↑ | ↑ | TSH-producerend adenoom hypofyse (zelden) |
| normaal | — | Euthyreoïdie (sluit functiestoornis nagenoeg uit) |
| ↓ | normaal | Subklinische hyperthyreoïdie |
| ↓ | ↑ | Hyperthyreoïdie |
| laag/normaal | ↓ | Centrale (secundaire) hypothyreoïdie — verwijzen |
Bij hypothyreoïdie: differentieer oorzaak
- recent bevallen (
< 1 jaar) → postpartumthyreoïditis - schildklieroperatie, halsbestraling, medicatie → iatrogeen
- overig → ziekte van Hashimoto of stille lymfocytaire thyreoïditis
Trend beoordelen
Bij meerdere bepalingen: let op de trend, ook als waarden nog binnen het referentie-interval liggen.
Denk aan meetfout (bv. supplementgebruik, biotine) en overleg met klinisch chemicus.
Behandeling
Voorlichting
- Schildklier werkt te langzaam; behandeling = suppletie met schildklierhormoon.
- Verwijs naar thuisarts.nl en SchildklierNL.
- Adviseer vrouwen met (subklinische) hypothyreoïdie om direct na positieve zwangerschapstest contact op te nemen.
- Adviseer geen zwangerschap na te streven tot patiënt goed is ingesteld.
- Effect medicatie pas na enkele weken merkbaar; instelfase kan maanden duren.
- Sommige patiënten houden restklachten ook bij goede instelling.
- Overbehandeling = nadelig (vergelijkbaar met subklinische hyperthyreoïdie).
Medicamenteus — levothyroxine
TSH binnen referentie-interval. Dosering aanpassen op geleide van TSH + fT4.Indicatie
- Ziekte van Hashimoto → levenslang.
- Overige iatrogene oorzaken → meestal levenslang.
- Medicamenteuze oorzaak → overleg met voorschrijver over staken/omzetten;
controleerTSH/fT4elke6 weken;
start levothyroxine als medicatie niet aanpasbaar is of waarden niet normaliseren. - Stille/pijnloze lymfocytaire thyreoïditis en subacute thyreoïditis De Quervain → meestal geen behandeling nodig.
Startdosering en opbouw
Tabel h1 — startdosering en opbouw levothyroxine:
| Patiënt | Startdosering | Verhoging per 6 weken |
|---|---|---|
| Zonder cardiale comorbiditeit | 1,6 microg/kg/dag, max 150 microg start | 12,5-25 microg op geleide van klachten en TSH |
| Met cardiale comorbiditeit (anamnese) | 25 microg 1 dd | 12,5 microg op geleide van klachten en TSH |
| Zwangere stabiel ingesteld | direct 25-30% verhogen zodra zwangerschap is aangetoond | aanpassen op geleide TSH; einddosis 25-50% hoger dan vóór zwangerschap |
1,6 microg/kg/dag.Doorsnee onderhoudsdosis
100-125 microg 1 dd, soms tot 300 microg.Bij oudere patiënt kan behoefte dalen tot
75% van aanvangsdosering.voordeel: minder kans op cardiale klachten;
nadeel: langer voor doel bereikt.Bespreek met patiënt.
Receptvoorbeeld — start zonder cardiale comorbiditeit
/**
* Ziekte van Hashimoto, manifest, geen cardiale comorbiditeit.
* Gewicht 70 kg → startdosis ~112 microg, afgerond 100 microg.
*/
R/ levothyroxine tablet 100 microg
Da/ 90 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet, 's ochtends nuchter, 30 min vóór ontbijt
#! controle TSH + fT4 na 6 weken; verhogen met 12,5-25 microg op geleide
# inname scheiden (>= 2-4 uur) van calcium, ijzer, magnesium, antacida, sucralfaat, galzuurbinders
# bij start of staken: trombosedienst informeren (interactie VKA, niet DOAC's)
Receptvoorbeeld — cardiale comorbiditeit
/**
* Hypothyreoïdie, voorgeschiedenis angina pectoris.
* Vertraagd opbouwschema; verhogen met 12,5 microg per 6 weken.
*/
R/ levothyroxine tablet 25 microg
Da/ 60 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet, 's ochtends nuchter, 30 min vóór ontbijt
# besteed extra aandacht aan cardiale klachten bij elke evaluatie
Instructies aan de patiënt
- Innemen op lege maag met water, dagelijks op dezelfde wijze:
's ochtends30 minvóór ontbijt óf 's avonds minstens 2 uur ná avondeten. - Scheid inname (
2-4 uur) van antacida, calcium, magnesium, ijzer, sucralfaat en galzuurbindende harsen. - Bij gelijktijdig gebruik enzyminductoren (anti-epileptica): dosering mogelijk aanpassen.
- Bepaalde zelfzorg (zeewier, kelp, visolie, multivitamines met jodium) kan werking beïnvloeden.
- Trombosedienst informeren bij starten/staken/dosisaanpassing (interactie met VKA; geen interactie met DOAC's).
- Vermijd onnodig wisselen van merken levothyroxine; bij verplichte wissel:
TSHna 6 weken controleren. - Contact opnemen bij klachten passend bij overdosering:
nervositeit, hoofdpijn, zweten, pijn op de borst, palpitaties, tachycardie, diarree, gewichtsverlies, psychische verandering.
Controles
Evalueer 6 weken na start
Bepaal TSH + fT4 vooraf. Bij cardiale comorbiditeit: extra aandacht voor cardiale klachten.
Vervolgevaluaties
Elke 6 weken TSH + fT4 tot patiënt (zo goed als) klachtenvrij is en TSH genormaliseerd.
Eerste jaar klachtenvrij + TSH in interval
Controleer TSH + fT4 elke 3 maanden.
Na het eerste jaar bij stabiele waarden
Controleer jaarlijks. Eerder bij klachten.
- Adviseer bloedafname op vast tijdstip en bij hetzelfde lab, bij voorkeur vóór inname medicatie.
TSHbuiten referentie-interval → verhoogd risico op complicaties zoals atriumfibrilleren.
Serumwaarden verbeteren sneller dan klachten.
Persisterende klachten ondanks goede instelling
- Kan voorkomen, vooral neurocognitieve klachten en welbevinden.
- Denk aan bijkomende auto-immuunziekten (Hashimoto associeert met DM1, RA, pernicieuze anemie).
- Overweeg preventieve afspraak met bedrijfsarts bij langer bestaande klachten — werkaanpassing inventariseren.
Subklinische hypothyreoïdie
Bevinding bij laboratoriumonderzoek: TSH ↑ met fT4 binnen referentie-interval.
Uitzondering: zwangerschap(swens). Zie Hypothyreoïdie en zwangerschap.
Uitleg aan patiënt
- Bloedwaarde wijkt af, maar schildklier produceert nog normale hoeveelheid hormoon.
- Subklinische hypothyreoïdie is zelden de verklaring voor lichamelijke klachten.
TSHnormaliseert meestal spontaan; kans op spontaan herstel daalt naarmateTSHhoger is.
Vervolgcontroles
- Ga eerst na of een andere verklaring voor de klachten bestaat.
- Volg leeftijdsspecifieke referentie-intervallen van het lab.
- Herhaal
TSH+fT4alleen bij klachten die wijzen op hypothyreoïdie.
Routinecontroles bij asymptomatische patiënten zijn niet zinvol.
Hypothyreoïdie en zwangerschap
Diagnostiek bij zwangerschap
- Bij bekend met functiestoornis: bepaal
TSHaan begin zwangerschap; geef zwangerschap door aan lab. - Bij afwijkend
TSH:fT4bepalen (vaak doet lab dit reflex). - Volg referentie-interval van het lab.
- Geen
TSH-R-antistoffenofTPO-antistoffenbepalen. - Hypo- of hyperthyreoïdie
< 1 jaarna bevalling → meest waarschijnlijk postpartumthyreoïditis.
Beleid manifeste hypothyreoïdie
Ontstaan tijdens zwangerschap
Overleg met internist-endocrinoloog over behandeling.
Bekend, goed ingesteld vóór zwangerschap (in huisartsenpraktijk)
Verhoog dosis levothyroxine met 25-30% direct nadat zwangerschap is aangetoond
(of: 2× per week dubbele dosering).
Controle tijdens zwangerschap
TSH elke 4 weken tot eerste helft zwangerschap, daarna elke 6 weken.
Vaker controleren is niet zinvol (6× halfwaardetijd = 6 weken voor steady state).
Doseren op TSH
Probeer een verhoogd fT4 te vermijden.
Verwijs naar internist-endocrinoloog + gynaecoloog als ondanks dosisaanpassingen geen streefgebied
bereikt wordt.
Direct na bevalling
Verlaag dosering direct terug naar dosis vóór zwangerschap — anders risico op overdosering.
Controleer TSH + fT4 na 6 weken. Levothyroxine is veilig tijdens lactatie.
Beleid subklinische hypothyreoïdie
- Bekend vóór zwangerschap: bij aanvang
TSH+fT4opnieuw bepalen als uitgangswaarde.- Binnen interval → eenmalige controle na
3 maanden. - Buiten interval → overleg internist-endocrinoloog + verwijzing gynaecoloog overwegen.
- Binnen interval → eenmalige controle na
- Niet bekend, tijdens zwangerschap ontdekt
→ overleg internist-endocrinoloog over behandeling
→ én overleg met verloskundige over verwijzing gynaecoloog.
Postpartumthyreoïditis
- Spontaan genezende ontsteking
< 1 jaarna bevalling. - Uitingen: voorbijgaande hyperthyreoïdie gevolgd door hypothyreoïdie, óf alleen hyper, óf alleen hypo.
- Herstelt vrijwel altijd binnen
6 maanden. - Bij
25-50%ontstaat in de jaren erna alsnog permanente hypothyreoïdie. - Controleer
TSHelke6 weken;
staak controles als waarden2×achter elkaar binnen interval vallen. - Suppletie meestal niet nodig.
- Bij persisterende hypo/hyper
> 6 maanden: andere oorzaak dan postpartumthyreoïditis.
Verwijscriteria
Verwijs naar internist(-endocrinoloog) bij:
- vermoeden centrale oorzaak (laag of normaal
TSHin combinatie met laagfT4) - ernstige cardiale problemen (hartfalen NYHA III-IV; angina pectoris bij geringe inspanning)
- ernstige persisterende klachten ondanks adequate behandeling
> 6 maandenmetTSHbinnen referentie-interval - zwangerschap(swens) + (subklinische) hypothyreoïdie waarvoor mogelijk behandelindicatie
Spoedverwijzing bij:
- Vermoeden hypothyreotische crisis
(verminderd bewustzijn, hypothermie, bradycardie, hypotensie, hartfalen) - Diagnose hyperthyreoïdie voor het eerst gesteld tijdens zwangerschap
- Vermoeden thyreotoxische crisis
(koorts> 39 °C, hartfrequentie> 140/min, dyspneu, icterus, verwardheid)
Buiten de scope van deze pagina
- Hyperthyreoïdie en subklinische hyperthyreoïdie — behandeling door internist; verwijs altijd
- Struma en schildkliernodi — palpabele afwijkingen zonder functiestoornis:
bij solitaire nodus of multinodulair struma met dominante nodus → internist;
bij mechanisch/cosmetisch → chirurg - Hyperthyreoïdie tijdens zwangerschap → altijd verwijzen (internist + gynaecoloog)
- Oftalmopathie bij ziekte van Graves → internist met ervaring in Graves' oftalmopathie
Bron
- NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (M31), versie
3.0,maart 2025. NHG-werkgroep: Bloem E, Bouma M, Elshout G, Te Grotenhuis R, Minnaard MC, Schep-Akkerman A, Van der Spruit R, Ursem SR, Verlaan-Snieders MN, Wiersma T. - Aansluitend bij: NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen en NVOG-Richtlijn Schildklierstoornis zwangerschap & postpartum.
Hypoglykemie
Herkenning, acute behandeling en preventie van hypoglykemie bij diabetes: afkapwaarde, beleid bij bewuste en bewusteloze patiënt, glucose en glucagon.
Vitamine D-deficiëntie
Diagnostiek, suppletie en behandeling van vitamine D-deficiëntie bij volwassenen en ouderen, plus minderen en stoppen van calcium en vitamine D in de context van fractuurpreventie.