Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis
Gebruik lokaal protocol en klinisch oordeel bij spoed, afwijkend beloop of diagnostische twijfel.
Kernpunten
- Diagnose polymyalgia rheumatica (PMR) bij patiënten
> 50 jaarmet, ná uitsluiten van andere oorzaken:- bilaterale pijn en stijfheid in nek/schouderregio en/of heup/bekkenregio, met bewegingsbeperking door de pijn
- klachten
> 4 weken(gerekend vanaf de 1e klachten) - ochtendstijfheid
> 60 min BSE > 40 mm/uur
- De diagnostiek draait vooral om het uitsluiten van ziektebeelden die op PMR lijken (o.a. late-onset reumatoïde artritis, statine-myopathie, hypothyreoïdie, maligniteit).
- Gebruik snelle verbetering op glucocorticoïden niet als diagnostische test: ook andere aandoeningen reageren gunstig.
- Start
prednis(ol)on 15 mg/daggedurende1 maand; bouw daarna geleidelijk af in1-2 jaar.
Blijf gedurende de hele behandeling alert op een alternatieve diagnose. - Arteriitis temporalis is spoed. Bij vermoeden: beoordeling door reumatoloog/internist
binnen 24 uur.
Bij gezichtsveldverlies, acute visusdaling of dubbelzien: met spoed naar de oogarts. Eenmaal opgetreden blindheid is bijna altijd irreversibel. - Therapeutisch doel:
- PMR: afwezigheid van klachten met de laagst mogelijke prednis(ol)on-dosering, en het beperken van glucocorticoïd-bijwerkingen.
- arteriitis temporalis: voorkomen van irreversibele visusschade/blindheid en ischemische complicaties.
Klinisch beeld
Polymyalgia rheumatica
PMR is een syndroom met symmetrische pijn en stijfheid in de nek/schouderregio en/of heup/bekkenregio, ochtendstijfheid en (meestal) een verhoogde BSE. De klachten ontstaan in 1-7 dagen of geleidelijker en belemmeren dagelijkse bezigheden (opstaan uit stoel of bed, wassen, aankleden). De diagnose kan pas na enkele weken klachten worden gesteld.
- komt vrijwel uitsluitend voor
> 50 jaar; de meeste gevallen ná het 70e jaar - incidentie ongeveer 0,5-1 per 1000 patiënten per jaar; vrouw:man ongeveer 2-3:1
5-15%van de patiënten met PMR heeft of ontwikkelt arteriitis temporalis
Bij ruim 1/3 zijn er systemische verschijnselen (subfebriele temperatuur, malaise, vermoeidheid, anorexie, gewichtsverlies). Tot 50% heeft ook distale symptomen (artritis van de polsen, pitting-oedeem van de extremiteiten). Soms een lichte normocytaire anemie of afwijkende leverwaarden.
Differentiaaldiagnose
- (late-onset) reumatoïde artritis
- myopathie door statines
- artrose
- hypothyreoïdie (Hypothyreoïdie)
- maligniteit (o.a. multipel myeloom)
- infectieziekten (prodromen/restklachten virusziekten of luchtweginfecties)
- aspecifieke klachten van het bewegingsapparaat
Diagnostiek
Anamnese
Vraag bij vermoeden van PMR naar:
- pijn: lokalisatie, eenzijdig of symmetrisch, houdings-/bewegingsafhankelijk of continu, invloed op dagelijks leven en slaap
- stijfheid: lokalisatie, tijdstip, duur, invloed op functioneren
- duur van de klachten
Vraag actief naar klachten die kunnen wijzen op arteriitis temporalis:
- nieuwe, onbekende hoofdpijn (lokalisatie, enkel- of dubbelzijdig)
- pijn bij kauwen, pijn bij haren kammen
- visusproblemen: gedeeltelijk of totaal gezichtsveldverlies, snel ontstane visusdaling, dubbelzien; voorbijgaand of permanent
Besteed voor andere oorzaken aandacht aan:
- gezwollen gewrichten of peesscheden (reumatoïde artritis)
- temperatuur (infectie)
- malaise, gewichtsverlies, rugpijn, hoesten (maligniteit, hypothyreoïdie)
- statinegebruik en spierzwakte (myopathie)
- beloop in de tijd (begin, snelheid van ontstaan, voorafgaande klachten)
Lichamelijk onderzoek
Onderzoek beiderzijds:
- actief bewegingsonderzoek nek, schouders en heupen: let op pijn, beperkingen en krachtverlies (wijst op myopathie)
- perifere gewrichten (knie, pols, vinger-/handgewrichten): zwelling/gevoeligheid (reumatoïde artritis), aanwijzingen carpaletunnelsyndroom
- palpatie arteria temporalis: gevoeligheid, pijn, zwelling, en aan-/afwezigheid van pulsaties
- meet de temperatuur
Aanvullend onderzoek
Bepaal de BSE; verricht bij een verhoogde BSE verder bloedonderzoek op indicatie:
- bloedbeeld (infectie, maligniteit)
TSH(hypothyreoïdie)- totaal eiwit + eiwitspectrum (multipel myeloom)
CK(statine-myopathie, poly-/dermatomyositis)
Een eerder bepaalde BSE is bruikbaar als individuele referentiewaarde.
Evaluatie
Sluit eerst veelvoorkomende alternatieven uit
Met name (late-onset) reumatoïde artritis (gezwollen gewrichten, tangentiële drukpijn MCP's/MTP's,
ochtendstijfheid ≥ 30 min, klachten > 4 weken ondanks NSAID) en hypothyreoïdie (TSH).
Weeg andere verklaringen
Infectie, maligniteit (multipel myeloom: anemie, verhoogd totaal eiwit), tendino-artrogene
nek-/schouder-/heupklachten, myopathie (spierzwakte > pijn, verhoogd CK, statinegebruik),
aspecifieke klachten bewegingsapparaat (vaak < 50 jaar, normale BSE).
Stel de diagnose PMR
Bij patiënten > 50 jaar als de klachten redelijkerwijs niet anders te verklaren zijn én:
duur > 4 weken, bilaterale pijn nek/schouder en/of heup/bekken, ochtendstijfheid > 60 min,
BSE > 40 mm/uur.
Leg het klinisch beeld vast
Zorg voor goede verslaglegging om verbetering door medicatie te kunnen beoordelen. Atypische manifestaties (asymmetrie, ontbrekende BSE-verhoging) komen voor.
Behandeling
Voorlichting
- Bij PMR zijn nek/schouder en/of heup/bekken stijf en pijnlijk, vooral 's ochtends; de oorzaak is onbekend.
- Behandeling is meestal met glucocorticoïden; doorgaans snelle verbetering, genezing zonder restschade.
De behandeling duurt in het algemeen1-2 jaaren mag niet ineens gestaakt worden. - PMR kan gepaard gaan met arteriitis temporalis (andere dan gewone hoofdpijn, soms bij kauwen, soms problemen met het zien).
- koorts (
> 38,0 °C) — glucocorticoïden geven immunosuppressie en kunnen het beeld maskeren - niet-bekende hoofdpijn
- acute visusdaling, (eenzijdig, soms kortdurend) visusverlies of dubbelzien
Medicamenteus — prednis(ol)on
Doel van de behandeling is afwezigheid van klachten. Start met prednis(ol)on 1 dd 15 mg
gedurende 1 maand. Continueer de aanvangsdosering tot minimaal 2 weken ná het verdwijnen van de
klachten, ook bij eerdere verbetering. Verminder daarna elke 4 weken met 2,5 mg tot 10 mg/dag;
daarna zeer geleidelijk verder. Bij terugval (klachten of oplopende BSE zonder andere oorzaak):
terug naar het laagste niveau waarop de klachten afwezig/acceptabel waren, en na 4 weken opnieuw
proberen te verlagen.
Kies de huidige stap in het afbouwschema en bekijk wat er gebeurt bij wél of geen terugval.
Verlaag na het interval naar 12,5 mg/dag (week 4-8), mits klachtenvrij en BSE genormaliseerd.
Verwijs naar reumatoloog/internist bij regelmatige terugval (> 2× per jaar) of als de dosering niet te verminderen is.
Receptvoorbeeld — start PMR
/**
* Nieuwe diagnose PMR, geen contra-indicaties voor glucocorticoïden.
* Vaste startfase; afbouw op geleide van klachten en BSE.
*/
R/ prednisolon tablet 5 mg
Da/ 90 tabletten
S/ 1 dd 3 tabletten (15 mg) 's ochtends
#! continueer 15 mg tot >= 2 weken na klachtenvrij; daarna elke 4 weken 2,5 mg omlaag tot 10 mg
#! nuchtere glucose vóór start en 3-7 dagen erna; bloeddruk regelmatig in begin
# osteoporosepreventie volgens NHG Fractuurpreventie; niet abrupt staken
- Immunosuppressie: wees alert op infecties en reactivering van latente infecties (o.a. tuberculose).
Instrueer contact bij koorts> 38,0 °C. - Bijnierschorssuppressie: bouw altijd geleidelijk af; nooit abrupt staken.
- Osteoporose: geef bisfosfonaten volgens NHG-Standaard Fractuurpreventie;
overweeg aanvullend calcium en vitamine D. Staak het bisfosfonaat bij het beëindigen van de glucocorticoïden. - Maagbescherming alleen bij een risicofactor (ulcus pepticum in anamnese, of gebruik van NSAID's, SSRI's, salicylaten of anticoagulantia);
zie Ulcus pepticum. Bij glucocorticoïd-monotherapie is maagbescherming niet geïndiceerd. - Hyperglykemie: bepaal nuchtere glucose vóór start en
3-7 dagenerna; bij hyperglykemie beleid conform Diabetes mellitus type 2.
Niet-medicamenteus
De werkzaamheid van fysiotherapie bij PMR is niet onderzocht.
Controles
Controleer regelmatig en langdurig. Gebruik de aanwezigheid en ernst van de klachten en de BSE om het ziekteproces te volgen. Heroverweeg de diagnose als het klachtenpatroon en/of de BSE niet naar verwachting afnemen, of bij toename ondanks behandeling.
Controlemomenten
1 week en 4 weken na start (na 1 week mag al verbetering verwacht worden), en daarna
1-4 weken na elke dosisverandering.
BSE
Bepaal de BSE 4 weken na start en daarna 1-4 weken na elke dosisverandering. Heroverweeg de
diagnose of stel het afbouwschema bij als de (meermalen gemeten) BSE oploopt.
Glucose en bloeddruk
Nuchtere glucose vóór start en 3-7 dagen erna; bij hyperglykemie beleid conform DM2. In het begin
van de behandeling is regelmatige controle van de bloeddruk gewenst.
Beoordeel bij elke controle pijn en stijfheid (opstaan, slaap, wassen/aankleden, actief armen/benen heffen), de globale indruk (eventueel VAS), ochtendstijfheid in minuten, nieuwe klachten passend bij een alternatieve diagnose of bij arteriitis temporalis, en medicatie (bijwerkingen, innameschema).
Arteriitis temporalis
Arteriitis temporalis (reuscelarteriitis) is een vasculitis van grote en middelgrote arteriën
uit de aortaboog. Potentieel ernstig door complicaties zoals blindheid en thoracaal
aorta-aneurysma/aortadissectie. Komt bijna uitsluitend voor > 50 jaar; 40-60% van de patiënten
met arteriitis temporalis heeft of ontwikkelt ook PMR.
Klachten en symptomen
- niet eerder bekende, heftige, uni- of bilaterale, stekende/bonzende hoofdpijn, meestal bij de slapen
- gevoelige hoofdhuid
- pijn bij kauwen (kaakclaudicatie)
- visusklachten: amaurosis fugax, (gedeeltelijk of totaal) visusverlies van 1 oog, dubbelzien; soms in korte tijd tweezijdig
- systemische verschijnselen: koorts, verlies van eetlust, gewichtsverlies
Bij lichamelijk onderzoek: pijnlijke, verdikte, knobbelig aanvoelende takken van de arteria temporalis superficialis, waarvan de pulsaties niet meer voelbaar zijn; de BSE is in het algemeen verhoogd. Voor de diagnose is een biopt van de arteria temporalis noodzakelijk; de onderzoekscriteria voldoen niet goed voor de diagnostiek.
- Bij vermoeden: beoordeling door reumatoloog/internist
binnen 24 uurna presentatie. - Bij (geheel of gedeeltelijk) gezichtsveldverlies, acute visusdaling of dubbelzien: met spoed naar de oogarts.
Behandeling (tweede lijn)
De behandeling vindt plaats onder regie van reumatoloog/internist. Ter oriëntatie:
- ongecompliceerde arteriitis temporalis:
40-60 mgprednis(ol)on per dag - bij oogheelkundige complicaties:
1 mg/kgprednis(ol)on per dag - bij dreigende ischemische complicaties: desgewenst een trombocytenaggregatieremmer toevoegen
- behandelduur
1-2 jaar
Verwijscriteria
- vermoeden arteriitis temporalis → reumatoloog/internist, beoordeling
binnen 24 uur - acute visusdaling, (geheel of gedeeltelijk) gezichtsveldverlies of dubbelzien → met spoed naar de oogarts
Verwijs naar of consulteer een reumatoloog/internist bij:
- ernstige bijwerkingen van of contra-indicaties voor langdurig glucocorticoïdgebruik (eventuele behandeling met methotrexaat)
- uitblijven van klinische verbetering na
1 week, of geen duidelijke klinische én biochemische verbetering binnen4 wekenna start - regelmatige terugval (
> 2×per jaar) - onmogelijkheid de glucocorticoïddosering te verminderen
- twijfel aan de diagnose
Buiten de scope van deze pagina
- Geïsoleerde arteriitis temporalis zonder PMR en overige vormen van vasculitis — diagnostiek en behandeling in de tweede lijn.
- Instelling op methotrexaat als steroïdsparend middel — onder regie van reumatoloog/internist.
Bron
- NHG-Standaard Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis (M92), versie 1.2, juni 2025. NHG-werkgroep: Hakvoort L, Dubbeld P, Ballieux MJP, Dijkstra RH, Meijman HJ, Weisscher PJ, Willemse BG, Eizenga WH.
- Farmacotherapeutisch Kompas: prednisolon, prednison.
- Patiënteninformatie: Thuisarts — Spierreuma en Thuisarts — Reuscel-arteriitis.
Leefstijl, voorlichting en controles
Niet-medicamenteuze adviezen, voorlichting en gedeelde besluitvorming, antistollingsbeleid, controles en verwijscriteria bij cardiovasculair risicomanagement.
Diabetes mellitus type 2
Samenvatting van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2: opsporing, diagnostische afkapwaarden, beide medicamenteuze stappenplannen, streefwaarden, controles en verwijscriteria.