Polyfarmacie
Therapeutisch doel
- Geneesmiddelgerelateerde schade laten afnemen (bijwerkingen, interacties, vallen, ziekenhuisopname) met behoud van functioneren en kwaliteit van leven.
- Onderbehandeling opheffen: starten van geïndiceerde, ontbrekende middelen.
- Overbehandeling opheffen: stoppen of verlagen van middelen zonder actuele, passende indicatie.
Controleafspraak
- Na 2 weken: controle van bloeddruk en (nieuwe of verdwenen) bijwerkingen.
LDLna 3 maanden bij start of wijziging van een statine.- Bij elke start/stop/wijziging een concrete evaluatieafspraak vastleggen.
Niet-medicamenteus
- Voer de medicatiebeoordeling samen met de apotheker uit; betrek de patiënt bij de behandeldoelen.
- Streef naar zo min mogelijk middelen en doseermomenten (
1 ddwaar mogelijk). - Bij een onverklaarde nieuwe klacht (vallen, verwardheid, obstipatie): denk eerst aan een bijwerking of interactie vóór je een middel toevoegt (voorkom een prescribing cascade).
Medicamenteus
De farmacotherapeutische analyse loopt per middel langs de Polyfarmacie
Optimalisatie Methode (POM): wat wordt gebruikt, welke bijwerkingen, wat moet
erbij (START), wat moet eraf (STOPP), welke interacties, en klopt dosering/
toedieningsvorm (o.a. nierfunctie).
Stap 1: stoppen of verlagen (STOPP)
Veelvoorkomende kandidaten om te staken of te verlagen:
- Bètablokker: orthostatische hypotensie en maskering van hypoglykemie.
- Sulfonylureumderivaat (bv. gliclazide): staken of verlagen bij hypoglykemie.
- Alfablokker (bv. tamsulosine): overweeg stoppen; bij blaasretentie direct contact opnemen.
- Benzodiazepine: afbouwschema bij langdurig gebruik.
- Spasmolytica: verlagen bij verwardheid (anticholinerge belasting).
- Opioïden: verlagen of vervangen bij verwardheid.
- ICS bij COPD zonder exacerbaties: afbouwen.
- SSRI/TCA: afbouwen nadat de klachten lang verdwenen zijn.
Stap 2: starten (START)
Veelvoorkomende kandidaten die ontbreken bij een passende indicatie.
- Contra-indicaties: actief ulcus, ernstige nier-/leverinsufficiëntie, overgevoeligheid (kruisreactie NSAID's).
- Interacties: toegenomen maagcomplicaties met NSAID's, SSRI's, corticosteroïden en antistolling; voeg dan een PPI toe.
- Bijwerkingen: maagklachten, bloedingsneiging.
- Werkingsmechanisme: irreversibele
COX-1-remming → minder trombocytenaggregatie.
/**
* Secundaire CV-preventie als trombocytenaggregatieremmer.
*/
R/ acetylsalicylzuur tablet 80 mg
Da/ 90 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet, innemen met water
- Contra-indicaties: actieve leverziekte, zwangerschap en lactatie.
- Interacties: grapefruit-/pompelmoessap verhoogt de spiegel; voorzichtig met combinatie die het myopathierisico verhoogt.
- Bijwerkingen: spierklachten, gastro-intestinale klachten, leverenzymstijging.
- Werkingsmechanisme:
HMG-CoA-reductase-remming → lagere LDL-synthese.
/**
* CV-preventie conform CVRM; startdosering atorvastatine.
*/
R/ atorvastatine tablet 10 mg
Da/ 90 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet 's avonds, vermijd grapefruit-/pompelmoessap
Calciumcarbonaat/colecalciferol en, bij osteoporose, alendroninezuur
- Contra-indicaties alendroninezuur: oesofagusafwijkingen met vertraagde
lediging, onvermogen
≥ 30 minrechtop te blijven, hypocalciëmie, eGFR< 35 ml/min. - Interacties: calcium en alendroninezuur niet samen innemen (verminderde
opname); minimaal
30 mininterval. - Werkingsmechanisme alendroninezuur: remt osteoclasten → minder botresorptie.
R/ calciumcarbonaat/colecalciferol tablet 500 mg/800 IE
Da/ 28 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet
/**
* Bij osteoporose, naast calcium/vitamine D.
*/
R/ alendroninezuur tablet 70 mg
Da/ 4 tabletten
S/ 1 maal per week 1 tablet nuchter in de ochtend met een vol glas kraanwater; daarna 30 min nuchter en rechtop blijven
≥ 70 jaar; een ulcus of
maagcomplicatie in de voorgeschiedenis; óf ≥ 2 risicofactoren (leeftijd
60-70 jaar, ernstige RA/hartfalen/diabetes, hooggedoseerd NSAID, of
risicoverhogende comedicatie zoals antistolling, trombocytenaggregatieremmer,
systemisch corticosteroïd, SSRI, venlafaxine, duloxetine, trazodon of spironolacton).Omeprazol (maagbescherming op indicatie) en macrogol (laxans bij opioïdgebruik)
- Werkingsmechanisme omeprazol:
H+/K+-ATPase-remming → minder maagzuur. - Werkingsmechanisme macrogol: osmotisch laxans, bindt water in de darm.
R/ omeprazol capsule maagsapresistent 20 mg
Da/ 90 capsules
S/ 1 dd 1 capsule, 's ochtends een half uur voor de maaltijd
/**
* Laxans bij start opioïd, ter preventie van obstipatie.
*/
R/ macrogol poeder 13,8 g
Da/ 28 sachets
S/ 1-2 sachets per dag (max 3), opgelost in een half glas (125 ml) water
Stap 3: dosering en toedieningsvorm controleren
Pas renaal geklaarde middelen aan op de eGFR; controleer of vorm en
innamemoment haalbaar zijn. Voorbeelden van middelen die vaak een
dosis-/innamecheck vragen:
- Contra-indicaties: angio-oedeem in de voorgeschiedenis, bilaterale nierarteriestenose, zwangerschap.
- Interacties:
hyperkaliëmiemet kaliumsparende diuretica en NSAID's;nierfunctieverslechteringmet NSAID's (triple whammy met diureticum). - Werkingsmechanisme:
ACE-remming → minder angiotensine II → vaatverwijding.
R/ enalapril tablet 10 mg
Da/ 90 tabletten
S/ 1 dd 1 tablet (max 40 mg per dag)
Ferrofumaraat (ijzergebreksanemie)
- Interacties: metalen verminderen de absorptie van ciprofloxacine en
tetracyclines; maagzuurremmers (antacida, H2-antagonist, PPI) verminderen
de ijzeropname (
4 uurinterval aanhouden). - Bijwerkingen: gastro-intestinale klachten, zwarte ontlasting.
/**
* IJzergebreksanemie. Innemen met een vitamine C-houdende drank verbetert de opname.
*/
R/ ferrofumaraat tablet 200 mg
Da/ 8 tabletten
S/ 2x per week 1 tablet, niet binnen 2 uur voor of 4 uur na koffie, thee of melkproducten
Salbutamol (controleer inhalatietechniek; voorzetkamer bij ouderen)
R/ salbutamol dosisaerosol 100 microg/dosis
Da/ 1 stuk (200 doses) met voorzetkamer
S/ 1-4 dd 1-2 inhalaties zo nodig bij benauwdheid
FRIDs:
antihypertensiva, diuretica, psychofarmaca, opioïden, alfablokkers,
anticholinergica) en anticholinerge belasting. Combineer een bètablokker
niet met een sulfonylureumderivaat zonder bewustzijn van gemaskeerde
hypoglykemie.Bron
- Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie bij ouderen; volledige samenvatting: Polyfarmacie.
- STOP/START-NL criteria.
- Farmacotherapeutisch Kompas: preparaatteksten (zie links hierboven).
Pijn
Standaardtherapie pijn voor de STAT: WHO-pijnladder met paracetamol, NSAID, tramadol en sterkwerkend opioïd, met contra-indicaties en recepten.
Urineweginfectie
Standaardtherapie cystitis bij de gezonde, niet-zwangere vrouw voor de STAT: nitrofurantoïne, fosfomycine en trimethoprim, met recepten en doseringen.