Luchtweginfectie
Kernpunten
- Acuut hoesten = hoesten tot 4 weken na start klachten; meestal zelflimiterende virale luchtweginfectie.
- Maak bij elke patiënt onderscheid tussen:
- pneumonie (zie Pneumonie)
- acuut hoesten met risicofactoren voor een ernstig beloop
- acuut hoesten zonder risicofactoren voor een ernstig beloop
- Geef geen antibioticum bij patiënten zonder pneumonie én zonder risicofactoren.
- Bij risicofactoren: weeg per patiënt af tussen afwachtend beleid en antibioticum;
weeg ernst risicofactoren, mate van ziek zijn, vaccinatiestatus en eventueelCRPmee. CRP-bepaling is meestal niet nodig en bij kinderen niet aanbevolen.- Beveel hoestprikkeldempers, mucolytica, luchtwegverwijders en inhalatiecorticosteroïden
niet aan bij acuut hoesten: geen aangetoonde werkzaamheid, wel bijwerkingen. - Therapeutisch doel:
- klachtenverlichting en geruststelling; patiënt begrijpt natuurlijk beloop (enkele dagen
tot 4 weken) en herkent alarmsignalen. - voorkomen van een ernstig beloop bij patiënten met risicofactoren door tijdige herbeoordeling
of laagdrempelig antibioticum. - voorkomen van onnodig antibioticagebruik, bijwerkingen en resistentie bij patiënten zonder
pneumonie en zonder risicofactoren.
- klachtenverlichting en geruststelling; patiënt begrijpt natuurlijk beloop (enkele dagen
Klinisch Beeld
- Hoest kan productief (sputum) of droog zijn. Het type sputum zegt niets over de verwekker;
groen slijm betekent niet "dus bacterieel". - Bijkomende symptomen luchtweginfectie:
- neusverkoudheid
- keelpijn
- koorts en koude rillingen
- spierpijn, hoofdpijn, algehele malaise
- Auscultatie kan bilateraal piepen, rhonchi en/of crepiteren tonen zonder dat er sprake is van pneumonie.
- Bij jonge kinderen ook letten op: apneus, dehydratie, ontroostbaar huilen, hoorbare ademhaling met kwijlen.
in onderzoek is de algemene indruk van de arts dat de patiënt een pneumonie heeft. Schone
longen + normale vitale parameters geven een negatieve likelihood ratio van 0,10; bij 5%
huisartsenprevalentie is de kans op pneumonie dan nog maar
0,5%.Beloop
- Bij de meeste patiënten verbetert acuut hoesten binnen enkele dagen tot een week zonder behandeling.
- Klachten kunnen 2 tot 4 weken aanhouden voor ze helemaal weg zijn.
- Patiënten met risicofactoren hebben een grotere kans op een ernstiger beloop.
beschouwde de arts 90% van de patiënten na 4 weken als beter; van diezelfde groep
rapporteerde 40% zelf nog klachten te hebben. 20% ervaarde na 4 weken nog beperkingen
in dagelijks functioneren. Communiceer dit verwachtingenverschil bij voorlichting:
"je hebt na een maand vaak nog steeds een rothoest, dat is gewoon."
Risicofactoren voor een ernstig beloop
- leeftijd
< 3 maandenof> 75 jaar(arbitraire grens; hoe hoger de leeftijd, hoe hoger het risico) - relevante comorbiditeit:
- ernstige hart- of longaandoening
DM(vooral bij insulinegebruik)- neurologische aandoening
- ernstige lever- of nierinsufficiëntie
- sterk verminderde afweer (klinisch relevante immuunsuppressie door ziekte of door
chemotherapie/immunosuppressiva) - (ex-)prematuriteit
< 37 weken
Voor specifieke klinische diagnoses zie Bronchiolitis, Kinkhoest en Pseudokroep.
Diagnostiek
Spoed
Bij twijfel over klinische stabiliteit: gebruik de ABCDE-systematiek.
Bij ABCDE-instabiliteit: raadpleeg de
NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties.
Anamnese
Vraag naar:
- duur en beloop (acuut begin; snelheid verslechtering)
- aard van het hoesten:
- blafhoest (pseudokroep)
- gierende hoestaanvallen, eventueel braken (kinkhoest)
- koorts, koude rillingen, duur en patroon (terugkerende koorts na koortsvrije dagen)
- mate van ziek zijn; bij kinderen zie NHG-Standaard Kinderen met koorts
- verkoudheid, keelpijn, oorpijn, hoofdpijn, spierpijn, algehele malaise
- dyspneu, piepen, stridor
- hemoptoë
- pijn op de borst of vastzittend aan ademhaling
- bij jonge kinderen: apneus, dehydratie (drinken
< 50%of> 12 uurniet plassen),
ontroostbaar huilen, hoorbare ademhaling met kwijlen
Vraag indien relevant naar contextuele factoren:
- ziekenhuisopname voor pneumonie in het voorgaande jaar
- risicofactoren voor een ernstig beloop (zie boven)
- verslikincident, slikproblemen, aspiratie corpus alienum
- zwangerschap
- roken (actief en passief)
- omgevingsfactoren:
- woonomstandigheden (woonzorgcentrum, asielzoekerscentrum)
- werkplek (prikkelende stoffen)
- contact met zieke dieren (vogels → psittacose; geiten/schapen → Q-koorts)
- verblijf in buitenland (resistentie, legionellose)
- bij jonge kinderen: prematuriteit, vaccinatiestatus volgens rijksvaccinatieprogramma
Lichamelijk Onderzoek
Verricht op geleide van anamnese en mate van ziek zijn:
- algemene indruk: mate van ziek zijn, cyanose of bleekheid, dehydratietekenen
- (mate van) dyspneu; bij jonge kinderen intrekkingen (intra-/subcostaal, jugulair), neusvleugels, kreunen
- temperatuur
- ademfrequentie, hartfrequentie; op indicatie bloeddruk
- zuurstofsaturatie bij volwassenen bij twijfel over ernst; weeg uitslag in context van klinisch beeld
Onderzoek van de longen:
- percussie meestal niet nodig
- auscultatie: verminderd ademgeruis, verlengd expirium, piepen (inspiratoir/expiratoir),
rhonchi, crepitaties, pleurawrijven
Aanvullend Onderzoek
CRP-bepaling
- Bij volwassenen meestal niet nodig: huisarts schat klinisch goed in of pneumonie waarschijnlijk is.
- Overweeg
CRPbij patiënten zonder risicofactoren bij twijfel over pneumonie:
CRP | Interpretatie |
|---|---|
< 20 mg/L | pneumonie onwaarschijnlijk |
20-100 mg/L | twijfel over wel of geen pneumonie blijft |
> 100 mg/L | pneumonie waarschijnlijk |
- Bij patiënten met risicofactoren heeft
CRPmeestal geen consequenties voor het beleid:
de risicofactoren zelf bepalen het al dan niet starten van antibiotica. - Bij kinderen geen
CRP-bepaling.
X-thorax
- Niet routinematig: weinig invloed op beleid; infiltraat is in begin niet altijd zichtbaar; kosten.
- Overweeg bij blijvende diagnostische onzekerheid (bv. volwassene met 7 dagen hoesten en koorts
zonder eenzijdige auscultatoire afwijkingen). - Een corpus alienum is meestal niet zichtbaar op
X-thorax.
Onderzoek naar verwekkers
- Overweeg specifiek onderzoek alleen bij vermoeden van een meldingsplichtige ziekte:
- Aanvullend onderzoek naar
RS-virus,Streptococcus pneumoniaee.d. heeft geen consequenties
en wordt niet aanbevolen. - Sputumkweek niet aanbevolen in de huisartsenpraktijk (lage opbrengst, vaak slecht monster).
- Voor influenza-achtig ziektebeeld → NHG-Behandelrichtlijn Influenza.
- Voor
COVID-19 → NHG-Standaard COVID-19.
Evaluatie
Het hele beleid scharniert op één driedeling: pneumonie · acuut hoesten met risicofactoren · acuut hoesten zonder risicofactoren. Vink aan wat je vindt; zie meteen in welke categorie de patiënt valt en wat dat betekent voor antibiotica.
amoxicilline 3 dd 500 mg, 5 dagen (volwassenen en kinderen ≥ 37 kg). Bij ernstig ziek: spoedverwijzing.
Afwachtend beleid of antibioticum. Weeg mee: ernst risicofactoren, voorgeschiedenis, kwetsbaarheid, vaccinatiestatus en eventueel CRP.
Voorlichting + symptomatisch beleid. Antibiotica leveren hier geen meerwaarde op tegen de nadelen (bijwerkingen, resistentie).
Bron: NHG-Standaard Acuut hoesten (M78), v3.3 (juli 2025), Evaluatie en Behandeling. Ondersteunt klinisch oordeel, vervangt het niet.
Voor pneumonie zelf: zie Pneumonie. Voor specifieke klinische diagnoses binnen acuut hoesten: zie Bronchiolitis, Kinkhoest en Pseudokroep.
Differentiaaldiagnose
Andere infectieuze oorzaken:
- influenza-achtig ziektebeeld → NHG-Behandelrichtlijn Influenza
COVID-19 → NHG-Standaard COVID-19- (rino)sinusitis, acute keelontsteking, otitis media acuta, tuberculose, Q-koorts, psittacose
Andere oorzaken acuut hoesten:
- longaanval astma/
COPDof episodisch expiratoir piepen → Astma bij volwassenen,
Astma bij kinderen, COPD - hartfalen (kortademigheid, orthopneu, oedeem) → NHG-Standaard Hartfalen
- longembolie (plotseling, pijn vastzittend aan ademhaling, tachycardie)
→ NHG-Standaard Diepveneuze trombose en longembolie - longcarcinoom (hemoptoë, gewichtsverlies, roker)
- corpus alienum (acuut, vooral kinderen
< 4 jaar; piepen kan passen) - pneumothorax, interstitiële longziekte, bijwerking medicatie (
ACE-remmer),
gastro-oesofageale refluxziekte, anafylaxie, congenitale afwijkingen
Behandeling
Voorlichting
- Leg uit dat hoesten komt door een luchtweginfectie, meestal viraal.
- Antibiotica werken niet tegen virussen; er is geen effectieve symptomatische behandeling.
- Beloop: klachten verbeteren meestal binnen enkele dagen tot een week; volledig herstel kan
2 tot 4 weken duren; moeheid kan langer aanhouden. - Bij roken: leg uit dat (passief) roken hoesten veroorzaakt en klachten verlengt; bied
ondersteuning bij stoppen aan (zie module Roken in de Praktijkhandleiding Leefstijl). - Verwijs naar thuisarts.nl voor patiëntinformatie.
- Bij kinderen met koorts → NHG-Standaard Kinderen met koorts.
Niet-medicamenteuze behandeling
- Drink regelmatig een slokje water of thee om de keel te verzachten.
- Bij oudere kinderen en volwassenen: af en toe een lepeltje honing, een snoepje, dropje of kauwgum.
- Schraap zo min mogelijk de keel.
- Voor neusklachten bij oudere kinderen en volwassenen: zie NHG-Standaard Acute rhinosinusitis
(stomen, nasaal zoutoplossing).
Medicamenteuze behandeling
- Paracetamol zo nodig bij keel-/spierpijn → NHG-Standaard Pijn of
NHG-Standaard Kinderen met koorts. - Decongestiva bij neusobstructie → NHG-Standaard Acute rhinosinusitis.
- Antibiotica:
- zonder risicofactoren: niet aanbevolen.
- met risicofactoren: weeg per patiënt af tussen afwachtend beleid en antibioticum;
weeg mee ernst risicofactoren, voorgeschiedenis, kwetsbaarheid, mate van ziek zijn,
vaccinatiestatus en eventueelCRP.
codeïne, noscapine, dextromethorfan, promethazine),mucolytica, luchtwegverwijders en inhalatiecorticosteroïden zijn niet aanbevolen bij acuut hoesten:
waarschijnlijk niet effectief, wel bijwerkingen en (deels) niet geregistreerd voor deze indicatie.
Niet aanbevolen middelen
codeïne: gecontra-indiceerd< 12 jaar; bijwerkingen en afhankelijkheid.noscapine: geen bewijs werkzaamheid; off-label< 3 jaar; geen doseringsadvies< 6 maanden.dextromethorfan: geen bewijs werkzaamheid; bijwerkingen en afhankelijkheid; geen advies< 2 jaar.promethazine: mogelijk ernstige bijwerkingen; off-label voor alle leeftijden;
gecontra-indiceerd< 2 jaar(terughoudendheid tot 6 jaar).- Alle hoestprikkeldempers beïnvloeden de rijvaardigheid.
- Mucolytica niet aan kinderen geven.
codeïne + promethazine = lean. Jongeren mengen deze twee tot het drankje 'lean'(ook purple drank);
dextromethorfan wordt in hoge dosering misbruikt om een dronken,hallucinerend gevoel te krijgen (tot
30 mg/kg). Schrijf hoestprikkeldempers alleen voorin kleine hoeveelheden voor enkele dagen, als je ze al voorschrijft. Bij verzoek om herhaling
of opvallend gebruik: navragen.
ACE-remmers,tot 20% van de gebruikers ontwikkelt hoest. Vraag bij nieuw of recent gestart middel
altijd na of dit een bijwerking kan zijn voordat je een infectie diagnosticeert. Andere
verdachten: bèta-blokkers (bronchospasme bij astma/COPD), sommige inhalatiemedicatie,
methotrexaat (pneumonitis).
Controles
- Bespreek dat patiënt contact opneemt bij verergering, kortademigheid, hemoptoë, hoge koorts,
verwardheid of sufheid. - Bij hoestklachten en/of moeheid
>= 4 weken: controleer opnieuw. - Vraag een
X-thorax aan als hoestklachten> 6 wekenaanhouden.
Verwijscriteria
Verwijs met spoed bij ernstig zieke patiënt (tachypneu, dyspneu, hypoxemie, hypotensie, tachycardie, verwardheid, sufheid) naar kinderarts, longarts, internist-infectioloog of geriater afhankelijk van leeftijd en regionale afspraken.
Spoedverwijzing van (jonge) kinderen naar de kinderarts:
- kortdurende ademstops
- stridor bij zuigeling
< 6 maanden - hoorbare ademhaling met kwijlen
- zwak, op hoge toon of continu huilen
- drinken
< 50%of> 12 uurgeen mictie - pneumonie bij zuigeling
< 6 maanden - bronchiolitis bij zuigeling
< 3 maanden(zie Bronchiolitis) - vermoeden aspiratiepneumonie
- aspiratie corpus alienum
Overleg of verwijs:
- patiënten met sterk verminderde afweer: laagdrempelig overleg met behandelend specialist
- sterk vermoeden legionella of penicillineresistentie: longarts, medisch microbioloog,
internist-infectioloog of kinderarts
Bedrijfsarts
Adviseer patiënt contact op te nemen met de bedrijfsarts bij:
- mogelijk verband tussen klachten en arbeidssituatie
- langdurig werkverzuim