FarmaKaj Logo
Acuut hoesten

Luchtweginfectie

Samenvatting van de NHG-Standaard Acuut hoesten (M78) voor acuut hoesten bij een luchtweginfectie zonder pneumonie: indeling met/zonder risicofactoren, diagnostiek, voorlichting en terughoudend medicamenteus beleid.
Deze pagina is een medische samenvatting van de NHG-Standaard Acuut hoesten (M78). Gebruik lokaal protocol en klinisch oordeel bij spoed, afwijkend beloop of diagnostische twijfel.

Kernpunten

  • Acuut hoesten = hoesten tot 4 weken na start klachten; meestal zelflimiterende virale luchtweginfectie.
  • Maak bij elke patiënt onderscheid tussen:
    • pneumonie (zie Pneumonie)
    • acuut hoesten met risicofactoren voor een ernstig beloop
    • acuut hoesten zonder risicofactoren voor een ernstig beloop
  • Geef geen antibioticum bij patiënten zonder pneumonie én zonder risicofactoren.
  • Bij risicofactoren: weeg per patiënt af tussen afwachtend beleid en antibioticum;
    weeg ernst risicofactoren, mate van ziek zijn, vaccinatiestatus en eventueel CRP mee.
  • CRP-bepaling is meestal niet nodig en bij kinderen niet aanbevolen.
  • Beveel hoestprikkeldempers, mucolytica, luchtwegverwijders en inhalatiecorticosteroïden
    niet aan bij acuut hoesten: geen aangetoonde werkzaamheid, wel bijwerkingen.
  • Therapeutisch doel:
    • klachtenverlichting en geruststelling; patiënt begrijpt natuurlijk beloop (enkele dagen
      tot 4 weken) en herkent alarmsignalen.
    • voorkomen van een ernstig beloop bij patiënten met risicofactoren door tijdige herbeoordeling
      of laagdrempelig antibioticum.
    • voorkomen van onnodig antibioticagebruik, bijwerkingen en resistentie bij patiënten zonder
      pneumonie en zonder risicofactoren.

Klinisch Beeld

  • Hoest kan productief (sputum) of droog zijn. Het type sputum zegt niets over de verwekker;
    groen slijm betekent niet "dus bacterieel".
  • Bijkomende symptomen luchtweginfectie:
    • neusverkoudheid
    • keelpijn
    • koorts en koude rillingen
    • spierpijn, hoofdpijn, algehele malaise
  • Auscultatie kan bilateraal piepen, rhonchi en/of crepiteren tonen zonder dat er sprake is van pneumonie.
  • Bij jonge kinderen ook letten op: apneus, dehydratie, ontroostbaar huilen, hoorbare ademhaling met kwijlen.
Schat eerst zelf in voordat je naar bloed grijpt. De grootste voorspeller van pneumonie
in onderzoek is de algemene indruk van de arts dat de patiënt een pneumonie heeft. Schone
longen + normale vitale parameters geven een negatieve likelihood ratio van 0,10; bij 5%
huisartsenprevalentie is de kans op pneumonie dan nog maar 0,5%.

Beloop

  • Bij de meeste patiënten verbetert acuut hoesten binnen enkele dagen tot een week zonder behandeling.
  • Klachten kunnen 2 tot 4 weken aanhouden voor ze helemaal weg zijn.
  • Patiënten met risicofactoren hebben een grotere kans op een ernstiger beloop.
Patiënt en huisarts beleven 'beter' verschillend. In Nederlands huisartsenonderzoek
beschouwde de arts 90% van de patiënten na 4 weken als beter; van diezelfde groep
rapporteerde 40% zelf nog klachten te hebben. 20% ervaarde na 4 weken nog beperkingen
in dagelijks functioneren. Communiceer dit verwachtingenverschil bij voorlichting:
"je hebt na een maand vaak nog steeds een rothoest, dat is gewoon."

Risicofactoren voor een ernstig beloop

  • leeftijd < 3 maanden of > 75 jaar (arbitraire grens; hoe hoger de leeftijd, hoe hoger het risico)
  • relevante comorbiditeit:
    • ernstige hart- of longaandoening
    • DM (vooral bij insulinegebruik)
    • neurologische aandoening
    • ernstige lever- of nierinsufficiëntie
    • sterk verminderde afweer (klinisch relevante immuunsuppressie door ziekte of door
      chemotherapie/immunosuppressiva)
    • (ex-)prematuriteit < 37 weken

Voor specifieke klinische diagnoses zie Bronchiolitis, Kinkhoest en Pseudokroep.

Diagnostiek

Spoed

Bij twijfel over klinische stabiliteit: gebruik de ABCDE-systematiek. Bij ABCDE-instabiliteit: raadpleeg de NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties.

Anamnese

Vraag naar:

  • duur en beloop (acuut begin; snelheid verslechtering)
  • aard van het hoesten:
    • blafhoest (pseudokroep)
    • gierende hoestaanvallen, eventueel braken (kinkhoest)
  • koorts, koude rillingen, duur en patroon (terugkerende koorts na koortsvrije dagen)
  • mate van ziek zijn; bij kinderen zie NHG-Standaard Kinderen met koorts
  • verkoudheid, keelpijn, oorpijn, hoofdpijn, spierpijn, algehele malaise
  • dyspneu, piepen, stridor
  • hemoptoë
  • pijn op de borst of vastzittend aan ademhaling
  • bij jonge kinderen: apneus, dehydratie (drinken < 50% of > 12 uur niet plassen),
    ontroostbaar huilen, hoorbare ademhaling met kwijlen

Vraag indien relevant naar contextuele factoren:

  • ziekenhuisopname voor pneumonie in het voorgaande jaar
  • risicofactoren voor een ernstig beloop (zie boven)
  • verslikincident, slikproblemen, aspiratie corpus alienum
  • zwangerschap
  • roken (actief en passief)
  • omgevingsfactoren:
    • woonomstandigheden (woonzorgcentrum, asielzoekerscentrum)
    • werkplek (prikkelende stoffen)
    • contact met zieke dieren (vogels → psittacose; geiten/schapen → Q-koorts)
    • verblijf in buitenland (resistentie, legionellose)
  • bij jonge kinderen: prematuriteit, vaccinatiestatus volgens rijksvaccinatieprogramma

Lichamelijk Onderzoek

Verricht op geleide van anamnese en mate van ziek zijn:

  • algemene indruk: mate van ziek zijn, cyanose of bleekheid, dehydratietekenen
  • (mate van) dyspneu; bij jonge kinderen intrekkingen (intra-/subcostaal, jugulair), neusvleugels, kreunen
  • temperatuur
  • ademfrequentie, hartfrequentie; op indicatie bloeddruk
  • zuurstofsaturatie bij volwassenen bij twijfel over ernst; weeg uitslag in context van klinisch beeld

Onderzoek van de longen:

  • percussie meestal niet nodig
  • auscultatie: verminderd ademgeruis, verlengd expirium, piepen (inspiratoir/expiratoir),
    rhonchi, crepitaties, pleurawrijven

Aanvullend Onderzoek

CRP-bepaling

  • Bij volwassenen meestal niet nodig: huisarts schat klinisch goed in of pneumonie waarschijnlijk is.
  • Overweeg CRP bij patiënten zonder risicofactoren bij twijfel over pneumonie:
CRPInterpretatie
< 20 mg/Lpneumonie onwaarschijnlijk
20-100 mg/Ltwijfel over wel of geen pneumonie blijft
> 100 mg/Lpneumonie waarschijnlijk
  • Bij patiënten met risicofactoren heeft CRP meestal geen consequenties voor het beleid:
    de risicofactoren zelf bepalen het al dan niet starten van antibiotica.
  • Bij kinderen geen CRP-bepaling.

X-thorax

  • Niet routinematig: weinig invloed op beleid; infiltraat is in begin niet altijd zichtbaar; kosten.
  • Overweeg bij blijvende diagnostische onzekerheid (bv. volwassene met 7 dagen hoesten en koorts
    zonder eenzijdige auscultatoire afwijkingen).
  • Een corpus alienum is meestal niet zichtbaar op X-thorax.

Onderzoek naar verwekkers

  • Overweeg specifiek onderzoek alleen bij vermoeden van een meldingsplichtige ziekte:
  • Aanvullend onderzoek naar RS-virus, Streptococcus pneumoniae e.d. heeft geen consequenties
    en wordt niet aanbevolen.
  • Sputumkweek niet aanbevolen in de huisartsenpraktijk (lage opbrengst, vaak slecht monster).
  • Voor influenza-achtig ziektebeeld → NHG-Behandelrichtlijn Influenza.
  • Voor COVID-19 → NHG-Standaard COVID-19.

Evaluatie

Het hele beleid scharniert op één driedeling: pneumonie · acuut hoesten met risicofactoren · acuut hoesten zonder risicofactoren. Vink aan wat je vindt; zie meteen in welke categorie de patiënt valt en wat dat betekent voor antibiotica.

Driedeling acuut hoesten (beleidshulp) interactief
Werkdiagnose pneumonie
Risicofactoren ernstig beloop
Categorie:acuut hoesten, zonder risicofactoren
pneumonie Direct antibioticum

amoxicilline 3 dd 500 mg, 5 dagen (volwassenen en kinderen ≥ 37 kg). Bij ernstig ziek: spoedverwijzing.

met risicofactoren Afweging per patiënt

Afwachtend beleid of antibioticum. Weeg mee: ernst risicofactoren, voorgeschiedenis, kwetsbaarheid, vaccinatiestatus en eventueel CRP.

zonder risicofactoren Geen antibioticum

Voorlichting + symptomatisch beleid. Antibiotica leveren hier geen meerwaarde op tegen de nadelen (bijwerkingen, resistentie).

Bron: NHG-Standaard Acuut hoesten (M78), v3.3 (juli 2025), Evaluatie en Behandeling. Ondersteunt klinisch oordeel, vervangt het niet.

Voor pneumonie zelf: zie Pneumonie. Voor specifieke klinische diagnoses binnen acuut hoesten: zie Bronchiolitis, Kinkhoest en Pseudokroep.

Differentiaaldiagnose

Andere infectieuze oorzaken:

Andere oorzaken acuut hoesten:

Behandeling

Voorlichting

  • Leg uit dat hoesten komt door een luchtweginfectie, meestal viraal.
  • Antibiotica werken niet tegen virussen; er is geen effectieve symptomatische behandeling.
  • Beloop: klachten verbeteren meestal binnen enkele dagen tot een week; volledig herstel kan
    2 tot 4 weken duren; moeheid kan langer aanhouden.
  • Bij roken: leg uit dat (passief) roken hoesten veroorzaakt en klachten verlengt; bied
    ondersteuning bij stoppen aan (zie module Roken in de Praktijkhandleiding Leefstijl).
  • Verwijs naar thuisarts.nl voor patiëntinformatie.
  • Bij kinderen met koorts → NHG-Standaard Kinderen met koorts.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Drink regelmatig een slokje water of thee om de keel te verzachten.
  • Bij oudere kinderen en volwassenen: af en toe een lepeltje honing, een snoepje, dropje of kauwgum.
  • Schraap zo min mogelijk de keel.
  • Voor neusklachten bij oudere kinderen en volwassenen: zie NHG-Standaard Acute rhinosinusitis
    (stomen, nasaal zoutoplossing).

Medicamenteuze behandeling

Hoestprikkeldempers (codeïne, noscapine, dextromethorfan, promethazine),
mucolytica, luchtwegverwijders en inhalatiecorticosteroïden zijn niet aanbevolen bij acuut hoesten:
waarschijnlijk niet effectief, wel bijwerkingen en (deels) niet geregistreerd voor deze indicatie.

Niet aanbevolen middelen

  • codeïne: gecontra-indiceerd < 12 jaar; bijwerkingen en afhankelijkheid.
  • noscapine: geen bewijs werkzaamheid; off-label < 3 jaar; geen doseringsadvies < 6 maanden.
  • dextromethorfan: geen bewijs werkzaamheid; bijwerkingen en afhankelijkheid; geen advies < 2 jaar.
  • promethazine: mogelijk ernstige bijwerkingen; off-label voor alle leeftijden;
    gecontra-indiceerd < 2 jaar (terughoudendheid tot 6 jaar).
  • Alle hoestprikkeldempers beïnvloeden de rijvaardigheid.
  • Mucolytica niet aan kinderen geven.
codeïne + promethazine = lean. Jongeren mengen deze twee tot het drankje 'lean'
(ook purple drank); dextromethorfan wordt in hoge dosering misbruikt om een dronken,
hallucinerend gevoel te krijgen (tot 30 mg/kg). Schrijf hoestprikkeldempers alleen voor
in kleine hoeveelheden voor enkele dagen, als je ze al voorschrijft. Bij verzoek om herhaling
of opvallend gebruik: navragen.
Hoesten is bijwerking van 353 geneesmiddelen. De bekendste klasse: ACE-remmers,
tot 20% van de gebruikers ontwikkelt hoest. Vraag bij nieuw of recent gestart middel
altijd na of dit een bijwerking kan zijn voordat je een infectie diagnosticeert. Andere
verdachten: bèta-blokkers (bronchospasme bij astma/COPD), sommige inhalatiemedicatie,
methotrexaat (pneumonitis).

Controles

  • Bespreek dat patiënt contact opneemt bij verergering, kortademigheid, hemoptoë, hoge koorts,
    verwardheid of sufheid.
  • Bij hoestklachten en/of moeheid >= 4 weken: controleer opnieuw.
  • Vraag een X-thorax aan als hoestklachten > 6 weken aanhouden.

Verwijscriteria

Verwijs met spoed bij ernstig zieke patiënt (tachypneu, dyspneu, hypoxemie, hypotensie, tachycardie, verwardheid, sufheid) naar kinderarts, longarts, internist-infectioloog of geriater afhankelijk van leeftijd en regionale afspraken.

Spoedverwijzing van (jonge) kinderen naar de kinderarts:

  • kortdurende ademstops
  • stridor bij zuigeling < 6 maanden
  • hoorbare ademhaling met kwijlen
  • zwak, op hoge toon of continu huilen
  • drinken < 50% of > 12 uur geen mictie
  • pneumonie bij zuigeling < 6 maanden
  • bronchiolitis bij zuigeling < 3 maanden (zie Bronchiolitis)
  • vermoeden aspiratiepneumonie
  • aspiratie corpus alienum

Overleg of verwijs:

  • patiënten met sterk verminderde afweer: laagdrempelig overleg met behandelend specialist
  • sterk vermoeden legionella of penicillineresistentie: longarts, medisch microbioloog,
    internist-infectioloog of kinderarts

Bedrijfsarts

Adviseer patiënt contact op te nemen met de bedrijfsarts bij:

  • mogelijk verband tussen klachten en arbeidssituatie
  • langdurig werkverzuim
Copyright © 2026 Kaj Kowalski