Kinkhoest
Kinkhoest is een meldingsplichtige ziekte (groep B2): meld bij de GGD.
Kernpunten
- Kinkhoest wordt veroorzaakt door
Bordetella pertussis; incubatietijd 7 tot 10 dagen
(spreiding 5 tot 21 dagen). - Klinisch verloop in drie stadia: catarraal, paroxysmaal (gierende hoestbuien, soms braken),
reconvalescentie. Totaal 6 tot 10 weken (honderddagenhoest). - Bij gevaccineerde adolescenten en volwassenen vaak milder beloop met langdurig hoesten als
enig symptoom. - Onbeschermde zuigelingen
< 12 maandenhebben hoog risico op ernstig beloop: secundaire
pneumonie (30%), apneu (10 tot 15%), zelden mortaliteit. - Antibiotica bij
> 1 jaaren volwassenen verkorten de ziekteduur niet relevant; wel
reductie besmettelijkheid. - Postexpositieprofylaxe voor het hele gezin bij onbeschermde zuigeling
< 12 maanden
of zwangere> 34 wekenin het gezin. - Therapeutisch doel:
- voorkomen van ernstig beloop en complicaties (pneumonie, apneu) bij onbeschermde
zuigelingen< 12 maanden. - voorkomen van transmissie naar deze risicogroep via postexpositieprofylaxe en tijdige
diagnostiek. - klachtverlichting en voorlichting bij oudere kinderen en volwassenen; geen onnodige
symptomatische medicatie.
- voorkomen van ernstig beloop en complicaties (pneumonie, apneu) bij onbeschermde
Epidemiologie
- Incidentie kinkhoest (
ICPC R71) in de huisartsenpraktijk: 0,8 per 1000 patiënten per jaar. - Diagnose meest gesteld bij kinderen
< 2 jaar(2,1/1000jongens,2/1000meisjes) en
bij vrouwen25 tot 44 jaar(2,5/1000; vaker getest tijdens zwangerschap). - In Nederland gemiddeld 170 gevallen kinkhoest per jaar bij zuigelingen
< 12 maanden,
met circa 120 ziekenhuisopnamen.
Maternale vaccinatie
Elke zwangere krijgt vanaf 22 weken zwangerschapsduur via de verloskundige het advies de
DKT-vaccinatie te halen via de JGZ. Dit verlaagt het risico op ernstig beloop
bij de zuigeling in de eerste 3 maanden na de geboorte. Maternale vaccinatie voorkomt ook
kinkhoest bij de moeder, waardoor zij haar kind niet kan besmetten.
22-wekenprik,en niet eerder of later: minimaal 2 weken tussen vaccinatie en partus om voldoende
antistofopbouw te halen. Bij prematuriteit
< 37 weken is de overdracht onvolledig,ongeacht maternale vaccinatie. Die kinderen vallen daarom altijd in de risicogroep voor
postexpositieprofylaxe. Borstvoeding draagt nauwelijks bij aan antistofoverdracht.
Etiologie
- Verwekker:
Bordetella pertussis(aerobe gramnegatieve bacterie). B. parapertussis(< 10%) en zeldenB. holmesiikunnen ook kinkhoest-achtig beeld geven,
meestal milder.B. pertussisproduceert het pertussistoxine (PT);B. parapertussisniet.
Klinisch Beeld
Klassieke kinkhoest kent drie stadia:
- Catarraal stadium (1 tot 2 weken):
gewone (neus)verkoudheid en malaisegevoel; vooral 's nachts droge prikkelhoest. - Paroxysmaal stadium (2 tot 6 weken):
heftige hoestbuien gevolgd door lange gierende inhalatie;
vaak helder taai sputum; soms braken; meestal geen koorts. - Reconvalescentiestadium (weken tot maanden):
losse hoest die nog enkele weken tot maanden duurt.
Bij zuigelingen kan het catarrale stadium niet-specifiek verlopen (voedingsproblemen, slecht groeien). Bij pasgeborenen en prematuren kan kinkhoest geheel atypisch verlopen met apneu en cyanose terwijl het hoesten ontbreekt. Dit is gevaarlijk juist omdat het herkenningsteken (de hoest) er niet is; denk eraan bij elke jonge zuigeling met onverklaarde apneu of cyanose, vooral als er hoestende gezinsleden zijn.
Bij gedeeltelijk immune personen (gevaccineerde adolescenten en volwassenen) treedt meestal een milder beeld op met langdurig hoesten als enige symptoom.
Beloop
- Gemiddeld 6 tot 10 weken; soms maanden. De Chinese naam is letterlijk
honderddagenhoest ("百日咳", bǎi rì ké), en dat is dichter bij de realiteit dan de
meeste patiënten denken als ze ermee aan het spreekuur komen. - Complicaties bij onbeschermde zuigelingen: secundaire pneumonie (~
30%), apneu
(~10 tot 15%); zelden cerebrale schade door hypoxemie/druk (subconjunctivale,
intracerebrale bloedingen). - Bij volwassenen mogelijke complicaties: otitis media, pneumonie, pneumothorax, ribfracturen.
- Sterfte in Westerse landen zeer zeldzaam; vooral bij ongevaccineerde kinderen
< 6 maanden.
Risicofactoren
Een zuigeling < 12 maanden die niet of onvoldoende beschermd is door (maternale) vaccinatie
heeft een verhoogd risico op ernstig beloop. Voorbeelden:
- moeder zonder maternale vaccinatie tijdens zwangerschap en kind volgt niet het
RVP - moeder gevaccineerd
< 2 wekenvoor partus (te kort voor antistofopbouw) - immunosuppressivagebruik door moeder
- wisseltransfusie bij het kind
- geboorte bij zwangerschapsduur
< 37 weken(antistofoverdracht piekt pas eind 3e trimester)
Voor het volledige overzicht van beschermingsstatus per leeftijd, zie de LCI-richtlijn Kinkhoest.
Diagnostiek
Spoed
Bij twijfel over klinische stabiliteit: gebruik ABCDE.
Bij ABCDE-instabiliteit: raadpleeg de
NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties.
Anamnese
Overweeg de diagnose kinkhoest bij:
- kenmerkende kinkhoestaanvallen (gierende inhalatie, eventueel met braken)
- tijdens epidemieën, vooral bij patiënten die ernstig hoesten
- na contact met iemand met bewezen kinkhoest, vooral bij passende klachten
- zuigelingen
< 1 jaarmet aspecifieke symptomen (voedingsproblemen, apneu, cyanose)
Inventariseer onbeschermde gezinsleden:
- kinderen
< 1 jaar - zwangere
> 34 wekenzonder maternale vaccinatie
Aanvullend Onderzoek
Overweeg cito-diagnostiek naar B. pertussis indien de patiënt in een gezin woont met:
- een zuigeling
< 12 maandendie niet of onvoldoende beschermd is door (maternale) vaccinatie - een
> 34 wekenzwangere vrouw die niet beschermd is door maternale vaccinatie
PCR en/of serologie
PCR(nasofarynx-wat) heeft voorkeur bij:- hoesten
< 3 weken(bacterie meestal nog aantoonbaar) - hoesten
> 3 wekenbij gevaccineerde kinderen< 1 jaaren ongevaccineerde kinderen< 4 jaar
(deze twee groepen: bacterie langer aantoonbaar)
- hoesten
- Bij negatieve
PCR: overweeg serologie alsnog. - Bij hoesten
> 3 wekenheeft serologie voorkeur (uitgezonderd genoemde kinderen). PCR-sensitiviteit is hoogst in de catarrale fase (80 tot 100%) maar daalt snel in het
paroxysmale stadium.
Evaluatie
Maak onderscheid tussen (vermoeden van) kinkhoest bij patiënten mét en zonder
onbeschermde gezinsleden (< 1 jaar of > 34 weken zwangerschap).
Bij gezin zónder kinderen < 1 jaar én zónder zwangere > 34 weken: meestal afwachtend
beleid.
Behandeling
Voorlichting
- Leg uit dat kinkhoest verschillende stadia kent (verkoudheid → heftige hoestbuien → losse hoest).
- Behandeling met antibiotica bij
> 1 jaaren volwassenen leidt niet tot relevante
verkorting van de ziekteduur of vermindering van de symptomen. - Antibiotica kunnen wel zorgen dat de bacterie sneller verdwijnt en daardoor besmetting van
patiënten met verhoogd risico voorkomen. - Soms is er een indicatie voor postexpositieprofylaxe; doel hiervan is preventie van ernstige
complicaties bij zuigelingen< 12 maanden. - Verwijs naar thuisarts.nl.
behandeling is de patiënt niet meer besmettelijk; maar op het moment dat iemand met de
kenmerkende gierende hoest komt, heeft het paroxysmale stadium al ingezet en is de
besmetting in het gezin meestal al gebeurd. De winst van AB zit dus in de postexpositie
voor onbeschermde derden, niet in symptoomverlichting voor de patiënt zelf.
Niet-medicamenteuze behandeling
- Regelmatig een slokje water of thee om de keel te verzachten.
- Bij oudere kinderen en volwassenen: een lepeltje honing, snoepje, dropje of kauwgum.
- Schraap zo min mogelijk de keel.
Medicamenteuze behandeling
Behandeling van de patiënt
- Zuigelingen
< 1 jaar: zie Verwijscriteria. - Kinderen
> 1 jaaren volwassenen:- wacht het natuurlijke beloop van de klachten af
- geen symptomatische behandeling met corticosteroïden of luchtwegverwijders
Postexpositiemaatregelen
Stel postexpositiemaatregelen in als in het gezin van de patiënt met (vermoeden van) kinkhoest (de indexpatiënt) een van beide aanwezig is:
- een niet of onvolledig beschermde zuigeling
< 12 maanden - een zwangere
> 34 wekenzonder maternale vaccinatie
Werkwijze:
- start postexpositieprofylaxe binnen
< 3 wekenna het begin van het hoesten bij de
indexpatiënt - geef antibiotica aan alle gezinsleden, óók wie eerder volledig gevaccineerd is
(vaccinatie werkt kortdurend; transmissierisico blijft) - indien er geen cito-
PCR-diagnostiek mogelijk is: start in afwachting van de
laboratoriumdiagnostiek reeds met antibiotica - adviseer een onbeschermde zwangere
> 34 wekenin het gezin alsnog maternale vaccinatie
(kort vóór de bevalling is dit nog mogelijk tot aan de partus) - raadpleeg de LCI-richtlijn Kinkhoest voor adviezen bij vermoeden in een
verblijfsinstelling van kinderdagverblijf en na kortdurende contacten (denk aan kraambezoek)
Dosering postexpositieprofylaxe
| Patiënt | Dosering |
|---|---|
| Volwassenen (inclusief zwangeren) | azitromycine 1 dd 500 mg gedurende 3 dagen |
Kinderen > 1 maand | azitromycine 10 mg/kg in 1 dosis (max 500 mg) gedurende 3 dagen (< 1 jaar: off-label) |
Bij kinderen < 1 maand: overleg met kinderarts.
Controles
Instrueer de patiënt om in ieder geval contact op te nemen bij:
- toename van klachten of achteruitgang
- (toename van) kortademigheid of piepen
- terugkerende koorts
- pijn op de borst, hemoptoë
- oudere kinderen en volwassenen: bijkomende koude rillingen, verwardheid, sufheid of collaps
- jonge kinderen: voedingsproblemen, minder plassen, apneu, sufheid, kreunen,
zwak/continu/ontroostbaar huilen, hoorbare ademhaling met kwijlen
Verwijscriteria
Kinderarts
- verwijs direct bij vermoeden van kinkhoest bij zuigelingen
< 6 maanden - consulteer of verwijs bij zuigelingen van
6 tot 12 maanden - consulteer bij indicatie voor postexpositieprofylaxe bij zuigelingen
< 1 maandzonder klachten
GGD
- consulteer laagdrempelig bij (vermoeden van) kinkhoest in een gezin met onbeschermde kinderen
< 1 jaarof (onbeschermde) zwangere> 34 wekenbij vragen over postexpositieprofylaxe
voor het hele gezin - kinkhoest is een meldingsplichtige ziekte uit groep
B2
Meldingscriterium
Meld bij de GGD:
- hoestklachten gedurende ten minste 14 dagen óf een van de drie symptomen (paroxysmaal
hoesten, hoesten met gierende inademing, braken na hoesten) én ten minste 1 van de 3
laboratoriumcriteria (aantonenB. pertussis/parapertussis; hoge antistoftiter passend bij
recente infectie; significante titerstijging in tweepuntsserologie) - óf contact (
< 3 weken) met een persoon bij wie infectie is bevestigd
Bij meerdere gevallen in een instelling: meldingsplicht op basis van artikel 26 Wet publieke gezondheid.
Bron
Bron: NHG-Standaard Acuut hoesten (M78), versie 3.3, juli 2025.
Achtergrond: LCI-richtlijn Kinkhoest (RIVM).
Bronchiolitis
Samenvatting van de NHG-Standaard Acuut hoesten (M78) voor bronchiolitis bij kinderen < 2 jaar: klinisch beeld, milde versus ernstige bronchiolitis, terughoudend medicamenteus beleid en verwijscriteria.
Pseudokroep
Samenvatting van de NHG-Standaard Acuut hoesten (M78) voor pseudokroep (laryngitis subglottica): klinisch beeld, gradering in mild/matig-ernstig/ ernstig en behandeling met dexamethason of budesonide.