Bronchiolitis
Kernpunten
- Bronchiolitis komt voor bij kinderen
< 2 jaar, vooral in herfst en winter, aansluitend
op een bovensteluchtweginfectie.RS-virus is de meest voorkomende verwekker. - Klinische diagnose: hoesten en rinorroe gedurende 2 tot 5 dagen, daarna piepende ademhaling
met verlengd expirium, bilateraal piepen en crepitaties bij auscultatie. - Maak onderscheid tussen milde en ernstige bronchiolitis; dit bepaalt het beleid.
- Antibiotica niet aanbevolen. Wees terughoudend met luchtwegverwijders (verneveling én
voorzetkamer): waarschijnlijk geen of nauwelijks effect, wel bijwerkingen. - Controleer een kind met milde bronchiolitis de eerste dagen dagelijks.
- Verwijs direct bij ernstige bronchiolitis of bij een zuigeling
< 3 maanden. - Therapeutisch doel:
- klachten observeren tot natuurlijk herstel (3 tot 7 dagen bij mild beloop);
voldoende voeding en hydratie behouden. - tijdig signaleren van verslechtering (sufheid, dehydratie, apneus) en verwijzen vóór
respiratoire insufficiëntie. - voorkomen van onnodige medicalisering: geen antibiotica, terughoudend met luchtwegverwijders.
- klachten observeren tot natuurlijk herstel (3 tot 7 dagen bij mild beloop);
Epidemiologie
- Incidentie van bronchiolitis (
ICPC R78) bij kinderen< 2 jaaris 58 per 1000 per jaar
(67 jongens, 49 meisjes). - Komt vooral voor in het herfst- en winterseizoen.
- Per jaar wordt 1% van de kinderen
< 1 jaarmetRSV-bronchiolitis opgenomen;
0,1 tot 0,15% van de kinderen van 1 tot 2 jaar.
Etiologie
- Dezelfde respiratoire virussen die acuut hoesten zonder bronchiolitisbeeld veroorzaken:
vooralRS-virus, daarnaast humaan metapneumovirus, rinovirus, (para-)influenzavirus,
adenovirus, (seizoens-)coronavirus. - Bijna alle kinderen maken op jonge leeftijd een
RS-virusinfectie door; op2 jaaris 95%
seropositief. Herinfecties komen voor (soms jaarlijks) maar verlopen meestal milder; bij
volwassenen vaak alleen verkoudheid of asymptomatisch. - Eerste infectie kan ernstig verlopen: bij prematuren en jonge zuigelingen vaak aspecifiek
(lethargie, voedingsproblemen, apneus zonder dat hoesten op de voorgrond staat). - Bij ouderen en volwassenen met hart- of longziekte kan
RS-virus een influenza-achtig
beeld geven met verhoogd risico op pneumonie. Het is niet alleen een kinderverwekker.
Klinisch Beeld
Karakteristiek beloop:
- prodromaal 2 à 3 dagen hoesten, loopneus en niezen, soms matig hoge koorts
- als infectie zich uitbreidt naar onderste luchtwegen: piepende ademhaling, hoesten,
koorts verdwijnt meestal, kind wordt zieker en gaat slechter drinken - mild beeld kan in 3 tot 7 dagen verdwijnen
Bij auscultatie:
- verlengd expirium
- bilateraal piepen (
wheezing) - (fijne) crepitaties
- afwijkingen vaak bilateraal; longgeluiden kunnen van minuut tot minuut variëren doordat
slijm in de luchtwegen op en neer beweegt. Eén momentopname is dus weinig zeggend; luister
herhaald als je twijfelt.
Mogelijke ernstige verschijnselen:
- apneus (vooral initiële fase; jonge zuigelingen kunnen zich primair met apneus presenteren)
- verminderde inname, tekenen van dehydratie
- tachy-/dyspneu met intra- en subcostale intrekkingen, neusvleugels en kreunen
- onrust en verminderde alertheid
< 2 jaar kan lastig zijn.Bij pneumonie is er vaker hoge koorts en/of focale crepitaties; bij bronchiolitis vaker
persisterend hoesten, verlengd expirium, bilateraal piepen en snotterigheid.
Bij onderscheid bronchiolitis versus episodisch expiratoir piepen: zie
NHG-Standaard Astma bij kinderen.
Beloop
- Klachten duren ongeveer 3 tot 7 dagen bij mild beeld; 2 tot 3 weken voor de hoest helemaal
weg is. - Kinderen
< 6 maandenhebben een grotere kans op een ernstig verlopendeRSV-infectie.
Risicofactoren voor een ernstig beloop
- leeftijd
< 6 maanden(of< 3 maandenbij begin van hetRSV-seizoen) - relevante comorbiditeit:
- ernstige hart- of longaandoening (bv. bronchopulmonale dysplasie, cystische fibrose)
- congenitale hartaandoening die hemodynamisch significant is
- neurologische aandoeningen, met name hypotonie
- syndroom van Down
- sterk verminderde afweer (
hiv, acute lymfatische leukemie) - (ex-)prematuriteit
< 37 weken - laag geboortegewicht en/of laag huidig gewicht
Diagnostiek
Spoed
Bij twijfel over klinische stabiliteit: gebruik ABCDE.
Bij ABCDE-instabiliteit: raadpleeg de
NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties.
Aanvullend Onderzoek
Aanvullend onderzoek naar verwekkers (RS-virus) heeft geen consequenties voor het beleid en
wordt niet aanbevolen.
Evaluatie
Maak onderscheid tussen milde en ernstige bronchiolitis.
| Categorie | Criteria |
|---|---|
| Mild | kinderen > 3 maanden zonder ernstig ziek zijn |
| Ernstig | leeftijd < 3 maanden óf kinderen > 3 maanden met ernstig ziek zijn: sufheid, zwak/continu/ontroostbaar huilen, kreunen, apneu, ernstige tachypneu of dyspneu en/of dehydratie |
Behandeling
Voorlichting
- Leg uit dat bronchiolitis een ontsteking is veroorzaakt door luchtwegvirussen, vooral het
RS-virus. - Bij kinderen zonder risicofactoren zijn de klachten meestal mild.
- Een kind met milde bronchiolitis knapt meestal vanzelf op binnen 3 tot 7 dagen;
goed in de gaten houden blijft belangrijk. - Verwijs naar thuisarts.nl voor patiëntinformatie.
Medicamenteuze behandeling
waarschijnlijk geen of nauwelijks effect op ziekenhuisopname, wel mogelijk bijwerkingen
(tachycardie). Geldt voor zowel verneveling als toediening per voorzetkamer.
Reden: bronchospasme is niet het mechanisme; het gaat om mucosaal oedeem en mucusplugs
in de kleinste luchtwegen, en daar grijpt salbutamol niet op aan.
Bronchiolitis zelf
- Wacht bij kinderen met milde bronchiolitis het natuurlijke beloop af.
- Bij twijfel tussen bronchiolitis en episodisch expiratoir piepen: zie
NHG-Standaard Astma bij kinderen.
Verstopte neus
Kinderen < 6 maanden zijn obligate neusademhalers: hun mondademen is nog niet
ontwikkeld. Een verstopte neus betekent dus letterlijk dat het kind tijdens drinken niet
kan ademen, sneller stopt, te weinig binnenkrijgt en uiteindelijk dehydreert. Daarom is
neusspoelen vóór elke voeding bij dit groepje niet 'nice to have' maar functionele
behandeling. Overweeg zo nodig:
- neusspoelen met
NaCl 0,9%:0,5 tot 1,0 ml in een spuitje van 1 of 2 ml;
zo nodig vóór elke voeding - bij onvoldoende effect bij kind
> 3 maanden:xylometazoline neusdruppels of spray 0,025%
(off-label):- zo nodig
1-3 dd 1 druppel of spray in elk neusgat - minimaal
8 uurtussen elke gift (langdurig effect) - maximaal 7 dagen gebruiken
- wijs ouders op mogelijke bijwerkingen (zie NHG-Standaard Acute rhinosinusitis)
- zo nodig
Controles
- Controleer een kind met milde bronchiolitis de eerste dagen dagelijks.
- Vraag ouders direct contact op te nemen bij:
- verergering van de klachten
- sufheid
- ernstige of progressieve kortademigheid
- kortdurende periodes waarin het kind niet ademt (apneus)
- onvoldoende drinken (
< 50%van de voeding) of> 12 uurniet plassen - zwak, continu of ontroostbaar huilen, of kreunen
Verwijscriteria
Kinderarts, direct
- ernstige bronchiolitis
- bronchiolitis bij zuigeling
< 3 maanden
Consulteer laagdrempelig
- oudere kinderen met risicofactoren voor een ernstig beloop
Bij kinderen met koorts
Pneumonie
Samenvatting van de NHG-Standaard Acuut hoesten (M78) voor pneumonie: werkdiagnose op klinisch beeld, CRP-strata, antibioticabeleid en verwijscriteria.
Kinkhoest
Samenvatting van de NHG-Standaard Acuut hoesten (M78) voor kinkhoest: drie klinische stadia, diagnostiek met PCR/serologie, antibiotica en postexpositieprofylaxe rond onbeschermde zuigelingen en zwangeren.