Beroerte — acute fase
Kernpunten
- Beroerte is de overkoepelende term voor plotse focale uitval door ischemie (TIA of herseninfarct) of door een spontane intracerebrale bloeding.
- In de acute fase zijn deze niet klinisch te onderscheiden; je herkent een
beroerte en bepaalt de verwijsurgentie op grond van:
- aanwezigheid van uitvalsverschijnselen
- tijd sinds ontstaan
- mogelijkheid tot acute behandeling
- Uitval nog aanwezig en
< 12 uurgeleden ontstaan → bel met spoed een ambulance (A1-indicatie). Tijd is hersenweefsel. - Bij verdwenen uitval: werkdiagnose TIA; start acetylsalicylzuur
1 dd 160 mg, tenzij de neuroloog de patiënt direct beoordeelt. - De FAST-test is een hulpmiddel bij telefonische inschatting; houd rekening met circa 15% foutnegatieve uitslagen, vooral bij een beroerte in het vertebrobasilaire stroomgebied.
- Therapeutisch doel:
- zoveel mogelijk hersenweefsel behouden door tijdige herkenning en
verwijzing, zodat acute reperfusie (intraveneuze trombolyse,
endovasculaire behandeling) of couperen van antistolling mogelijk is. - de juiste patiënt op het juiste moment met de juiste urgentie verwijzen,
zonder onnodigeA1-ambulanceritten.
- zoveel mogelijk hersenweefsel behouden door tijdige herkenning en
verwijzing, zodat acute reperfusie (intraveneuze trombolyse,
Begrippen
- Beroerte: plotse focale uitval door ischemie (TIA, herseninfarct) of een spontane intracerebrale bloeding. Subarachnoïdale bloedingen vallen buiten deze standaard.
- TIA: voorbijgaande episode met focale neurologische uitval door ischemie, zonder aanwijzingen voor verse infarcering bij beeldvorming. De werkdiagnose TIA stelt de huisarts bij wie de uitval bij presentatie volledig verdwenen is.
- Herseninfarct: plotse focale uitval door infarcering.
- Minor stroke: klein herseninfarct met geringe uitval die niet volledig herstelt.
- Intracerebrale bloeding: plotse focale uitval door een spontane parenchymateuze bloeding.
Bij ongeveer 80% van de beroertes gaat het om een herseninfarct, bij 20% om een intracerebrale bloeding.
Klinisch beeld
De uitvalsverschijnselen hangen af van het getroffen stroomgebied. Ischemie in
het carotisstroomgebied komt naar schatting 4 × zo vaak voor als in het
vertebrobasilaire stroomgebied.
| Carotisstroomgebied (links of rechts) | Vertebrobasilair stroomgebied |
|---|---|
| Contralaterale hemiparese | Parese in één of beide lichaamshelften |
| Contralaterale sensibiliteitsstoornis | Sensibiliteitsstoornis in één of beide lichaamshelften |
| Homonieme hemianopsie | Homonieme hemianopsie |
| Dysartrie | Combinaties van: vertigo, dysartrie, diplopie, dysfagie, ataxie, acuut gehoorverlies |
| Neglect | |
| Afasie | |
| Amaurosis fugax |
< 5%) op een beroerte.Herkenning
FAST-test
Gebruik de FAST-test als hulpmiddel bij de telefonische inschatting van de
waarschijnlijkheid van een beroerte. Bij niet goede uitvoering van ≥ 1 van de
eerste drie opdrachten is er verdenking op een beroerte.
Handel acuut: bepaal het aanvangstijdstip en de verwijsurgentie (zie de triage-beslishulp). Verzamel de info zonder het verwijsproces te vertragen.
Sluit een beroerte niet uit. De FAST-test heeft circa 15% foutnegatieve uitslagen, vooral bij een beroerte in het vertebrobasilaire stroomgebied (vertigo, dysartrie, diplopie, dysfagie, ataxie).
ABCDE
- ABCDE-instabiel (bv. verlaagd bewustzijn of epileptisch insult): bel
direct een ambulance met
A1-indicatie. Zijn er alleen neurologische uitvalsverschijnselen, volg dan het beleid bij ABCDE-stabiel. - ABCDE-stabiel: maak een inschatting van de waarschijnlijkheid van een TIA, herseninfarct of bloeding en bepaal de verwijsurgentie.
Verricht ook bij patiënten zonder actuele klachten lichamelijk onderzoek; patiënten merken uitval zoals hemianopsie vaak niet zelf op. Meet de bloedglucose om een hypo- of hyperglykemie als oorzaak uit te sluiten.
Beleid acute fase
De aanwezigheid van uitvalsverschijnselen en de mogelijkheid tot acute behandeling bepalen de verwijsurgentie. Doorloop de beslishulp:
Onbekend tijdstip? Reken vanaf het moment dat de patiënt voor het laatst zeker zonder uitvalsverschijnselen is gezien.
Doorloop de stappen hierboven om de verwijsurgentie te bepalen.
De vier categorieën samengevat:
| Urgentie | Situatie | Actie |
|---|---|---|
U1 | uitval aanwezig, < 12 uur geleden ontstaan | bel met spoed ambulance (A1), verwijs neuroloog |
U2 | uitval aanwezig, ≥ 12 uur geleden ontstaan | spoedvisite binnen 1 uur; overleg neuroloog over urgentie |
U2 | uitval aanwezig, infauste prognose of wens thuis | spoedvisite binnen 1 uur; besluit over doorbehandelen |
U3 | uitval volledig verdwenen (werkdiagnose TIA) | visite binnen enkele uren; verwijs neuroloog ≤ 24 uur |
1 dd 160 mg.Contra-indicaties trombolyse
Verzamel bij een spoedverwijzing zo mogelijk informatie over de contra-indicaties voor intraveneuze trombolyse, zonder het verwijsproces te vertragen. Voor de huisarts relevante punten:
| Contra-indicatie | Geen contra-indicatie |
|---|---|
Herseninfarct < 6 weken geleden | Hogere leeftijd |
Intracraniële bloeding < 3 maanden geleden | Geringe uitvalsverschijnselen |
Bloeding maag-darmkanaal of urinewegen < 2 weken | Gebruik van een trombocytenaggregatieremmer |
Grote chirurgische ingreep < 2 weken geleden | Menstruatie |
Gebruik vitamine K-antagonist en INR > 1,7 | Recent acuut myocardinfarct |
| Gebruik DOAC |
Gebruik van een DOAC is een contra-indicatie tenzij de laatste inname
> 24 uur geleden is; dabigatran kan eventueel gecoupeerd worden.
Verwant
Bron
- NHG-Standaard Beroerte (M103), versie 3.1, december 2024.
- Thuisarts.nl — beroerte voor patiëntinformatie.
Conjunctivitis
Diagnostiek, medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling van conjunctivitis (NHG M57 v2.3, feb 2026 + Farmacotherapeutisch Kompas).
TIA
Werkdiagnose TIA, onderscheid van nabootsende aandoeningen, acute trombocytenaggregatieremming en duale therapie, en verwijzing naar de neuroloog volgens NHG-Standaard Beroerte (M103).