FarmaKaj Logo
Beroerte

Beroerte — acute fase

Herkenning en acuut beleid bij een vermoeden van een beroerte (TIA, herseninfarct, intracerebrale bloeding): FAST-test, ABCDE en het bepalen van de verwijsurgentie (U1/U2/U3) volgens NHG-Standaard Beroerte (M103).
Medische samenvatting van de NHG-Standaard Beroerte (M103). Bij spoed, twijfel of afwijkend beloop: volg lokaal protocol, regionale afspraken en klinisch oordeel.

Kernpunten

  • Beroerte is de overkoepelende term voor plotse focale uitval door ischemie (TIA of herseninfarct) of door een spontane intracerebrale bloeding.
  • In de acute fase zijn deze niet klinisch te onderscheiden; je herkent een beroerte en bepaalt de verwijsurgentie op grond van:
    • aanwezigheid van uitvalsverschijnselen
    • tijd sinds ontstaan
    • mogelijkheid tot acute behandeling
  • Uitval nog aanwezig en < 12 uur geleden ontstaan → bel met spoed een ambulance (A1-indicatie). Tijd is hersenweefsel.
  • Bij verdwenen uitval: werkdiagnose TIA; start acetylsalicylzuur 1 dd 160 mg, tenzij de neuroloog de patiënt direct beoordeelt.
  • De FAST-test is een hulpmiddel bij telefonische inschatting; houd rekening met circa 15% foutnegatieve uitslagen, vooral bij een beroerte in het vertebrobasilaire stroomgebied.
  • Therapeutisch doel:
    • zoveel mogelijk hersenweefsel behouden door tijdige herkenning en verwijzing, zodat acute reperfusie (intraveneuze trombolyse,
      endovasculaire behandeling) of couperen van antistolling mogelijk is.
    • de juiste patiënt op het juiste moment met de juiste urgentie verwijzen,
      zonder onnodige A1-ambulanceritten.

Begrippen

  • Beroerte: plotse focale uitval door ischemie (TIA, herseninfarct) of een spontane intracerebrale bloeding. Subarachnoïdale bloedingen vallen buiten deze standaard.
  • TIA: voorbijgaande episode met focale neurologische uitval door ischemie, zonder aanwijzingen voor verse infarcering bij beeldvorming. De werkdiagnose TIA stelt de huisarts bij wie de uitval bij presentatie volledig verdwenen is.
  • Herseninfarct: plotse focale uitval door infarcering.
  • Minor stroke: klein herseninfarct met geringe uitval die niet volledig herstelt.
  • Intracerebrale bloeding: plotse focale uitval door een spontane parenchymateuze bloeding.

Bij ongeveer 80% van de beroertes gaat het om een herseninfarct, bij 20% om een intracerebrale bloeding.

Klinisch beeld

De uitvalsverschijnselen hangen af van het getroffen stroomgebied. Ischemie in het carotisstroomgebied komt naar schatting 4 × zo vaak voor als in het vertebrobasilaire stroomgebied.

Carotisstroomgebied (links of rechts)Vertebrobasilair stroomgebied
Contralaterale hemipareseParese in één of beide lichaamshelften
Contralaterale sensibiliteitsstoornisSensibiliteitsstoornis in één of beide lichaamshelften
Homonieme hemianopsieHomonieme hemianopsie
DysartrieCombinaties van: vertigo, dysartrie, diplopie, dysfagie, ataxie, acuut gehoorverlies
Neglect
Afasie
Amaurosis fugax
Beroertes in het vertebrobasilaire (achterste) stroomgebied worden vaker gemist: de klachten (duizeligheid, misselijkheid/braken, spraakproblemen) zijn vaker mild, voorbijgaand of aspecifiek. Geïsoleerde draaiduizeligheid zonder andere uitval berust zelden (< 5%) op een beroerte.

Herkenning

FAST-test

Gebruik de FAST-test als hulpmiddel bij de telefonische inschatting van de waarschijnlijkheid van een beroerte. Bij niet goede uitvoering van ≥ 1 van de eerste drie opdrachten is er verdenking op een beroerte.

FAST-testFace · Arm · Speech · Time interactief
Afwijkend:0/ 3
≥ 1 afwijkend Verdenking beroerte

Handel acuut: bepaal het aanvangstijdstip en de verwijsurgentie (zie de triage-beslishulp). Verzamel de info zonder het verwijsproces te vertragen.

0 afwijkend FAST negatief

Sluit een beroerte niet uit. De FAST-test heeft circa 15% foutnegatieve uitslagen, vooral bij een beroerte in het vertebrobasilaire stroomgebied (vertigo, dysartrie, diplopie, dysfagie, ataxie).

T = Tijd: vraag hoe laat de klachten zijn begonnen. Onbekend? Wanneer was de patiënt voor het laatst zeker zonder uitvalsverschijnselen? Dit tijdstip bepaalt de verwijsurgentie.
Bron: NHG-Standaard Beroerte (M103) v3.1, dec 2024. Hulpmiddel voor de telefonische inschatting, geen vervanging van klinisch oordeel of de volledige standaard.

ABCDE

  • ABCDE-instabiel (bv. verlaagd bewustzijn of epileptisch insult): bel direct een ambulance met A1-indicatie. Zijn er alleen neurologische uitvalsverschijnselen, volg dan het beleid bij ABCDE-stabiel.
  • ABCDE-stabiel: maak een inschatting van de waarschijnlijkheid van een TIA, herseninfarct of bloeding en bepaal de verwijsurgentie.

Verricht ook bij patiënten zonder actuele klachten lichamelijk onderzoek; patiënten merken uitval zoals hemianopsie vaak niet zelf op. Meet de bloedglucose om een hypo- of hyperglykemie als oorzaak uit te sluiten.

Beleid acute fase

De aanwezigheid van uitvalsverschijnselen en de mogelijkheid tot acute behandeling bepalen de verwijsurgentie. Doorloop de beslishulp:

Verwijsurgentie bij vermoeden beroerte interactief
1 Zijn de neurologische uitvalsverschijnselen nog aanwezig?
2 Infauste prognose, ernstige comorbiditeit of uitdrukkelijke wens om thuis te blijven?
3 Hoe lang geleden zijn de uitvalsverschijnselen ontstaan?

Onbekend tijdstip? Reken vanaf het moment dat de patiënt voor het laatst zeker zonder uitvalsverschijnselen is gezien.

Beleid

Doorloop de stappen hierboven om de verwijsurgentie te bepalen.

Bron: NHG-Standaard Beroerte (M103) v3.1, dec 2024, stroomschema en richtlijnen beleid acute fase. Bij ABCDE-instabiliteit (bv. verlaagd bewustzijn, epileptisch insult): bel direct een ambulance met A1-indicatie. Hulpmiddel, geen vervanging van klinisch oordeel.

De vier categorieën samengevat:

UrgentieSituatieActie
U1uitval aanwezig, < 12 uur geleden ontstaanbel met spoed ambulance (A1), verwijs neuroloog
U2uitval aanwezig, ≥ 12 uur geleden ontstaanspoedvisite binnen 1 uur; overleg neuroloog over urgentie
U2uitval aanwezig, infauste prognose of wens thuisspoedvisite binnen 1 uur; besluit over doorbehandelen
U3uitval volledig verdwenen (werkdiagnose TIA)visite binnen enkele uren; verwijs neuroloog ≤ 24 uur
Start in de acute verwijsfase géén trombocytenaggregatieremmer of antihypertensivum bij een patiënt die nog uitvalsverschijnselen heeft: een intracerebrale bloeding moet eerst met beeldvorming worden uitgesloten. Uitzondering: bij de werkdiagnose TIA (uitval verdwenen) start je wél acetylsalicylzuur 1 dd 160 mg.

Contra-indicaties trombolyse

Verzamel bij een spoedverwijzing zo mogelijk informatie over de contra-indicaties voor intraveneuze trombolyse, zonder het verwijsproces te vertragen. Voor de huisarts relevante punten:

Contra-indicatieGeen contra-indicatie
Herseninfarct < 6 weken geledenHogere leeftijd
Intracraniële bloeding < 3 maanden geledenGeringe uitvalsverschijnselen
Bloeding maag-darmkanaal of urinewegen < 2 wekenGebruik van een trombocytenaggregatieremmer
Grote chirurgische ingreep < 2 weken geledenMenstruatie
Gebruik vitamine K-antagonist en INR > 1,7Recent acuut myocardinfarct
Gebruik DOAC

Gebruik van een DOAC is een contra-indicatie tenzij de laatste inname > 24 uur geleden is; dabigatran kan eventueel gecoupeerd worden.

Verwant

Copyright © 2026 Kaj Kowalski