CVRM
Leefstijl, voorlichting en controles
Niet-medicamenteuze adviezen, voorlichting en gedeelde besluitvorming, antistollingsbeleid, controles en verwijscriteria bij cardiovasculair risicomanagement.
Deze pagina vat de niet-medicamenteuze adviezen, voorlichting, controles en verwijzing uit de
NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (M84) en de Praktische handleiding (v3.2) samen.
Kernpunten
- Leefstijl is de basis onder elke risicoreductie; bespreek 'm altijd vóór medicatie.
- Bepaal samen met de patiënt op welke leefstijlfactor de meeste winst te behalen is en wat haalbaar is; leg dit eventueel vast in een individueel zorgplan.
- Er is geen absolute risicogrens waarboven leefstijl- en medicamenteuze behandeling zonder meer geïndiceerd zijn, en geen grens waaronder ze zonder meer onnodig zijn.
- Herhaal de risicoschatting elke 5 jaar, of vaker bij een risico dicht bij een behandelgrens.
- Therapeutisch doel:
- duurzame leefstijlverandering (niet-roken, voldoende bewegen, gezond gewicht en voeding) als fundament onder de reductie van het cardiovasculaire risico.
- een door de patiënt gedragen, haalbaar behandelplan met behoud van kwaliteit van leven.
Niet-medicamenteuze adviezen
Bespreek samen met de patiënt de volgende punten:
- rook niet en vermijd meeroken; zie [NHG-Behandelrichtlijn Stoppen met roken]nhg-roken
- beweeg voldoende: ≥ 150 min/week matig intensieve inspanning (wandelen, fietsen), verspreid over diverse dagen; voorkom > 8 uur/dag zitten. Verricht daarnaast ≥ 2×/week spier- en botversterkende activiteiten (traplopen, springen, tuinieren); voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen
- streef naar een gezond gewicht (BMI 20-25)
- eet gezond volgens de Schijf van Vijf van het [Voedingscentrum]voedingscentrum
- probeer stress te voorkomen
- zoutbeperking bij een verhoogde bloeddruk: <
6 g NaCl per dag
Supplementen
- Voedingsstofsupplementen zijn niet nodig bij gezonde voeding, behalve voor specifieke groepen met een suppletieadvies.
- Raad supplementen met rodegistrijst en visolie met het doel het LDL-cholesterol te verlagen niet aan.
Voorlichting en gedeelde besluitvorming
- Geef uitleg over de betekenis van het geschatte risico en verwijs naar [thuisarts.nl]thuisarts.
- Bespreek de risicocategorie en/of risicoschatting en kom gezamenlijk tot het gewenste beleid.
- Bespreek altijd éérst het grote belang van leefstijlaanpassing en daarna de voor- en nadelen van mogelijke medicamenteuze behandeling (chronisch gebruik van cholesterol- en/of bloeddrukverlagende medicatie).
Invloed van leeftijd en comorbiditeit
- Jongere personen met meerdere risicofactoren: overweeg de cardiovasculaire risicoleeftijd ('hartleeftijd') of een lifetimerisicoschatting om het belang van vroege interventie te duiden.
- Ouderen zonder HVZ: het bewijs dat medicamenteuze behandeling effectief is, is minder overtuigend naarmate zij ouder en/of kwetsbaarder worden. Bij ouderen mét HVZ is er wél voldoende bewijs, tenzij kwetsbaarheid en bijwerkingen de behandeling niet toelaten of de levensverwachting onvoldoende is.
- Bestaande morbiditeit: overweeg bij twijfel over de behandelindicatie eerder te behandelen bij COPD of een chronische inflammatoire ziekte (artritis psoriatica, jicht).

Antistolling
Voor het antistollingsbeleid wordt verwezen naar de specifieke NHG-Standaarden:
- [Acuut coronair syndroom]nhg-acs
- [Atriumfibrilleren]nhg-af
- [Beroerte]nhg-beroerte
- [Perifeer arterieel vaatlijden]nhg-pav
- [Stabiele angina pectoris]nhg-ap
Controles
- Herhaal de cardiovasculaire risicoschatting elke 5 jaar, of vaker als het geschatte risico dicht bij een behandelgrens ligt.
- Controleer de bloeddruk
1-2 keer per jaarbij een goed ingestelde bloeddruk; vaker indien niet. - Aanvullend laboratoriumonderzoek bij follow-up:
- bij diureticum, ACE-remmer of ARB: jaarlijks creatinine,
eGFR, natrium en kalium; vaker (bijvoorbeeld elke 3 maanden) op indicatie (eGFR <30, instabiel hartfalen, kwetsbare ouderen, eerdere afwijkingen) - bij start/wijziging cholesterolverlager: na 3 maanden LDL-cholesterol; na het bereiken van de streefwaarde zijn controles alleen nodig bij LDL-verhogende aandoeningen (hypothyreoïdie, FH)
- bij iedereen onder behandeling voor CVRM: glucose en
ACRminimaal jaarlijks bij DM en/of chronische nierschade (zie [NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2]nhg-dm2 en [NHG-Standaard Chronische nierschade]nhg-ckd)
- bij diureticum, ACE-remmer of ARB: jaarlijks creatinine,
- Pas de controlemomenten in op de periodieke controles conform een individueel zorgplan.
Verwijzing
- overgewicht → overweeg verwijzing naar de diëtist en/of fysio- of oefentherapeut
- onvoldoende bereiken LDL-streefwaarde → overweeg verwijzing internist/cardioloog voor PCSK9-remmers (zie Cholesterolverlaging)
- hypertensie → overweeg een diëtist voor langdurige zoutbeperking
- aanhoudend lage eGFR (
< 30 mL/min/1,73 m²) na ACE-remmer/ARB/spironolacton → overweeg consultatie of verwijzing internist-nefroloog - therapieresistente hypertensie → overweeg verwijzing internist of cardioloog
- psychosociale problemen bij een (zeer) hoog risico, of moeite met ziekteverwerking of leefstijlverandering → overweeg verwijzing POH-ggz of psycholoog
Bron
- NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (M84), versie 4.1, september 2024; richtlijnen.nhg.org.
- Praktische handleiding bij de NHG-Standaard CVRM, versie 3.2, maart 2026 (NHG); figuur 2 (overlap kwetsbaarheid), niet-medicamenteuze adviezen, controles en verwijzing.
Hypercholesterolemie
Lipidenverlagende behandeling bij CVRM: LDL-streefwaarden, gewenste LDL-daling, het stappenplan met statinedoseringen, ezetimib, beleid bij spierklachten en stopcriteria bij ouderen.
Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis
Samenvatting van de NHG-Standaard Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis (M92): diagnostiek, prednis(ol)on-behandeling en afbouw, controles, glucocorticoïd-aandachtspunten en spoedherkenning van arteriitis temporalis.