FarmaKaj Logo
CVRM

Hypercholesterolemie

Lipidenverlagende behandeling bij CVRM: LDL-streefwaarden, gewenste LDL-daling, het stappenplan met statinedoseringen, ezetimib, beleid bij spierklachten en stopcriteria bij ouderen.
Deze pagina vat de cholesterolbehandeling uit de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (M84) en de Praktische handleiding (v3.2) samen.
De streefwaarden geven richting aan het beleid; ze dicteren het niet. Bij ongewenste intensivering kan in overleg met de patiënt genoegen genomen worden met een hogere waarde.

Kernpunten

  • Bepaal het LDL-cholesterol bij aanvang van de behandeling (indien nog niet bekend).
  • Kies de statinedosering op basis van de gewenste procentuele LDL-daling (zie tabel LDL-daling).
  • Monitor met LDL óf non-HDL-cholesterol: een LDL van 1,8 en 2,6 mmol/L correspondeert met een non-HDL van 2,6 respectievelijk 3,4 mmol/L.
  • Atorvastatine en rosuvastatine hebben de voorkeur (laagste kosten, krachtig). Gebruik pravastatine 1 dd 40 mg bij chronisch gebruik van CYP3A4-remmers/-inductoren.
  • Controleer na start of dosiswijziging na 3 maanden het LDL of non-HDL tot de streefwaarde bereikt is; daarna is jaarlijkse controle niet nodig.
  • Rodegistrijst (bevat lovastatine) en visoliesupplementen worden niet aangeraden om het LDL te verlagen.
  • Therapeutisch doel:
    • LDL-cholesterol naar de streefwaarde die past bij de risicocategorie (< 1,8 mmol/L bij zeer hoog risico ≤ 70 jaar; < 2,6 mmol/L bij de overigen), ter reductie van het risico op hart- en vaatziekten.
    • behoud van therapietrouw en kwaliteit van leven; medicatie die de patiënt verdraagt boven een theoretisch lagere waarde die 'ie niet volhoudt.

Streefwaarden en gewenste LDL-daling

PatiëntengroepLDL-streefwaardeOnbehandelde LDLGewenste LDL-daling
Patiënten ≤ 70 jaar met HVZ< 1,8 mmol/L1,8 - 2,9 mmol/L< 40%
Patiënten ≤ 70 jaar met HVZ< 1,8 mmol/L≥ 3,0 mmol/L≥ 40%
Overige patiënten< 2,6 mmol/L2,6 - 4,2 mmol/L< 40%
Overige patiënten< 2,6 mmol/L≥ 4,3 mmol/L≥ 40%
De leeftijdsgrens van 70 jaar is geen absolute grens; kwetsbaarheid of vitaliteit is niet altijd aan de leeftijd gebonden.

Behandeling

Stappenplan met statines

Stap 1: start een statine

Kies de startdosering op de gewenste LDL-daling:

  • bij < 40% gewenste daling: atorvastatine 1 dd 10 mg, rosuvastatine 1 dd 5 mg (beide laagste kosten) of simvastatine 1 dd 40 mg
  • bij ≥ 40% gewenste daling: atorvastatine 1 dd 20 mg (laagste kosten) of rosuvastatine 1 dd 10 mg
  • bij chronisch gebruik van CYP3A4-remmende of -inducerende middelen (o.a. diltiazem, verapamil, itraconazol, hiv-remmers): pravastatine 1 dd 40 mg

Bij bereikte streefwaarde en goed verdragen: continueer en controleer LDL/non-HDL alleen op indicatie (jaarlijkse controle niet nodig).

Stap 2: intensiveer de lipidenverlagende therapie

Indien de streefwaarde niet bereikt is, de patiënt geen (ernstige) bijwerkingen heeft en gemotiveerd is:

  • verhoog de dosering in stapjes tot de maximale dosering (atorvastatine 1 dd 80 mg, rosuvastatine 1 dd 40 mg)
  • vervang bij onvoldoende effect simvastatine 40 mg door atorvastatine 20 mg of rosuvastatine 10 mg

Stap 3: overweeg ezetimib toe te voegen

Indien de LDL-streefwaarde niet bereikt wordt:

  • overweeg ezetimib 1 dd 10 mg toe te voegen bij patiënten mét HVZ ≤ 70 jaar
  • bij patiënten ≤ 70 jaar zónder HVZ kan ezetimib een optie zijn als voldoende LDL-reductie met een statine niet haalbaar is
  • bij ouderen: voeg ezetimib alleen toe bij vitale ouderen mét HVZ
  • overweeg verwijzing bij onvoldoende bereiken van de streefwaarde (zie Verwijzing)

Spierklachten

5-10% van de statinegebruikers klaagt over myalgie; rabdomyolyse is zeer zeldzaam.

  • Ga bij statinegerelateerde spierklachten na of er een reversibele oorzaak is (infectie, grote inspanning) of een interactie met een ander geneesmiddel (CYP3A4-remmer, digoxine, fibraten).
  • Staak bij hinderlijke klachten de statine en evalueer na 4 weken. Houden de klachten verband met de statine (verdwijnen direct na staken), dan: herstart in de hoogste dosering die de patiënt nog wél verdraagt (eventueel om de dag), of stap over op een andere statine, of voeg ezetimib toe.
  • Bepaal creatinekinase (CK) alleen bij vermoeden van myotoxiciteit (spierpijn, krachtverlies, donkerbruine urine / myoglobinurie). Bij een CK-stijging > 5× de bovenste normaalwaarde zonder andere bekende oorzaak: staak de statine. Bij verdwijnen van de symptomen en normalisatie van het CK: overweeg herstart in de laagste dosering of een switch, met zorgvuldige controle.

Stopcriteria bij ouderen

  • Vitale ouderen met HVZ: stop lipidenverlagende medicatie alleen bij onoverkomelijke bijwerkingen.
  • Kwetsbare ouderen met HVZ: overweeg te stoppen, met name bij een (mogelijke) bijwerking of een gering geschatte resterende levensverwachting.
  • Kwetsbare ouderen zonder HVZ: stop de lipidenverlagende medicatie.

Controles en verwijzing

  • Na start/wijziging: controleer na 3 maanden het LDL of non-HDL. Na het bereiken van de streefwaarde zijn controles niet nodig, behalve bij LDL-verhogende aandoeningen (in het bijzonder hypothyreoïdie en familiaire hypercholesterolemie).
  • Bij onvoldoende bereiken van de LDL-streefwaarde: overweeg verwijzing naar de internist of cardioloog voor eventuele toevoeging van PCSK9-remmers bij:
    • patiënten ≤ 70 jaar met een hoog geschatte recidiefkans (uitgebreid of progressief vaatlijden, DM met HVZ, FH met HVZ)
    • patiënten ≤ 70 jaar zonder HVZ, maar met FH en een hoog of zeer hoog cardiovasculair risico en/of DM en/of chronische nierschade
Sinds 2024 zijn de vergoedingscriteria voor PCSK9-remmers verruimd naar alle patiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico die de streefwaarde niet halen met orale therapie.
Copyright © 2026 Kaj Kowalski