Hypercholesterolemie
De streefwaarden geven richting aan het beleid; ze dicteren het niet. Bij ongewenste intensivering kan in overleg met de patiënt genoegen genomen worden met een hogere waarde.
Kernpunten
- Bepaal het
LDL-cholesterolbij aanvang van de behandeling (indien nog niet bekend). - Kies de statinedosering op basis van de gewenste procentuele LDL-daling (zie tabel LDL-daling).
- Monitor met
LDLófnon-HDL-cholesterol: eenLDLvan1,8en2,6 mmol/Lcorrespondeert met een non-HDL van2,6respectievelijk3,4 mmol/L. - Atorvastatine en rosuvastatine hebben de voorkeur (laagste kosten, krachtig). Gebruik
pravastatine
1 dd 40 mgbij chronisch gebruik van CYP3A4-remmers/-inductoren. - Controleer na start of dosiswijziging na 3 maanden het LDL of non-HDL tot de streefwaarde bereikt is; daarna is jaarlijkse controle niet nodig.
- Rodegistrijst (bevat lovastatine) en visoliesupplementen worden niet aangeraden om het LDL te verlagen.
- Therapeutisch doel:
LDL-cholesterolnaar de streefwaarde die past bij de risicocategorie (< 1,8 mmol/Lbij zeer hoog risico ≤ 70 jaar;< 2,6 mmol/Lbij de overigen), ter reductie van het risico op hart- en vaatziekten.- behoud van therapietrouw en kwaliteit van leven; medicatie die de patiënt verdraagt boven een theoretisch lagere waarde die 'ie niet volhoudt.
Streefwaarden en gewenste LDL-daling
| Patiëntengroep | LDL-streefwaarde | Onbehandelde LDL | Gewenste LDL-daling |
|---|---|---|---|
| Patiënten ≤ 70 jaar met HVZ | < 1,8 mmol/L | 1,8 - 2,9 mmol/L | < 40% |
| Patiënten ≤ 70 jaar met HVZ | < 1,8 mmol/L | ≥ 3,0 mmol/L | ≥ 40% |
| Overige patiënten | < 2,6 mmol/L | 2,6 - 4,2 mmol/L | < 40% |
| Overige patiënten | < 2,6 mmol/L | ≥ 4,3 mmol/L | ≥ 40% |
Behandeling
Stappenplan met statines
Stap 1: start een statine
Kies de startdosering op de gewenste LDL-daling:
- bij
< 40%gewenste daling:atorvastatine 1 dd 10 mg,rosuvastatine 1 dd 5 mg(beide laagste kosten) ofsimvastatine 1 dd 40 mg - bij
≥ 40%gewenste daling:atorvastatine 1 dd 20 mg(laagste kosten) ofrosuvastatine 1 dd 10 mg - bij chronisch gebruik van CYP3A4-remmende of -inducerende middelen (o.a. diltiazem, verapamil,
itraconazol, hiv-remmers):
pravastatine 1 dd 40 mg
Bij bereikte streefwaarde en goed verdragen: continueer en controleer LDL/non-HDL alleen op indicatie (jaarlijkse controle niet nodig).
Stap 2: intensiveer de lipidenverlagende therapie
Indien de streefwaarde niet bereikt is, de patiënt geen (ernstige) bijwerkingen heeft en gemotiveerd is:
- verhoog de dosering in stapjes tot de maximale dosering (
atorvastatine 1 dd 80 mg,rosuvastatine 1 dd 40 mg) - vervang bij onvoldoende effect
simvastatine 40 mgdooratorvastatine 20 mgofrosuvastatine 10 mg
Stap 3: overweeg ezetimib toe te voegen
Indien de LDL-streefwaarde niet bereikt wordt:
- overweeg
ezetimib 1 dd 10 mgtoe te voegen bij patiënten mét HVZ ≤ 70 jaar - bij patiënten ≤ 70 jaar zónder HVZ kan ezetimib een optie zijn als voldoende LDL-reductie met een statine niet haalbaar is
- bij ouderen: voeg ezetimib alleen toe bij vitale ouderen mét HVZ
- overweeg verwijzing bij onvoldoende bereiken van de streefwaarde (zie Verwijzing)
Spierklachten
5-10% van de statinegebruikers klaagt over myalgie; rabdomyolyse is zeer zeldzaam.
- Ga bij statinegerelateerde spierklachten na of er een reversibele oorzaak is (infectie, grote inspanning) of een interactie met een ander geneesmiddel (CYP3A4-remmer, digoxine, fibraten).
- Staak bij hinderlijke klachten de statine en evalueer na 4 weken. Houden de klachten verband met de statine (verdwijnen direct na staken), dan: herstart in de hoogste dosering die de patiënt nog wél verdraagt (eventueel om de dag), of stap over op een andere statine, of voeg ezetimib toe.
- Bepaal creatinekinase (
CK) alleen bij vermoeden van myotoxiciteit (spierpijn, krachtverlies, donkerbruine urine / myoglobinurie). Bij eenCK-stijging> 5×de bovenste normaalwaarde zonder andere bekende oorzaak: staak de statine. Bij verdwijnen van de symptomen en normalisatie van het CK: overweeg herstart in de laagste dosering of een switch, met zorgvuldige controle.
Stopcriteria bij ouderen
- Vitale ouderen met HVZ: stop lipidenverlagende medicatie alleen bij onoverkomelijke bijwerkingen.
- Kwetsbare ouderen met HVZ: overweeg te stoppen, met name bij een (mogelijke) bijwerking of een gering geschatte resterende levensverwachting.
- Kwetsbare ouderen zonder HVZ: stop de lipidenverlagende medicatie.
Controles en verwijzing
- Na start/wijziging: controleer na 3 maanden het LDL of non-HDL. Na het bereiken van de streefwaarde zijn controles niet nodig, behalve bij LDL-verhogende aandoeningen (in het bijzonder hypothyreoïdie en familiaire hypercholesterolemie).
- Bij onvoldoende bereiken van de LDL-streefwaarde: overweeg verwijzing naar de internist of
cardioloog voor eventuele toevoeging van PCSK9-remmers bij:
- patiënten ≤ 70 jaar met een hoog geschatte recidiefkans (uitgebreid of progressief vaatlijden, DM met HVZ, FH met HVZ)
- patiënten ≤ 70 jaar zonder HVZ, maar met FH en een hoog of zeer hoog cardiovasculair risico en/of DM en/of chronische nierschade
Bron
- NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (M84), versie 4.1, september 2024; richtlijnen.nhg.org.
- Praktische handleiding bij de NHG-Standaard CVRM, versie 3.2, maart 2026 (NHG); tabel 4, stappenplan cholesterolbehandeling.
Bloeddrukverlaging
Medicamenteuze bloeddrukverlaging bij CVRM: behandelgrenzen, voorkeursmiddelen, het stappenplan 1a-4 met doseringen, en het beleid bij nierfunctiedaling, elektrolytstoornissen en dehydratie.
Leefstijl, voorlichting en controles
Niet-medicamenteuze adviezen, voorlichting en gedeelde besluitvorming, antistollingsbeleid, controles en verwijscriteria bij cardiovasculair risicomanagement.