Niet-allergische rinitis
Kernpunten
- Er is sprake van niet-allergische rinitis als de rinitis niet door allergie of infectie te verklaren is; ongeveer de helft van de patiënten met rinitis heeft een niet-allergische vorm.
- De anamnese is leidend; een negatieve test op inhalatieallergenen maakt een allergische rinitis onwaarschijnlijk.
- Richt de behandeling op het subtype: het beleid verschilt per oorzaak.
- Bij rinitis door langdurig gebruik van lokale decongestiva: stoppen met het decongestivum is de kern.
- Therapeutisch doel:
- klachtenreductie tot een voor de patiënt acceptabel niveau, met behoud van dagelijks functioneren.
- bij medicamenteuze rinitis: de rebound-cyclus doorbreken of het uitlokkende middel staken.
Achtergrond
Niet-allergische rinitis is een heterogene groep neusaandoeningen zonder overgevoeligheid voor allergenen. Onderscheid de subtypen, want het beleid verschilt:
- Idiopathische rinitis (voorheen "vasomotore rinitis"): komt het vaakst voor. Wisselend aanwezige klachten van verstopte neus, niezen en loopneus bij aspecifieke prikkels.
- Medicamenteuze rinitis:
- langdurig gebruik van lokale decongestiva (xylometazoline, oxymetazoline, tramazoline)
- acetylsalicylzuur en NSAID's (vaak in combinatie met astma en neuspoliepen), bètablokkers en ACE-remmers
- cocaïnegebruik: kan leiden tot obstructieklachten en later tot destructie van het neustussenschot
- Rinitis bij ouderen: een chronische loopneus zonder andere klachten zoals jeuk of niezen.
- Rinitis door schadelijke stoffen, zoals roken (ook in de omgeving).
- Hormonaal geïnduceerde rinitis: vooral tijdens de zwangerschap; verdwijnt na de bevalling.
- Rinitis door een neusobstructie: door een mogelijke tumor.
Hyperreactiviteit speelt bij niet-allergische (en allergische) rinitis een rol: aspecifieke, niet-immunologische prikkels zoals fijnstof, rook, temperatuurwisseling, bak- en verflucht, alcohol en inspanning lokken klachten uit.
Diagnostiek
- De anamnese is leidend voor het onderscheid tussen allergische en niet-allergische rinitis; zie de diagnostiek bij hooikoorts.
- Doe lichamelijk onderzoek om andere oorzaken uit te sluiten bij eenzijdige klachten, ouderen en patiënten bij wie de klachten na behandeling onvoldoende verminderen.
- Een negatieve test op inhalatieallergenen maakt een allergische rinitis onwaarschijnlijk.
Behandeling
Rinitis door decongestiva
- Adviseer te stoppen met de neusdruppels of -spray; dit is de kern van de behandeling.
- Waarschuw voor het rebound-effect: na het stoppen treedt vaak tijdelijk meer verstopping op, waardoor de patiënt geneigd is opnieuw te gaan gebruiken. Ook lang na het stoppen kan kortdurend hernieuwd gebruik het rebound-effect opnieuw uitlokken.
- Overweeg bij langdurig gebruik en meerdere vergeefse stoppogingen een korte kuur met een corticosteroïdneusspray (offlabel). Evalueer na enkele weken en bouw daarna af.
- Bij zwangerschap is een fluticasonneusspray het middel van eerste keus.
Rinitis door geneesmiddelen
- Bij een vermoeden dat een geneesmiddel de oorzaak is: stop het middel zo mogelijk (tijdelijk) en hervat het. Verdwijnen de klachten bij staken en keren ze terug bij hervatten, dan is het verband zeer aannemelijk.
- Zoek, eventueel in overleg met de apotheker, een alternatief dat bij deze patiënt geen klachten geeft; overstappen op een ander middel uit dezelfde groep kan ook zinvol zijn.
Idiopathische rinitis
- Azelastineneusspray:
2 dd 2 verstuivingen per neusgat, gedurende maximaal 8 weken. Controleer na 8 weken; stop bij verdwijnen van de klachten en herstart bij een recidief. - Zijn de klachten niet verdwenen: overweeg een proefbehandeling met een corticosteroïdneusspray.
- Een andere mogelijkheid is een ipratropiumbromide-neusspray,
3 dd 1-2 verstuivingen per neusgat, gedurende 8 weken; deze werkt vooral tegen de loopneus.- het combinatiepreparaat ipratropiumbromide/xylometazoline wordt ontraden wegens de bijwerkingen van xylometazoline
- ipratropiumbromide is in Nederland niet als neusspray geregistreerd (offlabel), maar wel via de apotheek verkrijgbaar
- Verwijzing naar een kno-arts voor behandeling met capsaïcine is een mogelijkheid bij therapieresistente klachten.
Rinitis bij ouderen
- Overweeg een proefbehandeling met een ipratropiumbromide-neusspray,
3 dd 1-2 verstuivingen per neusgat. - Controleer na 8 weken; bij persisterende klachten: overleg met de patiënt over verwijzing naar een kno-arts.
Rinitis door roken
- Adviseer te stoppen met roken en een rookvrije omgeving (zie de [NHG-Behandelrichtlijn Stoppen met roken]nhg-roken).
Rinitis door zwangerschap
- De klachten verdwijnen na de bevalling. Ter overbrugging is een fluticasonneusspray te overwegen.
Conchahypertrofie
- Overweeg bij obstructieklachten een behandeling met een corticosteroïdneusspray.
Verwijzen of consulteren
Overweeg consultatie of verwijzing naar een kno-arts bij:
- aanhoudende klachten ondanks maximale dosering van beide groepen geneesmiddelen
- eenzijdige neusobstructie of eenzijdige bloederige afscheiding (verdenking maligniteit)
- therapieresistente rinitis bij ouderen
- persisterende neusverstopping door een septumafwijking (septumplastiek is op korte termijn effectief; na langere tijd recidiveren soms klachten van neusobstructie)
- therapieresistente idiopathische rinitis (voor eventuele behandeling met capsaïcine)
Overweeg een operatieve behandeling (conchachirurgie) bij neusverstopping die ondanks 2 maanden behandeling met een corticosteroïdneusspray aanhoudt en waarbij sprake is van conchahypertrofie. Deze is op korte termijn effectief, maar na langere tijd recidiveren soms klachten van neusobstructie.
Hooikoorts
Samenvatting van de NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis (M48): diagnostiek, niet-medicamenteus beleid, antihistaminica en corticosteroïdneusspray, zwangerschap, immunotherapie en verwijscriteria bij allergische rinitis.
Urticaria en angio-oedeem
Samenvatting van de NHG-Behandelrichtlijn Urticaria en angio-oedeem: spoedherkenning van anafylaxie, diagnostiek zonder routine-aanvullend onderzoek, en het stappenplan met tweede generatie antihistaminica.