Geneesmiddelallergie
Kernpunten
- Drie beelden lijken op "allergie" maar vragen verschillend beleid:
- bijwerking: voorspelbaar, dosisafhankelijk, geen immuunrespons.
- pseudo-allergie / intolerantie: niet-immunologisch, farmacologisch
(bv. NSAID viaCOX-1); kan al bij eerste blootstelling, dosisafhankelijk. - echte allergie: immunologisch; pas ná sensibilisatie, niet-dosisafhankelijk.
- Indeling volgens Gell-Coombs (type I-IV) bepaalt beeld én tijdsbeloop:
- type I (IgE, mestcel): minuten tot 1 uur; urticaria, angio-oedeem, anafylaxie.
- type IV (T-cel, vertraagd): uren tot dagen; exantheem, ernstig DRESS / SJS / TEN.
- Frequente veroorzakers: β-lactam-antibiotica, NSAID's, jodiumhoudend contrast.
- NSAID-overgevoeligheid is meestal pseudo-allergie (
COX-1-remming), geen IgE →
kruisreactief over álle klassieke NSAID's; paracetamol of een selectieveCOX-2-remmer wordt meestal wél verdragen. - Anafylaxie is een spoedgeval: huid-/slijmvliesklachten én ≥
1van hypotensie,
bedreigde ademweg of gastro-intestinale klachten. Hoeksteen = adrenaline IM. - Houd rekening met een bifasische reactie: opnieuw klachten 1-72 uur na herstel,
bij tot 20% van de patiënten. Daarom altijd observeren. - Leg elke overgevoeligheid vast in het HIS; een onterecht penicilline-label leidt
tot bredere, slechtere of duurdere antibiotica. - Therapeutisch doel:
- acuut: de (anafylactische) reactie couperen en progressie naar ademweg- of
circulatiefalen voorkomen. - recidief voorkomen door het causale middel én kruisreactieve middelen te
vermijden en de overgevoeligheid correct vast te leggen. - de patiënt voorzien van een veilig, werkzaam alternatief; bij een onterecht
allergie-label dit laten de-labellen zodat eerstekeusmiddelen beschikbaar blijven.
- acuut: de (anafylactische) reactie couperen en progressie naar ademweg- of
Klinisch beeld
Bijwerking, pseudo-allergie of allergie
| Kenmerk | Bijwerking | Pseudo-allergie / intolerantie | Echte allergie |
|---|---|---|---|
| Immuunrespons | nee | nee | ja |
| Al bij eerste blootstelling | ja | ja | nee (sensibilisatie) |
| Dosisafhankelijk | ja | ja | nee |
| Voorbeeld | misselijkheid opioïd | NSAID-bronchospasme, opiaatflush | penicilline-anafylaxie |
De oudere termen anafylactisch (na sensibilisatie, type I IgE) versus anafylactoïd (al bij eerste blootstelling, dosisafhankelijk, geen specifieke antigeenherkenning; bv. opiaten, NSAID, contrast) dekken hetzelfde onderscheid. Het klinische beeld en de acute behandeling zijn identiek.
Indeling volgens Gell-Coombs
| Type | Mechanisme | Tijdsbeloop | Beeld | Voorbeeld geneesmiddel |
|---|---|---|---|---|
| I | IgE, mestceldegranulatie | minuten tot 1 u | urticaria, angio-oedeem, anafylaxie | penicilline, NSAID (echte allergie) |
| II | IgG, cytotoxisch | uren tot dagen | hemolytische anemie, trombocytopenie | penicilline (hoge dosis), methyldopa |
| III | immuuncomplexen | dagen | serumziekte, vasculitis | heterologe antisera, cefaclor |
| IV | T-cel, vertraagd | uren tot weken | exantheem, DRESS, SJS / TEN | anti-epileptica, allopurinol, sulfonamiden |
NSAID-overgevoeligheid
- De meeste NSAID-reacties zijn pseudo-allergie door
COX-1-remming →
daling van het beschermendePGE2en een shift naar cysteinyl-leukotriënen →
bronchoconstrictie en urticaria/angio-oedeem. - Geen IgE, geen sensibilisatie nodig → kruisreactief over alle klassieke
COX-1-remmers, inclusief acetylsalicylzuur. - Praktisch: bij bewezen pseudo-allergie is ook ibuprofen of naproxen niet veilig;
paracetamol of een selectieveCOX-2-remmer is meestal wel verdragen. - Een enkele, op één specifiek NSAID gerichte IgE-reactie (echte allergie) bestaat
ook; dan is een chemisch ongerelateerd NSAID vaak wel mogelijk. Dat onderscheid
hoort in de 2e lijn.
Diagnostiek
- Anamnese is leidend: welk middel, tijdsrelatie (acuut
< 1 uvs vertraagd
uren-dagen), aard (urticaria/anafylaxie vs exantheem vs orgaanschade), eerdere
blootstelling en beloop bij staken. - Alarmsignalen uitvragen (→ spoed of verwijzing):
- anafylaxie: hypotensie, dyspneu/stridor, gegeneraliseerde urticaria met
systemische klachten. - ernstige cutane reactie: koorts, slijmvlieslaesies, blaren of huidloslating
(SJS / TEN), gelaatsoedeem met lymfadenopathie of eosinofilie (DRESS).
- anafylaxie: hypotensie, dyspneu/stridor, gegeneraliseerde urticaria met
- Aanvullende diagnostiek (huidtests, specifiek IgE, gecontroleerde provocatie) is
2e lijn; in de huisartspraktijk geen routine. - Vastleggen: codeer de overgevoeligheid in het HIS als allergie, intolerantie
of bijwerking, zodat de medicatiebewaking het middel en de groep blokkeert.
Behandeling
Acute anafylaxie (spoed)
Beoordeel via ABCDE ("treat first what kills first") en handel volgens de NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties.
- Stop de blootstelling aan het middel.
- Geef adrenaline intramusculair anterolateraal in het bovenbeen
(ampul1 mg/ml):- volwassene:
0,5 mg(=0,5 ml), herhaal z.n. na5-15 min. - kind:
0,01 mg/kgIM, max.0,5 mgper keer.
- volwassene:
- IM heeft voorkeur boven subcutaan: effectieve spiegel na 3-5 minuten. Gebruik
bij voorkeur een ampul (nauwkeuriger dan een auto-injector). - Bel een ambulance met A1-indicatie.
- Bronchospasme → salbutamol; shockverschijnselen → ringerlactaat of NaCl
0,9%. - Na een doorgemaakte anafylaxie: schrijf
2adrenaline-auto-injectoren voor,
met gebruiksinstructie. Observeer 4-6 uur in verband met een bifasische reactie.
clemastine (H1-antagonist) en dexamethason (ter voorkoming van
de late, bifasische reactie) als pijlers. De huidige NHG-Behandelrichtlijn (2024)
beveelt clemastine en dexamethason niet meer aan: adrenaline IM is de hoeksteen,
en bij persisterende huidklachten kan ná adrenaline een niet-sederend
(2e-generatie) antihistaminicum worden overwogen. Ken voor het tentamen de
collegelijn, maar weet dat de richtlijn is gewijzigd.Niet-acute reactie
- Staak het causale middel.
- Milde huidreacties (urticaria zonder systemische klachten): 2e-generatie
antihistaminicum. Zie
Urticaria en angio-oedeem.
Vermijden en alternatief
- Vermijd het middel én kruisreactieve middelen en leg dit vast in het HIS.
- β-lactams: de kruisreactiviteit tussen penicilline en cefalosporine is laag
(vooral bij 1e-generatie of een gedeelde zijketen). Bij een milde, niet-recente
reactie is vaak een alternatief β-lactam mogelijk, anders een andere klasse. - NSAID-pseudo-allergie: kies paracetamol of een selectieve
COX-2-remmer. - Penicilline-labels zijn vaak onterecht; overweeg de-labelling (gerichte
anamnese, zo nodig 2e lijn) zodat smalspectrum-β-lactams beschikbaar blijven.
Verwijzen of consulteren
- Met spoed (ambulance, A1): anafylaxie of ernstig angio-oedeem van mond-/keelholte.
- Dezelfde dag, klinisch: vermoeden van DRESS of SJS / TEN.
- 2e lijn (allergoloog/internist-immunoloog of dermatoloog): diagnostische
bevestiging, onduidelijke of complexe overgevoeligheid, de-labelling, of een
reactie op een middel zonder eenvoudig alternatief.
Bron
- College Anafylaxie en allergische rhinitis (Amsterdam UMC, Farmacotherapie)
- NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties
- NHG-Behandelrichtlijn Urticaria en angio-oedeem
- HIS-Referentiemodel, Medicatie-overgevoeligheid
Vitamine D-deficiëntie
Diagnostiek, suppletie en behandeling van vitamine D-deficiëntie bij volwassenen en ouderen, plus minderen en stoppen van calcium en vitamine D in de context van fractuurpreventie.
Hooikoorts
Samenvatting van de NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis (M48): diagnostiek, niet-medicamenteus beleid, antihistaminica en corticosteroïdneusspray, zwangerschap, immunotherapie en verwijscriteria bij allergische rinitis.