FarmaKaj Logo
Allergie & Hooikoorts

Geneesmiddelallergie

Herkennen en onderscheiden van geneesmiddelovergevoeligheid (bijwerking, pseudo-allergie, echte allergie), Gell-Coombs-indeling, anafylaxiebeleid met adrenaline, vastleggen en de-labellen, en verwijscriteria.
Er bestaat geen losse NHG-richtlijn Geneesmiddelallergie. Deze pagina is samengesteld uit het college Anafylaxie en allergische rhinitis (Amsterdam UMC), de NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties (anafylaxie) en het Farmacotherapeutisch Kompas. Gebruik lokaal protocol en klinisch oordeel bij spoed, afwijkend beloop of diagnostische twijfel.

Kernpunten

  • Drie beelden lijken op "allergie" maar vragen verschillend beleid:
    • bijwerking: voorspelbaar, dosisafhankelijk, geen immuunrespons.
    • pseudo-allergie / intolerantie: niet-immunologisch, farmacologisch
      (bv. NSAID via COX-1); kan al bij eerste blootstelling, dosisafhankelijk.
    • echte allergie: immunologisch; pas ná sensibilisatie, niet-dosisafhankelijk.
  • Indeling volgens Gell-Coombs (type I-IV) bepaalt beeld én tijdsbeloop:
    • type I (IgE, mestcel): minuten tot 1 uur; urticaria, angio-oedeem, anafylaxie.
    • type IV (T-cel, vertraagd): uren tot dagen; exantheem, ernstig DRESS / SJS / TEN.
  • Frequente veroorzakers: β-lactam-antibiotica, NSAID's, jodiumhoudend contrast.
  • NSAID-overgevoeligheid is meestal pseudo-allergie (COX-1-remming), geen IgE →
    kruisreactief over álle klassieke NSAID's; paracetamol of een selectieve
    COX-2-remmer wordt meestal wél verdragen.
  • Anafylaxie is een spoedgeval: huid-/slijmvliesklachten én ≥ 1 van hypotensie,
    bedreigde ademweg of gastro-intestinale klachten. Hoeksteen = adrenaline IM.
  • Houd rekening met een bifasische reactie: opnieuw klachten 1-72 uur na herstel,
    bij tot 20% van de patiënten. Daarom altijd observeren.
  • Leg elke overgevoeligheid vast in het HIS; een onterecht penicilline-label leidt
    tot bredere, slechtere of duurdere antibiotica.
  • Therapeutisch doel:
    • acuut: de (anafylactische) reactie couperen en progressie naar ademweg- of
      circulatiefalen voorkomen.
    • recidief voorkomen door het causale middel én kruisreactieve middelen te
      vermijden en de overgevoeligheid correct vast te leggen.
    • de patiënt voorzien van een veilig, werkzaam alternatief; bij een onterecht
      allergie-label dit laten de-labellen zodat eerstekeusmiddelen beschikbaar blijven.

Klinisch beeld

Bijwerking, pseudo-allergie of allergie

KenmerkBijwerkingPseudo-allergie / intolerantieEchte allergie
Immuunresponsneeneeja
Al bij eerste blootstellingjajanee (sensibilisatie)
Dosisafhankelijkjajanee
Voorbeeldmisselijkheid opioïdNSAID-bronchospasme, opiaatflushpenicilline-anafylaxie

De oudere termen anafylactisch (na sensibilisatie, type I IgE) versus anafylactoïd (al bij eerste blootstelling, dosisafhankelijk, geen specifieke antigeenherkenning; bv. opiaten, NSAID, contrast) dekken hetzelfde onderscheid. Het klinische beeld en de acute behandeling zijn identiek.

Indeling volgens Gell-Coombs

TypeMechanismeTijdsbeloopBeeldVoorbeeld geneesmiddel
IIgE, mestceldegranulatieminuten tot 1 uurticaria, angio-oedeem, anafylaxiepenicilline, NSAID (echte allergie)
IIIgG, cytotoxischuren tot dagenhemolytische anemie, trombocytopeniepenicilline (hoge dosis), methyldopa
IIIimmuuncomplexendagenserumziekte, vasculitisheterologe antisera, cefaclor
IVT-cel, vertraagduren tot wekenexantheem, DRESS, SJS / TENanti-epileptica, allopurinol, sulfonamiden

NSAID-overgevoeligheid

  • De meeste NSAID-reacties zijn pseudo-allergie door COX-1-remming →
    daling van het beschermende PGE2 en een shift naar cysteinyl-leukotriënen →
    bronchoconstrictie en urticaria/angio-oedeem.
  • Geen IgE, geen sensibilisatie nodig → kruisreactief over alle klassieke
    COX-1-remmers, inclusief acetylsalicylzuur.
  • Praktisch: bij bewezen pseudo-allergie is ook ibuprofen of naproxen niet veilig;
    paracetamol of een selectieve COX-2-remmer is meestal wel verdragen.
  • Een enkele, op één specifiek NSAID gerichte IgE-reactie (echte allergie) bestaat
    ook; dan is een chemisch ongerelateerd NSAID vaak wel mogelijk. Dat onderscheid
    hoort in de 2e lijn.

Diagnostiek

  • Anamnese is leidend: welk middel, tijdsrelatie (acuut < 1 u vs vertraagd
    uren-dagen), aard (urticaria/anafylaxie vs exantheem vs orgaanschade), eerdere
    blootstelling en beloop bij staken.
  • Alarmsignalen uitvragen (→ spoed of verwijzing):
    • anafylaxie: hypotensie, dyspneu/stridor, gegeneraliseerde urticaria met
      systemische klachten.
    • ernstige cutane reactie: koorts, slijmvlieslaesies, blaren of huidloslating
      (SJS / TEN), gelaatsoedeem met lymfadenopathie of eosinofilie (DRESS).
  • Aanvullende diagnostiek (huidtests, specifiek IgE, gecontroleerde provocatie) is
    2e lijn; in de huisartspraktijk geen routine.
  • Vastleggen: codeer de overgevoeligheid in het HIS als allergie, intolerantie
    of bijwerking, zodat de medicatiebewaking het middel en de groep blokkeert.

Behandeling

Acute anafylaxie (spoed)

Beoordeel via ABCDE ("treat first what kills first") en handel volgens de NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties.

  • Stop de blootstelling aan het middel.
  • Geef adrenaline intramusculair anterolateraal in het bovenbeen
    (ampul 1 mg/ml):
    • volwassene: 0,5 mg (= 0,5 ml), herhaal z.n. na 5-15 min.
    • kind: 0,01 mg/kg IM, max. 0,5 mg per keer.
  • IM heeft voorkeur boven subcutaan: effectieve spiegel na 3-5 minuten. Gebruik
    bij voorkeur een ampul (nauwkeuriger dan een auto-injector).
  • Bel een ambulance met A1-indicatie.
  • Bronchospasme → salbutamol; shockverschijnselen → ringerlactaat of NaCl 0,9%.
  • Na een doorgemaakte anafylaxie: schrijf 2 adrenaline-auto-injectoren voor,
    met gebruiksinstructie. Observeer 4-6 uur in verband met een bifasische reactie.
College vs actuele NHG-richtlijn. Het college (Amsterdam UMC) noemt naast adrenaline ook clemastine (H1-antagonist) en dexamethason (ter voorkoming van de late, bifasische reactie) als pijlers. De huidige NHG-Behandelrichtlijn (2024) beveelt clemastine en dexamethason niet meer aan: adrenaline IM is de hoeksteen, en bij persisterende huidklachten kan ná adrenaline een niet-sederend (2e-generatie) antihistaminicum worden overwogen. Ken voor het tentamen de collegelijn, maar weet dat de richtlijn is gewijzigd.

Niet-acute reactie

  • Staak het causale middel.
  • Milde huidreacties (urticaria zonder systemische klachten): 2e-generatie
    antihistaminicum. Zie
    Urticaria en angio-oedeem.

Vermijden en alternatief

  • Vermijd het middel én kruisreactieve middelen en leg dit vast in het HIS.
  • β-lactams: de kruisreactiviteit tussen penicilline en cefalosporine is laag
    (vooral bij 1e-generatie of een gedeelde zijketen). Bij een milde, niet-recente
    reactie is vaak een alternatief β-lactam mogelijk, anders een andere klasse.
  • NSAID-pseudo-allergie: kies paracetamol of een selectieve COX-2-remmer.
  • Penicilline-labels zijn vaak onterecht; overweeg de-labelling (gerichte
    anamnese, zo nodig 2e lijn) zodat smalspectrum-β-lactams beschikbaar blijven.

Verwijzen of consulteren

  • Met spoed (ambulance, A1): anafylaxie of ernstig angio-oedeem van mond-/keelholte.
  • Dezelfde dag, klinisch: vermoeden van DRESS of SJS / TEN.
  • 2e lijn (allergoloog/internist-immunoloog of dermatoloog): diagnostische
    bevestiging, onduidelijke of complexe overgevoeligheid, de-labelling, of een
    reactie op een middel zonder eenvoudig alternatief.
Copyright © 2026 Kaj Kowalski