Astma bij volwassenen
Kernpunten
- Stel de diagnose alleen bij passend klachtenpatroon plus aangetoonde
reversibiliteitofvariabiliteit. - Start liefst geen onderhoudsmedicatie voordat de diagnose voldoende zeker is.
ICSis de basis van onderhoudsbehandeling.SABA > 2x/weekpast meestal bij onvoldoende astmacontrole.- Check bij onvoldoende controle altijd eerst
TIP: therapietrouw, inhalatietechniek, prikkelblootstelling. - Verwijs bij diagnostische twijfel, discrepantie klachten-longfunctie of blijvend onvoldoende controle.
Klinisch Beeld
Denk aan astma bij:
- aanvalsgewijze dyspneu
- expiratoir piepen
- hoesten, vooral 's nachts of bij prikkels
- inspanningsgebonden benauwdheid
- wisselende klachten in de tijd
Aanwijzingen die astma waarschijnlijker maken:
- klachten bij allergenen, rook, kou, mist, parfum, inspanning of stress
- nachtelijke klachten
- atopie of allergische rinitis
- duidelijke respons op luchtwegverwijder
- eerdere episodes met vergelijkbare klachten
Denk aan alternatieven of overlap bij:
- persisterende klachten zonder variatie
- normale longfunctie tijdens klachten zonder reversibiliteit
- roker of ex-roker
> 40 jaar - forse dyspneu zonder piepen
Diagnostiek
Anamnese
Vraag naar:
- aard, frequentie en duur van dyspneu, piepen en hoesten
- nachtelijke klachten
- uitlokkende allergische en niet-allergische prikkels
- invloed op werk, sport, slaap en dagelijks functioneren
- rookstatus, meeroken en e-sigaretgebruik
- eerdere luchtwegmedicatie en effect
- atopie, allergische rinitis en familieanamnese
- werkgerelateerde blootstelling of klachtenpatroon rond werk
Lichamelijk Onderzoek
Let op:
- mate van dyspneu
- expiratoir piepen of verlengd expirium
- hartfrequentie
- saturatie bij duidelijke benauwdheid
Normaal onderzoek sluit astma niet uit.
Aanvullend Onderzoek
Spirometrie
- Verricht spirometrie bij vermoeden van astma, liefst tijdens klachten.
- Kijk naar obstructie en reversibiliteit.
- Reversibiliteit:
FEV1-toename >= 12%en>= 200 mlna bronchusverwijding. - Variabiliteit: verschil in
FEV1 >= 12%en>= 200 mltussen2metingen. - Normale spirometrie sluit astma niet uit.
Bij blijvende twijfel
- Herhaal spirometrie.
- Overweeg provocatietest via de tweede lijn.
Overig
- Overweeg allergietest bij onduidelijke allergische component of onvoldoende controle.
X-thoraxniet routinematig.FeNOen eosinofielen niet nodig in de eerste lijn voor standaarddiagnostiek.
Diagnose
Stel de diagnose bij passend klachtenpatroon plus 1 van:
- reversibiliteit op spirometrie
- variabiliteit op spirometrie
- positieve provocatietest bij blijvende verdenking
Astma is minder waarschijnlijk bij:
- geen obstructie en geen reversibiliteit tijdens klachten
- ander klinisch beeld dat beter past bij een alternatief
Differentiaaldiagnose
COPDofACO- disfunctioneel ademen
- hartfalen
- longembolie
- pneumonie
- obesitas of conditionele deconditionering
- angststoornis
Astmacontrole
Beoordeel controle met ACQ6 of ACT, plus klinisch beeld.
Vraag steeds naar:
- klachten overdag
- nachtelijke klachten
- beperkingen bij dagelijkse activiteiten
- frequentie van
SABA-gebruik - longaanvallen sinds vorige controle
Onvoldoende controle denk aan bij:
- klachten of
SABA-gebruik> 2x/week - nachtelijke klachten
- beperkingen in functioneren
- recidiverende longaanvallen
Behandeling
Doelen:
- goede astmacontrole
- zo min mogelijk longaanvallen
- zo min mogelijk beperkingen en bijwerkingen
- persoonlijke behandeldoelen halen
Niet-medicamenteus
- geef krachtig stopadvies bij roken
- voorkom meeroken
- bespreek en beperk relevante prikkels
- stimuleer bewegen en gezonde leefstijl
- behandel allergische rinitis mee als die controle belemmert
- betrek bedrijfsarts bij werkgerelateerde klachten
Inhalatiebeleid
TIP: therapietrouw, inhalatietechniek, prikkelblootstelling. Vaak zit daar de mammoet.Uitgangspunten
ICSis basis van onderhoudsbehandeling.LABAnooit als monotherapie.- Kies inhalator die patiënt echt goed kan gebruiken.
- Controleer techniek bij elk relevant contact.
- Spoel mond na
ICS. - Controleer in instelfase elke
2-6 weken. - Geef instructies wat patiënt moet doen bij tijdelijke toename van klachten.
Stappenplan
| Stap | Beleid |
|---|---|
| 1 | Zo nodig SABA, of sla stap 1 over bij duidelijk onderhoudsindicatie |
| 2 | Start lage dosis ICS; alternatief: formoterol-ICS zo nodig bij passende patiënt |
| 3 | lage dosis ICS + LABA of intermediaire dosis ICS |
| 4 | intermediaire tot hoge dosis ICS + LABA of hoge dosis ICS; overweeg extra middelen |
Praktisch:
- Ga van stap
1naar2bijSABA > 2x/weekof onvoldoende controle. - Ga pas omhoog na check van
TIP. - Bouw af naar laagste effectieve stap bij stabiele goede controle.
Wat geef je per stap
Stap 1
- Bij incidentele klachten:
SABAzo nodig. - Alternatief bij passende patiënt:
lage dosis ICS-formoterolzo nodig. - Overweeg stap 1 over te slaan en direct
ICSte starten.
Stap 2
lage dosis ICSgedurende ongeveer3 maanden.- Alternatief:
lage dosis ICS-formoterolzo nodig. - Staak
ICSbij duidelijke astmadiagnose meestal niet volledig; bouw liever af naar laagste effectieve dosis.
Stap 3
- Voeg
LABAtoe aan lage dosisICS. - Alternatief:
intermediaire dosis ICSzonderLABA. - Overweeg
montelukast 10 mg 1 ddbij aanhoudende klachten.
Stap 4
intermediairetot zo nodig tijdelijkhoge dosis ICS + LABA.- Alternatief:
hoge dosis ICSzonderLABA. - Overweeg
tiotropiumen/ofmontelukast 10 mg 1 dd. - Als dit nodig blijft: meestal consulteren of verwijzen.
Bij klachten of tijdelijke toename
- Gebruik bij geen
ICS-formoterolschema:SABAzo nodig. - Gebruik bij
ICS-formoterolschema: extra inhalatieICS-formoterol; totaal maximaal8 inhalaties/dag. - Blijven klachten toenemen: herbeoordeel snel en denk aan longaanval.
Veelgebruikte medicatiegroepen
| Groep | Rol |
|---|---|
SABA | snelle symptoomverlichting |
ICS | basis onderhoud; remt luchtwegontsteking |
LABA | add-on bij onvoldoende controle op ICS |
ICS-formoterol | kan bij geselecteerde patiënten zowel onderhoud als zo nodig gebruikt worden |
LAMA (tiotropium) | add-on bij persisterende klachten in hogere stap |
montelukast | overweeg add-on, niet eerste keus boven inhalatiestappen |
Voorbeelden van lage / intermediaire / hoge ICS-dosering
Exacte grenzen hangen af van middel en inhalator. Praktisch voor de eerste lijn:
laag: startdosering onderhoudintermediair: opschalen bij onvoldoende controlehoog: meestal tijdelijk of in overleg / richting verwijzing
Gebruik voor exacte middel-specifieke dosis de NHG-inhalatietabel of lokale formulariumafspraken.
Niet aanbevolen
- starten met onderhoud zonder voldoende diagnostische zekerheid
LABAzonderICS- chronisch overmatig
SABA-gebruik laten voortbestaan - eindeloos ophogen zonder eerst
TIPte checken - blijven doormodderen op stap
4zonder heroverweging of verwijzing
Monitoring
Bespreek bij controles:
- astmacontrole (
ACQ6/ACT) - longaanvallen en prednisolonkuren
SABA-gebruik- inhalatietechniek en therapietrouw
- bijwerkingen
- roken, prikkels, functioneren en behandeldoelen
Frequentie grofweg:
- instelfase: vaker, bijvoorbeeld elke
4-6 weken - stabiele situatie: periodiek, vaak jaarlijks of vaker bij onderhoudsbehandeling / onvoldoende controle
Herhaal spirometrie bij:
- diagnostische twijfel
- onvoldoende controle
- herbeoordeling van diagnose
Longaanval
Denk aan longaanval bij duidelijke toename van:
- dyspneu
- piepen
- hoesten
- behoefte aan luchtwegverwijder
Behandeling
- Geef
SABAvia dosisaerosol met voorzetkamer. - Herhaal na korte tijd bij onvoldoende effect.
- Overweeg of geef
prednisolon 40 mg 1 ddbij matig-ernstige of ernstige longaanval, meestal5 dagen, zo nodig tot maximaal14 dagen. - Beoordeel noodzaak spoedverwijzing.
Bij minder ernstige longaanval kan daarnaast tijdelijk start of verhoging van ICS of ICS-LABA gedurende 5-14 dagen passend zijn.
Verwijs met spoed bij
- ernstige dyspneu of niet in zinnen kunnen spreken
- uitputting of dreigende respiratoire insufficiëntie
- onvoldoende respons op eerste behandeling
- saturatie afwijkend / klinisch ernstig ziek
- relevante comorbiditeit of onveilige thuissituatie
Verwijzen of consulteren
Verwijs of consulteer longarts bij:
- diagnostische twijfel
- discrepantie tussen klachten en longfunctie
- blijvend onvoldoende controle na
3-6 maandenondanks goedeTIP - recidiverende longaanvallen of ziekenhuisopname
- verdenking
ACO, beroepsastma of andere longziekte - onvoldoende resultaat ondanks intensieve stap-
4behandeling - onduidelijkheid over provocatietest of verdere diagnostiek