Hypoglykemie
Kernpunten
- Hypoglykemie bij een bloedglucosewaarde
< 3,9 mmol/L, meestal met klachten als zweten, hartkloppingen, rusteloosheid, agitatie of verminderd bewustzijn. - Vooral SU-derivaten (zoals gliclazide) en insuline geven hypoglykemie; metformine, SGLT2-remmers, DPP4-remmers en GLP1-agonisten als monotherapie niet.
- Bij bewustzijn: snelle koolhydraten oraal, daarna trage koolhydraten.
- Buiten bewustzijn: intraveneus glucose (voorkeur), of glucagon i.m./s.c./nasaal als een infuus lastig is.
- Achterhaal altijd de oorzaak en pas zo nodig de medicatie aan om recidief te voorkomen.
- Therapeutisch doel:
- snel herstel van een veilige glucosewaarde en van het bewustzijn.
- recidief en (neurologische) schade voorkomen; oorzaak achterhalen en wegnemen.
Klinisch beeld
De afkapwaarde is < 3,9 mmol/L. Die ligt hoger dan de vroegere < 3,5 mmol/L, omdat
draagbare glucosemeters met een vingerprik een meetvariatie tot 15% hebben en omdat
internationaal < 3,9 mmol/L wordt aangehouden.
Symptomen lopen uiteen:
- adrenerg (vroeg): zweten, trillen, hartkloppingen, honger, bleekheid, angst
- neuroglycopeen (later): concentratieverlies, gedragsverandering, verwardheid, convulsies, dalend bewustzijn
Behandeling
Hypoglykemie bij glucose < 3,9 mmol/L. Bewustzijnsverlies bij een diabetespatiënt is een hypoglykemie tot het tegendeel bewezen is.
Beantwoord de stappen voor het behandeladvies.
Bij bewustzijn
- Bevestig zo mogelijk een sensorwaarde met een vingerprik.
- Geef snelle koolhydraten: 6 suikerklontjes/tabletten óf 2 eetlepels suiker opgelost in warm water.
- Geef daarna trage koolhydraten: 2 boterhammen met zoet beleg.
- Herhaal de glucosemeting na 15 minuten, 1 uur en 2 uur; laat afwijkende waarden doorbellen aan huisarts of HAP.
Buiten bewustzijn
Zorg voor een veilige houding (stabiele zijligging, vrije ademweg). Laat bij telefonisch contact glucagon toedienen als dat aanwezig is en leg direct een visite af.
| Geneesmiddel | Dosering | Werking |
|---|---|---|
| Glucose 10% (i.v.) | volwassene/kind ≥ 25 kg: 50 ml; kind < 25 kg: 2 ml/kg | < 1-2 min |
| Glucose 40% (i.v.) | volwassene: 12-20 ml (risico op flebitis) | < 1-2 min |
| Glucagon i.m./s.c. | volwassene/kind ≥ 25 kg of ≥ 8 jaar: 1 mg; jonger/lichter: 0,5 mg | < 10 min |
| Glucagon nasaal | volwassene/kind ≥ 4 jaar: 3 mg in 1 neusgat (2e keus, kosten) | < 10 min |
- Intraveneus glucose heeft de voorkeur (
50 ml glucose 10%= 5 g). Herhaal eenmalig als de patiënt niet binnen 3 minuten bijkomt. - Is een infuus lastig (onrustige patiënt, moeilijke venen): geef glucagon i.m./s.c. of nasaal. Glucagon werkt trager en is onvoldoende bij langer bestaande hypoglykemie.
- Komt de patiënt niet bij: bel een ambulance met directe inzet (A0/A1-urgentie).
Na herstel
- ga de oorzaak na en geef 2 boterhammen met zoet beleg.
- herhaal glucose na 15, 60 en 120 minuten; laat afwijkende waarden doorbellen.
- bij gebruik van een SU-derivaat: sla die dag de dosis over en zorg voor follow-up op dezelfde dag (lange werkingsduur, recidiefrisico).
- bij gebruik van insuline: spuit 20% minder en regel controle de volgende dag.
- overweeg opname bij gebruik van een SU-derivaat of (middel)langwerkende insuline als adequate controle thuis niet mogelijk is.
Oorzaken
- te hoge dosis SU-derivaat of insuline, of een doseerfout
- gemiste maaltijd of te weinig koolhydraten
- alcohol (remt gluconeogenese)
- onverwachte of zware lichamelijke inspanning
- verminderde nierfunctie (vertraagde klaring van SU/insuline)
Preventie
- educatie van patiënt en naasten over herkennen en behandelen van hypoglykemie
- zorgvuldige titratie van SU-derivaten en insuline; bij herhaalde hypo's de dosis verlagen of glimepiride/tolbutamide vervangen door gliclazide
- overweeg een glucagon-voorschrift bij adequate mantelzorg
- pas medicatie aan bij koorts, braken of diarree (zie Diabetes mellitus type 2)
Verwijzen of consulteren
- diabetes type 1: overleg met de behandelend specialist over het verdere beleid
- onvoldoende verbetering of persisterende klachten: leg direct een visite af, controleer bewustzijn en mogelijkheid tot glucose-follow-up, en overweeg opname
Bron
- NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2, spoedparagraaf Hypoglykemie en tabel h1; richtlijnen.nhg.org. Zie ook de Beslisboom hypoglykemie.
- Patiëntinformatie: Thuisarts, te laag bloedsuiker (hypo).
Diabetes mellitus type 2
Samenvatting van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2: opsporing, diagnostische afkapwaarden, beide medicamenteuze stappenplannen, streefwaarden, controles en verwijscriteria.
Hypothyreoïdie
Samenvatting van de NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (M31): diagnostiek, behandeling met levothyroxine, subklinische hypothyreoïdie, zwangerschap en verwijscriteria.