Farmacotherapie van het delirium
Bron: FTOnline / Master Pro — master Geneeskunde, 1e jaar (VU Amsterdam).
Auteurs: Drs. Ing. R. Mangon · Drs. J.J. Sikkens · Drs. H.M. Heller · Prof. Dr. Th.P.G.M. de Vries · Drs. C.J.L.H. Camps.
Leerdoelen
De student heeft kennis van:
- pathofysiologie, klinisch beeld en prognose van het delirium
- indeling in drie subtypes (hyperactief, hypoactief, gemengd)
- therapeutische doelen bij delier
- typische versus atypische antipsychotica
- standaardtherapie bij delier
Kernpunten
- Delier is een organisch psychiatrische stoornis — altijd gevolg van een lichamelijke oorzaak, intoxicatie of onthouding.
- Acuut begin, fluctuerend beloop, bewustzijnsstoornis als kern.
- Differentieer van dementie op tijdsverloop, bewustzijnsniveau en plukkerigheid — niet op vergeetachtigheid of oriëntatie.
- Causale behandeling staat voorop — antipsychotica zijn symptomatisch.
- Eerste keus medicamenteus: haloperidol (klassiek antipsychoticum).
- Contra-indicaties haloperidol: ziekte van Parkinson en Lewy-lichaampjes-dementie — dan atypisch.
- Bij alcoholonthouding: vitamine B1 parenteraal + benzodiazepine.
- Therapeutisch doel:
- opheffen delirante staat door behandelen van de onderliggende oorzaak.
- symptoomcontrole — voorkomen van angst, schade of gevaar; mogelijk maken van diagnostiek of behandeling.
Klinisch Beeld
Bron: Leerboek Psychiatrie (Hengeveld & van Balkom).
| Domein | Kenmerken |
|---|---|
| Bewustzijnsstoornis | Veranderd bewustzijn, gestoorde aandacht, verhoogde of verminderde alertheid |
| Desoriëntatie | In tijd en plaats; misidentificatie van vertrouwde personen |
| Geheugenstoornis | Korte-termijngeheugen, wisselende amnesie, onbetrouwbare anamnese, confabulaties |
| Waarnemingsstoornis | Visueel (ook akoestisch/haptisch); illusoire vervalsingen, hallucinaties — vooral 's nachts |
| Denkstoornis | Verward, vertraagd of versneld; achterdocht, paranoïde wanen; verlies oordeelsvermogen |
| Stemming | Labiel affect — angstig/radeloos, somber, geprikkeld, inadequaat opgewekt |
| Psychomotoriek | Onrust en plukkerigheid (hyperactief) óf apathie en teruggetrokken (hypoactief); verstoord slaap-waak |
| Autonoom | Sympathische overactiviteit: tremor, tachycardie, hypertensie, transpiratie, incontinentie |
Drie subtypes
- Hyperactief delier — agitatie, plukkerigheid, hypervigilantie
- Hypoactief delier — sufheid, apathie, intrekking; vaak gemist
- Gemengd delier — afwisseling van beide
Diagnostiek
DSM-5-criteria
- Bewustzijnsstoornis — verminderd besef van de omgeving, met verminderd vermogen aandacht te concentreren, vast te houden of te verplaatsen.
- Verandering in cognitieve functie (geheugen, oriëntatie, taal) óf nieuwe waarnemingsstoornis, niet beter verklaard door reeds bestaande of ontwikkelende dementie.
- Acute ontwikkeling (uren tot dagen) met fluctuerend beloop over de dag.
- Aanwijzingen uit anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratorium voor een somatische oorzaak, intoxicatie of onthouding.
Differentiatie delier vs. dementie
| Vraag | Discrimineert? |
|---|---|
| Is de verwardheid acuut begonnen, of al langer vergeetachtig? | ✅ |
| Is de patiënt alert, of wisselend bewustzijn? | ✅ |
| Zijn er hallucinaties? | ✅ |
| Is de patiënt plukkerig? | ✅ |
| Hoe lang is de patiënt opgenomen? | ❌ |
| Hoe oud is de patiënt? | ❌ |
| Weet de patiënt welke dag het is? | ❌ |
| Is er sprake van vergeetachtigheid? | ❌ |
Aanvullend onderzoek
Standaardpakket bij delier-presentatie (UpToDate-algoritme):
- Lab: CBC, glucose, elektrolyten, creatinine, ureum (BUN), calcium, urineanalyse, pulse-oximetrie
- ECG — vóór start haloperidol vanwege
QTc-risico - Op indicatie:
- CT-cerebrum bij trauma of focale afwijking
- Lumbaalpunctie bij onverklaarde koorts of nekstijfheid
- Vitamine B12 / foliumzuur, schildklier, EEG, MRI, geneesmiddelenspiegels, toxicologisch screen bij geen duidelijke etiologie
Epidemiologie
| Populatie | Incidentie / prevalentie |
|---|---|
| Ouderen in ziekenhuis | 30-50% krijgt delier |
| Algemene ziekenhuisopnames (alle leeftijden) | 10% overall incidentie |
| Algemeen ziekenhuis (prevalentie) | 10-30% |
| Post-operatief chirurgisch | tot 50% |
| Gevorderde kanker | tot 85% |
| Kankerpatiënten (algemeen) | 25-40% |
| Terminale patiënten (vóór overlijden) | tot 80% |
Risicofactoren
- Leeftijd — sterkste bekende risicofactor
- Dementie — 41% van mensen met dementie heeft delier bij opname;
25% van delier-opnames blijkt later dementie te hebben - Ernstige ziekte; visus- en gehoorstoornissen; ADL-stoornissen
- Alcohol- en opioïdgebruik
Etiologie
Pathofysiologie is grotendeels onbekend. Twee dominante hypotheses.
Neurotransmitterhypothese
- Gestoorde neurotransmitter-balans door verminderd oxidatief metabolisme in de hersenen (bv. hypoglykemie).
- Anticholinerge geneesmiddelen zijn aangetoond geassocieerd met cognitieve achteruitgang en delier.
- Verminderde cholinerge activiteit bij ouderen en dementie verklaart hun kwetsbaarheid.
| Neurotransmitter | Activiteit bij delier |
|---|---|
| Acetylcholine | ↓ (afname; kernrol) |
| Dopamine | ↑ |
| Noradrenaline | ↑ |
| Glutamaat | ↑ |
| Serotonine | ↑ óf ↓ |
| GABA | ↑ óf ↓ |
Ontstekingshypothese
Cytokinen (interleukinen, interferon, tumornecrosefactoren) spelen een rol — relevant bij infectie, post-operatief, terminale ziekte.
Behandeling
Basisprincipes
- Identificeer en behandel onderliggende somatische oorzaak.
- Vermijd uitlokkende of verergerende factoren.
- Voorkom verdere fysieke en cognitieve achteruitgang met goede zorg.
- Controleer of behandel gevaarlijk of verstorend gedrag.
Niet-medicamenteus
- Hydratie handhaven; dehydratie corrigeren
- Mobiliseren — geen fixatie/restraints tenzij strikt noodzakelijk
- Geluid en prikkels reduceren; rustige omgeving
- Oriëntatie-prikkels: raam, klok, kalender, dag-/datumbord
- Bril en gehoorapparaat aanbieden
- Familie betrekken; geruststellen
- Bedside sitter overwegen
- Letten op complicaties:
- ondervoeding · dehydratie · vallen · urineretentie · incontinentie · decubitus · contracturen
Medicamenteus — CBO-behandelalgoritme
A — Geen leverinsufficiëntie
- Haloperidol — zie doseringsschema
- Bij onvoldoende sedatie / autonome hyperactiviteit: diazepam-loading
2 mg i.m./i.v.per½ uurtot sedatie bereikt, max100 mg - Bij onvoldoende effect → additie:
- lorazepam
0,5-2 mg(oraal of parenteraal), of - oxazepam
10-200 mg(oraal)
- lorazepam
B — Leverinsufficiëntie
- Haloperidol — zie doseringsschema
- Bij onvoldoende sedatie / autonome hyperactiviteit: lorazepam-loading
2 mg i.m./i.v.per½ uurtot sedatie bereikt, max20 mg(lorazepam i.p.v. diazepam: korte halfwaardetijd, geen actieve metabolieten)
C — Onthouding van alcohol
- Vitamine B1
100-250 mgparenteraal als B-combinatiepreparaat - Op geleide van lever(in)sufficiëntie: haloperidol — zie tak A of B
D — Onthouding van andere middelen
- Zo nodig symptomatisch behandelen.
E — Ziekte van Parkinson
- Parkinson-medicatie saneren in overleg met neuroloog
- Geen effect → overweeg:
- clozapine in lage dosering, of
- olanzapine of quetiapine, of
- cholinesteraseremmer (bv. rivastigmine)
F — Pre-existente cognitieve achteruitgang (dementie)
- Haloperidol — zie doseringsschema
- Onvoldoende effect → eventueel cholinesteraseremmer, bv. rivastigmine
G — Intoxicatie door middel(en)
- Middel staken
- Zo nodig symptomatisch behandelen
- Bij persisteren → andere diagnose overwegen
H — Intoxicatie door anticholinerg middel
- Middel staken
- Lichte tot matig ernstige symptomen → Diazepam
10 mg / 4 uurtot effect, daarna staken - Matig ernstig tot ernstig → Fysostigmine
1-2 mg i.v.(effect na 30-60 min); ECG-monitoring op IC noodzakelijk
Ernstige extrapiramidale bijwerkingen
- Haloperidol verlagen
- Overweeg: atypisch antipsychoticum / trazodon / cholinesteraseremmer
Bij effect en stabiel klinisch beeld
- Medicatie geleidelijk afbouwen.
Doseringsschema haloperidol
| Ernst / omstandigheid | Dosering haloperidol per 24 uur | Co-medicatie |
|---|---|---|
| Licht tot matig ernstig delirium | 0,5-5,0 mg per os, 1-2 dd | bij onvoldoende sedatie: lorazepam 0,5-2 mg/dag (PO/IM/IV) |
| Ernstig delirium, malabsorptie, of snelle werking gewenst | 5-20 mg i.m. (pijnlijk!) of i.v., 1-2× doseren, max 20 mg/dag | — |
| Delier met extreme angst/onrust, interfererend met medische behandeling | 5 mg i.v. in 5 min (in NaCl 0,9%); herhaal iedere 30 min, max 20 mg/dag | — |
| Onvoldoende resultaat van bovenstaande (alleen bij IC-bewaking, ECG!) | continue infusie: 100 mg haloperidol in 200 ml NaCl 0,9% — 3-20 mg/uur op geleide | — |
QTc-risico.Bijwerkingen haloperidol
| Categorie | Bijwerkingen |
|---|---|
| Extrapiramidaal | parkinsonisme, akathisie, acute dystonie |
| Centraal / systemisch | hyperthermie, maligne neuroleptisch syndroom |
| Pulmonaal | bronchiale hypersecretie |
| Cardiaal (hoge doseringen) | QTc-verlenging, torsade de pointes, ventriculaire tachycardie, aritmie |
Klassiek vs. atypisch — kanttekeningen
- Klassieke antipsychotica (haloperidol, pimozide, chloorpromazine, zuclopentixol): uitgesproken antidopaminerg (D2) — meer extrapiramidale bijwerkingen.
- Atypische antipsychotica (aripiprazol, clozapine, risperidon, olanzapine, quetiapine): gerapporteerd minder EPS, mogelijk werkzamer op negatieve symptomen.
- Harde definitie van "atypisch" ontbreekt; alleen voor clozapine is bewijs uit studies met optimale dosis-vergelijking solide.
- Veel atypisch-vs-klassiek-studies vergeleken atypisch met te hoge haloperidol-doseringen — EPS daar oververtegenwoordigd.
- Negatieve symptomen reageren op lage doseringen haloperidol; hoge doseringen verergeren ze juist.
Volgens Ray et al. 2009 (NEJM)
Sleutelbevindingen voor klinische besluitvorming:
- Zowel typische als atypische antipsychotica verhogen het risico op plotse hartdood — atypisch is niet "veilig" op dit punt.
- Bij clozapine is de kans op overlijden door agranulocytose groter dan door clozapine-gerelateerde plotse hartdood — daarom is bloedmonitoring de primaire bezorgdheid.
Therapeutisch doel
WHO 6-step, stap 2 — vóór je de middelkeuze maakt:
- Opheffen van de delirante staat door behandeling van de onderliggende oorzaak.
- Symptoomcontrole — voorkomen van angst, schade of gevaar; mogelijk maken van noodzakelijke diagnostiek of behandeling.
Sedatie is geen primair doel. Sederen "om de patiënt rustig te krijgen" zonder oorzaakanalyse mist de behandeling.
Controles
- Klinisch beeld dagelijks; gebruik DOSS (Delirium Observatie Screening Schaal) of CAM (Confusion Assessment Method)
- ECG vóór start haloperidol en bij dosisverhoging —
QTc - Vocht-, elektrolyt- en glucosebalans
- Mobilisatie en huidcontrole (decubitus)
- Bij effect en stabilisatie: haloperidol geleidelijk afbouwen
Verwijzen of consulteren
- Spoed — neuroloog bij focale neurologische uitval; intensivist bij hemodynamische instabiliteit of behoefte aan continue haloperidol-infusie
- Neuroloog bij ziekte van Parkinson — saneren van parkinsonmedicatie
- Klinisch geriater / ouderenpsychiater bij therapie-resistent of pre-existente cognitieve stoornis
- Verslavingsarts bij onthoudingsdelier met polymiddelengebruik
Casus — dhr. de Boer
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| naam | Dhr. de Boer |
| leeftijd | 72 jaar |
| beroep | gepensioneerd bouwkundig tekenaar |
| situatie | val van trapje → collumfractuur → vanmiddag geopereerd → orthopedie |
| consult | avonddienst; verpleegkundige vindt patiënt gedesoriënteerd |
- maagklachten
- hypertensie
Beloop: delier verdwenen na enkele dagen → haloperidol afgebouwd → overgeplaatst naar somatisch verpleeghuis voor revalidatie.
Bron
- NVKG-richtlijn Delier 2020 — actueel Nederlands richtlijn delier bij volwassenen
- NHG-Standaard Delier (M77) — huisartsenzorg-perspectief
- CBO-richtlijn Delirium 2005 — oorspronkelijke bron voor algoritme + doseringen in deze module
- FK — haloperidol — preparaattekst Farmacotherapeutisch Kompas
- Ray et al. 2009 NEJM — Atypical antipsychotic drugs and the risk of sudden cardiac death
- Ray editorial NEJM 360:294
- Leerboek Psychiatrie — Hengeveld & van Balkom (red.)
- Thuisarts — delier — patiëntinformatie
E-learnings
Toegankelijke samenvattingen van externe e-learning-modules uit de master Geneeskunde, hervormd naar scanbare prose en tabellen.
Het schrijven van een recept
Hervormde tekstversie van de FTOnline-module *Het schrijven van een recept* — onderdelen, opiaatrecept, DIMM, digitaal recept, Latijnse afkortingen.