FarmaKaj Logo
E-learnings

Farmacotherapie van het delirium

Hervormde tekstversie van de FTOnline-module "Farmacotherapie van het delirium" — DSM-5-criteria, CBO-behandelalgoritme, haloperidol-doseringen, casuïstiek dhr. de Boer.

Bron: FTOnline / Master Pro — master Geneeskunde, 1e jaar (VU Amsterdam).
Auteurs: Drs. Ing. R. Mangon · Drs. J.J. Sikkens · Drs. H.M. Heller · Prof. Dr. Th.P.G.M. de Vries · Drs. C.J.L.H. Camps.

Doseringen en algoritme volgen de CBO-richtlijn Delirium 2005 zoals gebruikt in deze module. Voor actueel klinisch handelen — consulteer NVKG-richtlijn Delier 2020 en FK-haloperidol. Voor huisartsgeneeskundig perspectief: zie Aandoeningen → Delier.

Leerdoelen

De student heeft kennis van:

  • pathofysiologie, klinisch beeld en prognose van het delirium
  • indeling in drie subtypes (hyperactief, hypoactief, gemengd)
  • therapeutische doelen bij delier
  • typische versus atypische antipsychotica
  • standaardtherapie bij delier

Kernpunten

  • Delier is een organisch psychiatrische stoornis — altijd gevolg van een lichamelijke oorzaak, intoxicatie of onthouding.
  • Acuut begin, fluctuerend beloop, bewustzijnsstoornis als kern.
  • Differentieer van dementie op tijdsverloop, bewustzijnsniveau en plukkerigheid — niet op vergeetachtigheid of oriëntatie.
  • Causale behandeling staat voorop — antipsychotica zijn symptomatisch.
  • Eerste keus medicamenteus: haloperidol (klassiek antipsychoticum).
  • Contra-indicaties haloperidol: ziekte van Parkinson en Lewy-lichaampjes-dementie — dan atypisch.
  • Bij alcoholonthouding: vitamine B1 parenteraal + benzodiazepine.
  • Therapeutisch doel:
    • opheffen delirante staat door behandelen van de onderliggende oorzaak.
    • symptoomcontrole — voorkomen van angst, schade of gevaar; mogelijk maken van diagnostiek of behandeling.

Klinisch Beeld

Bron: Leerboek Psychiatrie (Hengeveld & van Balkom).

DomeinKenmerken
BewustzijnsstoornisVeranderd bewustzijn, gestoorde aandacht, verhoogde of verminderde alertheid
DesoriëntatieIn tijd en plaats; misidentificatie van vertrouwde personen
GeheugenstoornisKorte-termijngeheugen, wisselende amnesie, onbetrouwbare anamnese, confabulaties
WaarnemingsstoornisVisueel (ook akoestisch/haptisch); illusoire vervalsingen, hallucinaties — vooral 's nachts
DenkstoornisVerward, vertraagd of versneld; achterdocht, paranoïde wanen; verlies oordeelsvermogen
StemmingLabiel affect — angstig/radeloos, somber, geprikkeld, inadequaat opgewekt
PsychomotoriekOnrust en plukkerigheid (hyperactief) óf apathie en teruggetrokken (hypoactief); verstoord slaap-waak
AutonoomSympathische overactiviteit: tremor, tachycardie, hypertensie, transpiratie, incontinentie

Drie subtypes

  • Hyperactief delier — agitatie, plukkerigheid, hypervigilantie
  • Hypoactief delier — sufheid, apathie, intrekking; vaak gemist
  • Gemengd delier — afwisseling van beide
Een georiënteerde patiënt op één moment sluit delier niet uit — beloop fluctueert. Vraag verpleging naar gedrag in de uren ervoor.

Diagnostiek

DSM-5-criteria

  1. Bewustzijnsstoornis — verminderd besef van de omgeving, met verminderd vermogen aandacht te concentreren, vast te houden of te verplaatsen.
  2. Verandering in cognitieve functie (geheugen, oriëntatie, taal) óf nieuwe waarnemingsstoornis, niet beter verklaard door reeds bestaande of ontwikkelende dementie.
  3. Acute ontwikkeling (uren tot dagen) met fluctuerend beloop over de dag.
  4. Aanwijzingen uit anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratorium voor een somatische oorzaak, intoxicatie of onthouding.

Differentiatie delier vs. dementie

VraagDiscrimineert?
Is de verwardheid acuut begonnen, of al langer vergeetachtig?
Is de patiënt alert, of wisselend bewustzijn?
Zijn er hallucinaties?
Is de patiënt plukkerig?
Hoe lang is de patiënt opgenomen?
Hoe oud is de patiënt?
Weet de patiënt welke dag het is?
Is er sprake van vergeetachtigheid?
Vergeetachtigheid en desoriëntatie komen bij beide voor — daarom géén goede discriminator. Acuut begin + fluctuerend bewustzijn zijn dat wél.

Aanvullend onderzoek

Standaardpakket bij delier-presentatie (UpToDate-algoritme):

  • Lab: CBC, glucose, elektrolyten, creatinine, ureum (BUN), calcium, urineanalyse, pulse-oximetrie
  • ECG — vóór start haloperidol vanwege QTc-risico
  • Op indicatie:
    • CT-cerebrum bij trauma of focale afwijking
    • Lumbaalpunctie bij onverklaarde koorts of nekstijfheid
    • Vitamine B12 / foliumzuur, schildklier, EEG, MRI, geneesmiddelenspiegels, toxicologisch screen bij geen duidelijke etiologie

Epidemiologie

PopulatieIncidentie / prevalentie
Ouderen in ziekenhuis30-50% krijgt delier
Algemene ziekenhuisopnames (alle leeftijden)10% overall incidentie
Algemeen ziekenhuis (prevalentie)10-30%
Post-operatief chirurgischtot 50%
Gevorderde kankertot 85%
Kankerpatiënten (algemeen)25-40%
Terminale patiënten (vóór overlijden)tot 80%

Risicofactoren

  • Leeftijd — sterkste bekende risicofactor
  • Dementie41% van mensen met dementie heeft delier bij opname;
    25% van delier-opnames blijkt later dementie te hebben
  • Ernstige ziekte; visus- en gehoorstoornissen; ADL-stoornissen
  • Alcohol- en opioïdgebruik

Etiologie

Pathofysiologie is grotendeels onbekend. Twee dominante hypotheses.

Neurotransmitterhypothese

  • Gestoorde neurotransmitter-balans door verminderd oxidatief metabolisme in de hersenen (bv. hypoglykemie).
  • Anticholinerge geneesmiddelen zijn aangetoond geassocieerd met cognitieve achteruitgang en delier.
  • Verminderde cholinerge activiteit bij ouderen en dementie verklaart hun kwetsbaarheid.
NeurotransmitterActiviteit bij delier
Acetylcholine↓ (afname; kernrol)
Dopamine
Noradrenaline
Glutamaat
Serotonine↑ óf ↓
GABA↑ óf ↓

Ontstekingshypothese

Cytokinen (interleukinen, interferon, tumornecrosefactoren) spelen een rol — relevant bij infectie, post-operatief, terminale ziekte.

Behandeling

Basisprincipes

  1. Identificeer en behandel onderliggende somatische oorzaak.
  2. Vermijd uitlokkende of verergerende factoren.
  3. Voorkom verdere fysieke en cognitieve achteruitgang met goede zorg.
  4. Controleer of behandel gevaarlijk of verstorend gedrag.

Niet-medicamenteus

Niet-medicamenteuze maatregelen zijn altijd geïndiceerd — ook als je besluit te starten met haloperidol.
  • Hydratie handhaven; dehydratie corrigeren
  • Mobiliseren — geen fixatie/restraints tenzij strikt noodzakelijk
  • Geluid en prikkels reduceren; rustige omgeving
  • Oriëntatie-prikkels: raam, klok, kalender, dag-/datumbord
  • Bril en gehoorapparaat aanbieden
  • Familie betrekken; geruststellen
  • Bedside sitter overwegen
  • Letten op complicaties:
    • ondervoeding · dehydratie · vallen · urineretentie · incontinentie · decubitus · contracturen

Medicamenteus — CBO-behandelalgoritme

Onderstaand schema vat het CBO-2005-algoritme tekstueel samen. Per situatie kies je de tak (somatisch / Parkinson / onthouding / intoxicatie). Het is geen volgorde-protocol.

A — Geen leverinsufficiëntie

  1. Haloperidol — zie doseringsschema
  2. Bij onvoldoende sedatie / autonome hyperactiviteit: diazepam-loading2 mg i.m./i.v. per ½ uur tot sedatie bereikt, max 100 mg
  3. Bij onvoldoende effect → additie:
    • lorazepam 0,5-2 mg (oraal of parenteraal), of
    • oxazepam 10-200 mg (oraal)

B — Leverinsufficiëntie

  1. Haloperidol — zie doseringsschema
  2. Bij onvoldoende sedatie / autonome hyperactiviteit: lorazepam-loading2 mg i.m./i.v. per ½ uur tot sedatie bereikt, max 20 mg(lorazepam i.p.v. diazepam: korte halfwaardetijd, geen actieve metabolieten)

C — Onthouding van alcohol

  1. Vitamine B1 100-250 mg parenteraal als B-combinatiepreparaat
  2. Op geleide van lever(in)sufficiëntie: haloperidol — zie tak A of B

D — Onthouding van andere middelen

  • Zo nodig symptomatisch behandelen.

E — Ziekte van Parkinson

Haloperidol is hier gecontra-indiceerd — verergert parkinsonisme.
  1. Parkinson-medicatie saneren in overleg met neuroloog
  2. Geen effect → overweeg:
    • clozapine in lage dosering, of
    • olanzapine of quetiapine, of
    • cholinesteraseremmer (bv. rivastigmine)

F — Pre-existente cognitieve achteruitgang (dementie)

  1. Haloperidol — zie doseringsschema
  2. Onvoldoende effect → eventueel cholinesteraseremmer, bv. rivastigmine

G — Intoxicatie door middel(en)

  1. Middel staken
  2. Zo nodig symptomatisch behandelen
  3. Bij persisteren → andere diagnose overwegen

H — Intoxicatie door anticholinerg middel

  1. Middel staken
  2. Lichte tot matig ernstige symptomen → Diazepam 10 mg / 4 uur tot effect, daarna staken
  3. Matig ernstig tot ernstigFysostigmine 1-2 mg i.v. (effect na 30-60 min); ECG-monitoring op IC noodzakelijk

Ernstige extrapiramidale bijwerkingen

  • Haloperidol verlagen
  • Overweeg: atypisch antipsychoticum / trazodon / cholinesteraseremmer

Bij effect en stabiel klinisch beeld

  • Medicatie geleidelijk afbouwen.

Doseringsschema haloperidol

Ernst / omstandigheidDosering haloperidol per 24 uurCo-medicatie
Licht tot matig ernstig delirium0,5-5,0 mg per os, 1-2 ddbij onvoldoende sedatie: lorazepam 0,5-2 mg/dag (PO/IM/IV)
Ernstig delirium, malabsorptie, of snelle werking gewenst5-20 mg i.m. (pijnlijk!) of i.v., 1-2× doseren, max 20 mg/dag
Delier met extreme angst/onrust, interfererend met medische behandeling5 mg i.v. in 5 min (in NaCl 0,9%); herhaal iedere 30 min, max 20 mg/dag
Onvoldoende resultaat van bovenstaande (alleen bij IC-bewaking, ECG!)continue infusie: 100 mg haloperidol in 200 ml NaCl 0,9% — 3-20 mg/uur op geleide
Ouderen — lager starten, lagere max-doseringen aanhouden. Continue infusie alleen op IC met ECG-bewaking wegens QTc-risico.

Bijwerkingen haloperidol

CategorieBijwerkingen
Extrapiramidaalparkinsonisme, akathisie, acute dystonie
Centraal / systemischhyperthermie, maligne neuroleptisch syndroom
Pulmonaalbronchiale hypersecretie
Cardiaal (hoge doseringen)QTc-verlenging, torsade de pointes, ventriculaire tachycardie, aritmie

Klassiek vs. atypisch — kanttekeningen

  • Klassieke antipsychotica (haloperidol, pimozide, chloorpromazine, zuclopentixol): uitgesproken antidopaminerg (D2) — meer extrapiramidale bijwerkingen.
  • Atypische antipsychotica (aripiprazol, clozapine, risperidon, olanzapine, quetiapine): gerapporteerd minder EPS, mogelijk werkzamer op negatieve symptomen.
  • Harde definitie van "atypisch" ontbreekt; alleen voor clozapine is bewijs uit studies met optimale dosis-vergelijking solide.
  • Veel atypisch-vs-klassiek-studies vergeleken atypisch met te hoge haloperidol-doseringen — EPS daar oververtegenwoordigd.
  • Negatieve symptomen reageren op lage doseringen haloperidol; hoge doseringen verergeren ze juist.

Volgens Ray et al. 2009 (NEJM)

Sleutelbevindingen voor klinische besluitvorming:

  • Zowel typische als atypische antipsychotica verhogen het risico op plotse hartdood — atypisch is niet "veilig" op dit punt.
  • Bij clozapine is de kans op overlijden door agranulocytose groter dan door clozapine-gerelateerde plotse hartdood — daarom is bloedmonitoring de primaire bezorgdheid.

Therapeutisch doel

WHO 6-step, stap 2 — vóór je de middelkeuze maakt:

  1. Opheffen van de delirante staat door behandeling van de onderliggende oorzaak.
  2. Symptoomcontrole — voorkomen van angst, schade of gevaar; mogelijk maken van noodzakelijke diagnostiek of behandeling.

Sedatie is geen primair doel. Sederen "om de patiënt rustig te krijgen" zonder oorzaakanalyse mist de behandeling.

Controles

  • Klinisch beeld dagelijks; gebruik DOSS (Delirium Observatie Screening Schaal) of CAM (Confusion Assessment Method)
  • ECG vóór start haloperidol en bij dosisverhoging — QTc
  • Vocht-, elektrolyt- en glucosebalans
  • Mobilisatie en huidcontrole (decubitus)
  • Bij effect en stabilisatie: haloperidol geleidelijk afbouwen

Verwijzen of consulteren

  • Spoed — neuroloog bij focale neurologische uitval; intensivist bij hemodynamische instabiliteit of behoefte aan continue haloperidol-infusie
  • Neuroloog bij ziekte van Parkinson — saneren van parkinsonmedicatie
  • Klinisch geriater / ouderenpsychiater bij therapie-resistent of pre-existente cognitieve stoornis
  • Verslavingsarts bij onthoudingsdelier met polymiddelengebruik

Casus — dhr. de Boer

Algemene patiëntinformatie
kenmerkwaarde
naamDhr. de Boer
leeftijd72 jaar
beroepgepensioneerd bouwkundig tekenaar
situatieval van trapje → collumfractuur → vanmiddag geopereerd → orthopedie
consultavonddienst; verpleegkundige vindt patiënt gedesoriënteerd
Samenvatting voorgeschiedenis en huidige gezondheidsstatus
  • maagklachten
  • hypertensie

Beloop: delier verdwenen na enkele dagen → haloperidol afgebouwd → overgeplaatst naar somatisch verpleeghuis voor revalidatie.

Copyright © 2026 Kaj Kowalski