FarmaKaj Logo
KR

Verwardheid

Symptoomgericht redeneren bij verward gedrag: organisch (delier, dementie, middelen, epilepsie) versus functioneel (psychose, manie, depressie, stress).
Verwardheid is een symptoom, geen diagnose. Diagnostisch redeneren — geen behandelrichtlijn. Combineer met lokaal protocol en NHG-Standaarden bij beleid.

Kernpunten

  • Verward gedrag = niet goed toegankelijk in contact, veranderd bewustzijn, aandachts-, denk- of waarnemingsstoornis, heftige emoties of apathie, door patiënt zelf niet te corrigeren.
  • Belangrijkste oorzaken: delier, dementie, psychose, middelenintoxicatie of -onthouding.
  • Diagnostiek = onderscheid organisch (delier, dementie, middelen, epilepsie) versus functioneel (psychose, manie, depressie, stress).
  • Bij iedere verwarde oudere: altijd delier, dementie, depressie nalopen.
  • Stil (hypoactief) delier wordt vaak gemist — apathie, slechte slaap, repetitief gedrag zijn signalen.
  • 1/3 van delieren in het ziekenhuis wordt gemist; op de SEH bij 65+ zelfs 3/4.
  • Heteroanamnese is bijna altijd onmisbaar — de patiënt zelf is onbetrouwbaar.

Inleiding

  • Geen exacte bevolkingscijfers; "verward gedrag" is ook een maatschappelijk probleem (registraties politie, GGD, ambulance).
  • Delier = (sub)acuut ontstane verwardheid met fluctuerend beloop bij organische ontregeling. Bewustzijn ↓ + psychotische symptomen, vooral visuele hallucinaties.
  • Prevalentie delier: < 1 % in de bevolking, 10 % bij 85+, ~22 % in populaties met veel dementie.
  • Dementie → zie Vergeetachtigheid. Gedragsproblemen vooral in verpleeg-/verzorgingshuizen.
  • Psychose = realiteitstoetsing faalt. Kortdurend (life-event, drugs) of chronisch (> 6 mnd, ongunstig beloop → schizofrenie). Komt ook voor binnen bipolaire en depressieve stoornis.
  • Prevalentie psychotische stoornissen 2–3 %; schizofrenie 0,6–0,7 %. Ongeveer 3.000 nieuwe psychoses per jaar in NL. Vaker jonge mannen en mensen met migratieachtergrond; vrouwen vaker na het 40e levensjaar.
  • Dubbele diagnose: 41 % van ernstige psychiatrische patiënten (bipolair, psychose) heeft óók een verslavingsprobleem.

De klacht bij de dokter

  • Patiënt zelf komt zelden — partner, familie, verzorgenden of politie melden het probleem aan.
  • Acute verwardheid → grote onrust in de omgeving. Soms gevaar voor patiënt of anderen.

Wat de omgeving 'verwardheid' noemt

Opvallend (direct herkend)

  • fysieke onrust, agitatie, agressie
  • hallucinaties, wanen
  • ontremd of manisch gedrag
  • plots ernstige vergeetachtigheid, afasie, apraxie, agnosie

Minder opvallend — "stil delier"

  • fysieke geremdheid, apathie, depressieve symptomen, angst
  • prikkelbaarheid, labiliteit, slecht slapen
  • doelloos repetitief gedrag, veranderde eetgewoonten
  • geleidelijk ontstane cognitieve stoornissen
Stil delier wordt vaak gemist — komt veel voor bij dementie en bij ouderen.

Stappen voor de arts

  • Overzichtelijke situatie creëren — contact leggen ondanks anosognosie (gebrek ziektebesef).
  • Gevaar voor patiënt en anderen inschatten.
  • Diagnostiek naar oorzaak → behandeling → verdere psychische, cognitieve en fysieke schade voorkomen.

Pathofysiologie

  • Verwardheid = organische of functioneleontregeling van cerebraal functioneren.
    • organisch: delier, dementie, middelenmisbruik, epilepsie
    • functioneel: psychose, manie, stemming, angst, ernstige psychosociale problemen
  • Delier = predisponerende kwetsbaarheid + acute uitlokkende factor(en), vaak meerdere. Exacte pathofysiologie onopgehelderd.
  • Probleemgedrag bij dementie(= acute verwardheid bij dementie) heeft drie typen oorzaken:
    • somatisch: obstipatie, urineretentie, pijn
    • psychologisch: angst, onmacht (slecht horen/zien, niet kunnen communiceren)
    • omgeving: mantelzorger weg, verhuizing, ziekenhuisopname
  • Psychose (schizofrenie, manie, depressie): pathofysiologie onbekend, multifactorieel. Predisponerend: genetica, maternale intra-uteriene infecties, blowen, stress in adolescentie. Trigger: drugs of heftige emotionele gebeurtenis.
  • Middelenintoxicatie = te hoge concentratie → orgaanfunctiestoornissen. Onderscheid afhankelijkheid (hersenziekte, neurobiologische veranderingen) van incidenteel gebruik.
  • Onthouding → ontwenningsverschijnselen: onrust, verward gedrag, stemmingsstoornissen, psychose, somatische klachten. Het lichaam moet zich opnieuw aanpassen.

Tabel 69.1 — Predisponerende en uitlokkende factoren bij delier

PredisponerendUitlokkend
hoge leeftijdpolyfarmacie
multimorbiditeitalcoholabusus
functionele beperkingeninfectie (UWI, pneumonie)
dementiemetabole ontregeling (DM, schildklier, nierinsufficiëntie, elektrolyt)
psychiatrische stoornissencardiovasculair (CVA, hartfalen)
gehoor- of visusbeperkingmedicamenteus (anticholinergica, sedativa, opiaten — m.n. veranderingen)
depressiepostoperatief, IC-opname
ondervoedingneurologisch (Parkinson, hersentumor, subduraal hematoom)
trauma (capitis, fractuur)
middelenonthouding

Differentiële diagnose

Tabel 69.2 — Delier vs dementie

DelierDementie
ontstaanrelatief snellangzaam
duurkortlanger
bewustzijnverlaagdhelder
aandachtsnel afgeleidmeestal goed
oriëntatiegestoordwisselend
geheugenbeperktkortetermijn ↓
denkenincoherentverarmd
waarnemingregelmatig hallucinatieszelden hallucinaties

Tabel 69.3 — Symptomen bij intoxicatie of onthouding

MiddelIntoxicatieOnthouding
alcoholonaangepast gedrag met achterdocht, euforie, agressie, coördinatiestoornissen, dubbele tongtremor, zweten, angst, visuele hallucinaties, delier, epileptische aanval
cannabisangst, paranoïde gedachten, conjunctivale roodheid, coördinatiestoornissen, depersonalisatie of derealisatiestemmingswisselingen, misselijkheid, hoofdpijn, zweten, angst
opiatenpinpoint-pupillen, bewustzijn ↓, moeilijk wekbaar, aandacht ↓, trage spraak, bradycardie, hypotensiedysforie, slaap ↓, tachycardie, misselijkheid
stimulantia (amfetamine)wijde pupillen, hypertensie, alertheid ↑, angst, agitatie, achterdocht, bewustzijnsdaling, insulten, psychotische symptomencraving, angst, prikkelbaarheid, dysforie, tremor
GHBhypertensie, tachycardie, braken, "out-gaan", comacraving
ketamine, paddo's, LSDbewustzijnsstoornissen, hyperthermie, opwinding, psychosecraving
lachgasmisselijkheid, paniekklachten

Kansverdeling van diagnosen

Geen exacte cijfers voor verwardheid als ingangsklacht in de huisartsenpraktijk.

Tabel 69.4 — Diagnostisch schema verwardheid

v = vaak, s = soms, z = zelden.

DiagnoseFrequentie
delier (infectie)v
delier (metabool)s
delier (cerebrale afwijking)z
dementiev
middelengebruikv
psychotische stoorniss
maniez
depressie met psychotische kenmerkenz
psychosociale stressv
epilepsiez
  • Jongeren = vooral schizofrenie, middelengebruik, alcoholonthouding.
  • Schizofrenie: einddiagnose 0,3/1000 patiënten/jaar bij huisarts, even vaak m/v, vooral 25–45 j.
  • Delierop elke leeftijd, maar veel vaker bij ouderen:
    • 65+ in bevolking: 1–2 %
    • 85+ algemene populatie: 10 %
    • sterke toename bij predisponerende + uitlokkende factoren (zie Tabel 69.1)
    • terminale fase: sterk verhoogd
  • Dementie is een verouderingsziekte (> 75 j). Huisarts 2013: incidentie 1,2/1000/j, prevalentie 5,6/1000. Vaker bij vrouwen. 80+: prevalentie 24 %.
  • Depressie met psychotische kenmerken: geen huisartsencijfers.
Bij elke oudere met veranderd gedrag: altijd de driehoek delier / depressie / dementie nalopen.

Betekenis van voorkennis en context

Voorgeschiedenis = kompas voor de differentiële diagnose.

  • Eerdere psychose → kans op recidief en schizofrenie ↑.
  • Eerdere depressies → denk aan depressie met psychotische kenmerken.
  • Middelenmisbruik in VG → nieuwe intoxicatie waarschijnlijk; ook risicofactor voor psychose.
  • Eerdere milde cognitieve klachten → kunnen evolueren naar dementie.
  • Delirante patiënt — VG cruciaal om de oorzaak te vinden (zie Tabel 69.1).

Bij ouderen zijn bestaande aandoeningen + medicatiegebruik vaak de oorzaak van een delier. Dementiesyndroom is een grote risicofactor voor delier.

Betekenis van de anamnese

Heteroanamnese is vaak onmisbaar — de patiënt zelf is onbetrouwbaar.

Doel gesprek met patiënt en sleutelfiguren

  • Wat is er gebeurd? Welke problemen?
  • Overzicht van klachten.
  • Hulpvraag patiënt en omgeving.
  • Urgentie van medische problemen.

Vragen — concreet en eenduidig

Begin en beloop

  • Acuut ontstaan? Duur? Fluctuatie over het etmaal?
De arts kan op een "goed" moment niets zien terwijl de patiënt elke nacht verward is. Vraag systematisch naar avond- en nachtpatroon.

Symptomen

  • angst, onrust, apathie
  • hallucinaties, wanen, desoriëntatie

Voorgeschiedenis

  • bekende somatische én psychiatrische aandoeningen + behandeling

Middelen

  • recent medicijngebruik (zie kader hieronder), alcohol, drugs → intoxicatie of onthouding?

Stress

  • acute stressoren, life-events

Somatisch (mogelijke delier-oorzaak)

  • koorts, hoesten, dyspneu, pijn, mictieklachten, obstipatie, eetlust ↓, krachtsverlies
Patroonherkenning
  • acuut of fluctuerend → delier
  • geleidelijke achteruitgang in maanden → dementie
  • acute stemmingsverandering met psychose → manie of depressie met psychotische kenmerken
  • plots ontstaan bij jongere met middelencontext → intoxicatie of onthouding

Geneesmiddelen die verwardheid en delier kunnen geven

Bron: dossier + apotheek + patiënt + familie + verzorgende + inspectie medicijnkast thuis.

  • Psychofarmaca — benzodiazepinen, antidepressiva, antipsychotica
  • Analgetica — opiaten (óók bij afbouw!), NSAID's
  • Anticholinergica (o.a. spasmolytica)
  • Antireumatica — indometacine, naproxen, chloroquine
  • Bloedglucoseverlagers — delier via hypoglykemie
  • Antihypertensiva — bètablokkers
  • Antiparkinsonmiddelen
  • Corticosteroïden
  • Cytostatica
  • Antihistaminica
  • Digitalis

Psychiatrisch en lichamelijk onderzoek

Psychiatrisch onderzoek

Wordt parallel met de anamnese gedaan. Symptomen die op delier wijzen:

Cognitief

  • bewustzijn ↓, concentratie ↓ — moeite om patiënt "bij de les" te houden
  • inprenting en geheugen gestoord
  • desoriëntatie (tijd, plaats, persoon)
  • apraxie, agnosie
  • illusionaire vervalsing, hallucinaties (bij delier vaak visueel)
  • denken versneld, vertraagd of incoherent
  • waandenkbeelden, vooral paranoïde

Affectief

  • angst, radeloosheid, somberheid

Conatief

  • geprikkeldheid, motorische onrust of apathie
  • omkering dag-nachtritme

Bij psychose staan hallucinaties en wanen op de voorgrond.
Bij middelenmisbruik volgen lichamelijke, cognitieve en gedragssymptomen het profiel van het middel.

Lichamelijk onderzoek

Algemeen + neurologisch. Gericht zoeken naar somatische oorzaken van delier:

  • letsel — uitwendig letsel, tekenen fractuur
  • cerebraal — bewustzijn ↓, lateralisatie (pupillen, kracht, reflexen), meningeale prikkeling, hoge bloeddruk
  • middelen — alcoholfoetor, ataxie, spuitplekken (heroïne), ontstoken neus (cocaïne)
  • voeding/hydratie — RR ↓, droge mond, turgor ↓, droge slijmvliezen
  • infectie — zieke indruk, koorts (evt. hoge koorts met ijlen), dyspneu, longafwijkingen, peritoneale prikkeling, drukpijnlijke nierloges
  • circulatie/hypoxie — bleek of cyanotisch, koud zweet, koude acra, snelle/irregulaire pols, RR ↓, oedeem, derde harttoon, souffles
  • buik — overvulde blaas, obstipatie

Betekenis van aanvullend onderzoek

Keuze op grond van klachtenpatroon, leeftijd, comorbiditeit, medicatie, trauma en LO.

Bloedonderzoek

Bij verdenking delier: meteen aan bed bloedglucose. Daarna lab:

  • BSE, Hb, leukocyten
  • ALAT, γ-GT
  • creatinine, Na, K, Ca
  • TSH
  • intoxicatietests
  • bij verdenking myocardinfarct → CK-MB, troponine

Urineonderzoek

Bij verdenking delier altijd direct nitriettest → eventueel dipslide of kweek.

X-thorax

Bij verdenking pneumonie, andere longafwijking of tekenen van linkerhartfalen.

ECG

Bij verdenking myocardinfarct.

Specialistische evaluatie

Verwijzing afhankelijk van beeld en context:

  • Oudere met delier — opname afhankelijk van ernst, onderliggende somatiek, draagkracht mantelzorg, zorgbehoefte.
  • Acute psychose zónder somatische oorzaak → psychiater in consult.
  • Alcohol of drugs → verslavingszorg voor diagnostiek.
  • Verdenking hersenaandoening → neuroloog, CT/MRI.
Ziekenhuisopname zelf is een risico op verergering of instandhouding van delier — weeg thuiszorg, specialist ouderengeneeskunde en opname tegen elkaar af.

Verwant

Copyright © 2026 Kaj Kowalski