Perifeer oedeem
59, 2021). Klinisch redeneren — geen behandelrichtlijn. Combineer met NHG-Standaarden Hartfalen, Diepe veneuze trombose en longembolie en Varices, en lokaal protocol.2025Bachelorj3— klinische conditie "Perifeer oedeem". Bouw voort op bachelorkennis van eerdere jaren: naast cardiale oorzaken (hartfalen) ook nefrotisch syndroom (cursus Arts en patiënt2), levercirrose, lymfoedeem en medicatie.Kernpunten
- Pitting oedeem = abnormale toename extracellulair volume (druk laat impressie achter). Non-pitting = eiwitdepositie (lymfoedeem, myxoedeem).
- Denk in het Starling-evenwicht: hydrostatische druk ↑, colloïd-osmotische druk ↓, of capillaire permeabiliteit ↑.
- Eenzijdig oedeem → meestal lokaal (DVT, veneuze insufficiëntie, obstructie). Tweezijdig → kan lokaal of systemisch (hartfalen, lever, nier, medicatie, idiopathisch).
- Bij iedere oedeem-patiënt: check medicatie (Ca-antagonisten, NSAID's, corticosteroïden, thiazolidinedionen, oestrogenen, drop).
- Hartfalen is de belangrijkste behandelbare ernstige oorzaak —
4 %van huisartspresentaties met oedeem. - CVD-meting (halsvenen) is het meest onderscheidende LO-criterium tussen cardiaal en niet-cardiaal oedeem.
- DVT: klinische tekens zijn niet-betrouwbaar — gebruik de eerstelijnsbeslisregel + D-dimeer + echodoppler.
- Bij tweezijdig oedeem zonder duidelijke oorzaak: (NT-pro)BNP + ECG — normaal = hartfalen vrijwel uitgesloten.
Klacht bij de huisarts
- Incidentie
7,6/1000personen/j →15–20nieuwe patiënten per normpraktijk per jaar. - Sterke leeftijdsafhankelijkheid: tot
65jincidentie laag, daarna snel stijgend. Helft van de patiënten is> 75j. - Vrouwen vaker dan mannen.
- Bij
3/4doet huisarts gericht LO; bij1/5aanvullend bloedonderzoek;~1/20verwijzing tweede lijn. - Presentatie bepaald door ongerustheid (angst voor hartziekte), cosmetische of praktische last (schoenen), of pijn (periostalgie).
- Vaak gevraagd: "plaspil" — maar juiste therapie hangt van de oorzaak af.
Zwelling versus oedeem
Niet alle zwelling van voet of onderbeen is oedeem. Overweeg eerst:
- Trauma — distorsie, fractuur, achillespeesruptuur, hematoom na zweepslag.
- Lokaal mechanisch — (geruptureerde) Baker-cyste.
- Pijn-/regulatiestoornis — complex regionaal pijnsyndroom (
CRPS, voorheen sympathische reflexdystrofie). - Ontsteking — cellulitis, erysipelas, jicht.
Bij deze oorzaken staan meestal pijn of functieverlies op de voorgrond, niet zwelling alleen. Anamnese richten op acuut begin, trauma, koorts en pijnpatroon — dat differentieert snel.
Pitting versus non-pitting oedeem
Figuur 59.1 — Pitting oedeem van het rechteronderbeen
| Kenmerk | Pitting | Non-pitting |
|---|---|---|
| Mechanisme | Abnormale toename extracellulair volume | Abnormale eiwitdepositie in subcutis |
Druktest (10s) | Impressie blijft achter | Geen impressie |
| Voorbeelden | Hartfalen, veneuze insufficiëntie, DVT, medicatie, lever, nier, idiopathisch | Lymfoedeem, myxoedeem |
| Oorzaakcategorieën | Starling-evenwicht verstoord | Gestoorde lymfedrainage of schildklierpathologie |
Pathofysiologie — Starling-evenwicht
Het interstitiële volume hangt af van drie factoren:
- Hydrostatische druk in arteriolen, venen en interstitium.
- Colloïd-osmotische druk door plasma-eiwitten (trekken vocht terug de capillair in).
- Permeabiliteit van de capillair.
Daarnaast anatomisch: de kuitspierpomp (spieractiviteit + intacte veneuze kleppen) transporteert veneus vocht proximaal en zuigt interstitieel vocht op in de relaxatiefase.
Verstoring van het evenwicht
Lokaal:
- Veneuze insufficiëntie (klepdisfunctie, primair of secundair na DVT/tromboflebitis)
- DVT
- Verminderde spierpomp (immobiliteit, dwarslaesie, spierziekten) — dependency syndrome
- Proximale obstructie (tumor kleine bekken / abdomen, zwangerschap, lymfomen, May-Thurner, nutcracker)
Systemisch:
- Rechterkamerfalen (secundair aan linkerkamerfalen, COPD, (chronische) longembolie, pulmonale hypertensie)
- Medicatie (zie hieronder)
Zeldzaam (zebra's):
- Pericarditis constrictiva
- Hyperaldosteronisme
- Retroperitoneale fibrose
- Intravasculair B-cel lymfoom
- Geruptureerd femoraal aneurysma
- Verminderde aanmaak plasma-eiwitten: levercirrose.
- Verlies plasma-eiwitten: nefrotisch syndroom, protein-losing enteropathie.
- Ondervoeding / ernstige malabsorptie.
- Idiopathisch oedeem — vooral vrouwen, premenstrueel en bij warmte. Onschuldig.
- Lipo-oedeem (obesitas-gerelateerde dermale/epidermale veranderingen: dimpling / sinaasappelhuid op buik, billen, dijen). Voeten blijven meestal vrij — dus eigenlijk geen klassiek oedeem.
- Primair — aanlegstoornis, familiair, vrouwen > mannen, start na puberteit.
- Secundair — obstructie of beschadiging (maligniteit, radiotherapie, chirurgie, recidiverende erysipelas; wereldwijd filariasis).
- In
1estadium nog pitting, later fibrose → stugge consistentie. - Teken van Kaposi-Stemmer: geen huidplooi op te tillen op basis van
2eteen. - Late stadia: hyperkeratose, papillomatose — elephantiasis.
- Ophoping mucopolysacchariden subcutaan.
- Gegeneraliseerd → hypothyreoïdie.
- Gelokaliseerd pretibiaal / op voetrug → ziekte van Graves (hyperthyreoïdie).
Kansverdeling — einddiagnose huisarts (FaMe-net, K07)
| Diagnose | 15-24 | 25-44 | 45-54 | 55-74 | 75+ | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gezwollen enkels e.c.i. | 49 % | 72 % | 65 % | 66 % | 64 % | 65 % |
| Varices / CVI | 2 % | 4 % | 8 % | 8 % | 8 % | 7 % |
| Andere huidinfectie | 25 % | 7 % | 4 % | 3 % | 7 % | 5 % |
| Geneesmiddelbijwerking | — | 3 % | 5 % | 7 % | 4 % | 5 % |
| Decompensatio cordis | — | — | 2 % | 3 % | 6 % | 4 % |
| Tromboflebitis / flebotrombose | 2 % | — | 2 % | 3 % | 1 % | 2 % |
| Overige | 22 % | 11 % | 14 % | 13 % | 20 % | 12 % |
< 15j: te weinig casuïstiek voor zinvolle onderverdeling — bij oedeem op die leeftijd lage drempel voor verwijzing.
- Hartfalen is bij een man met oedeem
~3×waarschijnlijker dan bij een vrouw. - Bij presentatie
> 75j: alert op hartfalen, medicatie-bijwerking, veneuze insufficiëntie. - Bij
< 25j: denk ook aan cellulitis / erysipelas (25 %in die leeftijdsgroep). - Bij
65 %blijft de diagnose "gezwollen enkels e.c.i." — geduld en context mogen, niet meteen doorjagen bij intermitterende klachten.
Voorkennis / context
Richting hartfalen
- Doorgemaakt myocardinfarct (OR
3,8), hypertensie of angina pectoris (OR2,6), ritmestoornissen, klepgebreken. - Vaataandoeningen elders (CVA, perifeer arterieel vaatlijden).
- DM2, overgewicht, roken.
- Alcohol (cardiomyopathie), COPD (pulmonale hypertensie → rechtsdecompensatie), chemotherapie (late complicatie).
- Genetische cardiomyopathie.
Richting hepatogeen
- Alcoholmisbruik, hepatitis B/C.
Richting lokaal / veneus
- Eerdere DVT of tromboflebitis, staand beroep, varices in familie, recidiverende erysipelas (→ secundair lymfoedeem), immobiliteit, parese.
- Tumor bekken/abdomen (colon-ca, ovarium-ca, lymfoom).
Zwangerschap
- Fysiologisch oedeem door lokale compressie, óf pathologisch: toxicose / pre-eclampsie / DVT.
Schildklier
- Bekende schildklierafwijking → myxoedeem als ontsteking rust.
Anamnese
Probleemverheldering
Ongerustheid? Cosmetisch of praktisch bezwaar? Uitgesproken verwachting ("plaspil")? Wat wil patiënt weten?
Een- versus tweezijdig
- Eenzijdig → DVT, veneuze insufficiëntie, lokale obstructie, lymfoedeem, trauma, cellulitis/erysipelas.
- Tweezijdig → lokaal (bilateraal CVI, beide kanten medicatie) of systemisch (cardiaal, hepatogeen, renaal, medicatie, endocrien, idiopathisch).
Beloop
- Acuut / uren — DVT, allergische reactie, medicatie-start.
- Dagen–weken — hartfalen, nefrotisch syndroom, pre-eclampsie.
- Langzaam (maanden–jaren) — CVI, lymfoedeem, chronisch hartfalen.
- Intermitterend, vooral middag/avond → idiopathisch, vroeg CVI.
- Vermindert 's nachts → verstoord capillair evenwicht (pitting).
- Blijft ook na positieverandering → lymfoedeem.
Bijkomende klachten
- Dyspnée d'effort (OR
2,3****), orthopneu → hartfalen (algemeen). - Nycturie → vooral rechtszijdig hartfalen — horizontaal liggen brengt interstitieel vocht terug in vaatbed → renale uitscheiding
's nachts. - Nachtelijk hoesten → vooral linkszijdig hartfalen — longstuwing.
- Moeheid → hartfalen, anemie (verlagend voor hartfunctie).
- Zwaar / vermoeid gevoel toenemend in de dag, af bij lopen → CVI (bursting).
- Nachtelijke krampen, restless legs → CVI.
- Hoofdpijn, visusklachten, buikpijn bij zwangerschap → pre-eclampsie.
- Gewichtstoename in korte tijd.
- Icterus, spider naevi, erythema palmare → levercirrose.
Medicatie en intoxicaties
Oedeem als bijwerking of verergering:
- Calciumantagonisten (amlodipine, nifedipine) — zeer frequent.
- NSAID's — vochtretentie, verergering hartfalen, nierfunctiedaling.
- Thiazolidinedionen (pioglitazon) — vochtretentie.
- Corticosteroïden — vochtretentie.
- Alfa-receptorblokkers (doxazosine, tamsulosine), andere vaatverwijders.
- Oestrogenen (orale anticonceptie, HST) — ook risicofactor DVT.
- Bètablokkers — negatief inotroop, kunnen bij kwetsbaar hart decompensatie uitlokken (maar zijn bij chronisch hartfalen juist gunstig).
Overige:
- Overmatig dropgebruik — mineralocorticoïd-effect, vochtretentie (vooral bij jongere patiënten met onbegrepen oedeem uitvragen).
- Roken, alcohol, intraveneus drugsgebruik (endocarditis tricuspidalis).
Lichamelijk onderzoek
Distributie
- Eenzijdig vs tweezijdig vs gegeneraliseerd.
- Ook sacraal bij bedlegerigen, rond de ogen (gezicht).
- Pleuravocht, ascites → systemisch.
Pitting test
Druk 10s, kijk na 15s:
- Geen impressie → non-pitting → lymfoedeem, myxoedeem.
- Snelle herstel → lage colloïd-osmotische druk.
- Blijvende impressie → hoge hydrostatische druk.
Algemeen
- Gewicht — niet-diagnostisch maar basis voor follow-up bij hartfalen. Overgewicht bemoeilijkt diagnostiek hartfalen/CVI.
- Bloeddruk — verhoogd kan wijzen op hartfalen; normale druk sluit het niet uit. Bij zwangere altijd.
- Pols — irregulair? Atriumfibrilleren kan oorzaak én gevolg zijn van hartfalen.
- Ademhalingsfrequentie — ↑ bij hartfalen, pulmonaal lijden, longembolie.
- Huidinspectie: erythema palmare, spider naevi, icterus (sclerae eerst) → lever.
- Onderzoek op afstand (beeldverbinding) — bij stabiele patiënten bruikbaar voor gewicht, ademfrequentie en oedeem-inspectie; vooral nuttig bij chronische hartfalen-monitoring. Vereist instructie van patiënt én training arts.
Hoofd / hals: centraalveneuze druk (CVD)
CVD-meting is het belangrijkste LO-criterium om cardiaal oedeem te onderscheiden.
- Uitvoering — halfzittende patiënt, vena jugularis externa, dichtdrukken bij kaakhoek, laagste collapspunt bij inspiratie bepalen.
- Verhoogd — collapspunt hóger dan horizontaal vlak door aanhechting
2erib. - Vuistregel — aanhechting
2erib ≈12 mmHg; kaakhoek ≈20 mmHg. - Beoordeelbaarheid (Borst & Molhuysen
1952) —80 %goed,14 %met moeite,6 %niet (korte/dikke nek). NormaleRA-druk0-5 mmHg; bij rechterkamerfalen met perifeer oedeem12-20 mmHg.
Interpretatie:
- verhoogd → rechterkamerfalen zeer waarschijnlijk
- normaal → oedeem door lage osmotische druk of lokale oorzaak (CVI, lever, nier)
- niet-beoordeelbaar (korte/dikke nek) → aanvullend onderzoek
Schildklier palperen is hier weinig zinvol — de diagnostische winst is laag. Bij verdenking (myx)oedeem TSH aanvragen.
Hart en longen
- Hartstoot palperen en percussie hart — grote interdoktervariatie, beperkte waarde.
- Auscultatie:
3eharttoon (galopritme) → ernstig hartfalen, slechte prognose (lastig betrouwbaar vast te stellen). - Tachycardie
> 100/min→ kan passen bij hartfalen. - Posterobasale crepitaties → linksdecompensatie (OR
2,4); verdwijnen na diepe ademteugen = bedlegerigheidsartefact. - Pleuravocht: gedempte percussie, verminderd ademgeruis en stemfremitus.
- Verlengd exspirium, piepen → pulmonale oorzaak.
De buik
- Caput Medusae, ascites (shifting dullness, undulatieteken) → levercirrose of systemisch oedeem.
- Vergrote lever → rechtsdecompensatie of levercirrose.
- Abdominojugulaire test —
10sdruk op midden buik tijdens inspectie jugularen; stijging CVD die wegvalt na loslaten = positief → rechterkamerfalen (LR+ goed, LR– beperkt). - Palpabele tumor bekken/abdomen, liesklieren.
De benen
Tekens van veneuze insufficiëntie:
- Pigmentatie (hemosiderine-neerslag), erytheem.
- Ankle flare / corona phlebectatica paraplantaris (uitgezette venen mediale/laterale enkel).
- Eczeem, atrophie blanche (witte verkleuring rond enkels).
- Varices (Besenreiser tot blow-outs).
- Pachydermie, hypodermitis, lipodermatosclerosis.
- Ulcus cruris venosum (meestal mediale malleolus).
Figuur 59.3 — Ankle flare (corona phlebectatica paraplantaris)
Figuur 59.4 — Varices aan beide benen in het stroomgebied van de vena saphena magna
Trombosebeen (DVT):
- Klassiek: oedemateuze warme pijnlijke kuit, uitgezette venen, pijn bij dorsiflexie (teken van Homans — in praktijk weinig waarde).
- Kuitomtrek meten (verschil
≥ 3 cmis criterium in beslisregel). - Alle tekens samen → slechts
< 50 %heeft echt DVT. Slechts1/3van DVT-patiënten heeft klassieke symptomen.
Figuur 59.2 — Trombosebeen rechts
Eerstelijnsbeslisregel DVT
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +1
- +2
D-dimeer bepalen; normale uitslag + lage score sluit DVT vrijwel uit.
Direct echodoppler (zelfde dag), géén D-dimeer .
Niet toepassen bij klachten > 30 dagen of patiënt op antistolling.
Aanvullend onderzoek
Bloedonderzoek
Hartfalen:
- (NT-pro)BNP — normaal bij normale nierfunctie + normaal ECG → hartfalen vrijwel uitgesloten.
- Afkapwaarden (eerste lijn, geleidelijk ontstaan):
NT-proBNP > 125 pg/ml;BNP > 35 pg/ml. - Acuut ontstaan:
NT-proBNP > 400;BNP > 100. - Aanvullend bij verdenking hartfalen:
Hb,Ht, leuko + differentiatie, glucose, creatinine +eGFR,Na,K,ALAT,ASAT,γ-GT, lipiden,CRP,TSH.
Lever / nier / voeding:
- Serumalbumine bij verdenking lage colloïd-osmotische druk.
- Leverenzymen (
γ-GT, alkalische fosfatase,ALAT,ASAT), eventueel stollingstesten. - Creatinine, cholesterol, triglyceriden bij nefrotisch syndroom.
DVT:
- D-dimeer bij score
≤ 3op beslisregel. - Sommige labs hanteren leeftijdsafhankelijke afkappunten (bv.
leeftijd × 10 µg/Lboven50 jaar) — volg lab-rapport.
Pre-eclampsie:
- Lever- en nierfuncties, glucose, trombocyten.
Urine:
- Stick op proteïnurie. Kwantitatief >
3,5g/24u→ nefrotisch syndroom.
ECG
- Bij verdenking hartfalen: normaal ECG + normaal BNP → hartfalen vrijwel uitgesloten.
- Bij abnormaal ECG: beperkt PPV voor hartfalen, wel etiologie-informatie.
- Meest voorspellende afwijkingen: pathologische Q-golf, linkerbundeltakblok.
- Bij irregulair/inaequaal ritme → atriumfibrilleren uitsluiten.
Röntgenonderzoek
- X-thorax: redistributie (bovenste longvelden), cardiomegalie, pleuravocht (meestal rechts) → hartfalen.
- Normale X-thorax sluit hartfalen niet uit (sensitiviteit bij ernstig HF
~48 %).
Echodoppler
- DVT — sens/spec
90–100 %; positief → behandeling starten; negatief bij hoge klinische verdenking → herhaal na5–7 dagen. - CVI — plaats, ernst en correctie-mogelijkheid; sens/spec
> 90 %.
Echocardiografie
- Bij onverklaarde dyspneu, abnormaal ECG, hartgeruis, verdenking hartfalen na BNP.
- Ejectiefractie, klepfunctie, druk in rechteratrium.
- Onderscheid HFrEF vs HFpEF — bepaalt behandeling.
Overig (tweede lijn)
- Flebografie — bij insufficiëntie subgeniculair, vooral venae perforantes.
- Lymfescintigrafie, lymfangiografie, CT/MRI bij (vermoeden) lymfoedeem of obstructie.
- Inspanningstest — niet zinvol voor hartfalen-diagnose.
Sensitiviteit / specificiteit bij hartfalen
| Bevinding | Sens | Spec |
|---|---|---|
| Kortademigheid | 66 % | 52 % |
| Orthopneu | 21 % | 81 % |
| Paroxismale nachtelijke dyspneu | 33 % | 76 % |
| Oedeem in VG | 23 % | 80 % |
| Verhoogde CVD | 10 % | 97 % |
| Percutoir vergroot hart | 91 % | 30 % |
Tachycardie (> 100/min) | 7 % | 99 % |
| Galopritme (S3) | 31 % | 95 % |
| Crepitaties | 13 % | 91 % |
| X-thorax afwijkend | 62 % | 67 % |
| ECG afwijkend | 94 % | 61 % |
58 % met specificiteit 100 %.Differentiaal-overzicht
Quick-reference per oorzaak — voorgeschiedenis (VG), anamnese, lichamelijk onderzoek (LO) en aanvullend onderzoek (AO):
| Oorzaak | VG | Anamnese | LO | AO |
|---|---|---|---|---|
| Hartfalen | MI, hypertensie, AP, klepgebrek, ritmestoornis, COPD | Dyspneu, orthopneu, nycturie, nachtelijk hoesten | Verhoogde CVD, posterobasale crepitaties, hepatomegalie, abdominojugulaire + | (NT-pro)BNP, ECG, X-thorax |
| CVI | Varices | Zwaar/vermoeid gevoel, restless legs | Pigmentatie, varices, ankle flare, eczeem, atrophie blanche, ulcus | Echodoppler |
| Medicatie | — | Ca-antagonist, NSAID, glitazon, corticosteroïd, oestrogeen, drop | — | Staken op proef |
| Obstructie | Tumor abdomen/bekken, zwangerschap | — | Palpabele massa, lieskliervergroting | Echo, CT |
| Levercirrose | Alcohol, hepatitis B/C | — | Erythema palmare, spider naevi, icterus, ascites | Lab, echo |
| Schildklier | Bekende schildklierafwijking | Hyper-/hypothyreoïdie-symptomen | (Myx)oedeem (gegeneraliseerd of pretibiaal) | TSH, FT4 |
| Nefrotisch syndroom | — | Algehele malaise | Hypotensie, gegeneraliseerd oedeem | Proteïnurie > 3,5 g/24u |
| (Pre-)eclampsie | Eerdere toxicose | Zwangerschap, hoofdpijn, visusklachten, buikpijn | Hypertensie, snelle gewichtsstijging | Proteïnurie, lab + trombo's |
| DVT | Maligniteit, immobilisatie, OK, OC | Acuut eenzijdig | Eenzijdige zwelling, kuit ≥ 3 cm verschil | Beslisregel + D-dimeer + echodoppler |
Alarmsignalen
- Acuut eenzijdig pijnlijk gezwollen kuit + risicofactoren (maligniteit, recent immobilisatie, OC-gebruik) → DVT — beslisregel + echodoppler dezelfde dag; overweeg longembolie.
- Plotse dyspneu, pijn op de borst, tachycardie + DVT-kenmerken → longembolie.
- Pre-eclampsie-kenmerken (hypertensie, hoofdpijn, visusklachten, buikpijn + proteïnurie) in tweede helft zwangerschap.
- Nieuwe orthopneu, paroxismale nachtelijke dyspneu, galopritme + tweezijdig pitting oedeem → acuut hartfalen.
- Rood, warm, pijnlijk, scherp begrensd beeld met koorts → erysipelas / cellulitis (verwar niet met oedeem).
- Ernstige nierinsufficiëntie bij nefrotisch syndroom.
Verwijscriteria
- Cardioloog — diagnostische twijfel hartfalen (verhoogd BNP + abnormaal ECG), HFpEF evaluatie, kleplijden.
- Internist / nefroloog — nefrotisch syndroom, onverklaarde proteïnurie.
- Internist / hepatoloog — verdenking cirrose zonder duidelijke oorzaak.
- Vaatchirurg / dermatoloog — refractaire CVI, ulcus cruris venosum, therapieresistente varices.
- Gynaecoloog / obstetrische spoed — pre-eclampsie-verdenking.
- Lymfoedeem-specialist / fysiotherapeut (huidtherapie) — (secundair) lymfoedeem voor manuele lymfedrainage en compressie.
- Spoed — verdenking longembolie, acute ruptuur, hoge nierinsufficiëntie met oligurie.
Diagnostische flow (samenvatting)
Figuur 59.5 — Stroomdiagram voor het diagnosticeren van oedeem
Distributie
Eenzijdig → lokaal uitwerken (DVT, CVI, cellulitis, obstructie). Tweezijdig → systemisch overwegen.
Pitting of non-pitting
Druk 10s. Non-pitting → lymfoedeem of myxoedeem (check TSH). Pitting → verder.
Tekens CVI
Duidelijke varices + pigmentatie + ankle flare + eczeem, zonder systemische tekens → CVI — aanvullend onderzoek niet nodig.
Tekens hartfalen
Dyspnée d'effort, orthopneu, nycturie, cardiale VG, verhoogde CVD, crepitaties → (NT-pro)BNP + ECG + X-thorax.
Medicatie-review
Staken proefwijze bij verdenking (Ca-antagonist, NSAID, glitazon, drop).
Lab + urine
Serumalbumine, leverenzymen, creatinine, proteïnurie-stick.
Refractair / atypisch
Tweede lijn voor echo (vaat, hart), evt. beeldvorming bekken/abdomen.
Bijzondere groepen
Ouderen
- Min of meer fysiologisch intermitterend oedeem door afhangende benen + immobiliteit — geruststellen bij overige afwezigheid van tekens.
- Polyfarmacie-review essentieel.
- Hartfalen vaker onderdiagnosticeerd — lage drempel voor BNP.
Zwangeren
- Fysiologisch oedeem vs. pre-eclampsie vs. DVT.
- Bloeddruk + proteïnurie altijd.
- DVT-beslisregel is niet gevalideerd voor zwangeren — bij klinische verdenking direct echodoppler.
Jongeren met onbegrepen oedeem
- Idiopathisch oedeem (v>m, premenstrueel, warmte).
- Overmatig dropgebruik.
- Auto-immuun (SLE) of nefrotisch syndroom.
- Recidiverende erysipelas → beginnend secundair lymfoedeem.
Kinderen
Oedeem bij kinderen is zeldzaam en veel vaker dan bij volwassenen een uiting van ernstige pathologie — lage drempel voor verwijzing.
Verwant
- Hypertensie — bij hartfalen-risico
- Dyspepsie — bij ascites / lever
- Cellulitis / erysipelas — differentieer van oedeem
- Acute buikpijn — bij obstructie / ascites / DVT+PE
- Verwardheid — bij oedeem met encefalopathie (lever, nier, hartfalen)
Bron
Hoofdbron
- Hobma SO, Lamfers EJP, Nagtzaam IF, Schuurmans MMJ. Enkeloedeem. In: Diagnostiek van alledaagse klachten. Hoofdstuk
59. Bohn Stafleu van Loghum,2021. Print ISBN978-90-368-2619-8, elektronisch ISBN978-90-368-2620-4. DOI: 10.1007/978-90-368-2620-4_59.
Richtlijnen (voor behandelbeleid)
- NHG-Standaard Hartfalen.
- NHG-Standaard Diepe veneuze trombose en longembolie.
- NHG-Standaard Varices.
- NHG-Standaard Zwangerschap en kraamperiode — pre-eclampsie.
- NHG-Standaard Schildklieraandoeningen — (myx)oedeem bij hypo-/hyperthyreoïdie.
Meetmethoden
- Borst JGG, Molhuysen JA. Exact determination of the central venous pressure by a simple clinical method. Lancet
1952;2(6737):304–9.
Aanvullend leesmateriaal
- De Jongh TOH (red.). Fysische diagnostiek.
2edruk. Bohn Stafleu van Loghum,2015— hartfalen, CVD-meting, vaatonderzoek.
Acute buikpijn
Klinisch-redeneerkader bij acute buikpijn: definitie acute buik, pathofysiologie, DD per orgaansysteem, anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek.
Verwardheid
Symptoomgericht redeneren bij verward gedrag: organisch (delier, dementie, middelen, epilepsie) versus functioneel (psychose, manie, depressie, stress).