FarmaKaj Logo
KR

Hoofdpijn

Klinisch-redeneerkader bij de klacht hoofdpijn: differentiële diagnose, anamnese, onderzoek en alarmsignalen.
Diagnostische samenvatting van Diagnostiek van alledaagse klachten (hoofdstuk 13, Dekker & Smelt, 2021). Klinisch redeneren; geen behandelrichtlijn. Combineer met lokaal protocol en actuele NHG-Standaard Hoofdpijn.

Kernpunten

  • Hoofdpijn is zeer prevalent (life-time prevalentie 96 %); < 5 % van de aanvallen leidt tot huisartsbezoek.
  • ~50 % komt met ongerustheid, 20–30 % met medicatievraag — vraag expliciet naar hulpvraag en verwachtingen.
  • De anamnese is het belangrijkste diagnosticum; lichamelijk en aanvullend onderzoek dragen weinig bij bij chronische vormen.
  • Onderscheid primaire (spannings-, migraine, cluster) van secundaire hoofdpijn (trauma, vasculair, tumor, infectie, medicatieovergebruik, e.a.).
  • Bij chronische hoofdpijn (> 15 dgn/mnd) zit in 60–75 % medicatieovergebruik.
  • Bij debuut > 50 jaar, per-acute hevige hoofdpijn, of nieuwe focale uitval: alert op ernstige secundaire oorzaak.
  • Een hoofdpijndagboek van 2 maanden verheldert patroon, frequentie én medicatiegebruik.

Klacht in bevolking en bij de huisarts

  • Life-time prevalentie 96 %; 34 % had de afgelopen 2 weken hoofdpijn; 4 % chronisch dagelijkse hoofdpijn; 1 % medicatieovergebruikshoofdpijn.
  • Slechts 25–50 % van de migrainepatiënten en 17 % van de spanningshoofdpijn-patiënten is bij de huisarts bekend.
  • Incidentiepiek tussen 15 en 35 jaar; prevalentie stijgt tot 65 jaar.
  • ~2 % van alle huisartscontacten betreft hoofdpijn; 2–5 % op de SEH.
  • Vrouwen : mannen ≈ 1,5–2 : 1. Uitzondering: clusterhoofdpijn ~3 : 1 m : v.

Pathofysiologie

  • Pijngevoelig: intracranieel de grote arteriën, veneuze sinussen en hersenvliezen; extracranieel het periost, spieren, fascie, bloedvaten, neusbijholten, kaakgewricht, ogen en gebit. Het hersenweefsel zelf is niet pijngevoelig.
  • Migraine: neurovasculair; veranderde flow ± cortical spreading depression bij aura. Geen aangetoonde stress-relatie.
  • Spanningshoofdpijn: verhoogde gevoeligheid schedelmusculatuur en peesaanhechtingen. Relatie met stress of tonusverhoging niet bewezen.
  • Clusterhoofdpijn: structurele hypothalame afwijkingen.

Kansverdeling (einddiagnose huisarts, FaMe-net)

DiagnoseAandeel
Hoofdpijn ongespecificeerd46 %
Bovensteluchtweginfectie / sinusitis15 %
Nek- of spierpijn5 %
Spanningshoofdpijn5 %
Migraine4 %
Commotio2 %
Ander virus2 %
Geneesmiddel / bijwerking1 %
Overige8 %

Differentiële diagnose

Primaire hoofdpijnsyndromen (ICHD-3)

Secundaire hoofdpijn — denk aan

OorzaakFrequentieDenk aan
Medicatieovergebruikshoofdpijnvaak> 15 dgn/mnd pijnstillers (of > 10 dgn/mnd triptanen/combi's) gedurende ≥ 3 mnd
Koortsende ziekte / virusvaakMeningitis bij koorts + hoofdpijn + nekstijfheid
GeneesmiddelbijwerkingvaakCardiovasculair, antidepressiva, anticonceptie, NSAID's, sint-janskruid
Sinusitis / bovensteluchtweginfectievaakHoofdpijn zelden hoofdklacht; vaak overgeattribueerd
Aandoening nek, ogen, oren, kaak, gebitvaakPijn verdwijnt na behandeling onderliggend probleem
TraumasomsSubduraal hematoom, postcommotioneel syndroom
Vaataandoening (SAB, CVA, arteriitis temporalis)zeldenPer-acute occipitale hoofdpijn na inspanning → SAB
Hersentumor / -infectiezelden50 % van tumoren geeft hoofdpijn, maar zelden als enige klacht
TrigeminusneuralgiezeldenScherp stekend, trigger-punten (aanraking, tandenpoetsen)
Metabool (hypoxie, hypercapnie, hypoglykemie)zeldenContext geeft richting
Hoofdpijn die onveranderd > 3 maanden als enig symptoom bestaat, sluit een hersentumor praktisch uit.

Anamnese — de diagnostische motor

Verreweg de meeste diagnoses worden op anamnese gesteld. Doorloop systematisch.

Tijdsduur en beloop

  • Acuut: CVA/SAB, meningitis, cluster, sinusitis, cervicogeen, secundair bij infectie.
  • Chronisch recidiverend: migraine, spanningshoofdpijn, medicatieovergebruik, bijwerking.
  • Aanvalsgewijs:
    • migraine — identieke korte hevige aanvallen
    • spanningshoofdpijn — wisselend van 30 min tot ~1 week
    • cluster — clusters van aanvallen, dan aanvalsvrij
  • > 15 dgn/mnd → chronische spanningshoofdpijn, medicatieovergebruik, of (zelden) chronische migraine.

Ernst (1–10)

  • Migraine 7–9.
  • Spanningshoofdpijn 3–8.
  • Clusterhoofdpijn extreem (> 9, invaliderend).
  • Trigeminusneuralgie zeer heftig stekend.

Soort pijn en lokalisatie

  • Bonzend → migraine.
  • Drukkend, "band om het hoofd" → spanningshoofdpijn.
  • Extreem heftig, eenzijdig periorbitaal/temporaal → cluster.
  • Bitemporaal of over het hele hoofd → spanningshoofdpijn.
  • Eenzijdig temporaal bij ouderen + dikke pijnlijke a. temporalis + hoge BSE → arteriitis temporalis.
  • In één oog, diffuse pericorneale roodheid, matig wijde lichtstijve pupil → acuut glaucoom.
  • Voorhoofd + verkoudheid → sinusitis / BLWI.

Begeleidende symptomen

  • Misselijkheid/braken én foto-/fonofobie → migraine.
  • Toename bij normale inspanning + patiënt wil stilliggen → migraine.
  • Bewegingsdrang, ipsilateraal oog- + neussymptomen → cluster.
  • Aura (binoculair, geleidelijk, reversibel) → migraine met aura.
  • Toevallen, zwakte, verwardheid → verhoogde kans op hersentumor.
  • Persistente visusstoornis → arteriitis temporalis, glaucoom.
  • Prodromen (stemming, gedrag dag voor aanval) → migraine.

Likelihood-ratio's — migraine versus spanningshoofdpijn

KenmerkLR+ migraine
Braken23,2
Fotofobie6,0
Fonofobie5,2
Uitlokking door kaas4,9
Uitlokking door chocolade4,6
Toename bij lichamelijke inspanning3,7
Stekend / pulserend3,3
Unilaterale pijn3,1
Duur 4–24 uur1,7
Duur 24–72 uur1,4
Duur < 4 uur0,52

Provocerende factoren en context

  • Menstruatie, wijn, slaaptekort of ritmeverstoring → migraine.
  • Alcohol tijdens clusterperiode → cluster.
  • Staken van cafeïne → weekend-hoofdpijn.
  • Langdurig triptaan- of pijnstillergebruik, cardiovasculaire medicatie, antidepressiva, anticonceptie, sint-janskruid → bijwerking of overgebruik.
  • Recent hoofdtrauma (< 6 weken) → sub-/epiduraal hematoom mogelijk.
  • Voorgeschiedenis maligniteit of immuuncompromitterend lijden → hersenmetastasen of opportunistische infectie.

Patroonsignalen met beperkte, maar richtinggevende waarde

  • Hoofdpijn in de nacht waarvan patiënt wakker wordt → cluster.
  • Hoofdpijn bij opstaan → depressie, slaapstoornis, medicatieafhankelijkheid, of tumor.
  • Hoofdpijn die gedurende de dag toeneemt → spanningshoofdpijn.
  • Pijn die persisteert ondanks opklimmende medicatie (≥ 3 mnd) → medicatieovergebruik.
  • Pijn bij intracerebrale drukverhoging (hoesten, persen, inspanning, seks) → denk intracerebrale oorzaak.
  • Moeheid, slecht slapen, concentratieproblemen → spanningshoofdpijn.
  • Verandering van karakter of ernst van bestaande hoofdpijn → nieuwe (mogelijk ernstige) oorzaak.

Hulpvraag en beleving

  • Ongerustheid (~50 %) — angst voor tumor of bloeding, zelden spontaan gemeld.
  • Medicatievraag (20–30 %) — zelfmedicatie onvoldoende.
  • Disfunctioneren op werk, school, sociaal.
  • Vraag expliciet naar ideeën, zorgen en verwachtingen.

Hoofdpijndagboek

Zinvol bij:

  • onduidelijke diagnose of combinatie spanningshoofdpijn + migraine
  • verdenking medicatieovergebruik (toont gebruik én frequentie)
  • evaluatie van aanvals- of preventieve behandeling

Geef het dagboek mee

Leg doel uit: patroonverheldering, geen dagelijks afvinken van alle symptomen.

Laat patiënt noteren

Duur, ernst (1–10), gebruikte medicatie én effect. Begeleidende symptomen en triggers niet dagelijks herhalen.

Bespreek na 2 maanden

Let op frequentie (vaak onderschat — de laatste aanval kleurt de beleving), identieke korte aanvallen (→ migraine) versus wisselende duur/ernst (→ spanningshoofdpijn), en medicatiedagen.

Stel beleid bij

Geen behandeling, aanvalsbehandeling, preventie, of stop-medicatieovergebruik.

Lichamelijk onderzoek

Bij chronische primaire hoofdpijn draagt LO weinig bij. Verricht op indicatie:

  • Oriënterend neurologisch + algemeen LO bij nieuwe of veranderde hoofdpijn, of chronische hoofdpijn (≥ 15 dgn/mnd).
  • Bloeddruk bij mannen > 40j of vrouwen > 50j met nieuwe hoofdpijn, of voorgeschiedenis van hypertensie.
  • Tijdens clusteraanval: rood/tranend oog, ptosis, miosis, loopneus.
  • Arteriitis temporalis: palpatie a. temporalis (dik, pijnlijk) + BSE.
  • Nekstijfheid bij koorts + hoofdpijn (meningitis, SAB).
  • Pupillen: pupilverschil → acuut glaucoom, cluster, of neurologische afwijking.

Weinig of niet-bijdragend:

  • Palpatie nekmusculatuur — geen relatie met spanningshoofdpijn.
  • Bloeddruk als oorzaakzoeker — alleen maligne hypertensie (diastolisch ≥ 125 mmHg) geeft aangetoond hoofdpijn.

Algemeen LO is vooral zinvol bij verdenking secundaire hoofdpijn, en bij kinderen of ouderen met communicatieproblemen.

Aanvullend onderzoek

Bloedonderzoek

  • Geen indicatie bij hoofdpijn, behalve BSE bij verdenking arteriitis temporalis.

Beeldvorming

Bij chronische hoofdpijn zónder neurologische afwijkingen is de kans op een klinisch relevante afwijking op CT/MRI gelijk aan die in de algemene populatie. Wel is de kans op toevalsbevindingen verhoogd, met extra angst, verwijzingen en zorgkosten. Geruststellend effect van beeldvorming houdt < 1 jaar aan.

CT/MRI overwegen bij:

  • atypische hoofdpijn of recente verandering van patroon
  • herhaalde, steeds aan dezelfde zijde optredende auraverschijnselen
  • epileptische aanvallen in de voorgeschiedenis
  • focale neurologische symptomen of neurologische afwijkingen bij LO
  • eerste aanval clusterhoofdpijn (uitsluiten hypofysetumor, sinustrombose, aneurysma) → verwijs neuroloog

Röntgen alleen bij verdenking fractuur na trauma.

Acute heftige hoofdpijn

  • Verdenking SAB: directe verwijzing naar neurochirurgisch centrum → CT-hersenen (sensitiviteit ~95 % binnen 24 uur). Bij niet-diagnostische CT: lumbaalpunctie, MRI of angiografie.
  • Verdenking meningitis: CT + lumbaalpunctie.

Chronische hoofdpijn

  • Geen EEG of beeldvorming bij migraine of chronische spanningshoofdpijn zonder neurologische afwijkingen.
  • Bij kinderen: EEG alleen als epilepsie in DD staat.

Alarmsignalen — directe beoordeling

Verwijs of onderzoek met spoed bij:
  • Per-acuut ontstane hevige hoofdpijn (thunderclap, vaak na inspanning, soms "knapje in het hoofd" — SAB).
  • Hevige hoofdpijn + koorts, nekstijfheid en/of gedaald bewustzijn (meningitis, encefalitis).
  • Nieuwe focale neurologische uitval.
  • Voorgeschiedenis maligniteit (vooral melanoom, mamma-, longcarcinoom) of immuuncompromitterende aandoening.
  • Recent hoofdtrauma (<6 weken), vooral bij antistolling of persisterende/toenemende pijn.
  • Debuut >50 jaar, vooral met dikke pijnlijke a. temporalis en hoge BSE (arteriitis temporalis).
  • Epileptische aanval (ookwel toeval), zwakte of verwardheid bij chronische hoofdpijn.

Hoofdpijn bij kinderen

  • 40 % van kinderen < 7j en 75 % van kinderen tot 15j heeft weleens hoofdpijn.
  • Migraine 3–10 % bij 5–15j; vóór puberteit vaker bij jongens, daarna vaker bij meisjes.
  • Vegetatieve verschijnselen overheersen: braken (90 %), misselijkheid (88 %), transpireren (50 %).
  • Pijn vaker bilateraal (65 %), korter dan bij volwassenen (< 5 uur bij 64 %).
  • Bij zeer jonge kinderen: "abdominale migraine" — buikpijn en braken kunnen domineren, hoofdpijn soms afwezig.
  • Bij zeer kortdurende aanvallen: verhoogd percentage epileptiforme EEG-afwijkingen — overweeg epilepsie in DD.

Verwijscriteria

  • Alarmsignalen (zie boven) → spoedverwijzing.
  • Eerste aanval clusterhoofdpijn → neuroloog (beeldvorming).
  • Chronische hoofdpijn met diagnostische twijfel, therapie-resistent, of verdenking secundaire oorzaak → neuroloog.
  • Verdenking arteriitis temporalis → met spoed internist of reumatoloog.

Bijlage — ernstige secundaire hoofdpijn

Kenmerken per aandoening waarbij nadere beoordeling (meestal met spoed) nodig is. Eén kenmerk is zelden bewijzend; stapeling verhoogt de kans. Aandoeningen met een aparte NHG-Standaard zijn aangegeven.

AandoeningRisicofactoren / kenmerken
Subarachnoïdale bloeding(per)acuut ontstane hevige hoofdpijn · nekpijn · nekstijfheid · gedaald bewustzijn · begin tijdens inspanning · leeftijd > 40 jaar
Intracerebrale bloeding (NHG-Standaard Beroerte)acuut ontstane hoofdpijn · gedaald bewustzijn · (progressieve) neurologische uitvalsverschijnselen · misselijkheid, braken · stollingsstoornis of gebruik anticoagulantia
Herseninfarct (NHG-Standaard Beroerte)acuut, zonder voortekenen ontstane neurologische uitval · uitvalsverschijnselen tegelijkertijd ontstaan · niet gevolgd door unilaterale bonkende hoofdpijn · mogelijk: bewustzijnsdaling, progressieve uitval, hoofdpijn, misselijkheid, braken
Dissectie cervicale arteriënacuut ontstane eenzijdige hoofd-/nekpijn · voorafgaand trauma · begin tijdens inspanning · (incompleet) syndroom van Horner · voorgeschiedenis bindweefselziekte/vasculitis · uitvalsverschijnselen
Meningitiskoorts · nekstijfheid · gedaald bewustzijn · petechiën · bij jonge kinderen: prikkelbaarheid, luierpijn, bolle fontanel
CO₂-intoxicatiehoofdpijn · duizeligheid · misselijkheid · moeheid · verwardheid · gedaald bewustzijn · andere huisgenoten met dezelfde klachten
Veneuze sinustrombosevisusdaling · epileptische insulten · misselijkheid · braken
Subduraal hematoomvoorafgaand trauma (< 6 weken) · progressieve hoofdpijn · neurologische uitvalsverschijnselen · stollingsstoornis of gebruik anticoagulantia · leeftijd ≥ 65 jaar
Hersentumor (primair of metastasen)maligniteit in voorgeschiedenis (vooral mamma-, longcarcinoom, melanoom) · leeftijd ≥ 50 jaar of < 6 jaar · eerste insult · pulserende hoofdpijn · braken · neurologische uitval · houdingsinstabiliteit · achteruitgang schoolprestaties · nachtelijke hoofdpijn
Hersenabces / encefalitiskoude rillingen, koorts · IV drugsgebruik · immuuncompromitterende aandoening · neurologische uitvalsverschijnselen
Chiari-malformatiehoofdpijn tijdens hoesten of persen
Hypertensieve crisisRR diastolisch > 120–130 mmHg én systolisch > 200–220 mmHg · verwardheid · insulten · gedaald bewustzijn · neurologische uitvalsverschijnselen
Acuut glaucoom (NHG-Standaard Rood oog en oogtrauma)rood, dof (troebele cornea) en pijnlijk oog · middelwijde lichtstijve pupil · halo's rond lichtbronnen · visusdaling · misselijkheid, braken
(Pre-)eclampsie (NHG-Standaard Zwangerschap en kraamperiode)tweede helft zwangerschap · RR systolisch ≥ 130 mmHg en/of diastolisch ≥ 85 mmHg · pijn bovenbuik / tussen schouderbladen · visusklachten (sterretjes, lichtflitsen, dubbelzien) · misselijkheid/braken · ziek of griepachtig gevoel zonder koorts · plotseling vocht vasthouden in gezicht, handen of voeten
Arteriitis temporalis (NHG-Standaard Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis)leeftijd ≥ 50 jaar · visusproblemen (gezichtsveldverlies, snelle visusdaling, dubbelzien) · heftige uni-/bilaterale stekende of bonzende slaaphoofdpijn · gevoelige hoofdhuid · kaakclaudicatie · PMR-klachten

Verwant

  • Migraine — NHG-samenvatting met behandelbeleid
Copyright © 2026 Kaj Kowalski