Hoofdpijn
Kernpunten
- Hoofdpijn is zeer prevalent (life-time prevalentie
96 %);< 5 %van de aanvallen leidt tot huisartsbezoek. ~50 %komt met ongerustheid,20–30 %met medicatievraag — vraag expliciet naar hulpvraag en verwachtingen.- De anamnese is het belangrijkste diagnosticum; lichamelijk en aanvullend onderzoek dragen weinig bij bij chronische vormen.
- Onderscheid primaire (spannings-, migraine, cluster) van secundaire hoofdpijn (trauma, vasculair, tumor, infectie, medicatieovergebruik, e.a.).
- Bij chronische hoofdpijn (
> 15 dgn/mnd) zit in60–75 %medicatieovergebruik. - Bij debuut
> 50 jaar, per-acute hevige hoofdpijn, of nieuwe focale uitval: alert op ernstige secundaire oorzaak. - Een hoofdpijndagboek van
2 maandenverheldert patroon, frequentie én medicatiegebruik.
Klacht in bevolking en bij de huisarts
- Life-time prevalentie
96 %;34 %had de afgelopen2 wekenhoofdpijn;4 %chronisch dagelijkse hoofdpijn;1 %medicatieovergebruikshoofdpijn. - Slechts
25–50 %van de migrainepatiënten en17 %van de spanningshoofdpijn-patiënten is bij de huisarts bekend. - Incidentiepiek tussen
15 en 35 jaar; prevalentie stijgt tot65 jaar. ~2 %van alle huisartscontacten betreft hoofdpijn;2–5 %op de SEH.- Vrouwen : mannen
≈ 1,5–2 : 1. Uitzondering: clusterhoofdpijn~3 : 1m : v.
Pathofysiologie
- Pijngevoelig: intracranieel de grote arteriën, veneuze sinussen en hersenvliezen; extracranieel het periost, spieren, fascie, bloedvaten, neusbijholten, kaakgewricht, ogen en gebit. Het hersenweefsel zelf is niet pijngevoelig.
- Migraine: neurovasculair; veranderde flow ± cortical spreading depression bij aura. Geen aangetoonde stress-relatie.
- Spanningshoofdpijn: verhoogde gevoeligheid schedelmusculatuur en peesaanhechtingen. Relatie met stress of tonusverhoging niet bewezen.
- Clusterhoofdpijn: structurele hypothalame afwijkingen.
Kansverdeling (einddiagnose huisarts, FaMe-net)
| Diagnose | Aandeel |
|---|---|
| Hoofdpijn ongespecificeerd | 46 % |
| Bovensteluchtweginfectie / sinusitis | 15 % |
| Nek- of spierpijn | 5 % |
| Spanningshoofdpijn | 5 % |
| Migraine | 4 % |
| Commotio | 2 % |
| Ander virus | 2 % |
| Geneesmiddel / bijwerking | 1 % |
| Overige | 8 % |
Differentiële diagnose
Primaire hoofdpijnsyndromen (ICHD-3)
Chronisch: hoofdpijn op > 15 dagen per maand gedurende > 3 maanden, uren–dagen tot continu aanwezig.
Ten minste 2 van:
- tweezijdig
- drukkend of gespannen gevoel (niet-bonzend)
- milde tot matige klachten
- géén verergering door normale lichamelijke activiteit (wandelen, traplopen)
Tevens:
≤ 1van: fotofobie, fonofobie, milde misselijkheid- géén matig–ernstig braken
Frequent: ≥ 10 episodes op 1–14 dagen/mnd gedurende ≥ 3 maanden.
Laagfrequent: ≤ 1 dag/mnd gemiddeld.
Onbehandelde aanval 4–72 uur. Voor diagnose zonder aura: ≥ 5 aanvallen.
Hoofdpijn met ≥ 2 van:
- eenzijdig
- bonzend karakter
- matig–ernstig
- verergering door of vermijden van normale lichamelijke activiteit
Tijdens hoofdpijn ≥ 1 van:
- misselijkheid en/of braken
- foto- én fonofobie
Aura (bij ~15 %): volledig reversibele visuele / sensibele / spraaksymptomen, ontwikkelt zich geleidelijk, duurt ≤ 60 min (gem. 22 min). Hoofdpijn ontstaat binnen 60 min na einde aura. Géén motorische, hersenstam- of retinale symptomen.
Verschil met TIA: TIA-visus is monoculair en acuut; migraine-aura is binoculair (één zijde in beide gezichtsvelden) en geleidelijk.
Aanvalsgewijze zéér hevige, strikt eenzijdige hoofdpijn rond oog en temporaal.
- Duur per aanval
15 min–3 uur. - Frequentie
1×per2 dagentot8×per dag, vaak 's nachts. - Altijd aan dezelfde zijde.
- Ipsilateraal: tranend rood oog, ptosis, miosis, loopneus.
75 %man. Bewegingsdrang (onderscheid met migraine — die patiënt wil juist stilliggen).- Episodisch (clusters van enkele weken) óf chronisch (geen aanvalsvrije periodes).
Chronische paroxismale hemicrania lijkt erop, maar is zeer zeldzaam (mogelijk de vrouwelijke variant).
Secundaire hoofdpijn — denk aan
| Oorzaak | Frequentie | Denk aan |
|---|---|---|
| Medicatieovergebruikshoofdpijn | vaak | > 15 dgn/mnd pijnstillers (of > 10 dgn/mnd triptanen/combi's) gedurende ≥ 3 mnd |
| Koortsende ziekte / virus | vaak | Meningitis bij koorts + hoofdpijn + nekstijfheid |
| Geneesmiddelbijwerking | vaak | Cardiovasculair, antidepressiva, anticonceptie, NSAID's, sint-janskruid |
| Sinusitis / bovensteluchtweginfectie | vaak | Hoofdpijn zelden hoofdklacht; vaak overgeattribueerd |
| Aandoening nek, ogen, oren, kaak, gebit | vaak | Pijn verdwijnt na behandeling onderliggend probleem |
| Trauma | soms | Subduraal hematoom, postcommotioneel syndroom |
| Vaataandoening (SAB, CVA, arteriitis temporalis) | zelden | Per-acute occipitale hoofdpijn na inspanning → SAB |
| Hersentumor / -infectie | zelden | 50 % van tumoren geeft hoofdpijn, maar zelden als enige klacht |
| Trigeminusneuralgie | zelden | Scherp stekend, trigger-punten (aanraking, tandenpoetsen) |
| Metabool (hypoxie, hypercapnie, hypoglykemie) | zelden | Context geeft richting |
Anamnese — de diagnostische motor
Verreweg de meeste diagnoses worden op anamnese gesteld. Doorloop systematisch.
Tijdsduur en beloop
- Acuut: CVA/SAB, meningitis, cluster, sinusitis, cervicogeen, secundair bij infectie.
- Chronisch recidiverend: migraine, spanningshoofdpijn, medicatieovergebruik, bijwerking.
- Aanvalsgewijs:
- migraine — identieke korte hevige aanvallen
- spanningshoofdpijn — wisselend van
30 mintot~1 week - cluster — clusters van aanvallen, dan aanvalsvrij
> 15 dgn/mnd→ chronische spanningshoofdpijn, medicatieovergebruik, of (zelden) chronische migraine.
Ernst (1–10)
- Migraine
7–9. - Spanningshoofdpijn
3–8. - Clusterhoofdpijn extreem (
> 9, invaliderend). - Trigeminusneuralgie zeer heftig stekend.
Soort pijn en lokalisatie
- Bonzend → migraine.
- Drukkend, "band om het hoofd" → spanningshoofdpijn.
- Extreem heftig, eenzijdig periorbitaal/temporaal → cluster.
- Bitemporaal of over het hele hoofd → spanningshoofdpijn.
- Eenzijdig temporaal bij ouderen + dikke pijnlijke a. temporalis + hoge BSE → arteriitis temporalis.
- In één oog, diffuse pericorneale roodheid, matig wijde lichtstijve pupil → acuut glaucoom.
- Voorhoofd + verkoudheid → sinusitis / BLWI.
Begeleidende symptomen
- Misselijkheid/braken én foto-/fonofobie → migraine.
- Toename bij normale inspanning + patiënt wil stilliggen → migraine.
- Bewegingsdrang, ipsilateraal oog- + neussymptomen → cluster.
- Aura (binoculair, geleidelijk, reversibel) → migraine met aura.
- Toevallen, zwakte, verwardheid → verhoogde kans op hersentumor.
- Persistente visusstoornis → arteriitis temporalis, glaucoom.
- Prodromen (stemming, gedrag dag voor aanval) → migraine.
Likelihood-ratio's — migraine versus spanningshoofdpijn
| Kenmerk | LR+ migraine |
|---|---|
| Braken | 23,2 |
| Fotofobie | 6,0 |
| Fonofobie | 5,2 |
| Uitlokking door kaas | 4,9 |
| Uitlokking door chocolade | 4,6 |
| Toename bij lichamelijke inspanning | 3,7 |
| Stekend / pulserend | 3,3 |
| Unilaterale pijn | 3,1 |
Duur 4–24 uur | 1,7 |
Duur 24–72 uur | 1,4 |
Duur < 4 uur | 0,52 |
Provocerende factoren en context
- Menstruatie, wijn, slaaptekort of ritmeverstoring → migraine.
- Alcohol tijdens clusterperiode → cluster.
- Staken van cafeïne → weekend-hoofdpijn.
- Langdurig triptaan- of pijnstillergebruik, cardiovasculaire medicatie, antidepressiva, anticonceptie, sint-janskruid → bijwerking of overgebruik.
- Recent hoofdtrauma (
< 6 weken) → sub-/epiduraal hematoom mogelijk. - Voorgeschiedenis maligniteit of immuuncompromitterend lijden → hersenmetastasen of opportunistische infectie.
Patroonsignalen met beperkte, maar richtinggevende waarde
- Hoofdpijn in de nacht waarvan patiënt wakker wordt → cluster.
- Hoofdpijn bij opstaan → depressie, slaapstoornis, medicatieafhankelijkheid, of tumor.
- Hoofdpijn die gedurende de dag toeneemt → spanningshoofdpijn.
- Pijn die persisteert ondanks opklimmende medicatie (≥ 3 mnd) → medicatieovergebruik.
- Pijn bij intracerebrale drukverhoging (hoesten, persen, inspanning, seks) → denk intracerebrale oorzaak.
- Moeheid, slecht slapen, concentratieproblemen → spanningshoofdpijn.
- Verandering van karakter of ernst van bestaande hoofdpijn → nieuwe (mogelijk ernstige) oorzaak.
Hulpvraag en beleving
- Ongerustheid (~50 %) — angst voor tumor of bloeding, zelden spontaan gemeld.
- Medicatievraag (20–30 %) — zelfmedicatie onvoldoende.
- Disfunctioneren op werk, school, sociaal.
- Vraag expliciet naar ideeën, zorgen en verwachtingen.
Hoofdpijndagboek
Zinvol bij:
- onduidelijke diagnose of combinatie spanningshoofdpijn + migraine
- verdenking medicatieovergebruik (toont gebruik én frequentie)
- evaluatie van aanvals- of preventieve behandeling
Geef het dagboek mee
Leg doel uit: patroonverheldering, geen dagelijks afvinken van alle symptomen.
Laat patiënt noteren
Duur, ernst (1–10), gebruikte medicatie én effect. Begeleidende symptomen en triggers niet dagelijks herhalen.
Bespreek na 2 maanden
Let op frequentie (vaak onderschat — de laatste aanval kleurt de beleving), identieke korte aanvallen (→ migraine) versus wisselende duur/ernst (→ spanningshoofdpijn), en medicatiedagen.
Stel beleid bij
Geen behandeling, aanvalsbehandeling, preventie, of stop-medicatieovergebruik.
Lichamelijk onderzoek
Bij chronische primaire hoofdpijn draagt LO weinig bij. Verricht op indicatie:
- Oriënterend neurologisch + algemeen LO bij nieuwe of veranderde hoofdpijn, of chronische hoofdpijn (
≥ 15 dgn/mnd). - Bloeddruk bij mannen
> 40jof vrouwen> 50jmet nieuwe hoofdpijn, of voorgeschiedenis van hypertensie. - Tijdens clusteraanval: rood/tranend oog, ptosis, miosis, loopneus.
- Arteriitis temporalis: palpatie a. temporalis (dik, pijnlijk) + BSE.
- Nekstijfheid bij koorts + hoofdpijn (meningitis, SAB).
- Pupillen: pupilverschil → acuut glaucoom, cluster, of neurologische afwijking.
Weinig of niet-bijdragend:
- Palpatie nekmusculatuur — geen relatie met spanningshoofdpijn.
- Bloeddruk als oorzaakzoeker — alleen maligne hypertensie (diastolisch
≥ 125 mmHg) geeft aangetoond hoofdpijn.
Algemeen LO is vooral zinvol bij verdenking secundaire hoofdpijn, en bij kinderen of ouderen met communicatieproblemen.
Aanvullend onderzoek
Bloedonderzoek
- Geen indicatie bij hoofdpijn, behalve BSE bij verdenking arteriitis temporalis.
Beeldvorming
CT/MRI overwegen bij:
- atypische hoofdpijn of recente verandering van patroon
- herhaalde, steeds aan dezelfde zijde optredende auraverschijnselen
- epileptische aanvallen in de voorgeschiedenis
- focale neurologische symptomen of neurologische afwijkingen bij LO
- eerste aanval clusterhoofdpijn (uitsluiten hypofysetumor, sinustrombose, aneurysma) → verwijs neuroloog
Röntgen alleen bij verdenking fractuur na trauma.
Acute heftige hoofdpijn
- Verdenking SAB: directe verwijzing naar neurochirurgisch centrum → CT-hersenen (sensitiviteit
~95 %binnen24 uur). Bij niet-diagnostische CT: lumbaalpunctie, MRI of angiografie. - Verdenking meningitis: CT + lumbaalpunctie.
Chronische hoofdpijn
- Geen EEG of beeldvorming bij migraine of chronische spanningshoofdpijn zonder neurologische afwijkingen.
- Bij kinderen: EEG alleen als epilepsie in DD staat.
Alarmsignalen — directe beoordeling
- Per-acuut ontstane hevige hoofdpijn (thunderclap, vaak na inspanning, soms "knapje in het hoofd" — SAB).
- Hevige hoofdpijn + koorts, nekstijfheid en/of gedaald bewustzijn (meningitis, encefalitis).
- Nieuwe focale neurologische uitval.
- Voorgeschiedenis maligniteit (vooral melanoom, mamma-, longcarcinoom) of immuuncompromitterende aandoening.
- Recent hoofdtrauma (<6 weken), vooral bij antistolling of persisterende/toenemende pijn.
- Debuut >50 jaar, vooral met dikke pijnlijke a. temporalis en hoge BSE (arteriitis temporalis).
- Epileptische aanval (ookwel toeval), zwakte of verwardheid bij chronische hoofdpijn.
Hoofdpijn bij kinderen
40 %van kinderen< 7jen75 %van kinderen tot15jheeft weleens hoofdpijn.- Migraine
3–10 %bij5–15j; vóór puberteit vaker bij jongens, daarna vaker bij meisjes. - Vegetatieve verschijnselen overheersen: braken (
90 %), misselijkheid (88 %), transpireren (50 %). - Pijn vaker bilateraal (
65 %), korter dan bij volwassenen (< 5 uurbij64 %). - Bij zeer jonge kinderen: "abdominale migraine" — buikpijn en braken kunnen domineren, hoofdpijn soms afwezig.
- Bij zeer kortdurende aanvallen: verhoogd percentage epileptiforme EEG-afwijkingen — overweeg epilepsie in DD.
Verwijscriteria
- Alarmsignalen (zie boven) → spoedverwijzing.
- Eerste aanval clusterhoofdpijn → neuroloog (beeldvorming).
- Chronische hoofdpijn met diagnostische twijfel, therapie-resistent, of verdenking secundaire oorzaak → neuroloog.
- Verdenking arteriitis temporalis → met spoed internist of reumatoloog.
Bijlage — ernstige secundaire hoofdpijn
Kenmerken per aandoening waarbij nadere beoordeling (meestal met spoed) nodig is. Eén kenmerk is zelden bewijzend; stapeling verhoogt de kans. Aandoeningen met een aparte NHG-Standaard zijn aangegeven.
| Aandoening | Risicofactoren / kenmerken |
|---|---|
| Subarachnoïdale bloeding | (per)acuut ontstane hevige hoofdpijn · nekpijn · nekstijfheid · gedaald bewustzijn · begin tijdens inspanning · leeftijd > 40 jaar |
| Intracerebrale bloeding (NHG-Standaard Beroerte) | acuut ontstane hoofdpijn · gedaald bewustzijn · (progressieve) neurologische uitvalsverschijnselen · misselijkheid, braken · stollingsstoornis of gebruik anticoagulantia |
| Herseninfarct (NHG-Standaard Beroerte) | acuut, zonder voortekenen ontstane neurologische uitval · uitvalsverschijnselen tegelijkertijd ontstaan · niet gevolgd door unilaterale bonkende hoofdpijn · mogelijk: bewustzijnsdaling, progressieve uitval, hoofdpijn, misselijkheid, braken |
| Dissectie cervicale arteriën | acuut ontstane eenzijdige hoofd-/nekpijn · voorafgaand trauma · begin tijdens inspanning · (incompleet) syndroom van Horner · voorgeschiedenis bindweefselziekte/vasculitis · uitvalsverschijnselen |
| Meningitis | koorts · nekstijfheid · gedaald bewustzijn · petechiën · bij jonge kinderen: prikkelbaarheid, luierpijn, bolle fontanel |
| CO₂-intoxicatie | hoofdpijn · duizeligheid · misselijkheid · moeheid · verwardheid · gedaald bewustzijn · andere huisgenoten met dezelfde klachten |
| Veneuze sinustrombose | visusdaling · epileptische insulten · misselijkheid · braken |
| Subduraal hematoom | voorafgaand trauma (< 6 weken) · progressieve hoofdpijn · neurologische uitvalsverschijnselen · stollingsstoornis of gebruik anticoagulantia · leeftijd ≥ 65 jaar |
| Hersentumor (primair of metastasen) | maligniteit in voorgeschiedenis (vooral mamma-, longcarcinoom, melanoom) · leeftijd ≥ 50 jaar of < 6 jaar · eerste insult · pulserende hoofdpijn · braken · neurologische uitval · houdingsinstabiliteit · achteruitgang schoolprestaties · nachtelijke hoofdpijn |
| Hersenabces / encefalitis | koude rillingen, koorts · IV drugsgebruik · immuuncompromitterende aandoening · neurologische uitvalsverschijnselen |
| Chiari-malformatie | hoofdpijn tijdens hoesten of persen |
| Hypertensieve crisis | RR diastolisch > 120–130 mmHg én systolisch > 200–220 mmHg · verwardheid · insulten · gedaald bewustzijn · neurologische uitvalsverschijnselen |
| Acuut glaucoom (NHG-Standaard Rood oog en oogtrauma) | rood, dof (troebele cornea) en pijnlijk oog · middelwijde lichtstijve pupil · halo's rond lichtbronnen · visusdaling · misselijkheid, braken |
| (Pre-)eclampsie (NHG-Standaard Zwangerschap en kraamperiode) | tweede helft zwangerschap · RR systolisch ≥ 130 mmHg en/of diastolisch ≥ 85 mmHg · pijn bovenbuik / tussen schouderbladen · visusklachten (sterretjes, lichtflitsen, dubbelzien) · misselijkheid/braken · ziek of griepachtig gevoel zonder koorts · plotseling vocht vasthouden in gezicht, handen of voeten |
| Arteriitis temporalis (NHG-Standaard Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis) | leeftijd ≥ 50 jaar · visusproblemen (gezichtsveldverlies, snelle visusdaling, dubbelzien) · heftige uni-/bilaterale stekende of bonzende slaaphoofdpijn · gevoelige hoofdhuid · kaakclaudicatie · PMR-klachten |
Verwant
- Migraine — NHG-samenvatting met behandelbeleid
Bron
Hoofdbron
- Dekker F, Smelt AFH. Hoofdpijn. In: Diagnostiek van alledaagse klachten. Hoofdstuk
13. Bohn Stafleu van Loghum,2021. Print ISBN978-90-368-2619-8, elektronisch ISBN978-90-368-2620-4. DOI: 10.1007/978-90-368-2620-4_13.
Classificatie
- Olesen J (chair). International Classification of Headache Disorders (ICHD-3). Cephalalgia
2013;33:629–808(bèta); finale3eeditie2018.
Richtlijnen (voor behandelbeleid)
- NHG-Standaard Hoofdpijn.
- NHG-Standaard Beroerte — bij verdenking intracerebrale bloeding of herseninfarct.
- NHG-Standaard Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis.
- NHG-Standaard Rood oog en oogtrauma — bij verdenking acuut glaucoom.
- NHG-Standaard Zwangerschap en kraamperiode — bij verdenking (pre-)eclampsie.
- Commissie Kwaliteitsbewaking NVN. Richtlijnen diagnostiek en behandeling chronisch recidiverende hoofdpijn zonder neurologische afwijkingen. Nederlandse Vereniging voor Neurologie,
2007.
Aanvullende naslag
- Van de Lisdonk EH e.a. Ziekten in de huisartspraktijk. Elsevier Gezondheidszorg,
2008. - Silberstein SD, Lipton RB, Goadsby PJ. Headache in clinical practice. Isis Medical Media,
1998. - Smetana GW. The diagnostic value of historical features in primary headache syndromes. Arch Intern Med
2000;160:1729–37.
Overzicht
Diagnostische-redeneerkaders per klacht, gebaseerd op Diagnostiek van alledaagse klachten (DAK) en aanvullende bronnen.
Hartkloppingen
Klinisch-redeneerkader bij hartkloppingen: cardiale versus extracardiale oorzaken, mechanismen van ritmestoornissen, anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek met Holter, event-recorder, smartwatch-ECG en PPG.