Endocrinologie
Casus 3: DM2 onvoldoende op metformine
Voorbereidingscasus over intensivering van diabetesmedicatie bij een vrouw met recidiverende candidiasis.
Relevante naslag: Diabetes mellitus type 2 • Hypoglykemie
Casus
Algemene patiëntinformatie
| naam | Mw. Janssens |
| leeftijd | 50 jaar |
| geslacht | vrouw |
| burgerlijke staat | getrouwd |
| kinderen | 1 |
| beroep | café-eigenaar |
| intoxicaties | rookt 4 sigaretten/dag sinds 10 jaar (2 PY) |
| allergie | - |
| zwangerschap/lactatie | - |
| overige | - |
| positie | huisarts |
Samenvatting voorgeschiedenis en huidige gezondheidsstatus
8 jaargeleden: diabetes mellitus type 25 jaargeleden: recidiverende vaginale candidiasis
Huidige medicatie
1000 mg 3 dd- Clotrimazol capsule 200 mg 1 dd (vaginaal)Essentie huidige bevindingen
- Mevrouw is gisteren vanwege vaginale candida op het spreekuur geweest en heeft clotrimazol voorgeschreven gekregen.
- Ze komt terug omdat uit het spreekuur met de doktersassistent is gebleken dat zij te hoge glucosewaarden in het bloed heeft.
- Mevrouw is nog steeds regelmatig ongesteld (niet in menopauze).
Lichamelijk en aanvullend onderzoek
BMI 34,RR 135/90- Bloedglucose nuchter
10,7 mmol/L(capillair) HbA1c 58 mmol/molLDL 3,6 mmol/L,non-HDL 4,4eGFR > 90 ml/min/1,73 m²,ACR < 3 mg/mmol- Alleen afwijkende bevindingen zijn genoemd; overige bevindingen mogen als normaal worden beschouwd.
Werkdiagnose
- Diabetes mellitus type 2, onvoldoende reagerend op metformine.
Samenvatting
- Mw. Janssens (
50), DM2 sinds8 jaar, onvoldoende ingesteld op maximale metformine (1000 mg3 dd). HbA1c 58 mmol/molbij een streefwaarde≤ 53 mmol/mol(patiënt< 70 jaar); dus5 mmol/molboven streef.- Nuchtere glucose
10,7 mmol/L(capillair);BMI 34,RR 135/90,LDL 3,6 mmol/L,non-HDL 4,4. eGFR > 90 ml/min/1,73 m²enACR < 3 mg/mmol: geen nierschade. Geen HVZ of hartfalen genoemd →
stappenplan zonder zeer hoog cardiovasculair risico.- Recidiverende vaginale candidiasis (sinds
5 jaar), nu behandeld met clotrimazol vaginaal; nog premenopauzaal. - Rookt
4 sigaretten/dag(2 PY). Geen allergieën. - Therapeutisch doel:
HbA1cbinnen de individuele streefwaarde (≤ 53 mmol/mol) zonder hypoglykemieën of overbehandeling,
om micro- en macrovasculaire complicaties te voorkomen.- geen verergering van de recidiverende genitale candidiasis door de keuze van het tweede middel.
- gewichtsreductie bij
BMI 34en behoud van kwaliteit van leven.
Mogelijkheden
Naslag: Diabetes mellitus type 2 (NHG-Standaard, stappenplan zonder zeer hoog risico).
Niet-medicamenteus
- Optimaliseer en blijf inzetten op leefstijl: stoppen met roken, voldoende bewegen, gewichtsreductie
bijBMI 34en gezonde voeding; leefstijl blijft het fundament naast medicatie. - Bevestig therapietrouw en correcte inname van metformine vóór intensiveren.
- Behandel de cardiovasculaire risicofactoren mee (bloeddruk, lipiden; zie CVRM).
Medicamenteus
Metformine staat al op de maximale dosering, dus stap 2 van het stappenplan zonder zeer hoog risico:
- Standaard stap 2: voeg gliclazide (
SU-derivaat) toe. - Bij
BMI ≥ 30of ≥ 4 cardiovasculaire risicofactoren: in plaats van gliclazide een GLP1-agonist
(gewichtsverlies) of een SGLT2-remmer (risicoreductie) overwegen. - Keuze in stap 3 hangt af van de afstand tot de streefwaarde; hier
5 mmol/molboven streef
(1-9 mmol/mol-tier): gliclazide, DPP4-remmer of SGLT2-remmer.
Argumentatie
Effectiviteit
- Alle stap-2-opties verlagen het
HbA1cvoldoende voor de kleine afstand tot streef (5 mmol/mol):
gliclazide11-22 mmol/mol, GLP1-agonist11-20 mmol/mol, SGLT2-remmer7-9 mmol/mol,
DPP4-remmer7-9 mmol/mol(HbA1c-daling als monotherapie). - Een GLP1-agonist geeft naast glykemische daling gewichtsverlies, gunstig bij
BMI 34. - Gliclazide is goedkoop en effectief, maar geeft gewichtstoename (~
2 kg) en hypoglykemierisico.
Veiligheid, contra-indicaties en interacties
- SGLT2-remmer: belangrijkste bijwerking is genitale mycose. Bij deze patiënt met sinds
5 jaar:br recidiverende vaginale candidiasis is dat een relatieve contra-indicatie; een SGLT2-remmer zou de
candidiasis waarschijnlijk verergeren → hier niet de eerste keus. - Gliclazide (
SU): geeft hypoglykemie (zeker in combinatie, en bij gemiste maaltijden of
alcohol) en gewichtstoename; ongunstig bijBMI 34en bij een café-eigenaar met onregelmatig
eet-/werkpatroon. - GLP1-agonist (semaglutide, dulaglutide): misselijkheid (meestal tijdelijk), verhoogd risico op
pancreatitis en galblaasaandoening; geen hypoglykemie als toevoeging aan metformine en
geen verergering van candidiasis; geeft gewichtsverlies.eGFR > 90voldoet ruim aan de
ondergrens (≥ 10 ml/min). - DPP4-remmer: weinig bijwerkingen en gewichtsneutraal, maar geen gewichtsverlies en geringere
HbA1c-daling; tweede keus hier. - Metformine + GLP1-agonist: geen relevante interactie; combinatie GLP1-agonist + DPP4-remmer is
niet effectief en wordt ontraden. - Geen nierschade (
eGFR > 90,ACR < 3) en geen HVZ/hartfalen: geen indicatie voor het stappenplan
bij zeer hoog risico.
Keuze
Niet-medicamenteus
- Continueer en versterk leefstijladvies: stoppen met roken, bewegen, gewichtsreductie en voeding.
- Behandel cardiovasculaire risicofactoren mee (bloeddruk en lipiden; zie CVRM).
- Continueer de lopende clotrimazol-behandeling voor de actuele candidiasis.
Medicamenteus
- Continueer metformine
1000 mg3 dd. - Voeg als tweede middel een GLP1-agonist toe in plaats van gliclazide: bij
BMI 34levert dat
gewichtsverlies op, geeft geen hypoglykemie en verergert de recidiverende candidiasis niet
(anders dan een SGLT2-remmer). Keuze: semaglutide subcutaan1x/week. - Start
0,25 mg 1x/week; na4 wekenophogen naar0,5 mg 1x/week; zo nodig na minstens4 weken:br verder naar1 mg 1x/week(max2 mg 1x/week). - Patiënt-instructie: zelf injecteren in buik, dij of bovenarm, op een vaste dag per week; injectiedag
mag zo nodig verschoven worden mits ≥3 dagentussen twee doses. Misselijkheid in de eerste weken
is gebruikelijk en meestal voorbijgaand; neem contact op bij aanhoudend braken of heftige buikpijn
(mogelijke pancreatitis).
R/ Semaglutide injectievloeistof 0,25 mg/dosis (pen)
S/ 1x per week 0,25 mg s.c.; na 4 weken ophogen naar 0,5 mg 1x per week
Da/ 1 pen
Controle
- Controle na
2-4 wekenop verdraagzaamheid (misselijkheid), inname/injectietechniek en glucose;
hoog de dosering op geleide van nuchtere glucose enHbA1celke2-4 wekenop. - Bepaal het
HbA1copnieuw na ongeveer3 maanden(geeft de instelling over de voorafgaande8-12 wekenweer) en beoordeel of de streefwaarde≤ 53 mmol/molgehaald wordt. - Eerder contact bij aanhoudend braken/diarree (tijdelijk metformine staken wegens lactaatacidose-risico),
bij heftige aanhoudende buikpijn (pancreatitis) of bij tekenen van galblaaslijden.
Vervolg casus 3
De GLP-1-agonist werkte niet voldoende; later is besloten om een SU-derivaat erbij te starten. Patiënt belt op een later moment naar de huisartsenpraktijk en vertelt dat zij erg last heeft van zweten, trillen en duizeligheid; haar man vertelt dat ze er erg bleek uitziet. Ze merkt aan zichzelf dat ze ook een stuk minder alert is. Zij vraagt zich af of dit te maken kan hebben met haar nieuwe medicatie.