FarmaKaj Logo
CVRM

Casus 4: angina pectoris en beginnende DM2

Voorbereidingscasus over angina pectoris met toenemende frequentie en beginnende DM2, met SMAK-uitwerking en vragen.

Relevante naslag: Angina pectoris

Casus

Positie: huisarts.

Algemene patiëntinformatie
naamMw. Rozinga
leeftijd71 jaar
geslachtvrouw
burgerlijke staatgetrouwd
kinderen1
beroepgepensioneerd
intoxicatiesrookt 2 sigaretten/dag; drinkt 6 EH alcohol/week
allergiepenicilline (anafylaxie)
zwangerschap/lactatie-
overigebroer myocardinfarct 10 jaar geleden, DM2; vader overleden aan myocardinfarct (bij 57 jaar)
Samenvatting voorgeschiedenis en huidige gezondheidsstatus
  • Sinds 20 jaar: hypercholesterolemie
  • Sinds 5 jaar: stabiele angina pectoris
Huidige medicatie
  • Atorvastatine tablet 40 mg 1 dd 1- Isosorbidenitraat sublinguale tablet 5 mg z.n.- Acetylsalicylzuur tablet 80 mg 1 dd 1
  • Essentie huidige bevindingen

    • Mw. Rozinga klaagt over toenemende frequentie van drukkende pijn op de borst bij inspanning, heftige emoties en kou.
    • 1,5 jaar geleden stabiele angina pectoris gediagnosticeerd; toen maximaal 1x/week, nu 3x/week.
    • Klachten verdwijnen binnen enkele minuten na inname van sublinguaal tabletje.
    • Vorige maand nuchtere bloedglucose 8,5 mmol/l; niet-medicamenteuze adviezen gekregen; vandaag opnieuw nuchtere glucose bepaald.

    Lichamelijk onderzoek

    • RR 130/80 mmHg, pols 70/min, LDL-cholesterol 1,6 mmol/l.
    • Bloedglucose nuchter 8,7 mmol/l (capillair), HbA1c 65 mmol/mol.
    • Alleen afwijkende bevindingen zijn genoemd; overige bevindingen mogen als normaal worden beschouwd.

    Werkdiagnose

    • Angina pectoris met toename in frequentie en beginnende diabetes type 2.

    Therapiekeuze en argumentatie (SMAK)

    Samenvatting

    • Mw. Rozinga (71), bekend met stabiele angina pectoris sinds 5 jaar; aanvalsfrequentie
      toegenomen van 1x/week naar 3x/week, dus > 2 aanvallen/week.
    • Klachten zijn typische AP (retrosternaal, uitgelokt door inspanning/emotie/kou, verdwijnen
      binnen enkele minuten na sublinguaal nitraat) en verdwijnen prompt op aanvalsmedicatie.
    • Beginnende DM2, nu bevestigd: nuchtere glucose 8,5 en 8,7 mmol/l (2 dagen ≥ 7,0),
      HbA1c 65 mmol/mol; niet-medicamenteuze adviezen waren onvoldoende.
    • Bestaande HVZ (angina pectoris) maakt haar een zeerhoogrisicopatiënt voor het DM2-beleid.
    • RR 130/80 mmHg, pols 70/min, LDL 1,6 mmol/l (op streef onder atorvastatine).
    • Intoxicaties: roken 2 sigaretten/dag, alcohol 6 EH/week. Allergie: penicilline (anafylaxie);
      geen relevante interactie met de overwogen middelen. Belaste familieanamnese (broer/vader MI).
    • Medicatie: atorvastatine 40 mg 1 dd 1, acetylsalicylzuur 80 mg 1 dd 1,
      isosorbidedinitraat 5 mg sublinguaal z.n.
    • Therapeutisch doel:
      • AP-klachten terugbrengen tot ≤ 2 aanvallen/week en behoud van een voor haar normaal
        inspanningsniveau en kwaliteit van leven.
      • prognoseverbetering: reductie van myocardinfarct en cardiale sterfte door cardiovasculaire
        preventie en behandeling van DM2.
      • HbA1c binnen de individuele streefwaarde, zonder hypoglykemieën of overbehandeling;
        voorkomen of vertragen van micro- en macrovasculaire complicaties van DM2.

    Mogelijkheden

    Richtlijnen: NHG-Standaard Stabiele angina pectoris en NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2.

    Niet-medicamenteus

    • Leefstijl is fundament voor zowel AP als DM2: stoppen met roken (nu 2 sigaretten/dag),
      gezonde voeding en gewichtsbeheersing, regelmatig bewegen zonder piekbelasting,
      alcohol matigen.
    • Voorlichting AP: provocerende factoren (inspanning, emotie, kou), aanvalsmedicatie correct
      gebruiken (zittend, herhalen na 5 min, max 3 doses), en de ACS-alarmsymptomen.
    • Instrueer over ACS-alarm: pijn in rust, klachten > 15 min zonder respons op nitraat, of
      vegetatieve verschijnselen → zelf 112 bellen.
    • Bespreek met haar dat het behandeldoel op haar inspanningsniveau wordt afgestemd.

    Medicamenteus

    1. AP-onderhoudsbehandeling (indicatie > 2 aanvallen/week): start monotherapie met een
      bètablokker óf dihydropyridine-calciumantagonist (gelijkwaardig).
    2. DM2 bij zeerhoogrisicopatiënt: volg het stappenplan bij zeer hoog risico → stap 1 is een
      SGLT2-remmer.
    3. Continueer de aanvalsbehandeling (isosorbidedinitraat sublinguaal z.n.) en de
      cardiovasculaire preventie (acetylsalicylzuur 1 dd 80 mg, atorvastatine 40 mg).
    4. Evalueer de AP-onderhoudsbehandeling na 2-4 weken; titreer de glucoseverlaging op geleide
      van nuchtere glucose en HbA1c elke 2-4 weken.

    Argumentatie

    Effectiviteit

    • Bij > 2 aanvallen/week vermindert onderhoudsbehandeling de klachten door lagere
      zuurstofvraag (bètablokker) of betere doorbloeding (DHP). Streefhartfrequentie in rust bij
      bètablokker 50-60/min als maat voor voldoende bètablokkade.
    • Een SGLT2-remmer verlaagt HbA1c met 7-9 mmol/mol (monotherapie) én geeft cardiovasculaire
      en renale risicoreductie; daarom eerste stap bij deze patiënt met bestaande HVZ.
    • Atorvastatine en acetylsalicylzuur zijn al ingesteld; LDL 1,6 mmol/l is op streef.

    Veiligheid, contra-indicaties en interacties

    • Bètablokker: gecontra-indiceerd bij sick-sinussyndroom, tweede-/derdegraads AV-blok,
      hypotensie, bradycardie (< 50/min); voorzichtig bij astma/COPD (kies cardioselectief).
      Pols 70/min en RR 130/80 zijn geen belemmering.
    • DHP-calciumantagonist is een gelijkwaardig alternatief; gecontra-indiceerd bij hypotensie
      en obstructie van het linkerventrikel-uitstroomkanaal.
    • Combineer nooit bètablokker met diltiazem (risico op bradycardie, AV-blok, hartfalen).
    • SGLT2-remmer: bijwerkingen zijn genitale mycose en (euglykemische) ketoacidose;
      terughoudend bij voetulcus en ondervoeding; start-eGFR ≥ 15 ml/min. Tijdelijk staken bij
      koorts, braken, diarree of dehydratie (ketoacidose-risico).
    • PDE-5-remmers versterken het hypotensief effect van nitraten → ernstige hypotensie;
      middel-specifiek interval aanhouden.
    • Penicilline-allergie raakt geen van de overwogen middelen; acetylsalicylzuur wordt al
      verdragen.

    Keuze

    Niet-medicamenteus

    • Leefstijladvies: stoppen met roken, gezonde voeding, bewegen zonder piekbelasting,
      alcohol matigen.
    • Herhaal de ACS-alarmsymptomen en de afspraak om bij toename frequentie/duur of klachten in
      rust contact op te nemen, en bij alarm zelf 112 te bellen.
    • Continueer de aanvalsbehandeling met isosorbidedinitraat 5 mg sublinguaal z.n.

    Medicamenteus

    • Start voor de AP-onderhoudsbehandeling een cardioselectieve bètablokker: bisoprolol
      1 dd 2,5 mg, op geleide van klachten en hartfrequentie ophogen tot maximaal 1 dd 10 mg:br (streefhartfrequentie in rust 50-60/min).
    • Start voor DM2 (zeer hoog risico) een SGLT2-remmer: empagliflozine 1 dd 10 mg.
    • Continueer acetylsalicylzuur 1 dd 80 mg en atorvastatine 40 mg 1 dd 1 's avonds.
    R/ bisoprolol tablet 2,5 mg
    S/ 1 dd 1 tablet 's ochtends; op geleide van klachten en pols ophogen tot max 1 dd 10 mg
    Da/ 30 tabletten
    
    R/ empagliflozine tablet 10 mg
    S/ 1 dd 1 tablet; tijdelijk staken bij koorts, braken, diarree of dehydratie
    Da/ 30 tabletten
    

    Controle

    • AP-onderhoud na 2-4 weken: aanvalsfrequentie en -behoefte, bijwerkingen, hartfrequentie in
      rust (streef 50-60/min) en bloeddruk. Bètablokker bij staken nooit acuut stoppen; in
      14 dagen afbouwen.
    • DM2: nuchtere glucose en HbA1c, elke 2-4 weken titreren tot de individuele streefwaarde;
      controleer eGFR en let op genitale mycose. Voeg metformine toe als stap 2 bij onvoldoende
      effect.
    • Eerder contact bij toename van aanvalsfrequentie, langere aanvalsduur, klachten in rust of
      ACS-alarmsymptomen; bij DM2 bij tekenen van (euglykemische) ketoacidose, koorts of
      uitdroging.
    • Bij onvoldoende AP-controle ondanks optimale (combinatie)behandeling: overleg/verwijzing
      naar de cardioloog.

    Aanvullende vragen casus 4

    Copyright © 2026 Kaj Kowalski