Infecties en antimicrobiële middelen
Bron: FTOnline / Master Pro — master Geneeskunde (VU Amsterdam),
LessonID=1693.
Auteurs: Drs. J.J. Sikkens (arts-onderzoeker) · Prof. Dr. Th.P.G.M. de Vries (hoogleraar farmacotherapie) · Dr. M.A. van Agtmael (internist-infectioloog).
Omvang: 67 schermen, 8 casus, 43 toetspunten.
25-50% PRSP-cijfer voor Roemenië betreft 2012-EARS-data.
Voor actueel klinisch handelen — consulteer altijd de huidige bron:
NHG-Standaarden,
SWAB-antibioticaboekje,
Farmacotherapeutisch Kompas. Voor
huisartsgeneeskundig perspectief: zie Aandoeningen → Luchtweginfecties
en → Urineweginfectie.Leerdoelen
De student kan:
- de empirische therapiekeuze onderbouwen vanuit de verwachte verwekker, en deze later gericht versmallen op basis van kweek + resistentiebepaling.
- de belangrijkste antimicrobiële klassen plaatsen naar aangrijpingspunt (celwand, eiwitsynthese, DNA, celmembraan) en spectrum.
- per casus een rationele middelkeuze maken volgens het SMAK-systeem (WHO 6-stappenplan), rekening houdend met allergie, interacties en context.
- de resistentiebegrippen β-lactamase, ESBL, MRSA en PRSP uitleggen en koppelen aan de juiste therapeutische consequentie.
Kernpunten
- Empirisch → gericht. Start op de verwachte verwekker; versmal zodra kweek + gevoeligheid bekend zijn. Onnodig breedspectrum-gebruik drijft resistentie.
- Context bepaalt de empirie: herkomst (PRSP-landen), woonsituatie (verpleeghuis → ESBL), opnameduur (≥ 2-3 dagen → hospital-acquired).
- Fluorchinolonen en carbapenems zijn reserve-middelen — terughoudend inzetten om resistentie te sparen.
- Allergie en interacties sturen de keuze net zo hard als het spectrum (penicilline-anafylaxie, miconazol × acenocoumarol, gentamicine × cefalosporine).
- Resistentiemechanismen kennen = therapie kiezen: β-lactamase → voeg een remmer toe (clavulaanzuur) of kies een ongevoelig middel; PRSP → hoog doseren werkt nog; MRSA → β-lactams zinloos (PBP2A), kies een glycopeptide.
- Therapeutisch doel:
- infectie eradiceren en complicaties voorkomen (opname, overlijden, weefselinvasie, verspreiding).
- symptomen bestrijden en de patiënt naar tevredenheid laten functioneren.
- bij grotendeels virale of zelflimiterende beelden (tonsillitis): vooral voorlichting + pijnstilling, antibiotica zijn de uitzondering.
Het SMAK-systeem
Elke casus sluit af met een SMAK-samenvatting, gebaseerd op het [WHO 6-stappenplan] who-6-step :
| Letter | Stap | Wat |
|---|---|---|
| S | Situatie | indicatie + therapeutisch doel |
| M | Mogelijkheden | niet-medicamenteus + medicamenteuze opties (1e/2e/3e keus) |
| A | Argumentatie | geschiktheid patiënt — allergie, interacties, contra-indicaties |
| K | Keuze | definitieve keuze + recept + controleafspraak |
Casus 1 — Keelpijn (acute tonsillitis)
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| patiënt | vrouw, 25 jaar |
| klacht | 2 dagen keelpijn, slikklachten, verhoging, malaise |
| onderzoek | 38,1°C; fors gezwollen rode tonsillen met wit exsudaat; submandibulaire lymfeklieren |
| werkdiagnose | acute tonsillitis, mogelijk (beginnend) peritonsillair infiltraat |
SMAK 1 — feneticilline
- S — tonsillitis bij volwassene met verdenking peritonsillair infiltraat; doel: klachtenduur en complicaties verminderen (al meldt de NHG dat complicatie-preventie beperkt is).
- M — voorlichting + pijnstilling; eventueel
feneticilline 3 dd 500 mggedurende 7 dagen. - A — geen aanwijzingen voor penicilline-allergie; geen interacterende medicatie; geen atypische verwekkers verwacht.
- K — wel behandelen wegens ziek-zijn + verdenking infiltraat; controle na 1 dag.
R/ Paracetamol tab. 500 mg
da. 40 stuks
S. bij pijn en/of koorts 3 dd 1-2 tabletten innemen, maximaal 6 tabletten per dag
R/ Feneticilline caps. 500 mg
da. 21 stuks
S. 3 dd 1 capsule gedurende 7 dagen.
Bij voorkeur innemen op een lege maag 1 uur vóór of 2 uur ná de maaltijd. Kuur afmaken!
Casus 2 — Pijn bij het plassen (urethritis)
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| patiënt | man, 25 jaar, student |
| klacht | enkele weken branderig gevoel bij plassen + afscheiding |
| anamnese | nieuwe vrouwelijke partner, onbeschermde seks; vraagt zich af over SOA |
| onderzoek | geen afwijkingen; nitriet negatief; eerstestraals urine > 10 leukocyten per gezichtsveld |
- migraine (sumatriptan)
- allergie: tetracyclinen (urticaria)
SMAK 2 — azitromycine
- S — aangetoonde genitale Chlamydia trachomatis bij een man; doel: infectie bestrijden, complicaties + verspreiding voorkomen.
- M — voorlichting, preventie, partnerwaarschuwing (partners tot een
halfjaar terug opsporen); 1e keus
azitromycine 1 geenmalig, 2e keusdoxycycline 2 dd 100 mg, 7 dagen. - A — geen contra-indicatie voor macroliden; wel tetracycline-allergie → doxycycline vermijden; geen relevante interactie azitromycine × sumatriptan.
- K — geen controleafspraak nodig.
R/ Azitromycine tab. 500 mg
da. 2 stuks
S. eenmalig 2 tabletten tegelijk innemen
Casus 3 — Een benauwde bouwvakker (CAP → PRSP)
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| patiënt | dhr. Smolarek, 20 jaar, bouwvakker uit Roemenië |
| klacht | 6 dagen hoesten met geel-groen slijm, hoofdpijn, malaise, toenemende dyspnoe |
| onderzoek | 38,8°C; rechts basaal demping, verscherpt ademgeruis met crepiteren |
| context | brengt om de week een weekend in Roemenië door |
- blanco; 3-4 eenheden alcohol per dag
SMAK 3 — empirisch amoxicilline, daarna gericht
- S — community-acquired pneumonie; doel: infectie eradiceren, opname / overlijden voorkomen, dyspnoe bestrijden.
- M — voorlichting (hoest kan 2-6 weken aanhouden); 1e keus
amoxicilline 3 dd 500 mg, 5 dagen; 2e keusdoxycycline 1 dd 100 mg(1e dag 200 mg), 7 dagen. - A — geen contra-indicaties; matig alcoholgebruik geen probleem met amoxicilline.
- K — contact bij uitblijven verbetering na 2-3 dagen.
R/ Amoxicilline capsule 500 mg
da. 15
S. 3 dd 1 capsule gedurende 5 dagen. Kuur afmaken.
ceftriaxon 2000 mg 1 dd iv + erytromycine 1000 mg 4 dd iv (atypische
dekking). Sputumkweek toonde een penicilline- én doxycycline-resistente
pneumokok (ceftriaxon intermediair); erytromycine gestaakt, ceftriaxon
gecontinueerd (meestal effectief tegen PRSP, behalve bij meningitis wegens
onvoldoende penetratie).Casus 4 — Frequent plassen (UWI met weefselinvasie)
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| patiënte | mw. Vrolijk, 17 jaar |
| klacht | 2 dagen frequent kleine beetjes plassen, branderig; sinds vandaag warm + pijn linker flank |
| onderzoek | 38,1°C; suprapubische pijn; kloppijn linker nierloge |
| urine | nitriet positief, leukocyten +++, geen erytrocyten |
- pneumonie; Microgynon '30'
- anafylactische reactie op penicilline in voorgeschiedenis
SMAK 4 — ciprofloxacine
- S — UWI met weefselinvasie; doel: eradiceren, ernstige pyelonefritis voorkomen, symptomen bestrijden.
- M — niet-medicamenteus: veel drinken, mictie niet uitstellen, kweek bij complicatie/falen; medicamenteus zie quiz hierboven.
- A — penicilline-allergie → geen amox/clav; ciprofloxacine geschikt; kleine kans op falen anticonceptiepil → voorlichting.
- K — contact bij geen verbetering binnen 2 dagen; therapie zo nodig aanpassen op urinekweek.
R/ Ciprofloxacine tablet 500 mg
da 14 tabletten
S. 2 dd 1 tablet gedurende 7 dagen. Kuur afmaken!
72% bij ongecompliceerde UWI,
NL-studie 2009). Verder enterokokken, S. saprophyticus, Klebsiella
pneumoniae, Proteus mirabilis. Cranberrysap voorkomt geen recidiverende
UWI (Barbosa-Cesnik 2011).Casus 5 — Jeuk en afscheiding (candida → trichomonas)
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| patiënte | mw. van Bommel, 55 jaar, postmenopauzaal |
| klacht | anderhalve week vaginale jeuk + witte brokkelige, niet-riekende afscheiding |
| onderzoek | rode vulva/vaginawand, brokkelige afscheiding; KOH: pseudohyfen |
- longembolie, hypertensie, dyspepsie
- medicatie: acenocoumarol, chloortalidon, omeprazol
SMAK 5 — clotrimazol
- S — candida vaginitis; doel: eradiceren + symptomen bestrijden.
- M — voorlichting; clotrimazol of miconazol vaginaal (oraal fluconazol/ itraconazol als vaginaal niet verdragen wordt).
- A — clotrimazol vermijdt de acenocoumarol-interactie van miconazol; wel waarschuwen voor verminderde condoombetrouwbaarheid.
- K — geen controleafspraak.
R/ Clotrimazol tablet voor vaginaal gebruik 500 mg
da 1 tablet
S. 's avonds voor het slapen gaan 1 tablet diep in de schede brengen.
Let op: kan gedurende de behandeling de betrouwbaarheid van condooms verminderen.
Casus 6 — Een rood oog (conjunctivitis / HSV)
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| patiënt | dhr. Boor, 62 jaar |
| klacht | 2 dagen rood linkeroog, 's ochtends dichtgeplakt, pusachtige (geel/groen) afscheiding |
| onderzoek | geen pijn, lichtschuwheid of visusverlies; rechter oog niet aangedaan |
- hypertensie, diabetes mellitus type 2, contusio cerebri
- medicatie: metformine, enalapril, chloortalidon
- allergie: penicilline (anafylaxie)
SMAK 6 — aciclovir oogzalf (HSV-variant)
- S — herpes simplex conjunctivitis; doel: eradiceren, symptomen bestrijden, keratitis voorkomen.
- M — voorlichting (recidiverend); aciclovir-oogzalf
5 ddtot 3 dagen na herstel. - A — geen interacties met metformine, enalapril of chloortalidon; goedkoop, veel ervaring.
- K — corneabeoordeling met fluoresceïne om de 3 dagen; verwijs bij keratitis.
R/ Aciclovir oogzalf 3% 30 mg/g
da 1 tube
S. 5 dd 1 cm zalf met tussenpozen van 4 uur aanbrengen in de
onderste conjunctivaalzak. Behandeling tenminste tot 3 dagen na
volledige genezing voortzetten.
Bonuscasus 1 — Benauwd op de afdeling (HAP)
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| patiënt | dhr. de Boer — 4 dagen opgenomen wegens ontregelde DM2 |
| klacht | suf, benauwd, veel hoesten; 40,2°C, ademfrequentie 32/min |
| onderzoek | rechtsonder verscherpt ademgeruis; CRP 202 mg/l, leukocyten 18 × 10⁹/l; X-thorax: infiltraat rechts |
- DM2, hypertensie, dyslipidemie
- medicatie: lisinopril, simvastatine, metformine, insuline aspart (Novomix)
SMAK 7 — ceftriaxon + gentamicine
- S — hospital-acquired pneumonie; doel: eradiceren, overlijden voorkomen, dyspnoe bestrijden.
- M — monitoring vitale functies, O2 zo nodig; 1e keus 3e-generatie cefalosporine i.v. ± aminoglycoside; 2e keus amox/clav i.v. ± aminoglycoside.
- A — geen allergieën/interacties met eigen medicatie; gentamicine × ceftriaxon-interactie wel monitoren (nierfunctie).
- K — visite volgende dag of eerder bij verslechtering. Patiënt weegt 80 kg; dosering gentamicine afronden op hele ampullen.
R/ Ceftriaxon poeder voor oplossing voor infusie ampul 2000 mg
da. 5 ampullen
S. 1 dd 2000 mg i.v. gedurende 5 dagen, niet tegelijk met
gentamicine toedienen.
R/ Gentamicine injectievloeistof 40 mg/ml; ampul 10 ml
da. 3 ampullen
S. 1 dd 400 mg i.v. gedurende 3 dagen, niet tegelijk met ceftriaxon
toedienen.
Bonuscasus 2 — Koorts en souffle (endocarditis / MRSA)
| kenmerk | waarde |
|---|---|
| patiënt | dhr. Pinas, 93 jaar |
| klacht | koorts + gewichtsverlies; suf, matig ziek; 38,8°C |
| onderzoek | nieuwe systolische souffle over apex met uitstraling naar oksel; CRP 150 mg/l, leukocytose 17 × 10⁹/l |
- hypertensie, artrose, femurfractuur (gammanagel), nierfunctiestoornis
- medicatie: amlodipine
Antimicrobiële middelen — naslag
Aangrijpingspunt bepaalt de klasse. Onderstaande tabellen vatten de referentiepagina's van de module samen.
Celwand
β-lactams (penicillinen, cefalosporinen, carbapenems) binden aan PBP's en zijn bactericide; de β-lactamring is essentieel. Resistentie via β-lactamase (ringklieving) of veranderde PBP's (MRSA).
| Klasse | Voorbeelden | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Smalspectrum penicilline | feneticilline, benzylpenicilline | β-lactamase-gevoelig; streptokokken |
| Anti-stafylokokken | flucloxacilline | β-lactamase-ongevoelig; S. aureus (MRSA resistent) |
| Breedspectrum | amoxicilline, amox/clavulaanzuur | clavulaanzuur remt β-lactamase |
| Cefalosporinen | cefazoline (1e gen), ceftriaxon (3e gen) | latere generaties: meer Gram-neg, minder β-lactamase-gevoelig; risico op ESBL |
| Carbapenems | imipenem (+ cilastatine), meropenem | reserve; ongevoelig voor de meeste β-lactamasen incl. ESBL |
| Glycopeptiden | vancomycine, teicoplanine | alleen Gram-pos; MRSA; oto-/nefrotoxisch |
| Polymyxinen | colistine, polymyxine B | alleen Gram-neg; detergentwerking op membraan; neuro-/nefrotoxisch |
| Fosfomycine | fosfomycine (Monuril) | ongecompliceerde UWI; eenmalige dosering |
Eiwitsynthese
| Klasse | Voorbeelden | Werking + bijzonderheden |
|---|---|---|
| Macroliden | erytromycine, azitromycine, claritromycine | bacteriostatisch; 50S-binding; CYP450-remmer; QT-verlenging; bij penicilline-allergie |
| Lincosamide | clindamycine | anaëroben, MRSA; risico pseudomembraneuze colitis |
| Tetracyclinen | doxycycline, tetracycline | bacteriostatisch; CI < 8 jaar + zwangerschap; fotosensibiliteit; chelatie met kationen |
| Aminoglycosiden | gentamicine, tobramycine, amikacine | bactericide; Gram-neg + synergie met celwand-AB; oto-/nefrotoxisch |
| Chlooramfenicol | chlooramfenicol | lokaal (oog/oor); 1e keus bacteriële conjunctivitis; niet > 14 dagen |
| Fusidinezuur | fusidinezuur | Gram-pos (S. aureus); conjunctivitis niet 1e keus |
DNA / foliumzuur
| Klasse | Voorbeelden | Werking + bijzonderheden |
|---|---|---|
| Sulfonamiden | co-trimoxazol (Bactrimel) | remmen foliumzuursynthese (PABA-competitie); CI zwangerschap; PJP |
| Trimethoprim | trimethoprim, co-trimoxazol | remt dihydrofolaatreductase; UWI; geen 1e keus in zwangerschap |
| Fluorchinolonen | ciprofloxacine, levofloxacine, moxifloxacine | bactericide; remmen DNA-gyrase/topo-IV; reserve; tendinitis, QTc; ciprofloxacine: goede prostaatpenetratie |
Antiviraal, antimycotica, overige
| Klasse | Voorbeelden | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| DNA-polymerase-remmers | aciclovir, valaciclovir, famciclovir | nucleoside-analoog; HSV/VZV; alleen in geïnfecteerde cel actief |
| (breder antiviraal) | (val)ganciclovir | ook CMV; vaker ernstige bijwerkingen (beenmergdepressie) |
| Azolen | miconazol, clotrimazol, fluconazol, itraconazol | remmen ergosterolsynthese; fungostatisch; hepatotox; CYP-remmers (miconazol ≠ clotrimazol) |
| Allylamine | terbinafine | keratofilie → onychomycose; CYP2D6-remmer |
| Nitrofurantoïne | nitrofurantoïne (Furabid) | alleen ongecompliceerde UWI; lage plasma-, hoge urineconcentratie |
| Nitro-imidazol | metronidazol (Flagyl) | anaëroben + protozoa; disulfiram-reactie met alcohol |
| Lipopeptide | daptomycine | Gram-pos incl. MRSA; bindt bacteriemembraan |
Resistentie: kernbegrippen
| Begrip | Mechanisme | Therapeutische consequentie |
|---|---|---|
| β-lactamase | enzym klieft de β-lactamring | voeg remmer toe (clavulaanzuur) of kies ongevoelig middel |
| ESBL | extended-spectrum β-lactamase; inactiveert ook 3e-gen cefalosporinen (Gram-neg) | enige bewezen klasse: carbapenems |
| MRSA | extra PBP2A, affiniteit voor β-lactams ≈ 0 | β-lactams zinloos → glycopeptide (vancomycine) |
| PRSP | PBP's met lágere — niet nul — affiniteit | hoog doseren brengt concentratie boven MIC → werkt nog |
MIC (Minimal Inhibitory Concentration) = laagste concentratie waarbij een middel een micro-organisme remt. Bij smal-therapeutische middelen worden spiegels bepaald: gentamicine stuurt op AUC > MIC (top- én dalspiegel), vancomycine op de dalspiegel vóór de 4e gift.
Bactericide vs. bacteriostatisch: bactericide = > 99,9% doden binnen 18-24 uur, bacteriostatisch = remmen van groei. In de praktijk is het onderscheid minder zwart-wit en klinisch vaak van beperkt belang.
Bron
- NHG-Standaard Acute Keelpijn (M11) — tonsillitis
- NHG-Standaard Acuut hoesten (M78) — CAP / eerstelijn
- NHG-Standaard Urineweginfecties (M05) — UWI met/zonder weefselinvasie
- NHG-Standaard Fluor vaginalis (M38) — candida / trichomonas
- NHG-Standaard Het rode oog (M57) — conjunctivitis
- SWAB-antibioticaboekje — empirische therapie per indicatie
- NVDV-richtlijn SOA — chlamydia / gonorroe
- Farmacotherapeutisch Kompas — preparaatteksten + werkingsspectrum-tabel
- Rang & Dale, Pharmacology, 6e editie 2007, sectie 5 — farmacologische grondslag
- De Vries, Henning, van Boxtel, Farmacotherapie op maat, 2e druk 2006