Polyfarmacie
Casus 1: medicatiereview huisarts
Casus uit het B3-practicum polyfarmacie over een medicatiereview bij een oudere patiënt met hypertensie, DM2, BPH en osteoporose.
Relevante naslag: Polyfarmacie
Casus
Algemene patiëntinformatie
| naam | Dhr. A.A. van der Graaf |
| leeftijd | 72 jaar |
| geslacht | M |
| burgerlijke staat | Getrouwd |
| kinderen | 2 |
| beroep | Gepensioneerd |
| intoxicaties | Roken 10 sigaretten per dag |
| allergie | — |
Samenvatting voorgeschiedenis en huidige gezondheidsstatus
- Sinds
12 jaarhypertensie - Sinds
10 jaardiabetes mellitus type2 - Sinds
2 jaarbenigne prostaathypertrofie (BPH) - Sinds
1 weekosteoporose
Huidige medicatie
0,4 mg 1 dd 1 (alfareceptorblokker)- Metformine 850 mg 3 dd 1 (antidiabeticum)- Gliclazide MGA 30 mg 1 dd 1 (SU-derivaat)- Lisinopril 10 mg 1 dd 1 (ACE-remmer)- Metoprolol MGA 100 mg 1 dd 1 (bètablokker)- Amlodipine 10 mg 1 dd 1 (calciumantagonist)Positie
- Huisartsgeneeskunde
Essentie huidige bevindingen
- Patiënt komt op het recent opgerichte spreekuur polyfarmacie van de huisarts voor een medicatiereview.
- Regelmatig duizelig (zwart voor de ogen) bij opstaan uit de stoel; nog nooit gevallen, wel meerdere keren bijna.
- Bloedglucose strak ingesteld (
HbA1c 48 mmol/mol); regelmatig hypoglykemie, voelt deze minder goed aan dan voorheen. - Medicatie voor de prostaat werkt goed, geen klachten meer.
DEXA-scan vorige week: osteoporose, ondanks2 EH zuivel per dag.- Moeder heeft op oudere leeftijd haar heup gebroken; patiënt hoopt dat dit hem niet te wachten staat.
Lichamelijk onderzoek
RR 130/70 mmHg, pols61/min- Na
3 minutenstaan:RR 95/60 mmHg, pols63/min
Laboratoriumonderzoek
HbA1c 48 mmol/mol- Cholesterol
5,8 mmol/L(HDL 0,7,LDL 3,6, triglyceriden1,5) - Kreatinine
109 µmol/L eGFR 58 mL/min/1,73 m²(ref> 90 mL/min/1,73 m²)- Natrium
140 mmol/L(ref135-145 mmol/L) - Kalium
4,0 mmol/L(ref3,5-4,5 mmol/L) - Calcium (gecorrigeerd)
2,51 mmol/L(ref2,20-2,60 mmol/L)
Alleen afwijkende bevindingen zijn genoemd; overige bevindingen mogen als normaal worden beschouwd.
Werkdiagnose
- Polyfarmacie met medicatiegerelateerde klachten
Medicatieanalyse volgens POM
1. Wat wordt er echt ingenomen?
Studenten mogen ervan uitgaan dat alle medicatie bij 'huidige medicatie' wordt ingenomen. In een echte medicatiebeoordeling is dit een essentieel onderdeel.
- Verifieer de apotheeklijst altijd met de patiënt zelf (welke, hoe en wanneer).
- Vraag expliciet naar vrij verkrijgbare middelen (
OTC):
vitaminen, kruidenpreparaten, pijnstillers en maagbeschermers. - Koppel elk middel aan een indicatie uit de voorgeschiedenis:
- tamsulosine →
BPH - metformine + gliclazide → diabetes mellitus type
2 - lisinopril + metoprolol + amlodipine → hypertensie
- tamsulosine →
2. Welke bijwerkingen zijn aanwezig?
- Orthostatische hypotensie door stapeling van bloeddrukverlagende effecten:
de systolische druk daalt35 mmHgbij staan (130/70→95/60),
passend bij de klacht 'zwart voor de ogen' en het bijna-vallen. - Recidiverende hypoglykemie door gliclazide (
SU-derivaat);
de verminderde waarneming past bij hypo-unawareness,
mede doordat metoprolol de adrenerge waarschuwingssymptomen (tremor, palpitaties) maskeert. HbA1c 48 mmol/molis bij een72-jarige met hypo's te strak ingesteld: overbehandeling.- Verhoogd valrisico (orthostase + osteoporose + positieve familieanamnese heupfractuur).
3. Wat 'moet' erbij (volgens de richtlijnen)?
- Osteoporosebehandeling (nieuw vastgesteld,
DEXA+ positieve familieanamnese):- bisfosfonaat: alendroninezuur
70 mg1×/week - calciumcarbonaat
500 mg(2 EH zuivel/dagvalt in de band1-3 EH=500 mg) - colecalciferol
800 IEper dag (osteoporose én leeftijd> 70 jaar)
- bisfosfonaat: alendroninezuur
- Statine bij DM2 met
LDL 3,6 mmol/L(cardiovasculair risicomanagement):
start atorvastatine; DM2 plaatst hem op zichzelf in een hoog risico.
4. Wat 'moet' eraf (volgens de richtlijnen)?
- Gliclazide afbouwen/staken wegens recidiverende hypoglykemie bij een kwetsbare oudere;
accepteer een ruimereHbA1c-streefwaarde (deïntensiveren). - Antihypertensieve last verminderen wegens symptomatische orthostase:
heroverweeg/verlaag bijvoorbeeld amlodipine en herbeoordeel staand;
de zittendeRR 130/70laat ruimte om af te bouwen. - Stoppen-met-roken bespreken (rookt
10 sigaretten/dag): grootste winst op vaatrisico.
5. Interacties
- Additief hypotensief effect: lisinopril + metoprolol + amlodipine + tamsulosine
→ orthostase. Klinisch relevant (symptomatisch). - Metoprolol + gliclazide: bètablokker maskeert adrenerge hypo-symptomen
→ hypo-unawareness. Klinisch relevant. - Metformine +
ACE-remmer (lisinopril): niet klinisch relevant.
6. Evaluatie van de dosering en toedieningsvorm
eGFR 58 mL/min/1,73 m²: metformine kan door, maar controleer de dosering
en bouw af bij verdere daling (< 45verlagen,< 30staken).- Verminder innamemomenten waar mogelijk (metformine
3 dd→ retardvorm), bevordert therapietrouw. - Geef duidelijke uitleg bij 'zo nodig'-medicatie en innamemomenten.
Samenvattend
- De klachten (duizeligheid, hypo's) zijn grotendeels medicatiegerelateerd:
overbehandeling van bloeddruk en glucose bij een kwetsbare oudere.
Niet-medicamenteus
- Orthostase: langzaam opstaan, eerst even zitten op de bedrand;
voldoende vocht- en zoutinname; steunkousen; hoofdeind van het bed omhoog. - Stoppen met roken; bewegen met aandacht voor valpreventie.
START
- Alendroninezuur
70 mg1×/week+ calciumcarbonaat500 mg+ colecalciferol800 IE. - Atorvastatine (statine bij DM2,
LDL 3,6).
STOP
- Gliclazide afbouwen/staken (hypoglykemie);
HbA1c-streefwaarde verruimen. - Eén bloeddrukverlager afbouwen (bijv. amlodipine) wegens orthostase; herbeoordeel staand.