FarmaKaj Logo
Ulcus en anemie

Casus 3: misselijkheid bij gastro-enteritis

Casus uit het B3-practicum ulcus en anemie over misselijkheid en dehydratie bij gastro-enteritis in het verpleeghuis.

Casus

Algemene patiëntinformatie
naamDhr. Lambert
leeftijd70 jaar
geslachtMan
burgerlijke staatGetrouwd
kinderen4
beroepGepensioneerd
intoxicaties
allergie
zwangerschap/lactatien.v.t.
Samenvatting voorgeschiedenis en huidige gezondheidsstatus
  • 13 jaar geleden hypercholesterolemie
  • 9 jaar geleden hypertensie
  • 8 jaar geleden CVA
  • 5 jaar geleden dementie
Huidige medicatie
  • Lisinopril tablet 1 dd 10 mg- Atorvastatine tablet 1 dd 10 mg- Clopidogrel tablet 1 dd 75 mg
  • Positie

    • Verpleeghuis

    Essentie huidige bevindingen

    • Dhr. Lambert verblijft in een verpleeghuis; je loopt visite.
    • Sinds gisteren waterdunne diarree, 4 tot 5 keer per dag.
    • Sinds vannacht erg misselijk; heeft 3 keer moeten braken.
    • Drinkt hierdoor slecht; heeft vandaag veel minder geplast dan normaal.
    • Lichte koorts 38,2 °C.
    • Voelt buikkrampen, geen hevige buikpijn.

    Lichamelijk onderzoek

    • Algemene indruk: vermoeid, lusteloos, licht orthostatisch
    • RR 136/68 mmHg, pols 90/min, regulair
    • Temperatuur 38,2 °C

    Alleen afwijkende bevindingen zijn genoemd; overige bevindingen mogen als normaal worden beschouwd.

    Werkdiagnose

    • Gastro-enteritis

    Therapiekeuze en argumentatie (SMAK)

    Samenvatting

    • Dhr. Lambert (70), verpleeghuisbewoner met dementie, post-CVA, hypertensie en hypercholesterolemie.
    • Sinds gisteren waterdunne diarree 4-5 keer per dag; sinds vannacht misselijk met 3 keer braken.
    • Drinkt slecht, oligurie, licht orthostatisch, lichte koorts 38,2 °C, buikkrampen zonder hevige pijn.
    • Beeld past bij acute (waarschijnlijk virale) gastro-enteritis met beginnende dehydratie bij een
      kwetsbare oudere patiënt.
    • Medicatie: lisinopril 1 dd 10 mg, atorvastatine 1 dd 10 mg, clopidogrel 1 dd 75 mg.
      Lisinopril is bij dehydratie relevant (risico acute nierschade).
    • Therapeutisch doel:
      • dehydratie corrigeren en voorkomen; herstel diurese en circulatie (eerste prioriteit).
      • misselijkheid en braken verminderen zodat orale rehydratie lukt.
      • complicaties (acute nierschade, elektrolytstoornis, delier) bij deze kwetsbare patiënt voorkomen.

    Mogelijkheden (NHG Gastro-enteritis)

    Gastro-enteritis is vrijwel altijd zelflimiterend; de kern van het beleid is rehydratie, niet medicamenteuze symptoombestrijding. Misselijkheid en braken zijn een symptoom; behandel zo veel mogelijk de onderliggende oorzaak.

    Niet-medicamenteus

    • Orale rehydratie met ORS (orale rehydratievloeistof): kleine, frequente slokjes; eerste keus
      bij milde tot matige dehydratie.
    • Voldoende vochtinname stimuleren; voeding hervatten zodra verdragen (geen strikt dieet).
    • Hygiëne-/overdrachtsadvies (handhygiëne) gezien besmettelijkheid in het verpleeghuis.
    • Vangnet: instructie aan team/familie wanneer eerder contact (zie Controle).
    • Heroverweeg lisinopril tijdelijk staken bij aanhoudend braken/dehydratie ("sick-day rule") om
      acute nierschade te voorkomen.

    Medicamenteus

    • Anti-emetica zijn bij ongecompliceerde gastro-enteritis niet routinematig geïndiceerd;
      reserveer ze voor aanhoudend braken dat orale rehydratie verhindert.
    • Dopamine-antagonisten:
      • metoclopramide tablet/zetpil 10 mg, max 30 mg/24 uur, max 5 dagen.
      • domperidon (off-label) tablet 10 mg, max 30 mg/24 uur, max 7 dagen.
    • 5HT3-antagonist ondansetron: alleen off-label bij therapieresistent braken; let op QT-verlenging.
    • Bij onvoldoende effect of verergerende dehydratie: laagdrempelig verwijzen voor parenterale
      rehydratie.

    Argumentatie

    Effectiviteit

    • Rehydratie met ORS corrigeert het kernprobleem (vocht- en zoutverlies) en is bij milde tot
      matige dehydratie even effectief als en veiliger dan intraveneuze rehydratie.
    • Anti-emetica bekorten de ziekteduur van gastro-enteritis niet; ze maskeren hooguit het symptoom
      en kunnen rehydratie ondersteunen wanneer braken die onmogelijk maakt.

    Veiligheid, contra-indicaties en interacties

    • Dopamine-antagonisten en cardiovasculair risico: zowel metoclopramide als domperidon kunnen
      het QT-interval verlengen; domperidon is gecontra-indiceerd bij onderliggende hartaandoeningen
      en QT-verlenging vanwege risico op torsade de pointes en plotselinge hartdood. Bij deze patiënt
      met post-CVA en hypertensie is hier terughoudendheid op zijn plaats.
    • Metoclopramide en extrapiramidale bijwerkingen: risico op acute dystonie/dyskinesie, m.n. bij
      ouderen; daarom max 5 dagen en laagst effectieve dosering.
    • Lisinopril bij dehydratie: ACE-remmer plus volumedepletie verhoogt het risico op acute
      nierschade; staken tot herstel van inname is verstandig.
    • Clopidogrel/atorvastatine: geen relevante interactie met ORS of anti-emetica; clopidogrel
      continueren (secundaire preventie na CVA).

    Keuze

    Niet-medicamenteus

    • Start orale rehydratie met ORS; kleine frequente slokjes, doel: herstel diurese en circulatie.
    • Staak lisinopril tijdelijk tot inname en diurese hersteld zijn; herstart daarna.
    • Hygiëne- en vangnetinstructie aan verpleegteam en familie.

    Medicamenteus

    • Géén standaard anti-emeticum; primair ORS.
    • Alleen bij aanhoudend braken dat orale rehydratie verhindert: metoclopramide kortdurend,
      laagst effectieve dosering, max 5 dagen; weeg het QT-/extrapiramidaal-risico mee.
    R/ ORS (orale rehydratievloeistof) sachet
    S/ 1 sachet oplossen in 200 ml water; kleine frequente slokjes, naar behoefte herhalen
    Da/ 20 sachets
    

    Controle

    • Beoordeel binnen 24 uur opnieuw: vochtinname, diurese, bewustzijn/oriëntatie (delierrisico),
      bloeddruk en pols (orthostase).
    • Controleer bij aanhoudend braken/dehydratie nierfunctie en elektrolyten (kreatinine, kalium,
      natrium) voordat lisinopril wordt herstart.
    • Eerder contact / verwijzen bij: aanhoudend braken > 24 uur, geen urineproductie, sufheid of
      toenemende verwardheid, bloederige diarree, of hoge koorts > 38,5 °C met algeheel ziek-zijn.

    Vragen bij casus 3

    Copyright © 2026 Kaj Kowalski