FarmaKaj Logo
Oefencasussen

COPD

STAT-oefencasus COPD bij een oudere man met frequente longaanvallen en atriumfibrilleren, met SMAK-beleid, ICS-recept en kennisvragen.

Relevante naslag: COPD en de standaardtherapie COPD.

Oefencasus uit de STAT-casusverzameling (student-verzameld). Uitwerking o.b.v. NHG-Standaarden en FK; studie-uitwerking, geen officieel antwoordmodel. Enkele in de bron genoteerde antwoorden zijn aangescherpt of gecorrigeerd (zie de vragen).

Casus

  • Positie: huisarts
Algemene patiëntinformatie
naamDhr. de Vries
leeftijd71 jaar
allergie
intoxicatiesEx-roker, 40 PY
Samenvatting voorgeschiedenis en huidige gezondheidsstatus
  • COPD
  • Atriumfibrilleren
Huidige medicatie
  • Acenocoumarol volgens trombosedienst- Salbutamol (SABA) zo nodig- Tiotropium (LAMA) 1 dd onderhoud- Bètablokker (atriumfibrilleren)
    • Komt op controle; afgelopen jaar > 2 longaanvallen gehad waarvoor prednisolonkuren.
    • Gebruikt zijn langwerkende luchtwegverwijder trouw en de inhalatietechniek is goed.

    Onderzoek

    • Frequente longaanvallen ondanks LAMA-onderhoud; therapietrouw en inhalatietechniek in orde.
    • Alleen afwijkende of relevante bevindingen zijn vermeld.

    Werkdiagnose

    • COPD met verhoogde ziektelast op het subdomein longaanvallen: >= 2 longaanvallen per jaar behandeld met orale corticosteroïden.

    Therapiekeuze en argumentatie (SMAK)

    Samenvatting

    • 71-jarige ex-roker (40 PY) met COPD en > 2 longaanvallen per jaar ondanks een langwerkende luchtwegverwijder, met goede therapietrouw en inhalatietechniek.
    • Comorbiditeit: atriumfibrilleren met acenocoumarol en een bètablokker.
    • Therapeutisch doel:
      • aantal longaanvallen verminderen en daarmee ziektelast en achteruitgang beperken.
      • behoud van functioneren en inspanningstolerantie; geen onnodige prednisolonkuren.

    Mogelijkheden

    Richtlijn: NHG-Standaard COPD. Bij >= 2 longaanvallen per jaar ondanks een langwerkende luchtwegverwijder:

    • Optimaliseer eerst therapietrouw, inhalatietechniek en prikkelblootstelling (TIP); hier al in orde.
    • Overweeg uitbreiden naar LAMA + LABA als de klachten (dyspneu/beperkingen) op de voorgrond staan.
    • Voeg ICS toe voor 1 jaar wanneer juist de longaanvallen het probleem zijn ondanks langwerkende luchtwegverwijding; evalueer na 1 jaar.

    Argumentatie

    • De TIP-factoren zijn nagelopen: het falen is geen schijn-falen, dus uitbreiden is terecht.
    • Het dominante probleem is de longaanvalfrequentie, niet de dagelijkse dyspneu. Daarop heeft ICS (bovenop de langwerkende luchtwegverwijder) het meeste effect.
    • ICS wordt proefsgewijs voor 1 jaar gegeven; continueer alleen bij duidelijke afname van longaanvallen, anders staken (controle na 1-2 maanden).
    • Aerosol altijd met voorzetkamer; instrueer mond en keel spoelen na gebruik (orale candidiasis, heesheid).
    De bron noteerde alleen "ICS voorschrijven". Voor een rationele keuze hoort daar het voorbehoud bij dat ICS pas wordt overwogen bij frequente longaanvallen ondanks langwerkende luchtwegverwijders en na het uitsluiten van schijn-falen (TIP), proefsgewijs voor 1 jaar met evaluatie. ICS is bij COPD geen standaard-onderhoud zoals bij astma.
    Let bij deze patiënt op de bètablokker. Een niet-selectieve bètablokker kan bronchoconstrictie uitlokken; bij een dwingende cardiale indicatie heeft een cardioselectieve bètablokker (bv. metoprolol, bisoprolol) de voorkeur. COPD is op zichzelf geen absolute contra-indicatie voor een selectieve bètablokker.

    Keuze

    • Voeg fluticasonpropionaat dosisaerosol toe aan de bestaande LAMA, met voorzetkamer; evalueer longaanvallen na 1 jaar.
    /**
     * COPD, verhoogde ziektelast op longaanvallen ondanks LAMA. NHG: ICS proefsgewijs 1 jaar.
     */
    R/ fluticasonpropionaat dosisaerosol 250 microg/dosis, met voorzetkamer
    Da/ 1 inhalator (120 doses)
    S/ 2 dd 2 inhalaties (= 2 dd 500 microg); na gebruik mond en keel spoelen; evalueren na 1 jaar
    

    Vragen bij de casus

    Copyright © 2026 Kaj Kowalski